1/15
gebiedende wijs
nooit met een t erachter, behalve bij ‘u’
onvoltooid deelwoord
lopen → lopend.
nooit ‘enden’ (dus eindigt op ‘end’ of ‘ende’)
bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
‘de gederfde woning’
zo kort mogelijk + ‘e’, behalve als het voltooid deelwoord op ‘en’ eindigt.
tussen n
wel → het zelfstandig naamwoord met een meervoud op ‘en’
niet → het meervoud eindigt op ‘en en ‘s’
aan elkaar schrijven
samenstelling van meerder woorden
met een streepje ertussen
klinkerbotsing
afkortingen, cijfers of losse letters
woorden met een hoofdletter
om iets duidelijk te maken → niet-roker
los schrijven
niet een nieuw begrip, bijvoorbeeld bij een zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord
bezittelijk/betrekkelijk voornaamwoord
mijn, haar, die, dat, wat
verwijswoorden
de → deze/die
het → dit/dat
woordvolghorde
hoofdzin → persoonsvorm op plek 2
bijzin → persoonsvorm achteraan
hun of zij
zij → onderwerp
hun → bezit of meewerkend voorwerp
als of dan
als → gelijke vergelijking (net zo groot als)
dan → ongelijke vergelijking (groter dan)
enige(n), sommige(n), andere(n), enkele(n)
met zelfstandig naamwoord → geen ‘n’ (enkele mensen)
zelfstandig gebruikt → wel ‘n’ (enkelen zijn ziek)
contaminatie
vermengt twee uitdrukkingen → dat kost duur
→ dat kost veel
→ dat is duur
pleonasme
de ronde cirkel
tautologie
twee woorden met dezelfde betekenis → gratis en voor. niks