Kaarten: SV ACC CL1 | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/99

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:53 PM on 5/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

100 Terms

1
New cards

Wat is een balans?

Een momentopname van het vermogen van een entiteit, bekeken vanuit twee kanten: activa (aanwending van vermogen) en passiva (bronnen van vermogen). Balansevenwicht: totaal activa = totaal passiva.

2
New cards

Wat zijn activa?

Hoe het vermogen is aangewend (opslorping): bezittingen en vorderingen. Antwoord op de vraag: 'Waar zit ons geld in?'

3
New cards

Wat zijn passiva?

De bronnen van het vermogen (oorsprong): schulden (aan aandeelhouders, bank, leveranciers...). Antwoord op de vraag: 'Van waar is dit geld afkomstig?'

4
New cards

Wat is de resultatenrekening (RR)?

Een overzicht over een volledig boekjaar van alle opbrengsten en kosten die het eigen vermogen hebben verhoogd of verlaagd.

Geen momentopname - het is een periodeoverzicht.

5
New cards

structuur resultatenrekening (RR)

Bedrijfsopbrengsten - Bedrijfskosten

= Bedrijfswinst/-verlies + Financiële opbrengsten - Financiële kosten

= Winst/verlies uit gewone bedrijfsoefening + Niet-recurrente opbrengsten - Niet-recurrente kosten

= Winst/verlies voor belastingen - Belastingen

= Winst/verlies van het boekjaar

6
New cards

Wat is de formule voor het balansevenwicht met de resultatenrekening?

A = VV + (EV + O - K)

Activa = Vreemd Vermogen + Eigen Vermogen + Opbrengsten - Kosten

7
New cards

Wat zijn de 4 soorten (T-)rekeningen?

  • A = Activarekeningen

  • P = Passivarekeningen

  • O = Opbrengstenrekeningen (nr. 7)

  • K = Kostenrekeningen (nr. 6)

8
New cards

Hoe werkt de T-rekening voor activa en kosten (debet/credit)?

  • Activa: D = stijging (+), C = daling (-)

  • Kosten (6): D = stijging (+), C = daling (-)

  • Passiva: D = daling (-), C = stijging (+)

  • Opbrengsten (7): D = daling (-), C = stijging (+)

9
New cards

Wat is het journaal?

Een wettelijk verplicht dagboek waarin elke financieel-economische verrichting chronologisch wordt geregistreerd. Het vormt de basis voor het bijwerken van de grootboekrekeningen.

10
New cards

Wat is het verschil tussen proefbalans en saldibalans?

  • Proefbalans:

    • toont alle totalen (debet én credit) van alle rekeningen

    • controleert of D-totaal = C-totaal.

  • Saldibalans:

    • toont per rekening het saldo (verschil D-C)

    • is een voorloper van de definitieve jaarrekening en laat winst/verlies al aflezen.

11
New cards

Waarvoor dient de saldibalans?

  1. Controleren of rekenkundig alles klopt (proeffunctie)

  2. Ruwe versie van balans en resultatenrekening tonen

  3. Winst/verlies aflezen na sortering van rekeningen

12
New cards

Wat is een inventaris (boekhoudkundig)?

Een jaarlijks overzicht per einde boekjaar van werkelijke bezittingen, vorderingen en schulden, bedoeld om de boekhouding te regulariseren (afschrijvingen, btw-regelingen, voorraden) en te toetsen aan de werkelijkheid.

13
New cards

Wat zijn de 8 stappen van boekhoudkundige verwerking?

  1. Openen beginbalans

  2. Analyseren financieel-economische verrichtingen

  3. Journaliseren

  4. Bijwerken grootboek

  5. Voorlopige proef- & saldibalans

  6. Inventarisverrichtingen

  7. Definitieve proef- & saldibalans

  8. Opstellen jaarrekening

14
New cards

Wat zijn de klassen van het MAR (Minimum Algemeen Rekeningstelsel)?

  • 0 = Orderekeningen

  • 1 = Eigen vermogen & vreemd vermogen LT

  • 2 = Vaste activa & vorderingen > 1j

  • 3 = Voorraden

  • 4 = Vorderingen & schulden < 1j

  • 5 = Geldbeleggingen & liquide middelen

  • 6 = Kosten

  • 7 = Opbrengsten

15
New cards

Wat zijn orderekeningen (klasse 0)?

Rekeningen voor potentiële schulden en vorderingen (rechten en plichten) die nog niet op de balans staan, maar wel een impact kunnen hebben op de instelling.

Voorbeeld: waarborgverplichtingen (borgstelling bij lening van een andere entiteit).

16
New cards

Wat zijn immateriële vaste activa?

Niet-tastbare vaste activa zoals software, licenties, octrooien die langer dan 1 jaar worden gebruikt.

17
New cards

Wat zijn materiële vaste activa (MVA)? Geef voorbeelden.

Tastbare vaste activa met levensduur > 1 jaar:

  • terreinen & gebouwen

  • installaties/machines/uitrusting

  • meubilair & rollend materieel

  • leasing

  • activa in aanbouw

18
New cards

Wat zijn financiële vaste activa?

  • Aandelen of vorderingen in instellingen waarmee men een duurzame/LT band wil onderhouden:

    • Andere (<10% aandelen)

    • Deelneming (10-50%)

    • Verbonden onderneming (>50%)

  • Vzw's kennen geen aandelen maar kunnen verbonden zijn via vorderingen.

19
New cards

Wat zijn vlottende activa? Noem de categorieën.

Activa met looptijd < 1 jaar:

  • Voorraden & bestellingen in uitvoering

  • Vorderingen op ten hoogste 1 jaar

  • Geldbeleggingen (tijdelijke belegging van overschotten)

  • Liquide middelen (bank & kas)

20
New cards

Wat is het verschil tussen monetaire en niet-monetaire balansposten?

  • Monetaire posten zijn uitgedrukt in euro's en veranderen niet van waarde (bv. vorderingen op debiteuren = x euro).

  • Niet-monetaire posten zijn bezittingen waarvoor je eigenaar bent van rechten, niet van euro's (bv. gebouwen, voorraden) → vereisen waarderingsregels.

21
New cards

Wat is het eigen vermogen bij ondernemingen?

EV = kapitaal + uitgiftepremies + herwaarderingsmeerwaarden + reserves + overgedragen winst + kapitaalsubsidies.

Niet opeisbaar ↔ schulden die wel opeisbaar zijn.

22
New cards

Wat zijn reserves bij ondernemingen?

Niet-uitgekeerde winsten die de aandeelhoudersvergadering besloten heeft te reserveren in plaats van uit te keren als dividend. Reserves zijn altijd positief.

23
New cards

Wat zijn voorzieningen voor risico's en kosten?

Een balansrubriek bij vreemd vermogen voor toekomstige kosten waarvan het bedrag nog niet exact vaststaat. Er moet aan 5 cumulatieve voorwaarden worden voldaan.

24
New cards

Wat is het principe van ondernemingsentiteit?

Elke rechtspersoon voert zijn eigen boekhouding. Probleem in de publieke sector: één gemeente kan zowel volgens Vlaamse als federale boekhoudwetgeving moeten rapporteren (bv. politiezone).

25
New cards

Wat is het continuïteitsbeginsel (going concern)?

De organisatie wordt geacht voort te bestaan tenzij het tegendeel bewezen is. Bij waardering van activa en passiva ga je ervan uit dat de entiteit blijft voortbestaan. Faillissement verandert de berekening van ontslagvergoedingen etc.

26
New cards

Wat is het bestendigheidsbeginsel?

Waarderingsregels moeten van jaar tot jaar consistent worden toegepast. Wijziging is toegestaan mits geldige reden, mededeling en consistente toepassing van de nieuwe regel.

27
New cards

realisatieprincipe (toerekening)

Opbrengsten en kosten worden geboekt op het ogenblik dat ze gerealiseerd zijn, niet wanneer ze betaald worden.

Bv. een verkoop in 2018 met betaling in 2019 wordt in 2018 geboekt.

28
New cards

Wat is het matchingprincipe (overeenstemmingsprincipe)?

Opbrengsten en de bijbehorende kosten moeten in hetzelfde boekjaar worden uitgedrukt.

Bv. de kosten van goederen die je in 2018 verkoopt, moeten ook in 2018 geboekt worden.

29
New cards

principe van niet-compensatie

Vorderingen en schulden met dezelfde tegenpartij mogen niet gesaldeerd worden. Beide moeten afzonderlijk in de boekhouding staan om een betrouwbaar beeld te geven.

30
New cards

Wat is het voorzichtigheidsbeginsel?

De instelling mag zichzelf niet gunstiger voorstellen dan ze in werkelijkheid is. Bij twijfel over de waarde van een vordering wordt een waardevermindering geboekt.

31
New cards

Wat is 'cosmetic accounting' of 'window dressing'?

Het oordeelsmatig manipuleren van de boekhouding om een bepaalde indruk te wekken bij stakeholders.

Toegelaten in bepaalde mate (bv. keuze afschrijvingsritme), maar fraude is verboden.

32
New cards

Wat is het 'true and fair view'-principe?

JR moet een waar en getrouw beeld geven. Dit betekent dat de ontvanger op basis vd JR een correct oordeel kan vormen over de financiële toestand.

33
New cards

Wat is het verschil tussen IAS/IFRS en Belgisch boekhoudrecht?

  • IAS/IFRS: nauwkeurigheid van het resultaat, marktwaarden (fair value), verplicht voor beursgenoteerde geconsolideerde ondernemingen.

  • Belgisch boekhoudrecht: betrouwbaarheid & algemene bruikbaarheid, historische kostprijs, voor alle Belgische rechtspersonen.

34
New cards

Wat is de historische kostprijs (aanschaffingswaarde)?

De waarde waartegen een actief bij verwerving in de boekhouding wordt opgenomen: de aankoopprijs + bijkomende kosten. Dit is de standaard waarderingsregel bij verwerving.

35
New cards

Wat zijn afschrijvingen?

De systematische spreiding van de aanschaffingswaarde van een vast actief met beperkte levensduur over de geschatte gebruiksduur. Bedoeld om slijtage te weerspiegelen als kost in de resultatenrekening.

36
New cards

Wat zijn de 3 afschrijvingsritmes?

  1. Lineair: elk jaar evenveel (meest gebruikelijk, ~99,5%)

  2. Degressief: in het begin meer afschrijven, later minder

  3. Progressief: in het begin weinig, naar het einde toe meer

37
New cards

Wat is 'pro rata temporis' bij afschrijvingen?

Afschrijven naar rato van de periode dat het actief in het BJ gebruikt is.

Bv. een machine aangekocht op 1 juli wordt in jaar 1 slechts voor 6/12 van de jaarlijkse afschrijving afgeschreven.

38
New cards

Verschil afschrijving en waardevermindering?

  • Afschrijving: systematische en geplande spreiding van kosten over de levensduur van een afschrijfbaar actief.

  • Waardevermindering: verplichte aanpassing wanneer de boekwaarde hoger is dan de reële waarde door een specifieke reden (bv. stormschade, verontreiniging van terrein). Niet beperkt tot afschrijfbare activa.

39
New cards

Wanneer mag een herwaarderingsmeerwaarde geboekt worden?

Enkel wanneer:

(1) de meerwaarde vaststaand en blijvend is, en

(2) de rentabiliteit van de instelling de meerwaarde verantwoordt (ze moet gerealiseerd kunnen worden).

De meerwaarde verhoogt de activa en het eigen vermogen (herwaarderingsmeerwaarden).

40
New cards

Hoe werkt btw in de boekhouding (nuloperatie)?

  • Bij aankopen: btw is een vordering op de fiscus (terugvorderbare btw, actief).

  • Bij verkopen: btw is een schuld aan de fiscus (verschuldigde btw, passief).

  • Het verschil wordt periodiek doorgestort → nuloperatie voor de onderneming, geen kost/opbrengst.

41
New cards

Wat is het onderscheid kleine, grote en zeer grote vzw?

  • Kleine vzw: vereenvoudigde boekhouding (kasboek)

  • Grote vzw: ≥2 van: 5+ VTE, €312.500+ ontvangsten, €1.249.500+ balanstotaal → volledige boekhouding

  • Zeer grote vzw: >50 VTE of >€7,3 mln ontvangsten of >€3,65 mln balanstotaal → volledige boekhouding + audit

42
New cards

Wat omvat de vereenvoudigde boekhouding van een kleine vzw?

  • Dagboek van ontvangsten en uitgaven (kasboekhouding)

  • Jaarlijkse inventaris

  • Jaarrekening = staat van ontvangsten en uitgaven + toelichting (incl. staat van het vermogen)

43
New cards

Wat is de staat van het vermogen? Is dit hetzelfde als een balans?

Nee! De staat van het vermogen is een extracomptabel overzicht van bezittingen, schulden, rechten en verplichtingen. Er is géén evenwicht (links ≠ rechts) en géén eigen vermogen opgenomen. Het vloeit niet voort uit de boekhouding en is geen echte balans.

44
New cards

Wat zijn rechten en verplichtingen in de staat van het vermogen?

Potentiële vorderingen en schulden die onder bepaalde voorwaarden echte vorderingen of schulden kunnen worden (bv. een borgstelling: pas schuld als de lener niet betaalt).

45
New cards

Wat is het verschil tussen bestemde fondsen en reserves?

  • Reserves: niet-uitgekeerde winsten in vennootschappen, te verdelen aan aandeelhouders → bestaan NIET in vzw's.

  • Bestemde fondsen: middelen die een vzw oormerkt voor een specifiek doel; gevoed door winsten of fundraising → bestaan enkel bij vzw's en zijn altijd positief.

46
New cards

Wat zijn de 5 cumulatieve voorwaarden om een voorziening te boeken?

  1. Kost is (met grote waarschijnlijkheid) opgelopen in het boekjaar

  2. Exact bedrag ligt niet vast per einde boekjaar

  3. Kost is gevolg van een duidelijk omschreven, individualiseerbare gebeurtenis

  4. Kost en afwikkeling zijn nog in ontwikkeling

  5. Kost kan volgens objectieve criteria worden geraamd

47
New cards

Kunnen vzw's ledenbijdragen vorderen als schuld?

Nee. Een vzw heeft niet het recht om ledenbijdragen te vorderen. Ze worden pas als opbrengst geboekt wanneer ze daadwerkelijk betaald worden (pre numerando). Ze verschijnen dus niet als vordering op de balans.

48
New cards

Verschil resultaten 'naar soort' en 'naar bestemming'?

  • Naar soort: indeling op aard van de kost (personeelskosten, elektriciteit...) → verplicht in vzw's, nuttig voor externe stakeholders.

  • Naar bestemming: indeling per functie/activiteit (wekelijkse vergadering, kamp...) → optioneel, maar nuttiger voor intern management.

49
New cards

Wat is de beginbalans bij vzw's en waarom is dit specifiek een probleem?

Bij de overgang van vereenvoudigde naar volledige boekhouding moet een beginbalans opgesteld worden.

Dit is een probleem omdat vzw's eerder geen dubbele boekhouding voerden → 3 aanpakken: continuïteit, zero-based of retroactief. Bij vennootschappen is dit nooit een probleem.

50
New cards

Wat is financiële leasing vs. operationele leasing?

  • Financiële leasing:

    • leasingnemer heeft alle economische rechten (economisch eigenaar)

    • actief staat op de balans + leasingschuld LT

    • Op het einde: koopoptie (max 15% van aankoopsom)

  • Operationele leasing (renting):

    • leasingnemer heeft beperkte rechten

    • actief staat NIET op balans

    • de huur wordt als kost geboekt

51
New cards

Hoe wordt een schenking in geld geboekt bij schaalvergroting van een vzw?

  • 55 KI: R/C aan 10 Eigen Vermogen (Fondsen van de vereniging)

  • De schenking gaat rechtstreeks naar het eigen vermogen omdat het om permanente financiering gaat, niet om een opbrengst.

52
New cards

Hoe wordt een werkingssubsidie (geen schaalvergroting) geboekt?

  • 55 KI: R/C aan 73 Opbrengsten (subsidies, schenkingen, lidgelden)

  • De subsidie is een gewone opbrengst in de resultatenrekening van dat boekjaar.

53
New cards

Hoe worden investeringssubsidies geboekt?

  • 55 KI: R/C aan 15 Kapitaalsubsidies (EV)

  • En: 2x Vast Actief aan 55 KI: R/C

  • Kapitaalsubsidies staan in het eigen vermogen en worden a rato van de afschrijvingen in de resultatenrekening verwerkt.

54
New cards

Wat is een 'pledge' (belofte tot schenking)?

Een contractuele, onvoorwaardelijke belofte tot schenking of sponsoring. Wanneer de afspraak contractueel vastligt, mag de vzw een vordering op de balans opnemen (vordering op de schenker).

55
New cards

Wanneer vrijwilligerswerk geboekt in vzw-boekhouding?

  • Vlaamse vzw-wetgeving (outputvisie): gratis diensten worden NIET geboekt wanneer ze verkregen worden; enkel het gevolg ervan (bv. een gebouw) wordt geboekt wanneer het financieel gerealiseerd is.

  • FASB (inputvisie): boekt vrijwilligerswerk wél als het toegevoegde waarde levert of vaardigheden betreft die anders aangekocht zouden worden.

56
New cards

Wat zijn de 3 soorten leningen?

  1. Vaste kapitaalaflossing: elk jaar hetzelfde bedrag terug + dalende intresten

  2. Lump sum (bouletlening): niets terugbetalen tot op het einde, dan alles in één keer

  3. Annuïtaire lening: elk jaar hetzelfde totaalbedrag (annuïteit = aflossing + intrest); intresten dalen, aflossing stijgt

57
New cards

Wat is het verschil tussen een aflossing en een interestbetaling?

  • Aflossing: terugbetaling van een deel van het geleende kapitaal → GEEN kost, vermindert de schuld op de balans.

  • Interest: vergoeding voor het gebruik van het geld → WEL een kost (financiële kost, rekening 65).

58
New cards

Hoe wordt een lening boekhoudkundig verwerkt (stappen)?

  • Stap 1: Terbeschikkingstelling hoofdsom: Bank (55) aan Schulden LT (17)

  • Stap 2 (31/12): Overboeking LT → KT schuld voor deel dat volgend jaar vervalt: 17 aan 42

  • Stap 3 (vervaldag): Betaling aflossing + intrest: 42 + 65 aan 55

  • Herhaal stap 2 en 3 elk jaar

59
New cards

Wat is een annuïtaire lening? Wat is de formule?

  • Lening waarbij elk jaar hetzelfde totaalbedrag (annuïteit) betaald wordt.

  • De interestcomponent daalt elk jaar (kleiner kapitaal × rente), de aflossing stijgt correspondentie.

  • Annuïteit - interest = aflossing

60
New cards

Wat is een lump sum-lening (bouletlening)?

Een lening waarbij het volledige kapitaal pas op het einde in één keer terugbetaald wordt. Tijdens de looptijd worden enkel intresten betaald (constant, want het kapitaal daalt niet). Nadeel: plotseling hoog bedrag op het einde.

61
New cards

Wat is het fundamentele verschil tussen budgettaire en vermogensboekhouding?

  • Budgettaire BH: nadruk op geautoriseerde ontvangsten & uitgaven, autoriserend en controlekarakter.

  • Vermogensboekhouding (accrual): nadruk op kosten & opbrengsten, vermogen en financiële toestand.

  • Budgettaire BH ≠ cash accounting (kasboekhouding).

62
New cards

Wat zijn de 5 begrotingsprincipes?

  1. Annaliteit: budget geldt voor 1 kalenderjaar

  2. Specialiteit: elke post moet gespecificeerd zijn

  3. Universaliteit: alle inkomsten en uitgaven moeten opgenomen zijn, geen compensatie

  4. Publiciteit: budget moet openbaar besproken en goedgekeurd worden

  5. Evenwicht: geen tekort, geen fictief evenwicht

63
New cards

Wat zijn de 4 fasen van de budgettaire cyclus?

  1. Opstellen begroting en registratie van kredieten

  2. Voorgenomen verbintenis (VB) = vastlegging = oormerking van krediet

  3. Aangegane VB = aanrekening = effectief ten laste nemen van het krediet

  4. Betaling

64
New cards

Wat is een 'vastlegging' (voorgenomen verbintenis)?

  • Het oormerken van een budget voor een specifieke activiteit.

  • Eens vastgelegd kan het niet meer voor iets anders gebruikt worden.

  • Dit bestaat enkel in de budgettaire boekhouding, niet bij vennootschappen.

65
New cards

Waarom wordt van de budgettaire boekhouding niet afgestapt?

Omwille van de noodzaak en voordelen: verantwoording van bestedingen, controlerende en sturende functie, democratische legitimatie (constitutie is erop gebaseerd).

De budgettaire boekhouding biedt wat de vermogensboekhouding niet biedt: autorisatie en beheersing van bestedingen.

66
New cards

Wat zijn de tekortkomingen van de budgettaire boekhouding?

  • Geen algemeen beeld van financieel-economische activiteiten

  • Geen balans

  • Mogelijkheid tot manipulatie door timing van aanrekening

  • Louter legislatief controlemechanisme, geen managementinformatie

  • Meerjarenplanning moeilijk

67
New cards

Wat is een mega-grootboek?

Een geïntegreerd systeem dat budgettaire boekhouding, vermogensboekhouding en analytische boekhouding combineert.

Voordeel: alle voordelen van de drie systemen zonder hun nadelen; passende informatie per gebruiker.

68
New cards

Wat is de BBC (Beleids- en Beheerscyclus)?

Een Vlaams systeem voor lokale besturen (gemeenten, OCMW's, provincies) dat de nadruk legt op outputsturing en beleidsdoelstellingen. Het integreert strategische meerjarenplanning, budgettering en jaarrekening in één systeem.

69
New cards

Wat zijn de 3 fasen van de beleidscyclus (BBC)?

  1. Planningsfase: via het meerjarenplan (strategische doelstellingen)

  2. Uitvoeringsfase: via het budget (eerste kolom van het meerjarenplan)

  3. Evaluatiefase: via de jaarrekening

70
New cards

Wat zijn de onderdelen van de jaarrekening van een lokaal bestuur (BBC)?

1. Beleidsnota:

  • doelstellingenrealisatie (J1)

  • doelstellingenrekening (J2)

  • financiële toestand

2. Financiële nota:

  • exploitatie-

  • investerings-

  • en liquiditeitenrekening

3. Samenvatting algemene rekeningen:

  • balans (J6)

  • staat van opbrengsten en kosten (J7)

  • toelichting

4. Diverse toelichtingen

71
New cards

Wat is het toestandsevenwicht (resultaat op kasbasis)?

KT-evenwicht

= totale ontvangsten - totale uitgaven (exploitatie + investeringen + andere)

= budgettair resultaat boekjaar + gecumuleerd resultaat vorige jaren - bestemde gelden

= resultaat op kasbasis.

Moet positief zijn in het meerjarenplan.

72
New cards

Wat is de autofinancieringsmarge (structureel evenwicht)?

  • LT-evenwicht = financieel draagvlak (exploitatieontvangsten - -uitgaven + netto-intresten) - periodieke leningslasten (aflossingen + netto-intresten).

  • Meet de capaciteit van het bestuur om zichzelf te financieren zonder nieuwe leningen. Moet positief zijn.

73
New cards

Wat is een 'fictief evenwicht' bij lokale besturen?

Een kunstmatig gecreëerd positief evenwicht, bv. door een bullet-lening waardoor aflossingen buiten de legislatuur vallen.

Dit wordt niet toegelaten: de Vlaamse overheid rekent forfaitair 8% rente aan bij bullet-leningen.

74
New cards

Wat zijn de 3 soorten MVA bij lokale besturen (BBC)?

  1. Gemeenschapsgoederen: MVA voor maatschappelijke dienstverlening (bv. wegen, scholen)

  2. Bedrijfsmatige MVA: MVA voor economische activiteiten

  3. Overige MVA: andere vaste activa

75
New cards

Wat is het nettoactief bij lokale besturen?

Het eigen vermogen van een organisatie die geen aandelenkapitaal kent (zoals een gemeente). Equivalent van het EV bij ondernemingen maar zonder kapitaal van aandeelhouders.

76
New cards

Wat is het onderscheid tussen 'proprietary' en 'agency' bij goederen?

  • Proprietary: de instelling heeft alle economische rechten (bewaking, vruchtgebruik, vervreemding, vernietiging) → staat op de balans.

  • Agency: de instelling is titulair eigenaar maar heeft enkel bewakingsrecht (rentmeester) → staat op de balans in een aparte rubriek.

77
New cards

Hoe worden geadministreerde goederen behandeld in de boekhouding?

Geadministreerde goederen (goederen die in naam van anderen worden gehouden) staan NIET op de balans, maar worden vermeld onder 'rechten en verplichtingen buiten de balans' (orderekeningen).

78
New cards

Wat zijn gebruiksrechten en hoe worden ze weergegeven?

Beperkte rechten om goederen te gebruiken (bv. gebruik van een sportterrein). Ze staan NIET op de balans maar worden vermeld in de toelichting.

79
New cards

Hoe gaat men van brutoloon naar nettoloon?

Brutoloon - RSZ-afhouding (13,07%)

= belastbaar bedrag - Bedrijfsvoorheffing

= nettoloon + Werkgeversbijdrage RSZ (32,76%)

= totale loonkost voor WG

80
New cards

Wat zijn de journaalboekingen voor loonadministratie?

  1. Bezoldigingen (62) aan Bezoldigingen (45), RSZ (45), BV (45)

  2. WG-bijdrage RSZ (62) aan RSZ (45)

  3. Bezoldigingen (45) aan Bank (55)

  4. RSZ (45) aan Bank (55)

  5. BV (45) aan Bank (55)

81
New cards

Wat zijn de 4 analysetechnieken in de financiële analyse?

  1. Horizontale analyse (tijdsanalyse): evolutie over de jaren

  2. Verticale analyse (structuuranalyse): structuur van balans en RR in %

  3. Ratioanalyse: kerngetallen (liquiditeit, solvabiliteit, rentabiliteit)

  4. Cashflowanalyse

82
New cards

Wat is horizontale analyse?

Analyse van de evolutie van balans- en RR-rubrieken over de tijd via: absolute verandering (bedrag BJ - bedrag vorig BJ), procentuele verandering, of tijdsindex (basis = oudste jaar = 100%).

83
New cards

Wat is verticale analyse?

Elke balansrubriek uitgedrukt als % van het balanstotaal (= 100%). In de RR worden bedrijfsopbrengsten op 100% gesteld. Dit geeft de structuur van de financiering en kosten weer.

84
New cards

Nettobedrijfskapitaal (NBK)

  • NBK = Vlottende activa - Vreemd Vermogen KT

  • Of: EV + VV LT - VA

  • Moet positief zijn: anders kan men de KT-schulden niet betalen.

  • Een hoog positief NBK is echter ook niet ideaal (overfinanciering, uitgestelde investeringen).

85
New cards

Wat is de current ratio?

  • Current ratio = Vlottende activa / Vreemd Vermogen KT

  • > 1: voldoende om KT-schulden te betalen

  • = 1: juist voldoende

  • < 1: onvoldoende → liquiditeitsrisico

  • Het is het NBK uitgedrukt als breuk (niet in euro's)

86
New cards

Wat is de debiteurenrotatie en het aantal dagen debiteurenkrediet?

  • Rotatie = Bedrijfsopbrengsten / Vorderingen ≤ 1j

  • Hoe hoger de rotatie, hoe sneller debiteuren betalen.

  • Aantal dagen = (Vorderingen ≤ 1j × 365) / Bedrijfsopbrengsten

  • Of: 365 / rotatie

  • Hoe minder dagen, hoe beter voor de liquiditeit.

87
New cards

Wat is de schuldgraad?

  • Schuldgraad = (Vreemd Vermogen / Totaal Vermogen) × 100

  • Geeft aan welk % van het totale vermogen uit schulden bestaat.

  • Hoe hoger, hoe slechter (minder kredietwaardig).

  • België mag Europees gezien niet boven 60% BBP gaan.

88
New cards

Wat is de rentabiliteit van eigen vermogen?

  • REV = (Resultaat BJ / Eigen Vermogen) × 100

  • Geeft aan hoeveel % het eigen vermogen opbrengt.

  • Hoe hoger, hoe beter.

  • Relevant voor vennootschappen, intercommunales, AGB's.

89
New cards

Wat is de netto-rentabiliteit van verkopen?

= (Bedrijfsresultaat / (Omzet + Overige bedrijfsopbrengsten)) × 100

Vergelijkt het bedrijfsresultaat met de omzet. Negatief = men steekt toe op de kernactiviteit.

90
New cards

Wat zijn sectorale kwartielen (Q1, Q2, Q3) bij ratioanalyse?

  • Q1: 75% van de instellingen hebben een waarde ≥ Q1 (25% slechtsten)

  • Q2 (mediaan): 50% heeft waarde ≥ Q2

  • Q3: 25% heeft waarde ≥ Q3 (25% besten)

  • Hiermee positioneer je een instelling t.o.v. de sector

91
New cards

Wat is cost accounting (kostprijscalculatie)?

Het toewijzen van kosten aan kostenplaatsen (departementen) en kostenobjecten (producten/diensten) om de kostprijs te bepalen.

=> Nodig omdat de vermogensboekhouding kosten enkel naar soort indeelt, niet naar bestemming.

92
New cards

Wat is management accounting (beheersboekhouden)?

Meting, verzameling en analyse van informatie voor interne managementbeslissingen: kostprijscalculatie, prijszetting, make-or-buy, budgettering, investeringsbeslissingen, break-even-analyse...

93
New cards

Wat is management control (beheerscontrole)?

Implementatie van strategische doelstellingen via planning en controle. Departementen worden als verantwoordelijkheidscentra beschouwd en krijgen budgetten toegewezen waarvoor ze verantwoording afleggen.

94
New cards

Wat zijn de soorten auditing?

  • Extern:

    • Financiële audit (betrouwbaarheid),

    • Rechtmatigheidsaudit (conform wetgeving)

    • Doelmatigheidsaudit (value for money, 3 E's)

  • Intern: Financiële audit (registratie) & Operationele audit (verrichtingen zelf).

  • Onafhankelijke auditor = bedrijfsrevisor/commissaris.

95
New cards

Verschil tussen coherentiecontrole en financiële audit?

  • Coherentiecontrole (Balanscentrale): oppervlakkige controle op logische consistentie van de cijfers (bv. geen tegelijk winst en verlies). Geen garantie voor betrouwbaarheid.

  • Financiële audit (bedrijfsrevisor): grondige, onafhankelijke controle van alle financiële data → oordeel over waar en getrouw beeld.

96
New cards

Voordelen van financiële leasing voor de leasinggever en leasingnemer?

  • Leasinggever:

    • blijft juridisch eigenaar

    • beschermd bij faillissement leasingnemer

    • ontvangt aflossingen + intrest

  • Leasingnemer:

    • beschikt over het goed zonder grote investering

    • kan extra diensten bedingen (verzekering, onderhoud)

    • koopoptie aan het einde (max 15%)

97
New cards

Wat is de Resource Dependence Theory (RDT) en waarom wordt ze niet bevestigd bij vzw's?

Stelt dat instellingen die financieel afhangen van regelgevers/subsidieverstrekkers, sneller de regels van die partijen volgen.

Bij Belgische vzw's wordt dit niet bevestigd omdat: er geen sanctionering staat op het niet-neerleggen van jaarrekeningen en subsidierende overheden hun eigen rapporteringskanalen gebruiken en de griffie-documenten niet controleren.

98
New cards

Wat is het AO/ICS (Administratieve Organisatie / Intern Controlesysteem)?

Een systeem van functiescheiding en interne controle om misbruik te voorkomen (bv. directeur ≠ kassier ≠ boekhouder). Belangrijk bij vzw's vanwege het ontbreken van een marktmechanisme, het werken met vrijwilligers en non-exchange transactions. Examen: wat is dit en waarom is het belangrijk?

99
New cards

Wat zijn niet-ruiltransacties (non-exchange transactions) en waarom zijn ze problematisch?

  • Transacties zonder directe tegenprestatie: subsidies, schenkingen, legaten, lidgelden.

  • Problematisch omdat: het transactiemoment moeilijk te bepalen is, er geen controlerende tegenpartij is (schenker kan moeilijk controleren wat er met het geld gedaan wordt) en er een risico op fraude bestaat.

100
New cards

Verschil resultaatverwerking in vennootschappen vs. vzw's?

  • Vennootschappen: resultaatverwerking is cruciaal → winst verdelen tussen dividend en reserves, beslissing door aandeelhoudersvergadering.

  • Vzw's: resultaatverwerking heeft geen zin → geen aandeelhouders, geen dividend, geen reserves in de klassieke zin. Winst wordt overgedragen of omgezet in bestemde fondsen.