Milieu- en Energietechnieken : Examenvragen Deel 1 t/m 7

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/45

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards dekken de kernconcepten van milieu-economie, waterzuivering, milieumanagement (ISO 14001), atmosferische processen en bodemsanering gebaseerd op de examenvragen van deel 1 tot en met 7.

Last updated 9:17 AM on 6/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

46 Terms

1
New cards

Industriële Revolutie

Een periode die begon rond 17501750 waarbij door mechanisatie, steenkool en bevolkingsgroei de druk op ecosystemen sterk toenam en milieuproblemen een mondiaal karakter kregen.

2
New cards

Externe kost

Schadelijke effecten van productie, zoals milieuschade of gezondheidskosten, die niet worden opgenomen in de marktprijs van een product.

3
New cards

Vrij goed

Een goed waarvoor men niets hoeft op te offeren om het te gebruiken, zoals theoretisch zuivere lucht voor ademhaling.

4
New cards

Schaars goed

Een goed waarvoor middelen moeten worden opgeofferd omdat het beperkt beschikbaar en economisch waardevol is, zoals aardolie of vruchtbare bodem.

5
New cards

Marginale kost van vervuiling

De extra schadekost voor de huidige én toekomstige generaties veroorzaakt door één bijkomende eenheid vervuiling.

6
New cards

Optimale hoeveelheid pollutie

Het niveau van vervuiling waarbij de maatschappelijke kost van extra vervuiling in evenwicht is met de kost om die vervuiling te reduceren.

7
New cards

BBT (Best Beschikbare Technieken)

Technieken die technisch haalbaar, economisch aanvaardbaar en milieukundig het meest doeltreffend zijn om de impact op mens en milieu te beperken.

8
New cards

Milieuheffing

Een economisch instrument waarbij vervuiling een prijs krijgt om gedragsverandering te stimuleren en externe kosten te internaliseren.

9
New cards

Emissiehandel (cap-and-trade)

Een systeem waarbij de overheid een maximale totale uitstoot (cap) vastlegt en verhandelbare emissierechten verdeelt onder bedrijven.

10
New cards

Participatiebeginsel

Het principe dat burgers betrokken moeten worden bij de milieubesluitvorming via toegang tot informatie, inspraak en justitie.

11
New cards

Voorzorgsbeginsel

De regel dat men preventief moet handelen bij mogelijke ernstige milieuschade, zelfs als de schadelijke effecten nog niet volledig wetenschappelijk bewezen zijn.

12
New cards

Preventiebeginsel

Het principe dat milieuschade zoveel mogelijk aan de bron moet worden voorkomen in plaats van deze achteraf te proberen herstellen.

13
New cards

Solidariteit tussen generaties

Het kernaspect van duurzame ontwikkeling waarbij de huidige generatie hulpbronnen niet mag opgebruiken ten koste van toekomstige generaties.

14
New cards

COP (Coefficient of Performance\text{Coefficient of Performance})

De efficiëntie van een warmtepomp, berekend als de verhouding tussen de geleverde warmte en de verbruikte elektriciteit.

15
New cards

N-type halfgeleider

Een halfgeleider gedoteerd met een vijfwaardig element (zoals fosfor), waardoor er extra vrije elektronen als ladingsdragers aanwezig zijn.

16
New cards

P-type halfgeleider

Een halfgeleider gedoteerd met een driewaardig element (zoals boor), waardoor er positieve gaten (elektronentekorten) als ladingsdragers ontstaan.

17
New cards

Fotovoltaïsch effect

Het proces waarbij fotonen uit zonlicht elektronen vrijmaken in een halfgeleider, wat via een PNP-N overgang leidt tot een elektrische stroom.

18
New cards

Koolstoftrap

De eerste fase van aerobe waterzuivering waarbij bacteriën met zuurstof organische stoffen (eiwitten, vetten) afbreken tot CO2CO_2 en water.

19
New cards

Nitrificatietrap

De fase in de biologische zuivering waarbij ammonium of ammoniak biologisch wordt geoxideerd tot nitriet en vervolgens tot nitraat.

20
New cards

Zelfreinigend vermogen

Het natuurlijke vermogen van oppervlaktewater om via micro-organismen een beperkte hoeveelheid afvalstoffen af te breken.

21
New cards

BOD5BOD_5 (Biochemisch Zuurstofverbruik\text{Biochemisch Zuurstofverbruik})

De hoeveelheid zuurstof die bacteriën gedurende 55 dagen bij 2020 °C nodig hebben om organische stoffen biologisch af te breken.

22
New cards

CODCOD (Chemisch Zuurstofverbruik\text{Chemisch Zuurstofverbruik})

De hoeveelheid zuurstof die nodig is om de totale hoeveelheid organisch materiaal in water chemisch te oxideren.

23
New cards

Inwonersequivalent (IEIE)

De eenheid die de gemiddelde dagelijkse vuilvracht van één inwoner uitdrukt, gebruikt om de capaciteit van waterzuiveringsinstallaties te berekenen.

24
New cards

Retourslib

Actief slib dat na bezinking in de nabezinktank wordt teruggevoerd naar het beluchtingsbekken om voldoende bacteriën te behouden.

25
New cards

Biogas

Een mengsel van voornamelijk methaan (CH4CH_4) en CO2CO_2 dat ontstaat bij de anaerobe afbraak van organisch materiaal.

26
New cards

UASB-reactor (Upflow Anaerobic Sludge Blanket\text{Upflow Anaerobic Sludge Blanket})

Een anaerobe reactor waarbij afvalwater van onder naar boven door een dichte laag korrelvormig slib stroomt.

27
New cards

WKK (Warmtekrachtkoppeling\text{Warmtekrachtkoppeling})

Een installatie die tegelijkertijd elektriciteit en nuttige warmte produceert uit één brandstofstroom, zoals biogas.

28
New cards

Eutrofiëring

De overmatige groei van algen en planten in water door een te hoge concentratie aan nutriënten zoals stikstof en fosfor.

29
New cards

DAFDAF (Dissolved Air Flotation\text{Dissolved Air Flotation})

Een techniek waarbij kleine luchtbelletjes worden gebruikt om zwevende deeltjes of vetten naar het wateroppervlak te laten drijven.

30
New cards

Coagulatie

Het toevoegen van positief geladen zouten om de negatieve lading van kleine zwevende deeltjes te neutraliseren zodat ze kunnen samenklonteren.

31
New cards

Adsorptie

Een techniek, vaak met actief kool, waarbij vervuilende stoffen zich hechten aan het grote interne oppervlak van een vaste stof.

32
New cards

Vrij water

Het water dat zich tussen de slibdeeltjes bevindt en relatief eenvoudig kan worden verwijderd via bezinking of gravitaire indikking.

33
New cards

Slibstabilisatie

Het minder biologisch actief maken van slib (bijv. via anaerobe gisting) om geurhinder te beperken en de ontwaterbaarheid te verbeteren.

34
New cards

ISO 14001ISO\text{ }14001

De internationale standaard voor een milieumanagementsysteem gericht op continue verbetering via de PDCAPDCA-cyclus.

35
New cards

Milieuaspect

Een onderdeel van de activiteiten, producten of diensten van een organisatie dat in wisselwerking staat met het milieu (bijv. dieselverbruik).

36
New cards

Milieueffect

Elke verandering in het milieu, gunstig of ongunstig, die voortvloeit uit een milieuaspect (bijv. klimaatverandering door CO2CO_2-uitstoot).

37
New cards

Preventiehiërarchie

De prioriteitsvolgorde voor risicobeheersing: eerst vermijden, dan bestrijden aan de bron, vervolgens collectieve bescherming en laatst persoonlijke bescherming.

38
New cards

SMARTSMART

Een methode om doelstellingen te formuleren: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.

39
New cards

Ishikawa-methode

Een visgraatdiagram dat wordt gebruikt om de oorzaken van een probleem te analyseren binnen categorieën als mens, machine, materiaal en methode.

40
New cards

Troposfeer

De onderste laag van de atmosfeer waar zich de meeste weersverschijnselen en luchtverontreiniging voordoen.

41
New cards

Stratosfeer

De atmosferische laag tussen 1010 en 50 km50\text{ }km hoogte die de ozonlaag bevat en waar de temperatuur stijgt met de hoogte.

42
New cards

CO2CO_2-equivalent

Een maatstaf gebaseerd op de GWPGWP (Global Warming Potential\text{Global Warming Potential}) om de klimaatimpact van verschillende broeikasgassen te vergelijken.

43
New cards

SCRSCR (Selectieve Katalytische Reductie\text{Selectieve Katalytische Reductie})

Een techniek waarbij ammoniak of ureum wordt gebruikt om NOxNO_x in rookgassen om te zetten in stikstofgas en water via een katalysator.

44
New cards

Puntbron

Een duidelijk lokaliseerbare plaats van bodemverontreiniging, zoals een lekkende tank of een lozingspunt.

45
New cards

Diffuse bron

Een niet-gelokaliseerde bron van verontreiniging waarbij stoffen verspreid over een groot gebied in de bodem terechtkomen, vaak via lucht of water.

46
New cards

In situ reiniging

Het saneren van een verontreinigde bodem ter plaatse zonder de grond af te graven, bijvoorbeeld door bodemluchtextractie of pumpandtreatpump-and-treat.