1/99
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Afhankelijke variabele
De variabele die wordt gemeten of geobserveerd en beïnvloed wordt door de onafhankelijke variabele.
Anekdotisch bewijsmateriaal
Getuigenissen die ervaringen van één of enkele personen beschrijven maar ten onrechte als wetenschappelijk bewijs worden gezien.
Behaviorisme
Historische stroming die psychologie zag als een objectieve wetenschap van observeerbaar gedrag.
Behavioristisch perspectief
Psychologische benadering die gedrag verklaart vanuit stimuli uit de omgeving in plaats van mentale processen.
Bias
Een vooroordeel of vertekening van een situatie op basis van persoonlijke ervaringen en waarden.
Biologisch perspectief
Perspectief dat gedrag verklaart vanuit genen, hersenen, zenuwstelsel en hormoonstelsel.
Cognitief perspectief
Perspectief dat zich richt op mentale processen zoals leren, geheugen, perceptie en denken.
Confirmation bias (bevestigingsbias)
De neiging om informatie te zoeken of te accepteren die bestaande overtuigingen bevestigt.
Controleconditie
De omstandigheden waaraan de controlegroep tijdens een experiment wordt blootgesteld.
Controlegroep
Groep proefpersonen die geen speciale behandeling krijgt en dient als vergelijkingsgroep.
Correlatieonderzoek
Onderzoek naar de relatie tussen variabelen zonder manipulatie van een onafhankelijke variabele.
Crosscultureel psycholoog
Psycholoog die onderzoekt hoe psychologische processen verschillen tussen culturen.
Cultuur
Geheel van taal, waarden, gewoonten, tradities en opvattingen die door een groep worden gedeeld.
Data
Verzamelde informatie die wordt gebruikt om een hypothese te toetsen.
Docent psychologie
Psycholoog die voornamelijk onderwijs geeft aan een hogeschool of universiteit.
Dubbelblindonderzoek
Onderzoek waarbij zowel onderzoekers als deelnemers niet weten wie welke behandeling krijgt.
Emotionele bias
De neiging om oordelen te baseren op gevoelens in plaats van op bewijs.
Empirisch onderzoek
Onderzoek gebaseerd op objectieve observaties en ervaringen.
Evolutionaire psychologie
Specialisme dat gedrag en mentale processen verklaart vanuit overleving en voortplanting.
Expectancy bias (verwachtingsbias)
Vertekening waarbij verwachtingen van de onderzoeker de resultaten beïnvloeden.
Experiment
Onderzoek waarbij omstandigheden gecontroleerd worden en een onafhankelijke variabele wordt gemanipuleerd.
Experimenteel psycholoog
Psycholoog die fundamenteel onderzoek doet naar psychologische processen.
Experimentele conditie
De omstandigheden waaronder de experimentele groep de behandeling ontvangt.
Experimentele groep
Groep proefpersonen die wordt blootgesteld aan de behandeling die onderzocht wordt.
Functionalisme
Historische stroming die mentale processen verklaart vanuit hun functie en nut.
Geen correlatie
Situatie waarin twee variabelen geen samenhang vertonen.
Gevalstudie
Diepgaand onderzoek van één persoon of een zeer klein aantal personen.
Holisme
Opvatting dat het geheel belangrijker is dan de afzonderlijke delen.
Humanistische psychologie
Benadering die nadruk legt op groei, potentieel en vrije wil van de mens.
Hypothese
Toetsbare voorspelling over de relatie tussen variabelen.
Introspectie
Beschrijving van eigen bewuste ervaringen en gedachten.
Natuurlijke observatie
Onderzoek waarbij gedrag in de natuurlijke omgeving wordt geobserveerd.
Negatieve correlatie
Samenhang waarbij de ene variabele stijgt terwijl de andere daalt.
Neurowetenschap
Vakgebied dat onderzoekt hoe hersenen gedachten, gevoelens en gedrag voortbrengen.
Onafhankelijke variabele
Variabele die door de onderzoeker wordt gemanipuleerd.
Ontwikkelingsperspectief
Perspectief dat veranderingen gedurende de levensloop bestudeert.
Operationele definitie
Objectieve beschrijving van een begrip binnen een onderzoek.
Perspectieven vanuit de gehele persoon (whole person)
Benaderingen die de mens als geheel bekijken, waaronder psychodynamische, humanistische en trekbenaderingen.
Placebo
Middel zonder werkzame stof dat lijkt op een echt geneesmiddel.
Positieve correlatie
Samenhang waarbij twee variabelen in dezelfde richting veranderen.
Pseudopsychologie
Niet-wetenschappelijke psychologische aannames die als wetenschap worden gepresenteerd.
Psychiatrie
Medisch specialisme gericht op diagnose en behandeling van psychische stoornissen.
Psychoanalyse
Theorie en behandelmethode van Freud die de nadruk legt op onbewuste processen.
Psychodynamische psychologie
Benadering die gedrag verklaart vanuit onbewuste behoeften, verlangens en conflicten.
Psychologie
Wetenschap van gedrag en mentale processen.
Psychologie van karaktertrekken en temperament
Perspectief dat gedrag verklaart vanuit stabiele persoonlijkheidskenmerken.
Randomisering
Willekeurige toewijzing van proefpersonen aan groepen.
Repliceren
Het opnieuw uitvoeren van onderzoek om te controleren of dezelfde resultaten worden gevonden.
Significant
Statistische term die aangeeft dat een effect waarschijnlijk niet door toeval is ontstaan.
Sociocultureel perspectief
Perspectief dat de invloed van sociale interacties en cultuur op gedrag benadrukt.
Structuralisme
Historische stroming die de structuur van bewustzijn probeerde te analyseren.
Survey
Onderzoeksmethode waarbij mensen vragen beantwoorden uit een vooraf opgestelde vragenlijst.
Theorie
Toetsbare verklaring voor een verzameling feiten of observaties.
Toegepast psycholoog
Psycholoog die psychologische kennis gebruikt om praktische problemen op te lossen.
Vaardigheden voor kritisch denken
Vaardigheden om wetenschappelijke claims kritisch te beoordelen.
Variabele
Factor die invloed heeft op wat onderzocht wordt.
Wetenschappelijke methode
Systematische procedure voor het empirisch toetsen van hypotheses.
Absolute drempel
De minimale hoeveelheid stimulatie die nodig is om een stimulus in 50% van de gevallen waar te nemen.
Ambigue figuur
Een afbeelding die op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden.
Amplitude
De fysieke sterkte of intensiteit van een geluidsgolf.
Basilair membraan
Trillingsgevoelig vlies in de cochlea waarop haarcellen zitten die geluid omzetten in zenuwimpulsen.
Binding problem
Het probleem hoe de hersenen informatie uit verschillende zintuigen combineren tot één percept.
Blinde vlek
De plaats waar de oogzenuw het oog verlaat en geen fotoreceptoren aanwezig zijn.
Blindzicht
Het vermogen om objecten te lokaliseren zonder deze bewust te kunnen zien.
Bottom-up verwerking
Perceptuele verwerking die begint bij de kenmerken van de stimulus.
Cochlea (slakkenhuis)
Onderdeel van het binnenoor waar geluidsgolven worden omgezet in zenuwimpulsen.
Concluderen door leren
De opvatting dat perceptie voornamelijk wordt gevormd door ervaring en leren.
Elektromagnetisch spectrum
Het volledige bereik van elektromagnetische straling.
Feromoon
Chemische stof die wordt uitgescheiden om soortgenoten te beïnvloeden of informatie over te brengen.
Figuur
Het deel van een patroon dat de aandacht trekt.
Fotoreceptor
Lichtgevoelige cel in het netvlies die licht omzet in zenuwimpulsen.
Fovea
Het centrale deel van het netvlies waarmee het scherpst wordt gezien.
Frequentie
Het aantal trillingen per seconde van een geluidsgolf.
Ganglioncel
Zenuwcel in het netvlies die signalen doorstuurt naar de oogzenuw.
Gestaltpsychologie
Stroming die stelt dat perceptie wordt georganiseerd tot betekenisvolle gehelen.
Grond
De achtergrond van een waargenomen patroon.
Gustatie
Het smaakvermogen.
Helderheid
De waargenomen intensiteit van licht.
Huidzintuig
Zintuigelijk systeem voor aanraking, druk, warmte en kou.
Illusie
Een aantoonbaar verkeerde perceptie van een stimulus.
Kegeltje
Fotoreceptor die gevoelig is voor kleuren.
Kenmerkdetector
Cel in de hersenen die gespecialiseerd is in het herkennen van specifieke kenmerken van stimuli.
Kleur
Psychologische ervaring gebaseerd op de golflengte van zichtbaar licht.
Kleurenblindheid (daltonisme)
Onvermogen om bepaalde kleuren van elkaar te onderscheiden.
Nabeeld
Sensatie die blijft bestaan nadat de stimulus verdwenen is.
Olfactie
Het reukvermogen.
Oogzenuw
Bundel zenuwvezels die visuele informatie naar de hersenen vervoert.
Opponent-procestheorie
Theorie die stelt dat kleuren in tegengestelde paren worden verwerkt.
Percept
Het betekenisvolle resultaat van perceptie.
Perceptie
Het proces waarbij betekenis wordt gegeven aan sensorische informatie.
Perceptuele blindheid
Het niet waarnemen van iets doordat de aandacht er niet op gericht is.
Perceptuele constantie
Het vermogen om objecten als hetzelfde te herkennen ondanks veranderingen in omstandigheden.
Perceptuele predispositie
De neiging om bepaalde stimuli eerder op te merken of op een bepaalde manier te interpreteren.
Proprioceptie
Het vermogen om de positie en beweging van lichaamsdelen waar te nemen.
Retina
Het lichtgevoelige netvlies achter in het oog.
Sensatie
Het proces waarbij receptoren een stimulus omzetten in zenuwimpulsen.
Sensorische adaptatie
Verminderde gevoeligheid voor een constante stimulus.
Signaaldetectietheorie
Theorie die stelt dat waarneming afhankelijk is van stimulus, context en waarnemer.
Sluiting
De neiging om ontbrekende delen van een figuur automatisch aan te vullen.
Staafje
Fotoreceptor die gevoelig is voor zwak licht maar niet voor kleur.