filmgeschiedenis (all)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/89

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:40 AM on 6/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

90 Terms

1
New cards

Classical Hollywood (jaar)

1930-1960

2
New cards

Classical Hollywood (kenmerken)

“klassieke narratieve film” / “klassieke filmtaal”

klassieke verhaalstructuur

belang temporele en ruimtelijke coherentie

Classical Hollywood system

standaardisering programma

Oligopolie

zelfcensuur (production code)

Star-system

cruciale rol producer en genre

3
New cards

klassieke narratieve film (klassieke filmtaal)

Griffith vastgelegd (vooravond WOI)

beste studio’s in hollywood

consolidatie doorbraak geluidsfilm

standaardisering van lengte

4
New cards

klassieke verhaalstructuur

gebaseerd “burgerlijk realistisch theater”

verhaal rond personages (rom. hetero koppel)

oorzaak-gevolg relatie

psychologische motivatie, identificatie met kijker

5
New cards

temporele en ruimtelijke coherentie

continuity editing en ellipsen

onzichtbare montage

180° regel

typische opbouw scène: establishing shot, closer shots

match on action (cut in actie)

eyeline match

6
New cards

L’Evolution du langage cinématographique

André Bazin, 1955

Frankrijk en US: ontw. Filmtaal (laat jaren ‘30) die klassieke perfectie bereikt

Wereldwijde dominantie

7
New cards

Classical hollywood system

Enorme output: Elke studio 1/week

Massapubliek

8
New cards

Standaardisering programma

  • newsreel

  • Short

  • Cartoon

  • Double-feature: A- en B-productie

9
New cards

Oligopolie in Hollywood

95% filmproductie 8 studio’s

  • 5 majors: MGM, Paramount, WB, 20th century fox, RKO

  • 3 minors: Universal, Columbia, UA

Verticaal geïntegreerd (produceer én distrubeer én vertoon in eigen cinema)

Block booking(film kopen met grote ster? = heel pakket minder bekende films ook kopen)

blind bidding: films kopen zonder ze zelf te zien

10
New cards

Neergang hollywoodsysteem

Na WOII (1946 hoogtepunt), 1948

Doorbraak tv

Anti-trust wetten

McCarthyisme, Hollywood Blacklist

Production Code niet langer houdbaar

“Target audiences”

11
New cards

Classical Hollywood Musical (jaar)

1930-1955

12
New cards

Classical Hollywood Musical (kenmerken)

Nauw verbonden opkomst geluid, 1ste geluidsfilms: verfilmde broadway-opvoeringen

Importeren van broadway talent, experten in geluid en muziek

13
New cards

Vroege geluidsfilms

opgesloten geluidsdichte studio’s

‘Regressie’

Beperkingen geluidstechnologie (standaardsnelheid etc.)

14
New cards

Hollywood Musical jaren ‘30

snelle evolutie

Belangrijk genre

Escapisme tijdens depressie

Belangrijkrijkste fig.: Busby Berkeley en Fred Astaire

15
New cards

Busby Berkeley

leger ervaring → regisseren grote groepen

Succesvolle choreograaf broadway

1930 → Hollywood (1939 hoogtepunt)

Snapt taal van de cinema

Dansregie in functie van de camera

Vaak met regisseur Lloyd Bacon

“Berkeley girls”

Reputatie voor complexe danspatronen

Gebruik van trappen

Indrukwekkende belichting

Atletische erotiek

Incorporatie avant-garde in mainstream:

  • abstractie

  • Surrealistische, fantastische stijl

  • Constructivistische ritmische montages

Backstage musical

16
New cards

Fred Astaire

Upper class

Reeks vr RKO, met Ginger Rogers

Hetero romance, paringsdans

Acteur en choreografie en regie

Grotere integratie muziek/dans binnen verhaal

Functionele camera-stijl, ‘zelf partner in dans’

17
New cards

Hollywood musical jaren ‘40 en ‘50

MGM

Integrated musical, dance dramas

  • verdere integratie

  • Meer ontwikkelde personages

  • Jaren ‘40 technicolor

  • (Gene Kelly)

18
New cards

Arthur Freed

producer Vr MGM ‘39

Synoniem glitter en hoge kwaliteit van MGM musical

“Freed unit”, vaak zelfde crew

19
New cards

Frans Poëtisch realisme (jaar)

1930-1940

(Ontwikkeld laat ‘20, dominant ‘34-‘40)

20
New cards

Franse cinema jaren ‘20

bloeiende filmcultuur en avant-garde

Nauwe connecties AG en mainstream

  • 1ste AG: impressionistische cinema

  • 2de AG: cinéma pur en surrealisme

21
New cards

Franse cinema vroege ‘30

Economische en artistieke crisis

O.a. gevolg doorbraak geluid

Ca. 1934 nieuwe regulering industrie: productie terug op peil

Gedecentraliseerde productiestructuur

Pos. Impact:

  • klank → Am. daalt, stimulering locale prod.

  • zwak studiosysteem → vrijheid voor filmmakers

  • Kritische waardering Franse film

Filmstudio’s bijzonder kosmopolitisch, vaak Duitse en midden-Europese émigrés

22
New cards

Frans Poëtisch realisme (kenmerken)

term van criticus Georges Sadoul

Evenwicht tussen: naturalisme (invloed nat. traditie 19de E) & stilering en lyrische elmn

2 Fasen

23
New cards

1ste fase FPR

optimisme ingegeven door Front populaire (links volksfront) 1935-1937

Maatschappelijk optimisme → humanistische empathie

Solidariteit als thema

24
New cards

2de fase FPR

na 1937 pessimistische stemming Door mislukking van volksfront

  • aanslepend economische crisis

  • Fascisme, Spaanse burgeroorlog

  • Oorlogsdreiging

Jean Gabin: tragische held

Thema’s misdaad etc. Maar zelden geweld

Typische verhaalstructuur: Fatalisme

Ondersteunt door Mis-en-scène: grote schaduw partijen, duistere kroegen etc.

Personages:

  • aan de rand van de samenleving, met veel sympathie gezet in volkse context

  • Protagonisten confrontatie intense liefde, vaak gedoemd

  • anti-held (niet als type, volwaardig, volkscontext, ‘gewone’ volk

Aandacht voor realistische evocatie dagelijkse context, maar in studio gecreëerd, stilering van de realiteit, poëtische stemming

25
New cards

Impact FPR

belangstelling gewone mensen in dagelijkse omgeving

→ Inspiratiebron Italiaans neorealisme

Fatalisme, sombere stemming en lichtwerking

→ Am. Film noir

26
New cards

Belangrijkste figuren FPR

regisseurs: Jacques Feyder, Julien Duvivier, Marcel Carné, Jean Renoir, Jean Grémillon

Scenario schrijver: Jacques Prévert, Charles Spaak, Marcel Pagnol?

27
New cards

Jacques Prévert

veel scenario’s geschreven (Renoir, CARNÉ, Grémillon)

Dichter, connecties met surrealisme

Authentiek taalgebruik (ondanks poëtisch gehalte)

Vaak over leven Parijs

28
New cards

Charles Spaak

Belg, vanaf ’28 in Frankrijk
scenario’s voor Feyder, Renoir, Duvivier, Grémillon

29
New cards

Marcel Pagnol

volks karakter, regionalisme

Toneelschrijver, nauw betrokken bij filmadaptaties

Trilogie over volkse figuren in Marseille

30
New cards

Marcel Carné

vertegenwoordiger FPR

Mobiele camera, wnr statisch focus op diepte (laag standpunt, versterkt fatalisme)

Naadloze overgangen, lange takes, weinig camera standpunten

Traagheid versterkt realisme

sombere. melancholische sfeer, gevoel van noodlot/ tragische afloop

Le Quai des brumes (1938): het ‘meesterwerk’ van FPR

31
New cards

Jean Renoir

(Zoon van impressionistische schilder Pierre-Auguste Renoir)

Begint in stille film periode

Tijdens jaren ‘30: eigen verbeeldingswereld en eigen stijl

  • sociaal engagement, goedhartige toon, humanisme

  • Stijl nooit opzichtig, X spectaculaire effecten

  • Volgens sommige geen persoonlijke camerastijl (luisterende naar iedereen)

  • Geregeld acteur in eigen films

Voorloper neo-realisme

Rijke visuele textuur ->

Soms locatie-opnamen

Perfecte harmonie acteurs, regie, setting

Stijl gemarkeerd door plan séquence (long take, sequence shot)

Afwijken trad. découpage

32
New cards

Plan séquence

long take, sequence shot

niet langer achter elkaar gemonteerde korte fragmenten, maar één enkele camera-opstelling

  • dramatische spanning door diepte-compositie

  • Gebruik van verschillende plans

  • Gebruik van kaders in beeld

Aan de basis van deel-focus photography (Orson Welles, Greg Toland)

33
New cards

Toni

geen prof. Acteurs

Inspiratie It. Neo-realisme

34
New cards

Orson Welles (jaar)

1915-1985

Theater-experimenten in jaren ‘30

Radio: adaptatie van lit. Klassiekers (financieren Mercury theater)

1939 contract met RKO (dito)

1941 Citizen Kane

35
New cards

Citizen Kane

(1941)

Mijlpaal id filmgeschiedenis, stilistische veranderingen Hollywood

Complexe flashback structuur

Abrupte cuts → shock effect, abrupte, ritmische montage (Eisenstein)

Dissolves → dromerig

Gebaseerd op echte mensen

Newsreal = film in film, expressieve effecten

op vele vlakken vernieuwend:

  • casting van toneel (Mercury theater) (Welles zelf als Kane)

  • 1ste vb. Film noir: realisme + expressionistische stilering

Greg Toland cameraman → deep focus photography: tegenstelling van diffuus licht van soft focus (dom. ‘3), grotere scherptediepte, voorgrond, middenvlak en achtergrond simultaan scherp

Mobiele camera (Murnau), mobiele long takes, Staging in depth, (Renoir, Ford), Barokke mise-en-scène (Von Sternberg)

Special effects: matte shots & indruk van deep focus, maar samengesteld beeld

Geluid:

  • soundtrack: ongeziene subtiliteit en complexiteit

  • Overlappen van dialogen, doorsnijden van temporele en ruimtelijke dissolves

  • Geluiden vervormd

36
New cards

Gregg Toland

Vooral Welles, Wyler, (Ford)

Deep focus dankzij technische vernieuwingen:

  • snellere film → hogere lichtgevoeligheid

  • Kleiner diafragme → grotere scherpte

  • Nieuwe lampen

  • Afstandsbediening voor scherptestelling

24mm groothoeklens: expressief gebruik van vervormingen

37
New cards

Deep focus (impact)

Nieuwe mogelijkheden voor mise-en scène

Impact op montage: langere takes, minder shots

Expressief gebruik (a.h.w. montage binne frame), creëeren van metaforen

Volop gebruik van diepte: low angles, plafonds, claustrofobisch effect

38
New cards

Film noir (jaar en kenmerken)

1940-1958

Amoreel en cynisch universum

Nachtelijke grootstad, eenzaamheid, vervreemding

Zwervende, neurotische of psychotische personages (psychoanalyse)

Subjectiviteit: Voice-over, pov

Complexe verhaalstructuren: flashbacks

Expressieve chiascuro, expressieve shot-composities

39
New cards

Alfred Hitchcock (jaar)

1899-1980

Filmografie: 1925-1976

‘40-‘50: klassieke Hitchcock (in ‘39 nr Hollywood) (daarna ‘late’)

Overbrugd divers periodes filmg.:

  • stille film → geluid (1929)

  • van Europa → US (1939 door Selznick)

  • Van klassiek → modernisme

  • Televisie (1955)

40
New cards

Hitchcock in Hollywood

Verschillende studio’s

Film als massa-entertainment

In combinatie met artistieke creativiteit en technische experimenten

Als regisseur controle over film (vanaf 1946 ook producent)

41
New cards

Hitchcock eerste stappen

vroege jaren ‘20

O.a. art director → blijvende interesse sets en decor

Gedraaid erin Duitse studio’s → invloed: expressionisme kammerspielfilm

42
New cards

Hitchcock (Thema’s en motieven)

Thema’s en motieven:

  • Algemene sfeer van dreiging, angst

  • Zwarte humor, sarcasme, galgenhumor

  • Geregeld narratieve ritme door reis, transport, manhunt

  • Beslotenheid van het huis; gothic plot (Vrouwelijke tegenhanger film noir)

  • Onmacht van de autoriteiten

  • Overdracht van schuld (christelijke iconografie)

  • Irreële sfeer van droom (surrealisme)

  • Erotische spanning, verborgen verlangens

43
New cards

Hitchcock objecten

Emotioneel of symbolisch geladen object

Nadrukkelijk in beeld gebracht, close-ups en pov-shots

Fetisj-object

44
New cards

MacGuffin

element dat plot structureert

(Bv. Begeerd voorwerp dat verhaal in gang zet zonder al te veel duiding)

Voor verdere verhaal weinig relevant

45
New cards

Pure cinema

beeldend vertellen, verbale info vermijden

Typisch modernistische Hitchcock vanaf ‘50

Kijken, bespieden zelf onderwerp van de film (voyeurisme, erotische dimensie van blik, pov-shots → kijker medeplichtig)

De blik construeert de fictie (personages die vermoeden hebben)

Film van Hitchcock is metafoor voor cinema of filmkijken in het algemeen

46
New cards

Italiaans neorealisme (jaar)

1940-1955

47
New cards

Italiaans neorealisme (kenmerken)

grote impact: novelle vague, ciné vérité, dogma, wereldcinema

Nauw gebonden met specifieke maatschappelijke context (alternatief realisme)

Aandacht voor gewone mensen in dagelijkse omgeving (→ geen stereotype helden)

  • Niet-professionele acteurs &Authentiek taalgebruik

  • Cinema van tijdsduur: versterkt realisme, observerende camera, objectiverende stijl ->

    • Beweeglijke camera; mobiele long takes

  • Actuele onderwerpen

Voorkeur voor mise-en-scène ipv montage: long takes, long shots

Filmen op ooghoogte, op locatie

Aandacht voor relatie tussen personages en omgeving

48
New cards

Cesare Zavattini

scenarist en theoreticus

Nauwe samenwerking Vittorio De Sica

Interview 1952 “Some ideas on the cinema”: a.h.w. manifest neorealisme

Grote impact op Bazin en Kracauer

Idee: film 90min over man waar niks gebeurd

49
New cards

André Bazin

propageert neorealisme in Fr, NR krijgt filosofische dimensie

Waardering voor onbepaaldheid, het onverklaarbare

  • Kijker wordt aangezet wereld aandachtig te bekijken

  • Betekenis eerder achteraf dan op voorhand

Vergelijkbaar met deep focus

Integriteit van tijd en ruimte behouden

Kijker gaat confrontatie met werkelijkheid aan

50
New cards

Roberto Rossellini

late ‘30 eerste stappen filmwereld

Oorlogstriologie: Roma città aperta (1945), Paisà (1946), Germania anno zero (1947)

Met Ingrid Bergman

→ van neorealisme naar modernisme

Enerzijds versterken neorealistische elmn: tijdsduur, long takes, belang omgeving

Anderzijds afwijken: tendens tot interiorisatie, sociale dimensie w minder belangrijk, vrouwelijke hoofdpersonages

Werk voor televisie

51
New cards

Vittorio De Sica

in filmwereld als tiener

Rond 1930 al populaire acteur

Loopbaan als regisseur begint vanaf 1940

Vruchtbare samenwerken met Cesare Zavattini vanaf 1942

52
New cards

Hitchcock (Personages)

Personages:

  • “wrong man”, figuur op de vlucht

  • Koele blondines: fetisj-actrices

  • Dominante moederfiguren

  • Gesofisticeerde misdadigers

  • Variaties op vorming van heteroseksueel koppel: onconventionele seksuele expressies, opmerkelijke kusscènes vgl. moordscènes

53
New cards

Europa jaren ‘60 en ‘70

modernistische cinema:

  • auteurscinema: Godard, Bergman, Pasolini

  • Art house cinema: naast commerciële Hollywood circuit, nieuw hoger opgeleid publiek

  • Verwant aan modernisme in literatuur en beeldende kunsten:

    • Formele complexiteit en diepgang

    • Meditatie op moderne conditie

    • Modernistische auto-reflectie

54
New cards

auteurscinema

regisseur:

  • betrokken bij productie

  • Vaak scenario zelf schrijven

  • Eigen typische stijl (specifieke mise-en-scène, camerastijl)

  • Presenteren zich als individuele kunstenaars (met indiv. Agenda)

Cinema die ernstiger was

Hoge artistieke ambities, op niveau trachten plaatsen met Kunst (hermetische periode)

55
New cards

Modernistische cinema belang Italië

bloeiende filmindustrie

Erfenis van neorealisme

Evolutie naar ‘pink neorealisme: lichtvoetige comedies met eigentijdse sociale achtergrond

56
New cards

Film in Italië ca. ‘50 - ‘70

Films met Totò

Spaghetti-westerns

Peplum-films

57
New cards

Italiaans modernisme (regisseurs/auteurs)

Visconti, Rosselini, De Sica blijven actief in ‘60 en ‘70

Federico Fellini, Michelangelo Antonioni, Pier Paolo Pasolini …

58
New cards

Michelangelo Antonioni

1912-2007

Einde oorlog en kort na: documentaires (omgeving en relatie met mens)

Films: 1950-1995 (oeuvre in kielzog It. Neorealisme)

Belang van Rossellini: Viaggio in Italia, Stromboli

Volwassen stijl vroege jaren ‘60 (tetralogie: L’avventura, La notte, L’Eclisse, Il deserto rosso)

  • vervreemding in moderne omgeving

  • Vrouwelijke protagonist

  • Strakke berekende shot-compositie (personages in landschap, tegen architectuur)

  • Extreme long takes

  • Onconventionele montage en camera-bewegingen

  • Pov shots zeer zeldzaam

  • Breken van regels: evocatie van desoriëntatie

  • Toeschouwer w bewust gemaakt van textuur en compositie

  • Motief lege stad belangrijk

59
New cards

Pier Paolo Pasolini

1922-1975

(Bekend auteur)

Vanaf midden ‘50 betrokken bij film

Vanaf ‘60 zelf filmmaker (1961-1975)

Humanist: aandacht menselijk individu, gewone mensen gewone omgeving, belangstelling cultuur Renaissance

Katholicisme: zelf atheïstisch, maar fascinatie

Marxisme: nadruk culturele ontvoogding, nauwelijks belang proletariaat, vooral sub-proletariaat

Psychoanalyse: Freud, primitieve mythes

Homoseksualiteit: In films weinig (1 uitzondering), verstoppen achter masker

Linguïstiek en literaire theorie: semiotiek

Neorealisme: iets van het verleden, maar grote impact → niet-prof. Acteurs, long shots

60
New cards

Nouvelle Vague (jaar)

Doorbraak 1958-1961

Bloeiperiode 1959-1963

61
New cards

Nouvelle vague (oorspong)

Nauw verwant aan Rive Gauche

Geen stilistische eenheid

Gemeenschappelijke intellectuele achtergrond

Grondige kennis filmgeschiedenis en filmcultuur

Belang van Henri Langlois (Cinémathèque française)

Belang van André Bazin- gemeenschappelijke intellectuele achtergrond

- grondige kennis van filmgeschiedenis en filmcultuur

- nouvelle vague: oorsprong in kritische teksten in Cahiers du cinéma

62
New cards

Nouvelle Vague (kenmerken)

Verwerping van Cinéma de papa

Fascinatie voor It. Neorealisme

Fascinatie voor Am. Cinema (vaak referenties aan Hollywood)

Belang van Jean Rouch en Ciné verité

“Politique des auteurs”

Meer persoonlijke en vrijere stijl van film-maken:

  • niettemin belang van genres (Hollywood)

  • Lagere budgetten

  • Jonge protagonisten in eigentijdse grootstedelijke wereld

  • Existentiële thema’s: aanvaarding absurditeit van bestaan

  • Scherpe, ironische of sarcastische toon

Improvisatorisch karakter:

  • geïmproviseerde dialogen

  • Vlugge verandering van scènes; elliptische structuur

  • In montage

  • Long takes

  • Gefragmenteerde stijl

  • Gebruik van natuurlijke locaties

  • Natuurlijk licht

63
New cards

Jean-Luc Godard (jaren)

reeks baanbrekende films ‘60

Tot 1967 nouvelle vague

(67-80 reeks militante film- en video-essays, ‘80 terug speelfilms, ‘90 speelfilms naast video- en media-kunst)

64
New cards

Jean-Luc Godard (nouvelle vague)

duidelijk verschillende sensibiliteit andere nouvelle vague

Meest radicale filmmakeren ‘60-‘70s

Film vaak eerder essay dan verhaal

  • relatie cineast-kijker belangrijker dan tss personages

  • Film als intellectuele reflectie

Fragmentarisch

Meer experimenteel

Brechtiaanse vervreemdingseffecten

Link met politiek: sociale problemen, verdingelijking, marxisme, vervreemding, dekolonisatie, grote conflicten

65
New cards

Jean-Luc Godard (maoïstische periode)

1968-1973

Samenwerking met Jean-Pierre Gorin

Focus op sociale contestatie en internationalisme

Niet-narratief: interviews, direct address tot camera

66
New cards

Rive Gauche

zelfde periode als Nouvelle Vague (eind ‘50 begin ‘60)

Alain Resnais, Chris Marker, Agnès Varda

Belang van documentaire (Jean Rouch en Ciné verité)

Meer sociaal en politiek bewust dan cahiers-groep

Sterker beïnvloed door literatuur en beeldende kunst (Cahiers eerder film)

Modernisme (vb modernisme in film, verwantschap lit en beeldend)

Vervagen grens documentaire en fictiefilm, psychologischer, subjectieve ervaring, open & ambigu

67
New cards

Agnès Varda

1928-2019

Oeuvre: speelfilms, docu’s, experimentele films, filminstallaties, foto’s

Auteur: ‘cinécriture’ (schrijven met film)

Artistieke en literaire invloeden: surrealisme, Kafka

Feministisch: vaak vrouwelijke hoofdpersonages met vrouwelijke stem

68
New cards

Alain Resnais

1922-2014

Sleutelfiguur Europees modernisme

Verkiest (itt nouvelle vague) werken op basis van scenario

Vaak in samenwerking met belangrijke schrijver

Trage manier van werken moet meticuleuze planning

Film als meditatie op tijd en temporaliteit

  • beïnvloed door filosofie van Henri Bergson

  • Rationele tijd van de klok vs. subjectieve, pure tijd

  • Essentie van leven is ‘durée’: staat heden en verleden 1

  • Belangrijkste thema: effect van tijd op menselijk geheugen

  • Persoonlijk en collectief

  • Narratieve conventies doorbreken: verleden, heden en toekomst in zelfde temporele en ruimtelijke laag, objectiviteit en subjectiviteit moeilijk van elkaar te onderscheiden

Specifieke stijl:

  • lange tracking shots: meditatieve werking, melancholisch effect

  • Berekende shot compositie

  • Ruimtelijke en temporele manipulatie

  • Visuele schoonheid gecombineerd met intellectuele diepte

69
New cards

Chris Marker

1921-2012

Nauw verbonden met documentaire en essay-film

Thema van geheugen, herinnering, geschiedenis (verband tussen herinnering en beelden)

EX: La Jétée (1961-64)

70
New cards

Transcendental style

term van Paul Schrader

Ozu, Dreyer, Bresson (beste vb)

Vaak om sacrale uit te drukken (niet noodzakelijk)

Meeste kunst uit religieuze context voortgesproten (itt film product van kapitalisme en industriële techniek)

Niet noodzakelijk letterlijk spiritueel of religieus, wel filosofische, morele en theologische vraagstukken

Paradoxaal realisme

  • realiteit van het transcendente tonen of evoceren

  • Aandacht voor de materialiteit van de dingen en verschijnselen

  • Het mystieke ligt besloten in het kleinste detail (belang close-up)

Strengheid, ascetische stijl

  • stijl gebaseerd op eliminatie ipv accumulatie

  • Voorkeur spaarzame, kale ruimte

  • Non-expressieve kunst (in acteren)

  • Zoals religieus ritueel

  • Vaak frontale compositie

  • Vaak statische camera

71
New cards

Robert Bresson (jaren)

1901-1999

transcendental style

Film: 1943-1983

Relatief los van grote filmindustrie

Regisseerde, produceerde en schreef alles zelf

Weinig commerieel succes

‘Notes sur le cinématographe’ - 1975

72
New cards

Robert Bresson (kenmerken)

ingetogen,, minimalistische, ascetische stijl

  • “filmen is kunst van weglaten”

  • Minimaal aantal beelden

  • Veel suggestie; off-screen geluid

Elliptische wijze van vertellen

  • kijker moet zelf verhaal tussen beelden construeren

Sobere strakke vormgeving:

  • minimalistische decors; vaak op locatie

  • Monochroom zwart/wit; laatste films bleke kleuren

Geen professionele acteurs, maar ‘modelles’

  • acteren zonder minste spoor van emotie

  • Citeren in plaats van uitspreken dialoog

Afwezigheid van psychologische details en motivatie

  • personages lijken gestuurd door het lot

Spirituele, metafysische en religieuze dimensie (soms letterlijk)

  • personages in geloofscrisis, Pessimisme, Verhalen over toeval en noodlot, Leven is lijden (Nihilistisch)

Motief van gevangenis of kerker

73
New cards

Carl Theodor Dreyer

1889-1968

Film: 1919-1964

Tussen expressionisme en transcendental style (meer late werken)

Eenvoudige verhalen

Spirituele thematiek

Hoofdpersonages: eenzame mensen die twijfelen aan hun geloof

Religieus fundamentalisme en sterke familiebanden

Sobere en minimalistische stijl

  • elliptische structuur

  • Beperkte dialogen houterig en zonder emotie

  • Sober decors nadrukkelijk aanwezig

  • Personages bewegen nauwelijks

  • Lange statige shots

  • Belang van close-ups (soms vervreemdend)

Opmerkelijke shot-compositie

  • picturale stijl: sterk beïnvloed door schilderkunst

  • Meesterlijke beheersing van het licht

  • Tableaux

74
New cards

Western (basis + oorspong)

genre met grote thematische en iconografische consistentie

Maar ook enorme flexibiliteit

Schatplichtig aan diverse precedenten

  • Structuur ontleend aan 19de eeuwse populaire melodramatische literatuur (deugdzame held vs. schurk die maagdelijke heldin bedreigt)

  • Captivity narratives

  • Wild weest shows (bv. Buffalo Bill, “circus”)

  • Visuele representatie Am. Landschap 19de eeuw

75
New cards

Western (geografisch)

belang van locatie → plaatsduiding in titels

Genre inherent verbonden met indrukwekkende landschappen

Belang verhouding tss personages en landschap

Dominantie van Southwest

Western = ‘mythe’ van USA

Thema van spanning tussen wildernis en civilisatie

Meeste verhalen 1865-1900 (tussen burgeroorlog en sluiten van frontier)

76
New cards

André Bazin over de western

- Le Western oh le cinéma américain par excellence (1953)

- Evolution du Western (1955)

eerder mythe dan historische realiteit, = idealisering ervan

Genre begaan met metafysische en morele dilemma’s (goed vs. kwaad; vrouw vaak repr. v goede)

1937-1940: culminatie, korte klassieke periode

Na WOII: ontwikkeling surwestern: “ernstige” thema’s

77
New cards

Robert Warshow over de western

- The Westerner (1954)

Epische weergave van morele ambiguïteit (zoals Bazin)

Maar eerder weergave van ideologisch conflict (gepaard vorming Am. Kapitalisme)

Cruciaal: strijd tss individu en gemeenschap (eerder aandacht westerner dan western)

Westernheld = tragische held (zoals gangster)(kan niet aarden in gemeenschap, individualisme dat onmogelijk is in 20ste eeuw)

Verschillen gangster: op zichzelf gewezen, wereld wapens openlijk gedragen, geweld niet opportunistisch eerder uitdrukking levenswijze en morele code

78
New cards

Jim Kitses over de western

- Horizons West (1969)

Synchronische en structuralistische benadering

Essentie van Am nationaal bewustzijn (tuin vs. wildernis)

Andere dualismen:

  • gemeenschap vs. individu

  • Beperking vs. vrijheid

  • Verandering en toekomst vs. traditie en verleden

Complexe vermenging van mythische en archetypische elementen

79
New cards

Will Wright over de western

Structuralistische analyse

Ook moderne samenleving nood aan mythes

Westerns: industrieel geproduceerde verhalen met mythisch materiaal

Analyse van plotstructuren: weerspiegelen verschuiving en Am samenleving

80
New cards

Jaren ‘20: epic western

Grote historische kader van westwaartse migratie en opening frontier

Ontsluiten van West: harde en moeilijke onderneming

Super-producties met stars; indrukwekkend gebruik locaties

Korte heropleving in vroege jaren ‘30; begin geluidsfilm

81
New cards

Jaren ‘30

sterke daling in productie

Verschillende oorzaken:

  • fascinatie moderne techniek

  • Fascinatie moderne metropool: gangster vervangt outlaw

  • Introductie geluidsfilm: vroege geluidstechniek gebonden aan studio, financiële investering te groot voor kleine studio’s

Gouden tijdperk van de B-western

  • sterk geformaliseerd en gestandaardiseerd

  • Gespecialiseerde studio’s

  • Populariteit van figuur singing cowboy

  • Met gespecialiseerde stars die met hun persona wreden geïdentificeerd

82
New cards

Jaren ‘40

genre wordt volwassen

Opnieuw toonaangevend A-genre

Consolidatie van mythologie

Ook complexere, meer volwassen thema’s

(Teloorgang van de onschuld)

Tendens tot psychologisering

83
New cards

Jaren ‘50

Belangrijk decennium voor genre, meerdere invloedrijke films

Western duidelijk bepaald door maatschappelijke gebeurtenissen (Burgerrechten beweging, indiaan als allegorie voor Afro-Am)

Wijzigende positie van vrouw in samenleving; westerns met sterke vrouwelijke protagonisten

Complexere westernhelden (wijziging van positie held t.a.v. gemeenschap; held in crisis, protagonisten met duistere kant)

84
New cards

Anthony Mann

- noir-elementen naar Western overgebracht

- protagonisten: moreel ambivalent, psychologisch onstabiel, geplaagd door obsessies

- dimensie van Griekse of Shakespeareaanse tragedie

- motief van reis, zoektocht, jacht: protagonist op zoek naar zichzelf

- climax: duel tussen held en nemesis in indrukwekkend leeg landschap

- Mann: “de Vergilius van the West” (Jean-Luc Godard)

85
New cards

Budd Boetticher

(- cyclus met Randolph Scott:

- o.a. The Tall T (1957), Comanche Station (1960), Ride Lonesome (1959))

- B-producties

- opmerkelijke kadrages in lege landschappen: modernistisch effect

- cynische figuren

- emotionaliteit van personages onderdrukt

86
New cards

Mann en Boetticher

tendens tot eenvoud, uitzuivering

- reductie tot archetypische en mythische elementen

87
New cards

Jaren ‘60

- einde van Golden Age van Western; tevens einde van Classical Hollywood

- besef dat idealen van genre niet langer geldig zijn

meer cynische benadering van West

“professional plot”- structuur (cf. Will Wright)

cynisme ook in nieuwe sub-genres:

  • Contemporary western

  • Spaghetti western

  • Vietnam-western

88
New cards

Contemporary western

vroege jaren ‘60

- realistisch beeld van eigentijdse Westen

- meditatie over einde van the West en einde van het genre van de western

- expliciete nevenschikking van traditie en moderniteit: bvb. paard vs auto

89
New cards

Spaghetti western

doorbraak ca 1964

- Italiaanse western maar eigenlijk vaak internationale co-producties

- verhalen vaak gesitueerd in Mexico

- evocatie van cynische en opportunistische west

- fascinatie voor geweld: ontkoppeld van elke morele context

- element van parodie: karikaturale uitvergrotingen

- geworteld in Italiaanse traditie

- invloed van opera seria; belang van muziek (Morricone)

- invloed van Italiaans modernisme: cf. Antonioni

90
New cards

Vietnam western (+oorzaak)

Amerikaanse cultuur jaren 1960: toenemende fascinatie voor geweld

- 1968: moord op Martin Luther King en Robert Kennedy

- 1968: hoogtepunt van Vietnamoorlog (slachting van My Lai)

- traditionele voorstelling van geweld in cinema wordt gezien als artificieel

afschaffing Motion Picture Production Code

- ‘bloedballetten’

- telelens, slow-motion, geluidseffecten

- indrukwekkende cross-cutting (invloed Kurosawa en Eisenstein)