1/9
Deze flashcards zijn gebaseerd op de belangrijkste begrippen en structuren waarover leerlingen moeten leren voor de Sprachstadt activiteit.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Tijdens Sprachstadt ga je in het Duits echte gesprekken voeren in drie situaties: __________, __________, __________.
Auf dem Campingplatz, Im Restaurant, Im Supermarkt
De formatieve testjes tellen mee voor __________ van je eindcijfer voor Sprachstadt.
25%
Je moet de zinnen tijdens de eindmeting __________ maar je moet ze wel correct uitspreken.
niet schrijven
De criteria voor beoordeling zijn: __________, __________, __________, __________, __________, __________.
Brengt de boodschap over, Uitspraak, Woordenschat, Vloeiendheid, Compenserende strategieën, Spontaniteit
Een goed gesprek voorbereiden kan helpen om __________ te scoren.
boven niveau
De Duitsers maken onderscheid tussen formeel (Sie) en informeel (du) in het __________.
taalgebruik
Het doel van het campinggesprek is om nieuwe vrienden te maken terwijl je __________.
communiceert in het Duits
Bij de receptie kan de vraag zijn: „Woher kommen Sie?” Dit betekent __________.
Waar komt u vandaan?
Tijdens het gesprek wordt er gesuggereerd om samen te __________, wat helpt om contacten te leggen.
iets te doen
In het supermarktgesprek vraag je naar afdelingen zoals: __________, __________, __________.
Obst-, Gemüse-, Käse-abteilungen