1/30
Flashcards gebaseerd op het Beeldwoordenboek Level 4 over winkelpresentatie en assortiment.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
artikelgroep
De verzameling van alle artikelen die dezelfde kenmerken hebben.
artikelpresentatie
De wijze waarop varianten van artikelen op een presentatiemeubel worden gepresenteerd: het artikel is het uitgangspunt.
assortiment
Alle producten die de verkoper aanbiedt om te verkopen.
attentiewaarde
De mate waarin een presentatie de aandacht van de klant trekt door het gebruik van vorm, kleur of formaat.
bukhoogte
Onderdeel van het schappenplan met de hoogte tussen 0 en 80cm, waar meestal de grote artikelen staan.
combinatieplaatsing
De wijze waarop verschillende artikelen een logisch geheel vormen door samen op de winkelmeubels gepresenteerd te staan; het winkelmeubel is hierbij het uitgangspunt.
contraplaatsing
Plaatsing waarbij de artikelen zich bevinden in twee presentatierekken die tegenover elkaar staan, meestal gescheiden door een gangpad.
facing
Het vooraanzicht van een artikel en het aantal keer dat een product in dit vooraanzicht in de schappresentatie voorkomt.
family grouping
Het principe waarbij de winkelier artikelen die bij elkaar horen of met elkaar verwant zijn zo veel mogelijk bij elkaar plaatst.
frontaal
Het presenteren van alle varianten van hetzelfde artikel in vooraanzicht, wat zowel bij horizontale als verticale presentaties kan.
gescheiden plaatsing
Het zo ver mogelijk van elkaar plaatsen van artikelen die niets met elkaar te maken hebben.
grijphoogte
Onderdeel van het schappenplan met de hoogte tussen 80 en 120cm, waar de artikelen staan waarvoor de klant naar de winkel komt.
horizontale presentatie
Het naast elkaar presenteren van alle varianten van hetzelfde artikel op een horizontale lijn.
huisstijl
De artikelen en kleuren die de winkelier gebruikt aan de binnen- en buitenkant van de winkel, in het logo en op bedrijfskleding, passend bij de branche.
kernassortiment
De artikelen die de kern van de winkel vormen en waarvoor de klant in de eerste plaats naar de winkel komt.
cleurencirkel
Een cirkel waarin primaire kleuren en secundaire kleuren in elkaar overlopen.
kleurgebruik
De verzamelnaam voor de verschillende kleuren die de retailer kan gebruiken in de presentatie.
lateraal
Het presenteren van alle varianten van hetzelfde artikel in zijaanzicht.
nabuurplaatsing
Een plaatsing waarbij artikelen in de buurt van verwante artikelen voor de verkoop staan, liggen of hangen.
ooghoogte
Onderdeel van het schappenplan met de hoogte tussen 120 en 160cm.
plafondhangers
Borden aan het plafond die dienen als wegwijzers of voor vaste artikelpresentatie om boodschappen duidelijker te maken.
presentatiehoogte
De schappositie of de plaatshoogte van een artikel in een presentatieplan.
randassortiment (nevenassortiment)
De artikelen die als aanvulling dienen op het kernassortiment.
reikhoogte
Onderdeel van het schappenplan met de hoogte boven de 160cm.
rug-aan-rug-plaatsing
Plaatsing waarbij artikelen met de achterzijde naar elkaar toe aan weerszijden van een presentatiemeubel staan, liggen of hangen.
schappenplan
Een plan dat bepaalt welk artikel op welke plaats in het schap staat en hoeveel ruimte een artikel krijgt.
semi-zelfbediening
Winkelformule waarbij de klant voor bepaalde producten door een verkoper wordt geholpen en de rest zelf pakt.
verticale presentatie
Het onder elkaar presenteren van alle varianten van hetzelfde artikel op een verticale lijn.
volledige bediening
Winkelformule waarbij de klant volledig door een verkoper wordt bediend en de artikelen aangereikt krijgt.
winkelformule
Geeft weer in welke mate de klant in een winkel wordt bediend.
zelfbediening
Winkelformule waarbij de klant zelf de artikelen uit de rekken haalt.