PEDAGOGIE: OMGEVING

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/45

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:05 PM on 6/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

46 Terms

1
New cards

Waarom is de omgeving belangrijk in de kinderopvang?

Omdat de inrichting invloed heeft op hoe kinderen zich voelen, spelen en ontwikkelen.

2
New cards

Wat toont de inrichting van een opvang?

De pedagogische visie van de opvang.

3
New cards

Wat betekent pedagogische visie?

Hoe men naar kinderen kijkt, hoe men hen begeleidt en wat men belangrijk vindt in opvoeding.

4
New cards

Welk kindbeeld heeft Malaguzzi?

Het krachtig kindbeeld.

5
New cards

Wat betekent het krachtig kindbeeld?

Kinderen zijn sterk, slim en vol mogelijkheden.

6
New cards

Wat zijn de "100 talen van het kind"?

De verschillende manieren waarop kinderen zich uitdrukken, zoals spelen, tekenen, bewegen, lachen en huilen.

7
New cards

Hoe heet de visie van Malaguzzi?

De pedagogiek van luisteren en kijken.

8
New cards

Wat doen begeleiders volgens Malaguzzi?

Kinderen observeren, luisteren en documenteren.

9
New cards

Wat is pedagogisch documenteren?

Het vastleggen van observaties via foto's, teksten en notities.

10
New cards

Wat bedoelt Malaguzzi met "de ruimte als derde pedagoog"?

Dat een goed ingerichte omgeving kinderen helpt leren en ontwikkelen.

11
New cards

Welke aanpak ontwikkelde Ferre Laevers?

Ervaringsgericht werken.

12
New cards

Op welk kindbeeld is ervaringsgericht werken gebaseerd?

Het krachtig kindbeeld.

13
New cards

Wat is de ervaringsstroom?

Alles wat een kind denkt, voelt en beleeft.

14
New cards

Waarop letten begeleiders vooral volgens Laevers?

Welbevinden en betrokkenheid.

15
New cards

Wat is welbevinden?

De mate waarin een kind zich goed en veilig voelt.

16
New cards

Wat is betrokkenheid?

De mate waarin een kind actief, geconcentreerd en geboeid bezig is.

17
New cards

Waar legt Malaguzzi de nadruk op?

Omgeving, creativiteit en communicatie.

18
New cards

Waar legt Laevers de nadruk op?

Gevoelens, welbevinden en betrokkenheid.

19
New cards

Wat is nudging?

Mensen op een positieve en subtiele manier beïnvloeden zodat ze gewenst gedrag tonen.

20
New cards

Wat betekent nudging letterlijk?

Een duwtje in de rug geven.

21
New cards

Geef een voorbeeld van nudging.

Voetstappen op de vloer waardoor kinderen spontaan gaan springen.

22
New cards

Wat is een kindgerichte omgeving?

Een veilige, uitnodigende en overzichtelijke omgeving waar kinderen zelfstandig kunnen spelen en leren.

23
New cards

Uit welke twee delen bestaat een kindgerichte omgeving?

Een rijk aanbod en een doeltreffende organisatie.

24
New cards

Wat zijn sleutelervaringen?

Ervaringen die een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van kinderen.

25
New cards

Wat is de zone van naaste ontwikkeling?

Het niveau net boven wat een kind al zelfstandig kan.

26
New cards

Wat betekent een rijk aanbod?

Veel speelkansen door een goede inrichting, materialen en activiteiten.

27
New cards

Welke materialen zijn vaak het rijkst?

Echte materialen en zelfgemaakte materialen.

28
New cards

Waarom zijn echte materialen vaak rijk?

Omdat ze aansluiten bij de interesses van kinderen.

29
New cards

Noem vier voorwaarden van een stimulerende ruimte.

peelkansen voor elke leeftijd, veiligheid, hygiëne en aandacht voor diversiteit.

30
New cards

Wat betekent een doeltreffende organisatie?

Een duidelijk maar flexibel dagverloop.

31
New cards

Wat krijgen kinderen binnen een doeltreffende organisatie?

Veel kansen om zelfstandig initiatief te nemen.

32
New cards

Waarom is samenwerking tussen begeleiders belangrijk?

Voor rust, continuïteit en vertrouwen.

33
New cards

Wat betekent ruimtes optimaal gebruiken?

Alle ruimtes gebruiken voor spelen, ontdekken en leren.

34
New cards

Wat zijn speelzones?

Herkenbare plaatsen waar kinderen kunnen spelen en activiteiten doen.

35
New cards

Waarom moet een ruimte op kindhoogte ingericht worden?

Zodat kinderen zelfstandig kunnen spelen en bewegen.

36
New cards

Geef voorbeelden van materiaal dat zelfstandigheid stimuleert.

Lage stoelen, lage kapstokken, aangepaste bekers en opstapjes.

37
New cards

Waarom is de buitenruimte belangrijk?

mdat kinderen er meer bewegen, ontdekken en betrokken zijn.

38
New cards

Noem drie voorbeelden van buitenactiviteiten.

Zandbak, moestuin, glijbaan.

39
New cards

Waarom zorgen speelzones voor meer veiligheid?

Omdat kinderen beter overzicht hebben.

40
New cards

Noem vijf voordelen van speelzones.

  • Meer betrokkenheid

  • Minder onderbrekingen

  • Makkelijker opruimen

  • Meer samenspel

  • Rijkere gesprekken

41
New cards

Welke twee begrippen worden gebruikt om de kwaliteit van een omgeving te beoordelen?

Welbevinden en betrokkenheid.

42
New cards

Wat is scanning?

Korte observaties van meerdere kinderen.

43
New cards

Wat is het doel van scanning?

De algemene kwaliteit van de omgeving beoordelen.

44
New cards

Wat is screening?

Langere observaties van één kind.

45
New cards

Wat is het doel van screening?

Het welbevinden en de betrokkenheid van een individueel kind opvolgen.

46
New cards

Wat is het verschil tussen scanning en screening?

  • Scanning = kort, meerdere kinderen, algemene kwaliteit.

  • Screening = langer, individueel kind, opvolging van welbevinden en betrokkenheid.