Nederlands eigen vaardigheid

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/15

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

16 Terms

1
New cards

gebiedende wijs

nooit met een t erachter, behalve bij ‘u’

2
New cards

onvoltooid deelwoord

lopen → lopend.

nooit ‘enden’ (dus eindigt op ‘end’ of ‘ende’)

3
New cards

bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord

‘de gederfde woning’

zo kort mogelijk + ‘e’, behalve als het voltooid deelwoord op ‘en’ eindigt.


4
New cards

tussen n

wel → het zelfstandig naamwoord met een meervoud op ‘en’

niet → het meervoud eindigt op ‘en en ‘s’

5
New cards

aan elkaar schrijven

samenstelling van meerder woorden

6
New cards

met een streepje ertussen

klinkerbotsing

afkortingen, cijfers of losse letters

woorden met een hoofdletter

om iets duidelijk te maken → niet-roker

7
New cards

los schrijven

niet een nieuw begrip, bijvoorbeeld bij een zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord

8
New cards

bezittelijk/betrekkelijk voornaamwoord

mijn, haar, die, dat, wat

9
New cards

verwijswoorden

de → deze/die

het → dit/dat

10
New cards

woordvolghorde

hoofdzin → persoonsvorm op plek 2

bijzin → persoonsvorm achteraan

11
New cards

hun of zij

zij → onderwerp

hun → bezit of meewerkend voorwerp

12
New cards

als of dan

als → gelijke vergelijking (net zo groot als)

dan → ongelijke vergelijking (groter dan)

13
New cards

enige(n), sommige(n), andere(n), enkele(n)

met zelfstandig naamwoord → geen ‘n’ (enkele mensen)

zelfstandig gebruikt → wel ‘n’ (enkelen zijn ziek)

14
New cards

contaminatie

vermengt twee uitdrukkingen → dat kost duur

→ dat kost veel

→ dat is duur

15
New cards

pleonasme

de ronde cirkel

16
New cards

tautologie

twee woorden met dezelfde betekenis → gratis en voor. niks