1/17
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Effect calcium op celfunctie
Cruciale secundaire boodschapper. Reguleert spiercontractie, exocytose (neurotransmitterafgifte), enzymactivatie (via calmoduline) en genexpressie. Hoge intracellulaire concentraties zijn toxisch.
Voltage-gated Ca2+ channel (VGCC)
Kanalen die openen bij depolarisatie van het membraan. Laten Ca2+ de cel in stromen voor signalering of actiepotentialen (bijv. in het hart).
Voltage-gated Na+ channel
Verantwoordelijk voor de snelle depolarisatiefase van het actiepotentiaal. Essentieel voor signaalgeleiding in zenuwen en spieren. Target van lokale anesthetica.
Voltage-gated K+ channel
Verantwoordelijk voor de repolarisatiefase van het actiepotentiaal door K+ de cel uit te laten stromen, waardoor de rustpotentiaal herstelt.
L-type Ca2+ channel
'Long-lasting' (Hoge drempel). Locatie: Hart, glad spierweefsel en skeletspier. Target van calciumantagonisten (bijv. verapamil) voor bloeddruk en hartritme.
N-type Ca2+ channel
'Neural' (Hoge drempel). Locatie: Presynaptische zenuwuiteinden. Reguleert de afgifte van neurotransmitters in het centrale en perifere zenuwstelsel.
T-type Ca2+ channel
'Transient' (Lage drempel). Locatie: Pacemakercellen in het hart en neuronen. Belangrijk voor ritmische activiteit en spontane depolarisatie.
P/Q-type Ca2+ channel
'Purkinje' (Hoge drempel). Locatie: Cerebellum en zenuwuiteinden. Betrokken bij snelle neurotransmittervrijgifte.
R-type Ca2+ channel
'Residual'. Locatie: Cerebrale neuronen. Speelt een rol bij synaptische plasticiteit en complexe signaalverwerking.
IP3-receptor
Ligand-gestuurd Ca2+-kanaal op het endoplasmatisch reticulum (ER). Binding van IP3 zorgt voor het vrijkomen van Ca2+ uit de intracellulaire voorraad.
MLCK
Myosin Light Chain Kinase. Enzym geactiveerd door Ca2+-Calmoduline. Fosforyleert de myosinekop, wat leidt tot contractie van glad spierweefsel.
Mechanisme verdoving cocaïne
Blokkeert voltage-gated Na+-kanalen (lokale anesthesie) én remt de heropname van noradrenaline en dopamine (vasoconstrictie en euforie).
MOA (Mechanism of Action)
De specifieke biochemische interactie (bijv. receptorbinding of enzymremming) waardoor een geneesmiddel zijn therapeutisch effect produceert.
Nociceptieve hormonen/stoffen
Stoffen die pijnreceptoren (nociceptoren) activeren of sensibiliseren, zoals Bradykinine, Prostaglandinen, Histamine en Substance P.
Aβ neuronen
Grote, gemyeliniseerde zenuwvezels. Geleiden signalen voor aanraking en druk (niet-pijn). Hebben een hoge geleidingssnelheid.
Aδ en C-vezels
Aδ: Dun gemyeliniseerd, geleidt 'snelle' scherpe pijn. C-vezels: Ongemyeliniseerd, geleidt 'trage' doffe/brandende pijn en temperatuur.
Esters (Lokale anesthetica)
Bijv. Cocaïne, Procaine. Worden snel afgebroken door plasma-cholinesterases. Hebben een kortere halfwaardetijd en hoger risico op allergische reacties (PABA-vorming).
Amiden (Lokale anesthetica)
Bijv. Lidocaine, Bupivacaine. Worden afgebroken in de lever (CYP450). Zijn stabieler en hebben over het algemeen een langere werkingsduur dan esters.