5. Cognitie & pathologisch ouder worden

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/47

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:56 PM on 5/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

48 Terms

1
New cards

Wat zijn 2 kernsymptomen van delirium?

1) Stoornis in bewustzijn

  • minder helderheid & besef van omgeving

  • slechtere volgehouden & alternerende aandacht

2) Verandering in cognitieve functies

  • geheugenstoornis, desoriëntatie, waanachtige ideeën, vaakste hallucinaties zijn sensorisch (vb. beestjes over lichaam voelen kruipen)

2
New cards

Hoe verschilt delirium van dementie?

Delirium: ontwikkelt snel (24u) & neigt in fluctuerend verloop

Dementie: progressieve, geleidelijke achteruitgang + onaangetast bewustzijn

3
New cards

Wat zijn vermoedelijke oorzaken van delirium?

  • Medicatie

  • Luchtweg- & urine-infectie

    • infectie behandelen → delier weg

  • Stoornissen in zouthuishouding & vochtbalans

  • Cardiovasculaire aandoeningen

  • Cerebrovasculaire aandoeningen

  • Metabole stoornissen

  • Urineretentie & indikking & verharding van stoelgang

  • Middelengebruik (intoxicatie- & onthoudingsdelier)

4
New cards

Welke 3 bijkomende symptomen komen voor bij delirium?

1) Verandering in slaappatroon

2) Verandering in stemming: angst, radeloos, vijandig

3) Verandering in psychomotorische activiteit

5
New cards

Welke 3 types delirium worden onderscheiden? Tip: denk aan de bijkomende symptomen.

1) Hyperactieve-hyperalerte type

  • geagiteerd delirium: motorische onrust & agitatie

2) Hypoactieve-hypoalerte type

  • stille delirium: apathisch & teruggetrokken gedrag

3) Gemengde type

  • agitatie & apathie wisselen mekaar af

6
New cards

Wat staat centraal bij dementie?

Achteruitgang in cognitieve functies — stoornissen in

  • geheugen

  • aandacht & concentratie

  • EF

  • oriëntatie

  • waarneming

  • denken

  • aangeleerde vaardigheden (afasie, apraxie, agnosie)

Afhv type dementie andere achteruitgang als eerst

7
New cards

Zijn er bij dementie ook veranderingen in niet-cognitieve domeinen? Welke impact heeft dat op de omgeving

Ja, BPSD

  • affectieve symptomen: meer apathie, depressie

  • psychotische stoornissen

  • persoonlijkheidsveranderingen

  • gedragsproblemen: agressie in gedrag & communicatie

→ Beïnvloeden draaglast van omgeving, mantelzorgers…

  • omgeving denkt vaak dat het deel is van PH, maar is deel van ziekte

8
New cards

Wat is de relatie tussen (de ontwikkeling van) dementie en BPSD?

Hoe meer dementie vordert, hoe meer kans op meer BPSD

9
New cards

De DSM-V noemt dementie nu majeure/uitgebreide of mineure/beperkte neurocognitieve stoornissen. Wat is het verschil tussen beide?

knowt flashcard image
10
New cards

Wat is mild cognitive impairment (MCI) & hoe ontstaat het?

MCI: beperkte neurocognitieve stoornis

Dementie ontstaat niet plots — continuüm

→ Fase van pathologisch cognitief deficit zonder dementie

  • preklinische dementie

  • al klachten, maar geen interferentie met dagelijks leven

<p>MCI: beperkte neurocognitieve stoornis</p><p>Dementie ontstaat niet plots — continuüm</p><p>→ Fase van pathologisch cognitief deficit zonder dementie</p><ul><li><p>preklinische dementie</p></li><li><p>al klachten, maar geen interferentie met dagelijks leven</p></li></ul><p></p>
11
New cards

Wat zijn de 5 criteria voor mild cognitive impairment (MCI)?

1) Subjectieve geheugenklacht (door patiënt of derde)

2) Normale ‘activities of daily living’ (ADL)

3) Normale algemene intelligentie/cognitie

4) Objectieve stoornis in cognitief functioneren

5) Geen dementie

12
New cards

Wat zijn de 3 subtypes van mild cognitive impairment (MCI)? Naar welke types dementie kunnen ze evolueren?

1) Amnestic MCI → Alzheimerdementie

2) Multiple domains MCI → Alzheimerdementie, vasculaire dementie

3) Single non memory domain MCI → Frontotemporale dementie, Lewy Body dementie, primaire progressieve afasie, vasculaire dementie

13
New cards

Wat zijn de 3 sociodemografische risicofactoren voor dementie?

  • Hoge leeftijd

  • Vrouw

  • Lagere SES

14
New cards

Wat is de genetische risicofactor voor dementie?

3-tal genen voor autosomaal dominante vorm van AD

15
New cards

Wat zijn de 5 omgeving risicofactoren voor dementie?

  • Cardiovasculaire risicofactoren

  • Roken

  • Ethyl

  • Ongezonde levensstijl

  • Diabetes

→ Beïnvloedbaar: preventie

16
New cards

Wat is de 5 vingermethode om dementie te voorkomen?

1) Gezond dieet (Mediterraan)

2) Fysieke activiteit

3) Sociale activiteit

4) Mentale stimulatie

5) Cardiovasculaire waarden checken

17
New cards

Wat is het verschil tussen de preseniele en seniele vorm van dementie?

Preseniele vorm: jongdementie (<65 jaar)

  • genetische component

Seniele vorm: begin vanaf 65 jaar

  • incidentie neemt toe met leeftijd

18
New cards

Dementie wordt onderscheiden in corticale & subcorticale dementie. Hoe verschillen ze van elkaar (3)?

Corticale dementie

  • meer neuronenverlies corticaal

  • problemen in expliciet/declaratief geheugen

  • minder motorische problemen

Subcorticale dementie

  • meer neuronenverlies subcorticaal (basale ganglia)

  • problemen in impliciet/niet-declaratief geheugen (proceduraal)

  • prominente motorische problemen

19
New cards

Dementie wordt onderscheiden in corticale & subcorticale dementie. Welke soorten dementie vallen onder elk (3×3)?

Corticale dementie

  • Alzheimer

  • Frontotemporale dementie

  • Lewy Body dementie

Subcorticale dementie

  • Parkinson

  • Chorea van Huntington

  • Subcorticale vasculaire dementie

20
New cards

Welke 2 dementies zijn een gevolg van infecties? Welke andere 3 oorzaken kunnen tot dementie leiden?

1) AIDS dementie

2) Ziekte van Creutzfeldt-Jakob

Andere oorzaken:

  • vasculaire dementie

  • intracraniële tumoren

  • diversen: nier-/leverfalen, bloedarmoede…

21
New cards

Rangschik volgende soorten dementie op basis van prevalentie:

  • Alzheimer

  • frontotemporale dementie

  • Lewy body dementie

  • vasculaire dementie

Is er iets opvallends aan de prevalentie?

Alzheimer > vasculaire dementie > Lewy body dementie > frontotemporale dementie

Veel dementies vaak gepaard met Alzheimer (zie foto)

<p>Alzheimer &gt; vasculaire dementie &gt; Lewy body dementie &gt; frontotemporale dementie</p><p>Veel dementies vaak gepaard met Alzheimer (zie foto)</p>
22
New cards

Wat zijn de 4 kenmerken van Alzheimer?

1) Geheugenstoornissen

2) Andere cognitieve stoornissen

  • afasie, apraxie, agnosie, problemen in uitvoerende functies

3) Geleidelijk begin, progressieve cognitieve achteruitgang

4) Verwardheid, gedragsveranderingen & psychiatrische symptomen (BPSD)

  • ook vaak paranoia door geheugenproblemen

23
New cards

Welke geheugenstoornissen / problemen in het geheugen komen voor bij Alzheimer? Tip: welke komen eerst, welke later?

Pathologische merkers (neurofibrilaire tangles, seniele plaques)

→ Eerst: problemen in episodisch geheugen & anterograde amnesie

→ Later: problemen in topografisch geheugen & retrograde amnesie

24
New cards

Wat zijn de 2 pathologische merkers die aan de basis liggen van Alzheimer?

1) Seniele plaques: beta-amyloïd

  • amyloid cascade hypothese: opstapeling → sterfte van neuronen

  • kunnen zichtbaar gemaakt worden: biomerker positief → grote kans tot ontwikkeling Alzheimer

2) Neurofibrillaire tangles: tau proteïne

  • tau proteïne verandert chemisch & kan structuur binnen neuronen niet meer houden → tangles

<p>1) <u>Seniele plaques: beta-amyloïd</u></p><ul><li><p>amyloid cascade hypothese: opstapeling → sterfte van neuronen</p></li><li><p>kunnen zichtbaar gemaakt worden: biomerker positief → grote kans tot ontwikkeling Alzheimer</p></li></ul><p>2) <u>Neurofibrillaire tangles: tau proteïne</u></p><ul><li><p>tau proteïne verandert chemisch &amp; kan structuur binnen neuronen niet meer houden → tangles</p></li></ul><p></p>
25
New cards

Wat zijn de oorzaken van Alzheimer?

Genen

  • apolipoproteïne E gen, amyloïd precursor proteïne gen, preseniline gen

Blinde vlek in oorzaken → moeilijk medicatie te vinden

26
New cards

Alzheimer heeft enkele atypische varianten. Wat is posterieure corticale atrofie?

Visuoperceptuele & visueel ruimtelijke problemen

27
New cards

Alzheimer heeft enkele atypische varianten. Wat is het frontale variant AD?

Gedragsproblemen & EF stoornissen

Kenmerken overlappen met frontotemporale dementie

28
New cards

Alzheimer heeft enkele atypische varianten. Wat is logopene afasie?

Woordvindingsproblemen

29
New cards

Hoe verschillen de typische & atypische varianten van Alzheimer?

Typische vorm is eerder temporaal

Atypische varianten vaker bij jongdementie

30
New cards

Alzheimer is een continuüm. Welke fasen worden onderscheiden?

Preklinische dementie → mild cognitive impairment (MCI) → dementie

  • plaques & tangles worden groter

<p>Preklinische dementie → mild cognitive impairment (MCI) → dementie </p><ul><li><p>plaques &amp; tangles worden groter</p></li></ul><p></p>
31
New cards

Welke 2 kenmerken (varianten) staan centraal bij frontotemporale dementie (FTD)?

Gedragsvariant

  • progressieve gedragsveranderingen

Taalvariant

  • stoornissen in taalfuncties

  • primaire progressieve afasie (PPA)

Geheugenstoornissen in het begin minder op de voorgrond

32
New cards

Wat zijn de kenmerken van de gedragsvariant van frontotemporale dementie (FTD)? Aan welke breinschade kunnen ze gelinkt worden?

  • Stoornissen in gedrag & uitvoerende functies

  • Gebrek aan inzicht in sociale situaties

  • Decorumverlies

  • Empathieverlies

  • Weinig ziekte-inzicht

  • Later taalproblemen

→ Frontale en/of temporale atrofie

33
New cards

Welke 3 subtypes van de gedragsvariant van frontotemporale dementie (FTD) worden onderscheiden?

1) Apathisch type (initiatiefverlies, desinteresse, emotionele labiliteit)

2) Ontremde type (ontremd gedrag, overmatig kopen, eten, seksueel gedrag)

3) Stereotype dwangmatig gedrag (ritualistische handelingen)

34
New cards

Welke 2 taalvarianten onder frontotemporale dementie (FTD) worden onderscheiden & wat houdt elk in? Aan welke breinschade kunnen ze gelinkt worden?

Taalvariant: primaire progressieve afasie (PPA)

1) Niet vloeiende / agrammatische afasie

  • moeizame, niet vloeiende spraak met grammaticale & fonologische fouten (taalbegrip intact)

  • L frontotemporale atrofie

2) Semantische dementie (SVPPA)

  • verlies van betekenis van objecten & woorden

  • begrip voor betekenis van inhoudswoorden beperkt

  • taalproductie vloeiend, maar steeds leger

  • bilateraal / L temporaalkwabatrofie

35
New cards

Wat zijn de 4 kernsymptomen & 4 bijkomende symptomen van Lewy Body dementie (DLB)?

Kernsymptomen

  • 1) Fluctuerend niveau van cognitief functioneren: uitgesproken variaties in aandacht & alertheid

    • vb. 10 woorden onthouden & weten dat dat gevraagd wordt, maar geen grip hebben op die woorden

  • 2) Visuospatiële problemen

  • 3) Vroeg optredende visuele hallucinaties

  • 4) Tekenen van parkinsonisme (tremoren)

Bijkomende symptomen

  • herhaald vallen

  • tijdelijk kort bewustzijnsverlies

  • REM-slaapgedragstoornis — symptomen erger in de avond

  • overgevoeligheid voor klassieke antipsychotica

36
New cards

Wat zijn de 4 motorische symptomen van Parkinson?

1) Bewegingsarmoede/traagheid

  • akinesie: beweging niet meteen beginnen

  • hypokinesie: verminderd bewegen

  • bradykinesie: langzame uitvoering van beweging

2) Rigiditeit

  • stijfheid van spieren

3) Rusttremor

  • been, hand, hoofd

4) Houdingsinstabiliteit

  • opvallend gebogen houding

37
New cards

Wat zijn de niet-motorische symptomen van Parkinson? Wat is de valkuil van Levodopa hierbij?

Vermoeidheid, slaapproblemen, gestoord reukvermogen, angst, depressie, apathie, motivatieverlies (dopaminetekort)

Valkuil: levodopa-verslaving → teveel aan dopamine → rusteloos met verhoogd risico op hypomanie & automutilatie

38
New cards

Wat zijn de 4 cognitieve symptomen van Parkinson?

1) Executieve disfuncties

2) Aandachtsproblemen

  • selectieve aandacht

3) Geheugenproblemen

  • cues helpen → retrieval problemen

  • geen consolidatieproblemen zoals bij Alzheimer

4) Meer problemen met impliciet geheugen

  • sequentieel motorisch leren

  • vb. uit bed stappen: sequentiële manier van bewegen die je moet volgen

39
New cards

Bij subcorticale dementies zijn dieperliggende structuren, voornamelijk de basale ganglia, aangetast. Van welke 2 connecties/hersenroutes maken ze deel uit? Wat loopt er mis bij Parkinson & Huntington?

Indirecte route: inhiberend

Directe route: activerend

Parkinson: dopaminetekort in striatum → minder activiteit van directe route + overactivatie van indirecte route (hypokinesie)

Huntington: neuronenverlies in striatum → minder activiteit van indirecte route & overactivatie van directe route (onvrijwillige bewegingen)

40
New cards

Bij vasculaire dementie worden 2 types onderscheiden: aandoening van grote vs kleine bloedvaten. Hoe verschillen ze van elkaar?

Aandoening van grote bloedvaten (large vessel disease) → multi-infarct dementie (MID)

  • acuut na CVA

  • meerdere infarcten, daarna trapsgewijze achteruitgang (enkel als er CVA optreedt, verergert het) ←→ Alzheimer: geleidelijk

  • afhv locatie letsel bepaalde cognitieve functies bewaard & andere niet

Aandoening van kleine bloedvaten (small vessel disease)

  • bij ver gevorderde leeftijd → ischemische/vasculaire wittestofafwijkingen (microbloeding)

  • traagheid, minder flexibiliteit, initiatiefverlies, depressie, loopstoornissen, valneigingen, urine-incontinentie

<p><strong>Aandoening van grote bloedvaten (large vessel disease) → multi-infarct dementie (MID)</strong></p><ul><li><p>acuut na CVA</p></li><li><p>meerdere infarcten, daarna trapsgewijze achteruitgang (enkel als er CVA optreedt, verergert het) ←→ Alzheimer: geleidelijk</p></li><li><p>afhv locatie letsel bepaalde cognitieve functies bewaard &amp; andere niet</p></li></ul><p><strong>Aandoening van kleine bloedvaten (small vessel disease)</strong></p><ul><li><p>bij ver gevorderde leeftijd → ischemische/vasculaire wittestofafwijkingen (microbloeding)</p></li><li><p>traagheid, minder flexibiliteit, initiatiefverlies, depressie, loopstoornissen, valneigingen, urine-incontinentie </p></li></ul><p></p>
41
New cards

Wat is de algemene behandeling voor dementie?

Geen genezing!

  • als je oorzaak niet wegneemt, komt het gewoon terug → ingrijpen op neuropathologische markers

→ Quality of Life van patiënt én omgeving optimaliseren

  • symptoombestrijding

  • behandeling BPSD

  • ondersteuning mantelzorgers

42
New cards

Wat is de farmacologische behandeling voor dementie? Tip: verschilt dit voor beginnende vs ernstige dementie?

Beginnende dementie: acetylcholinesterase inhibitoren

  • inhibitie van afbraak acetylcholine → meer beschikbaar in hersenen

Ernstige dementie: NMDA receptor antagonist memantine

→ Symptomen stabiliseren 1-1.5 jaar

43
New cards

Zijn er andere geneesmiddelen die niet enkel op niveau van symptomen zijn?

Ja, geen nieuwe plaques aangemaakt, maar oude blijven bestaan

  • vb. lecanemab

  • statistisch, maar relatief kleinere klinische significantie

44
New cards

Waaruit bestaan amnestische stoornissen?

Problemen om info gedurende lange tijd op te slaan in LTG

45
New cards

Wat zijn 4 oorzaken van amnestische stoornissen?

1) Hersenziekten

2) Middelengebruik

  • Korsakov: anterograde amnesie, moeilijkheden om gebeurtenissen op tijdslijn te plaatsen, weinig ziekte-inzicht, confabulaties

  • chronisch alcoholgebruik + ongezond dieet

3) Traumatische gebeurtenissen

  • (psychogene/dissociatieve amnesie → retrograde amnesie)

4) Transient global amnesia

46
New cards

Wat zijn 3 problemen voor de detectie van depressie bij ouderen?

1) “Zuiver beeld” komt zelden voor op oudere leeftijd

2) Vaak gemaskeerd door lichamelijke klachten

  • vb. hoofdpijn, buikpijn

  • ‘hart spreekt door lichaam’

  • bij 80+ mentale gezondheidsproblemen taboe

3) Kan gepaard gaan met cognitieve problemen: depressieve pseudodementie

  • cognitieve problemen (aandachts- & geheugenproblemen) die secundair met primair psychische stoornis voorkomen (dementia syndrome of depression)

  • geen echte dementie — depressie behandelen → cognitieve problemen weg

47
New cards

Wat zijn 3 principes voor de diagnostiek van neurodegeneratieve aandoeningen?

1) Multidimensioneel

  • cognitie & mentaal welzijn, functioneel (ADL), beeldvorming

2) Interdisciplinair

  • neuropsycholoog, neuroloog, psychiater…

3) Multi-informant & multimethodisch

48
New cards

Wat is een belangrijk aandachtspunt bij de diagnostiek van ouderen?

Correcte normen gebruiken!

  • tussen 60 & 80 jaar al hele grote achteruitgang