Psychiatrie: Stressgerelateerde stoornissen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards gebaseerd op hoofdstuk 4 over stressgerelateerde stoornissen, copingstijlen en traumatische stressstoornissen uit de 10e editie van Psychiatrie een inleiding.

Last updated 7:21 PM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

21 Terms

1
New cards

Stress (psychologie)

Druk die ontstaat door de interactie tussen persoon en omgeving, beïnvloed door cognitieve evaluatie en beschikbare hulpbronnen.

2
New cards

Sympathisch zenuwstelsel

Onderdeel van het autonoom zenuwstelsel dat verantwoordelijk is voor actie en de vecht-vluchtreactie.

3
New cards

Parasympathisch zenuwstelsel

Onderdeel van het autonoom zenuwstelsel dat zorgt voor rust en herstel van het lichaam.

4
New cards

CRF (corticotropine releasing factor)

Hormoon dat door de hypothalamus wordt afgegeven om de hypofyse te stimuleren tijdens de stressrespons.

5
New cards

ACTH (adrenocorticotroop hormoon)

Hormoon dat door de hypofyse via het bloed naar de bijnieren wordt gestuurd om cortisolproductie te stimuleren.

6
New cards

Cortisol

Stresshormoon afgegeven door de bijnieren dat zorgt voor metabolische effecten, maar bij langdurige afscheiding immuuncellen kan beschadigen.

7
New cards

Algemeen aanpassingssyndroom (GAS)

Theorie van Seyle die het proces van weerstand tegen stress beschrijft in drie stadia: alarm, weerstand en uitputting.

8
New cards

Alarmfase (GAS)

De eerste fase van het aanpassingssyndroom bestaande uit een shockfase en een countershock waarbij de vecht-vluchtreactie wordt geactiveerd.

9
New cards

Weerstandsfase (GAS)

Stadium waarin het vermogen om met de stressor om te gaan piekt, vaak ten koste van het immuunsysteem.

10
New cards

Uitputtingsfase (GAS)

Fase waarin de hulpbronnen opraken en het organisme vatbaar wordt voor ziekte.

11
New cards

Problem solving (coping)

Actieve copingstijl waarbij men strategisch plant en actie onderneemt om omstandigheden te veranderen.

12
New cards

Helplessness (coping)

Passieve copingstijl gekenmerkt door verwarring, cognitieve uitputting en het opgeven van actieve pogingen.

13
New cards

Self-comforting (coping)

Actieve copingstijl gericht op zelfzorg, emotieregulatie en relaxatie.

14
New cards

Type II trauma

Een eenmalige, kortdurende en onverwachte levensbedreigende gebeurtenis zoals een verkeersongeluk of natuurramp.

15
New cards

Type IIII trauma

Herhaaldelijke en langdurige traumatische ervaringen zoals mishandeling of oorlog.

16
New cards

Acute stressstoornis

Een maladaptieve reactie die optreedt in de dagen of weken direct na een trauma, beperkt tot maximaal 11 maand.

17
New cards

PTSS (Posttraumatische stressstoornis)

Een persisterende maladaptieve reactie op trauma gekenmerkt door herbeleving, vermijding, negatieve cognitie en verhoogde arousal.

18
New cards

Amygdala (bij trauma)

Het emotiecentrum dat hyperactief wordt waardoor gevaar te snel wordt gedetecteerd, zelfs in veilige situaties.

19
New cards

Hippocampus (bij trauma)

Het geheugencentrum dat gedeactiveerd wordt, waardoor traumatische herinneringen fragmentarisch en tijdloos blijven.

20
New cards

Prefrontale Cortex (bij trauma)

Het controlecentrum voor emotieregulatie en planning dat bij trauma minder goed in staat is om de reacties van de amygdala te temperen.

21
New cards

EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing)

Behandelmethode voor trauma waarbij de patiënt herinneringen ophaalt terwijl er gebruik wordt gemaakt van gestuurde oogbewegingen.