vdi 2 chronishe

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/49

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:08 AM on 6/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

50 Terms

1
New cards

Wat is de belangrijkste functie van insuline?

Insuline zorgt ervoor dat glucose vanuit het bloed opgenomen wordt in de lichaamscellen, waardoor de glycemie daalt. Insuline wordt geproduceerd door de β-cellen van de pancreas.

2
New cards

Welke functie heeft glucagon?

Glucagon wordt geproduceerd door de α-cellen van de pancreas en verhoogt de glycemie door opgeslagen glycogeen om te zetten in glucose.

3
New cards

Wat is het verschil tussen diabetes type 1 en type 2?

Type 1: auto-immuunziekte waarbij de β-cellen geen insuline meer produceren. Type 2: insulineresistentie waarbij cellen minder gevoelig worden voor insuline, gevolgd door uitputting van de pancreas.

4
New cards

Wat zijn de klassieke symptomen van diabetes type 1?

Polyurie, polydipsie, vermagering en hyperglycemie.

5
New cards

Waarom ontstaan ketonen bij diabetes type 1?

Door een tekort aan insuline kunnen cellen geen glucose opnemen, waardoor het lichaam vetten gaat verbranden. Hierbij ontstaan ketonen.

6
New cards

Wat zijn kenmerken van diabetische ketoacidose?

Hyperglycemie, ketonen in bloed of urine, verzuring van het lichaam, zoet-fruitige ademgeur en risico op hartritmestoornissen.

7
New cards

Welke risicofactoren verhogen de kans op diabetes type 2?

Hogere leeftijd, te weinig beweging, overgewicht en ongezonde voeding.

8
New cards

Welke nuchtere glycemiewaarde wijst op diabetes?

Een nuchtere glycemie van ≥ 126 mg/dl (7,0 mmol/l).

9
New cards

Vanaf welke niet-nuchtere glycemiewaarde spreekt men van diabetes?

Een niet-nuchtere glycemie van ≥ 200 mg/dl.

10
New cards

Wat betekent GGT (gestoorde glucosetolerantie)?

Een voorstadium van diabetes (prediabetes) met verhoogde glucosewaarden.

11
New cards

Wat meet HbA1c?

Het percentage hemoglobine waaraan glucose gebonden is en geeft een beeld van de gemiddelde glycemie van de afgelopen 2 à 3 maanden.

12
New cards

Noem vier langetermijncomplicaties van diabetes.

Macroangiopathie, microangiopathie, neuropathie en diabetesvoet.

13
New cards

Wat is macroangiopathie?

Beschadiging van grote bloedvaten die kan leiden tot een CVA of myocardinfarct.

14
New cards

Wat zijn symptomen van hypoglycemie?

Sufheid, verwardheid, zweten, slecht zien en een koude huid.

15
New cards

Hoe behandel je een hypoglycemie?

Eerst snelle suikers geven (bv. druivensuiker of frisdrank), daarna trage suikers.

16
New cards

Wat zijn symptomen van hyperglycemie?

Dorst, polyurie, droge mond en een zoete ademgeur.

17
New cards

Wat zijn de vier pijlers van de diabetesbehandeling?

Educatie, medicatie, voeding en beweging.

18
New cards

Wat is de eerstekeuzebehandeling bij diabetes type 2?

Leefstijlaanpassingen gecombineerd met een biguanide, meestal metformine.

19
New cards

Wat is het werkingsmechanisme van GLP-1-agonisten?

Ze stimuleren de insulinesecretie, vertragen de maaglediging en verminderen de eetlust.

20
New cards

Hoe werken SGLT2-remmers?

Ze verhogen de uitscheiding van glucose via de urine door de heropname in de nieren te remmen.

21
New cards

Waarom prik je bij een glycemiemeting aan de zijkant van de vingertop?

Omdat daar minder zenuwuiteinden zitten, waardoor de prik minder pijnlijk is.

22
New cards

Waarom mag je de vingertop niet ontsmetten met alcohol voor een glycemiemeting?

Alcohol kan foutief verhoogde meetwaarden veroorzaken.

23
New cards

Wat is lipodystrofie?

Veranderingen in het onderhuids vetweefsel door herhaaldelijk injecteren op dezelfde plaats, waardoor insuline minder goed wordt opgenomen.

24
New cards

Waarom moet je injectieplaatsen afwisselen?

Om lipodystrofie te voorkomen en een voorspelbare insulineopname te behouden.

25
New cards

Waarom wordt een pennaald slechts één keer gebruikt?

Om steriliteit te garanderen, weefselschade te voorkomen en verstopping of verbuiging van de naald te vermijden.

26
New cards

Wat betekent purgeren bij een insulinepen?

Twee eenheden insuline wegspuiten om de doorgankelijkheid van de naald te controleren en luchtbellen te verwijderen.

27
New cards

Waarom wacht je 10 seconden na een insuline-injectie?

Om terugvloei van insuline te voorkomen en de volledige dosis toe te dienen.

28
New cards

Waar wordt snelwerkende insuline bij voorkeur toegediend?

In de buik, omdat daar de opname het snelst verloopt.

29
New cards

Waar wordt traagwerkende insuline bij voorkeur toegediend?

In het bovenbeen of de bil, waar de opname trager verloopt.

30
New cards

Hoe bewaar je insuline correct?

Ongebruikte insuline in de koelkast (groentelade). Insuline in gebruik maximaal 4 weken op kamertemperatuur.

31
New cards

Wat is het verschil tussen gerontologie en geriatrie?

Gerontologie bestudeert het normale verouderingsproces. Geriatrie richt zich op de medische zorg voor ouderen.

32
New cards

Wat zijn kenmerken van een geriatrische patiënt?

Verminderde homeostase, polypathologie, polyfarmacie, functionele achteruitgang en psychosociale problematiek.

33
New cards

Wat is polyfarmacie?

Het gelijktijdig gebruik van vijf of meer geneesmiddelen.

34
New cards

Waarvoor dient het geriatrisch risicoprofiel (GRP)?

Om bij patiënten van 75 jaar en ouder het risico op geriatrische problemen te screenen.

35
New cards

Vanaf welke score is een patiënt een geriatrische risicopatiënt volgens het GRP?

Vanaf een score van 2 of meer.

36
New cards

Welke zes ADL-functies beoordeelt de Katz-schaal?

Wassen, kleden, verplaatsen, toiletbezoek, continentie en eten.

37
New cards

Wat is het doel van BelRAI?

Zorgnoden in kaart brengen, de kwaliteit van zorg verbeteren en de communicatie tussen zorgverleners bevorderen.

38
New cards

Welke huidveranderingen treden op bij het ouder worden?

Dunnere huid, verminderde wondheling, droge huid, minder zweten en verhoogd risico op skin tears.

39
New cards

Wat zijn verpleegkundige aandachtspunten bij de oudere huid?

Decubituspreventie, hydratatie, voorzichtige huidzorg en voorzichtig omgaan met kleefpleisters.

40
New cards

Welke veranderingen treden op in het centraal zenuwstelsel bij veroudering?

Hersenatrofie, tragere informatieverwerking en een veranderd slaappatroon.

41
New cards

Waarom stijgt het risico op diabetes type 2 bij ouderen?

Door verminderde insulinesecretie en afgenomen gevoeligheid voor insuline.

42
New cards

Welke veranderingen treden op in de urinewegen bij ouderen?

Afname van de nierfunctie, verhoogd risico op urineverlies, urineweginfecties en intoxicaties.

43
New cards

Waarom hebben ouderen een verhoogd valrisico?

Door afname van spierkracht, evenwichtsstoornissen, zintuiglijke achteruitgang en tragere reflexen.

44
New cards

Wat is dementie?

Een progressieve aandoening waarbij zenuwcellen verloren gaan, wat leidt tot cognitieve achteruitgang en problemen in het dagelijks functioneren.

45
New cards

Wat is de meest voorkomende vorm van dementie?

De ziekte van Alzheimer.

46
New cards

Welke vier kernsymptomen horen bij Alzheimerdementie?

Geheugenstoornissen, oriëntatiestoornissen, afasie/apraxie/agnosie en beperkingen in het dagelijks functioneren.

47
New cards

Wat betekenen afasie, apraxie en agnosie?

Afasie: taalstoornis. Apraxie: stoornis in doelgerichte handelingen. Agnosie: voorwerpen of personen niet meer herkennen.

48
New cards

Wat meet de MMSE?

De Mini Mental State Examination screent cognitieve functies zoals oriëntatie, geheugen, aandacht en taal.

49
New cards

Welke MMSE-score wijst op cognitieve aantasting?

Een score lager dan 23 op 30.

50
New cards

Noem vijf benaderingswijzen bij dementie.

Realiteitsoriëntatie (ROT), validation, snoezelen, reminiscentie en life review.