Week 1 HC8

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/162

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:17 PM on 6/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

163 Terms

1
New cards

Wat is de definitie van een elektrocardiogram?

Een elektrocardiogram is een hartfilm waarbij de elektrische activiteit van het hart die voorafgaat aan de contractie wordt geregistreerd.

2
New cards

Wat is de eerste stap bij het geleidingsverloop in het hart?

Het signaal begint in de sinusknoop.

3
New cards

Wat is het kenmerk van de geleiding in de sinusknoop bij het geleidingsverloop in het hart?

De geleiding is constant in de sinusknoop.

4
New cards

Wat is de directe vervolgstap nadat het signaal zich in de sinusknoop bevindt bij het geleidingsverloop in het hart?

Via de atria gaat de geleiding naar de AV-knoop.

5
New cards

Wat is de directe vervolgstap nadat de geleiding de AV-knoop heeft bereikt bij het geleidingsverloop in het hart?

Van vanuit de AV-knoop gaat de geleiding naar de bundel van His.

6
New cards

Wat gebeurt er direct na de aankomst van de geleiding in de bundel van His bij het geleidingsverloop in het hart?

De bundel van His splitst in een linker en rechter bundeltak.

7
New cards

Wat is het gevolg van de splitsing in een linker en rechter bundeltak bij het geleidingsverloop in het hart?

De linker en rechter bundeltak zorgen voor de depolarisatie van de ventrikels.

8
New cards

Welk systeem reguleert de sinusknoop?

Het autonoom zenuwstelsel reguleert de sinusknoop.

9
New cards

Wat is het gevolg van de hoogste automaticiteit en de neiging tot spontaan ontladen van de sinusknoop?

De sinusknoop bepaalt de hartslag.

10
New cards

Welke structuur heeft na de sinusknoop de hoogste automaticiteit?

De AV-knoop heeft na de sinusknoop de hoogste automaticiteit.

11
New cards

Wat gebeurt er met de geleiding in de AV-knoop?

In de AV-knoop treedt een vertraging van de geleiding op.

12
New cards

Wat is het mechanisme van de P-golf als ECG-component?

De P-golf vertegenwoordigt de depolarisatie van de atria.

13
New cards

Wat is het mechanisme van het QRS-complex als ECG-component?

Het QRS-complex vertegenwoordigt de depolarisatie van de ventrikels.

14
New cards

Wat is het mechanisme van de T-top als ECG-component?

De T-top vertegenwoordigt de repolarisatie van de ventrikels.

15
New cards

Wat is de lading van hartcellen in rust?

Hartcellen zijn in rust negatief geladen.

16
New cards

Wat gebeurt er met de lading en de celwand tijdens de contractie van hartcellen?

De lading verandert, wat zorgt voor ionstromen over de hartcelwand.

17
New cards

Wat is de eerste stap bij het verloop van de ionstromen over de hartcelwand?

Natrium stroomt eerst naar binnen.

18
New cards

Wat is de directe vervolgstap nadat natrium naar binnen is gestroomd bij de ionstromen over de hartcelwand?

Calcium stroomt daarna naar binnen.

19
New cards

Wat is de directe vervolgstap nadat calcium naar binnen is gestroomd bij de ionstromen over de hartcelwand?

Kalium stroomt vervolgens naar buiten.

20
New cards

Wat is het gevolg op het ECG wanneer een depolarisatie zich naar de positieve pool beweegt?

Een depolarisatie naar de positieve pool geeft een positieve uitslag.

21
New cards

Wat is het gevolg op het ECG wanneer een depolarisatie zich naar de negatieve pool beweegt?

Een depolarisatie naar de negatieve pool geeft een negatieve uitslag.

22
New cards

Wat is het gevolg op het ECG wanneer een repolarisatie zich naar de positieve pool beweegt?

Een repolarisatie naar de positieve pool geeft een negatieve uitslag.

23
New cards

Wat is het gevolg op het ECG wanneer een repolarisatie zich naar de negatieve pool beweegt?

Een repolarisatie naar de negatieve pool geeft een positieve uitslag.

24
New cards

Wat is het mechanisme van de richting van de repolarisatie in de ventrikels?

De repolarisatie in de ventrikels gaat in omgekeerde richting van de depolarisatie.

25
New cards

Wat is het gevolg van de omgekeerde richting van de ventriculaire repolarisatie voor de T-top?

De T-top heeft dezelfde richting als de R-top van het QRS-complex.

26
New cards

Wat is het totale aantal afleidingen en in hoeveel vlakken bevinden deze zich op een ECG?

Er zijn in totaal twaalf verschillende afleidingen in twee vlakken.

27
New cards

Welke mechanismen of fysiologische eigenschappen kunnen een hoge uitslag of grote amplitude op het ECG veroorzaken?

Een hoge uitslag kan ontstaan doordat de geleiding parallel loopt aan de vector, of doordat er op die plek veel spierweefsel aanwezig is.

28
New cards

Wat is het gevolg van een toename van spierweefsel, zoals bij linkerventrikelhypertrofie, voor de elektrische activiteit?

Meer spier betekent meer weefsel, wat leidt tot verhoogde elektrische activiteit.

29
New cards

Wat is het gevolg van de grotere hoeveelheid spierweefsel in het linker ventrikel voor de richting van de ventriculaire depolarisatie?

De depolarisatie van de ventrikels is eerst naar links gericht.

30
New cards

Wat is het mechanisme van de depolarisaties en repolarisaties in het epicard?

In het epicard zijn de depolarisaties als laatste, maar beginnen de repolarisaties als eerste.

31
New cards

Wat is de oorzaak van het specifieke verloop van depolarisatie en repolarisatie in het epicard ten opzichte van het myocard?

In het myocard zijn de actiepotentialen van de myocyten korter.

32
New cards

Wat is de poolverdeling bij de afleiding Einthoven I?

Rechterhand negatief en linkerhand positief.

33
New cards

What is de poolverdeling bij de afleiding Einthoven II?

Rechterhand negatief en linkervoet positief.

34
New cards

Wat is de poolverdeling bij de afleiding Einthoven III?

Linkerhand negatief en linkervoet positief.

35
New cards

Wat is de positieve pool bij de afleiding aVR?

Positieve pool rechterarm.

36
New cards

Wat is de positieve pool bij de afleiding aVL?

Positieve pool linkerarm.

37
New cards

Wat is de positieve pool bij de afleiding aVF?

Positieve pool linkervoet.

38
New cards

Wat is de definitie van de Wilson afleidingen?

Wilson afleidingen zijn unipolaire precordiale afleidingen die de elektrische activiteit van het hart vanuit verschillende posities op de borst registreren.

39
New cards

Wat is de functie van de Wilson afleidingen?

Ze geven inzicht in de stroomrichting en maken het nauwkeurig lokaliseren van afwijkingen mogelijk.

40
New cards

Bij welke anatomische structuur bevindt de precordiale afleiding V1 zich?

Bij het rechter atrium.

41
New cards

Bij welke anatomische structuur bevindt de precordiale afleiding V2 zich?

Bij het rechter ventrikel.

42
New cards

Bij welke anatomische structuur bevindt de precordiale afleiding V3 zich?

Bij het septum.

43
New cards

Bij welke anatomische structuur bevinden de precordiale afleidingen V4, V5 en V6 zich?

Bij het linker ventrikel.

44
New cards

Wat is de volledige en chronologische volgorde van stappen in het stappenplan voor de beoordeling van een ECG?

  1. Ritme (P-top morfologie).

  2. Hartfrequentie (QT-tijd).

  3. Geleidingstijden.

  4. Elektrische hartas.

  5. QRS-morfologie.

  6. ST-segment en T-top.

  7. Vergelijking met eventueel oud ECG.

  8. Verslaglegging.

45
New cards

Wat is de definitie van een sinusritme?

Dit is een hartslag die wordt opgewekt in de sinoatriale (SA) knoop.

46
New cards

In welke afleiding is is de P-top bij een normaal sinusritme zichtbaar op het ECG?

Een positieve P-top is zichtbaar in afleidingen I, II en aVF, en een negatieve P-top in aVR.

47
New cards

Wat gebeurt er met de impulsen bij een sinusarrest?

De sinusknoop faalt in het afvuren van impulsen.

48
New cards

Wat is het directe gevolg van het falen van de sinusknoop bij een sinusarrest?

Dit leidt tot een tijdelijke onderbreking van het ritme.

49
New cards

Hoe weerspiegelt een sinusarrest zich visueel op het ECG?

Zichtbaar op het ECG als een vlakke lijn (flatline) zonder elektrische activiteit.

50
New cards

Wat is het ontstaansmechanisme van een (ectopisch) atriaal ritme?

Het ritme ontstaat vanuit een andere groep cellen in de atria die sneller vuren dan de sinusknoop.

51
New cards

Wat is de onderliggende pathologie of oorzaak waardoor de sinusknoop zijn functie verliest bij een (ectopisch) atriaal ritme?

Dit kan het gevolg zijn van ischemie of intoxicatie.

52
New cards

Hoe weerspiegelt een (ectopisch) atriaal ritme zich visueel op de P-top van het ECG?

Zichtbaar op het ECG als een P-top met een afwijkend uiterlijk ten opzichte van de normale P-top.

53
New cards

Wat is het elektrische mechanisme in de atria bij atriale aritmieën (zoals atriumfibrilleren)?

Er is sprake van elektrische chaos in de atria.

54
New cards

Hoe weerspiegelen de atriale activiteit en de P-toppen zich visueel bij atriale aritmieën (zoals atriumfibrilleren)?

Er zijn geen duidelijke P-toppen te onderscheiden; er zijn onregelmatige, lage fluctuaties zichtbaar.

55
New cards

Wat is het kenmerkende teken van de ventriculaire respons bij atriale aritmieën (zoals atriumfibrilleren)?

De QRS-complexen volgen elkaar op onregelmatige intervallen op.

56
New cards

Wat is de standaardsnelheid of loopsnelheid van het ECG-papier?

De loopsnelheid is meestal 25 mm/s.

57
New cards

Wat is de tijdsduur van een groot vakje (bestaande uit vijf kleine hokjes) op het ECG-papier?

Een groot vakje is 200 ms.

58
New cards

Wat is de tijdsduur van een klein vakje op het ECG-papier?

Een klein vakje is 40 ms.

59
New cards

Voor welk type ritmes wordt Methode 1 voor het bepalen van de hartfrequentie gebruikt en hoe luidt de bijbehorende staffel op basis van het aantal grote hokjes tussen twee R-toppen?

Methode 1 wordt toegepast bij snelle, reguliere ritmes, waarbij 1 groot vakje = 300 slagen/min, 2 = 150 slagen/min, 3 = 100 slagen/min, 4 = 75 slagen/min, 5 = 60 slagen/min en 6 = 50 slagen/min.

60
New cards

Hoe wordt de hartfrequentie exact berekend volgens Methode 2?

De hartfrequentie wordt berekend door 1500 te delen door het aantal kleine vakjes tussen twee opeenvolgende R-toppen.

61
New cards

Voor welk type ritmes wordt Methode 3 gebruikt en hoe wordt de hartfrequentie via deze methode berekend?

Methode 3 wordt toegepast bij trage of onregelmatige ritmes, waarbij het aantal QRS-complexen in een periode van tien seconden wordt geteld en vervolgens vermenigvuldigd met zes.

62
New cards

Wat is de normaalwaarde en de omvang in kleine vakjes van de PQ-tijd?

De normaalwaarde is 120–200 milliseconden (3–5 kleine vakjes).

63
New cards

Wat is de exacte meetmethode voor het bepalen van de PQ-tijd?

Gemeten vanaf het begin van de P-top tot het begin van het QRS-complex.

64
New cards

Op welk pathofysiologisch mechanisme in de AV-knoop wijst een verlengde PQ-tijd, en bij welke specifieke cardiale pathologieën komt dit voor?

Dit wijst op een vertraagde geleiding door de AV-knoop, wat voorkomt bij een eerstegraads AV-blok, tweedegraads AV-blok (type 1 en type 2) of een derdegraads AV-blok.

65
New cards

Wat is de betekenis van een verkorte PQ-tijd (<120 ms) en via welke anatomische structuur verloopt het signaal dan, zoals bij het Wolff-Parkinson-White-syndroom?

Dit duidt op een te snelle AV-geleiding, waarbij het signaal via een accessoire bundel verloopt in plaats van via de AV-knoop.

66
New cards

Wat is de normaalwaarde van de QRS-duur?

Minder dan 120 ms.

67
New cards

Wat is de algemene oorzaak van een verlengde QRS-duur (>120 ms) en welke drie specifieke cardiale condities kunnen hieraan ten grondslag liggen?

Dit ontstaat wanneer de depolarisatie niet via de normale geleidingsroute verloopt, veroorzaakt door een bundeltakblok, een antidrome re-entry tachycardie, of wanneer de depolarisatie ergens anders in de ventrikel begint (zoals bij ventrikeltachycardie of ventrikelfibrilleren).

68
New cards

Wat is de normaalwaarde van de QTc-tijd voor mannen?

Korter dan 450 ms.

69
New cards

Wat is de normaalwaarde van de QTc-tijd voor vrouwen?

Korter dan 460 ms.

70
New cards

Wat is de definitie van de QTc-tijd?

De QT-tijd (van het begin van de Q-golf tot het einde van de T-top) gecorrigeerd voor de hartfrequentie met behulp van het RR-interval.

71
New cards

Hoe luidt de wiskundige formule voor de berekening van de QTc-tijd?

QTc = QT / √(RR-interval).

72
New cards

Welke klinische factoren, stoornissen of syndromen kunnen een verlengde QT-tijd veroorzaken?

Dit kan voorkomen bij het gebruik van anti-aritmica, elektrolytstoornissen, het lange QT-syndroom of na een myocardinfarct.

73
New cards

Wat zijn de ECG-kenmerken en het klinische verloop van een eerstegraads AV-blok?

De PR-tijd is verlengd, maar alle signalen worden nog wel doorgegeven; het is meestal goedaardig.

74
New cards

Wat is het algemene kenmerk van een tweedegraads AV-blok?

Er vallen signalen uit.

75
New cards

Wat is het specifieke verloop van de PR-tijd en de ventriculaire respons bij een tweedegraads AV-blok Type 1 (Wenckebach, Mobitz I)?

De PR-tijd wordt geleidelijk langer totdat een P-top niet wordt gevolgd door een QRS-complex; dit is meestal goedaardig.

76
New cards

Wat is het specifieke gedrag van de PR-tijd en het QRS-complex bij een tweedegraads AV-blok Type 2 (Mobitz II), en wat is de klinische betekenis hiervan?

De PR-tijd blijft constant, maar er valt plotseling een QRS-complex weg; dit duidt op schade aan het geleidingssysteem die vaak verergert en vereist meestal een pacemaker.

77
New cards

Wat is het elektrocardiografische mechanisme bij een derdegraads AV-blok (totaal AV-blok)?

Er worden helemaal geen signalen doorgegeven (AV-dissociatie).

78
New cards

Wat is het directe gevolg van het feit dat de elektrische geleiding de hartkamers niet meer bereikt bij een derdegraads AV-blok?

Er ontstaat een escaperitme met een lagere frequentie dan het normale ritme.

79
New cards

Wat is de klinische betekenis en de noodzakelijke therapeutische interventie bij een derdegraads AV-blok?

Het duidt op schade aan het geleidingssysteem die vaak verergert; meestal is een pacemaker noodzakelijk.

80
New cards

Wat is de specifieke hartfrequentie van een escaperitme wanneer de oorsprong in de atria ligt?

50–60 slagen per minuut.

81
New cards

Wat is de specifieke hartfrequentie van een escaperitme wanneer de oorsprong in de AV-knoop ligt?

45–450 slagen per minuut.

82
New cards

Wat is de specifieke hartfrequentie van een escaperitme wanneer de oorsprong in de ventrikels ligt?

30–35 slagen per minuut.

83
New cards

Wat is de definitie van een tachycardie?

Er is sprake van een te snel ritme.

84
New cards

Welke specifieke cardiale ritmestoornissen horen bij de differentiaaldiagnose van een regulair breedcomplex tachycardie (>120 ms)?

Ventriculaire tachycardie, SVT met bundeltakblok, AVRT (antidroom).

85
New cards

Welke specifieke cardiale ritmestoornissen horen bij de differentiaaldiagnose van een irregulair breedcomplex tachycardie (>120 ms)?

Ventrikelfibrilleren, SVT met bundeltakblok, atriumfibrilleren over extra bundel.

86
New cards

Welke specifieke cardiale ritmestoornissen horen bij de differentiaaldiagnose van een regulair smalcomplex tachycardie (<120 ms)?

Atriumflutter, atriale tachycardie, AVRT (orthodroom), AV-nodale reentry tachycardia (AVNRT), sinustachycardie.

87
New cards

Welke specifieke cardiale ritmestoornissen horen bij de differentiaaldiagnose van een irregulair smalcomplex tachycardie (<120 ms)?

Atriumfibrilleren, atriumflutter.

88
New cards

Wat is de definitie van de elektrische hartas?

De richting van de vector, oftewel de gemiddelde elektrische richting van het hart.

89
New cards

Wat is de normaalwaarde van de elektrische hartas en tussen welke twee specifieke Goldberger afleidingen bevindt deze zich?

Ligt tussen -30° en 90°, wat tussen de afleidingen aVL and aVF is.

90
New cards

Wat is de algemene beoordelingsmethode om de richting van de hartas te bepalen aan de hand van het QRS-complex?

Er wordt gekeken of het QRS-complex in een specifieke afleiding overwegend positief of negatief is; bij een overwegend positief complex wijst de hartas in de richting van die afleiding.

91
New cards

Wat is de conclusie over de elektrische hartas als de QRS-complexen in zowel afleiding I als afleiding aVF overwegend positief zijn?

De hartas ligt tussen afleiding I en aVF, dus tussen 0° en 90° (normaal).

92
New cards

Wat is de conclusie over de elektrische hartas als het QRS-complex in afleiding I overwegend negatief is en in aVF overwegend positief, en welke pathologie kan dit veroorzaken?

Er is sprake van een rechterhartas (meestal abnormaal), wat veroorzaakt kan worden door rechterventrikelhypertrofie.

93
New cards

Wat is de conclusie over de elektrische hartas als de QRS-complexen in zowel afleiding I als afleiding aVF overwegend negatief zijn?

De hartas bevindt zich in het extreme kwadrant.

94
New cards

Wat is de vervolgstap in de beoordelingsmethode wanneer het QRS-complex in afleiding I overwegend positief is en in aVF overwegend negatief, en wat zijn de bijbehorende conclusies op basis van deze vervolgstap?

Er moet worden gekeken naar afleiding II: als afleiding II positief is, is de hartas normaal; als afleiding II negatief is, is de hartas abnormaal.

95
New cards

Welke cardiale verandering of aandoening wordt vastgesteld aan de hand van de P-top morfologie?

Aan de hand van de P-top morfologie wordt vastgesteld of er sprake is van atriumvergroting.

96
New cards

Wat is het mechanisme van fysiologische aanpassing van de hartspier wanneer het hart chronisch tegen een hogere druk moet pompen?

Er ontstaat hypertrofie van de ventrikels, terwijl de atria dilateren.

97
New cards

Wat is de normale vorm of uiterlijk van de P-top in afleiding V1?

De P-top in afleiding V1 is normaal gesproken bifasisch.

98
New cards

Welke anatomische structuur wordt gerepresenteerd door het eerste deel van de bifasische P-top in afleiding V1, en wat is de polariteit van dit deel?

Het eerste deel is positief en representeert het rechter atrium.

99
New cards

Welke anatomische structuur wordt gerepresenteerd door het tweede deel van de bifasische P-top in afleiding V1, en wat is de polariteit van dit deel?

Het tweede deel is negatief en representeert het linker atrium.

100
New cards

Wat is het elektrocardiografische criterium in afleiding V1 dat wijst op dilatatie van een atrium?

Als het oppervlak van één van deze delen groter is dan één klein vakje, wijst dit op dilatatie van het bijbehorende atrium.