1/18
Deze flashcards behandelen de anatomie en fysiologie van het menselijk bewegingsstelsel, inclusief de functies van botten, soorten gewrichten, spierwerking en gerelateerde aandoeningen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Pijpbeenderen
Beenderen die pijpvormig of cilindrisch zijn met een verbreding aan beide uiteinden.
Platte beenderen
Beenderen die plat en breed zijn en vaak een beschermende functie vervullen.
Calcium
Een mineraal waaruit beenderen zijn opgebouwd en dat belangrijk is voor de sterkte van het skelet.
Vitamine D
Een noodzakelijke stof voor het lichaam om calcium te kunnen opslaan in de beenderen.
Rood beenmerg
Weefsel waarin rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes worden aangemaakt.
Geel beenmerg
Beenmerg dat voornamelijk uit vetweefsel bestaat en bij volwassenen rond de leeftijd van 20 jaar het meeste rode beenmerg in pijpbeenderen vervangt.
Botweefsel
Een stugge en niet-vervormbare structuur die bestaat uit compact en sponsachtig been.
Kraakbeenweefsel
Beweeglijker en meer vervormbaar steunweefsel waarbij cellen in groepjes in een geleiachtige tussenstof liggen.
Gewricht
Een verbinding tussen twee of meerdere beenderen die ten opzichte van elkaar bewegen.
Gewrichtssmeer
Een vloeistof die samen met het kraakbeenweefsel zorgt voor een zo soepel mogelijke beweging in een gewricht.
Ligamenten
Ook wel gewrichtsbanden genoemd; structuren die de onderdelen van een gewricht samenhouden.
Scharniergewricht
Een gewricht dat enkel in één vlak kan bewegen, zoals de knie of de elleboog.
Kogelgewricht
Een gewricht dat in verschillende richtingen kan bewegen, zoals de schouder of de heup.
Dwarsgestreept spierweefsel
Willekeurig spierweefsel waaruit skeletspieren zijn opgebouwd en dat beïnvloed wordt door de wil.
Pees
De structuur waarmee een (skelet)spier aan het skelet is verbonden.
Antagonisten
Spieren die een tegenovergestelde beweging maken, zoals de biceps en triceps bij het buigen en strekken van de arm.
Osteoporose
De afname van botmassa waarbij het sponsachtig been poreuzer en brozer wordt, vaak voorkomend vanaf de leeftijd van 50 jaar.
Hernia
Een beschadiging van een tussenwervel (kraakbeenweefsel) in de wervelkolom, waardoor er een uitstulping ontstaat.
Artritis
Beschadiging van het kraakbeenweefsel in een gewricht waardoor botvlakken tegen elkaar komen te liggen.