Casus 1 deel 2 neurologie b.ex

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/47

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:14 AM on 4/27/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

48 Terms

1
New cards

Neurologische inspectie

2
New cards

Ontkleedinstructies

3
New cards

Laat de noodzakelijke boven- en/of onderkleding uittrekken zodat de te onderzoeken spieren goed zichtbaar zijn.

4
New cards

Inspectie

5
New cards

• De patiënt staat (zo mogelijk), beoordeel voor- en achterzijde van de patiënt.

6
New cards

• Let op omvang en symmetrie van de spieren, is er sprake van atrofie?

7
New cards

• Let op onwillekeurige bewegingen: fasciculaties (spiertrekkingen onder huid), tremoren (trilling van lichaamsdeel), andere onwillekeurige bewegingen?

8
New cards

Motoriek Tonus

9
New cards

Tonus

10
New cards

• Maak een passieve beweging in de gewrichten, eerst rustig en maak daarna een snellere beweging in dezelfde richting.

11
New cards

• Maak ter afwisseling zijdelingse bewegingen om eventueel zelf meebewegen van patiënt tegen te gaan (hierdoor neemt de voorspelbaarheid van de bewegingsrichting af).

12
New cards

• Onderzoek:

13
New cards

o Elleboog: buig en strek in wisselend tempo, houd een vinger op de bicepspees.

14
New cards

o Pols: buig en strek in wisselend tempo.

15
New cards

Beoordeel steeds of er sprake is van symmetrie en normotonie.

  • Hypotonie: Afwezigheid van weerstand.

  • Hypertonie: Verergering van weerstand bij snelle beweging.

  • Spasticiteit (verhoogde spierspanning): Knipmesfenomeen waarbij de weerstand plotseling wegvalt.

  • Rigiditeit: Loden pijp- of tandradfenomeen.

16
New cards

• Specificeer een afwijkende bevinding:

17
New cards

o hypotonie (geen weerstand);

18
New cards

o hypertonie (verergering bij snelle beweging);

19
New cards

 spasticiteit/verhoofdespierspanning (knipmesfenomeen: weerstand valt sel weg)

20
New cards

 rigiditeit (loden pijp- of tandrad fenomeen).

21
New cards

Motoriek Spierkracht

22
New cards

Algemene aandachtspunten

23
New cards

• Voorkom compensatie: Let erop dat alleen de te testen spier(groep) kracht geeft. Voorkom compensatoire bewegingen en fixeer zo nodig het aangrenzende gewricht.

24
New cards

• Uitvoering weerstand: Laat de patiënt de spier eerst zelf aanspannen (tegen de zwaartekracht) zonder de spier maximaal te verkorten. Geef bij voorkeur met een vlakke hand weerstand (niet knijpen).

25
New cards

• Beheersing: Laat de patiënt maximaal spierkracht geven, maar voorkom een grote bewegingsuitslag in het gewricht.

26
New cards

• Vergelijking: Vergelijk steeds links en rechts en benoem de uitslag volgens de MRC-schaal.

27
New cards

Proef met de uitgestrekte armen

28
New cards

• Houding: De patiënt kan staan, zitten of liggen.

29
New cards

• Instructie: Laat de patiënt de armen naar voren uitstrekken met de handpalmen naar boven (supinatie). Leg uit dat de armen op gelijke hoogte gehouden moeten worden.

30
New cards

• Observatie: Vraag de patiënt de ogen te sluiten en observeer één minuut.

31
New cards

• Resultaat: De proef is positief wanneer één van de armen uitzakt, waarbij de hand proneert (latente parese).

32
New cards

Onderzoek per gewricht

33
New cards

Schouder (patiënt staand of zittend)

34
New cards

• Abductoren (m. deltoideus): Laat de patiënt de armen opzij gestrekt op schouderhoogte houden. Probeer beide armen omlaag te drukken.

35
New cards

Elleboog (patiënt staand, zittend of liggend)

36
New cards

• Flexoren (m. biceps brachii): Laat de patiënt de arm gebogen houden in de elleboog, met de onderarm in supinatie. Probeer de arm te strekken.

37
New cards

• Extensoren (m. triceps brachii): Laat de patiënt de arm enigszins gestrekt houden in de elleboog. Probeer de arm te buigen.

38
New cards

Pols (patiënt staand, zittend of liggend)

39
New cards

• Extensoren: Laat de patiënt de pols in extensie houden, met de onderarm in pronatie. Probeer de pols te buigen.

40
New cards

• Flexoren: Laat de patiënt de onderarm in supinatie houden, een vuist maken en de pols flecteren. Probeer de pols te strekken.

41
New cards

Vingers (patiënt staand, zittend of liggend)

42
New cards

• Flexoren: Laat de patiënt zo hard mogelijk in je uitgestrekte wijs- en middelvinger knijpen. Beoordeel de knijpkracht.

43
New cards

• Opponeren (m. opponens pollicis): Laat de patiënt de duim- en pinktop zo stevig mogelijk op elkaar houden. Probeer met een vinger de ontstane cirkel te doorbreken.

44
New cards

NB: Ook bij MRC 5 is het mogelijk de cirkel te doorbreken.

45
New cards

• Sluiters (mm. interossei): Laat de patiënt de vingers strekken en spreiden. Breng je vingers tussen die van de patiënt en laat deze de vingers zo krachtig mogelijk sluiten. Beoordeel de kracht.

46
New cards

• Extensoren: Laat de patiënt de vingers in de MCP-gewrichten in een hoek van 90° houden, met de PIP- en DIP-gewrichten gestrekt. Houd de vingers tegen en vraag de patiënt de vingers te strekken.

47
New cards
48
New cards