1/40
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen, wetten en regelingen binnen het Nederlandse sociaal recht en de sociale zekerheid op basis van de collegestof.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Armenwet (1853)
De eerste wet op het terrein van sociale zekerheid die vanuit de overheid tot stand kwam.
Sociale zekerheid
Een publiek stelsel dat het geheel van voorzieningen omvat die tot doel hebben het waarborgen van de financiële zekerheid van burgers en hen te activeren.
Sociale verzekeringen
Onderdeel van de sociale zekerheid dat wordt gefinancierd door premiebetalingen.
Sociale voorzieningen
Onderdeel van de sociale zekerheid dat wordt gefinancierd uit belastingen.
Gemoedsbezwaarden
Personen die op grond van hun levensovertuiging ontheven zijn van de betaling van premies.
Werknemersverzekeringen
Verzekeringen waarbij de verzekerde een werknemer of daarmee gelijkgesteld persoon is, uitgevoerd door het UWV.
Volksverzekeringen
Verzekeringen voor elke ingezetene, uitgevoerd door de SVB (Sociale Verzekeringsbank).
Suwinet
Een digitale service waarmee overheidsorganisaties gegevens van burgers en bedrijven bij elkaar kunnen opvragen en naar elkaar verzenden.
Algemene Kinderbijslagwet (AKW, 1963)
Een regeling die per kind een vast bedrag uitkeert afhankelijk van de leeftijd; gefinancierd uit belastingen maar aangemerkt als volksverzekering.
Dubbele kinderbijslag
Een vergoeding die wordt uitgekeerd bij intensieve zorg voor een thuiswonend ziek/gehandicapt kind of wanneer een kind niet thuis woont wegens onderwijs of handicap.
Woonlandbeginsel
Het beginsel waarbij de hoogte van de kinderbijslag wordt afgestemd op het kostenniveau van het land waar het kind woonachtig is.
Wet herziening export kinderbijslag (Whek)
Wet die bepaalt dat er geen kinderbijslag wordt uitgekeerd wanneer het kind buiten de EU, EER of Zwitserland woont.
Kindgebonden budget
Een inkomensafhankelijke sociale voorziening die dient als extra financiële tegemoetkoming voor ouders met kinderen onder de 18 jaar.
Algemene ouderdomswet (AOW, 1957)
Een volksverzekering die een basisinkomen biedt vanaf de pensioengerechtigde leeftijd, gebaseerd op een opbouwstelsel waarbij elk verzekerd jaar voor 2% meetelt.
Omslagstelsel
Financieringsmethode voor de AOW waarbij de huidige werkenden premie betalen voor het pensioen van de huidige gepensioneerden.
Aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO)
Vorm van bijstand voor ouderen die niet de volledige 50 jaar verzekerd zijn geweest voor de AOW.
Kostendelersnorm
Een regel die stelt dat wanneer meerdere volwassenen samenwonen, zij de kosten kunnen delen en de uitkering daarom lager kan uitvallen.
Algemene nabestaandenwet (Anw, 1996)
Een volksverzekering die een inkomensdervingsuitkering biedt aan nabestaanden in behoeftige omstandigheden of aan wezen.
Zorgverzekeringswet (Zvw)
Een verplichte volksverzekering voor basis medische zorg, uitgevoerd door particuliere zorgverzekeraars.
Eigen risico
Het bedrag dat een verzekerde bij de Zvw eerst zelf moet betalen (385 euro) voordat de verzekeraar kosten vergoedt.
Zorg in natura (ZIN)
Vorm van zorglevering waarbij de zorgverzekeraar of het zorgkantoor direct contracten afsluit met en betaalt aan zorgaanbieders.
Wet langdurige zorg (Wlz)
Een vangnetwet die intensieve zorg regelt voor mensen met een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg of permanent toezicht.
Centrum indicatie zorg (CIZ)
De instantie die indicaties afgeeft voor toegang tot zorg vanuit de Wlz.
Persoonsgebonden budget (pgb)
Een subsidie waarmee een cliënt zelf zorg kan inkopen en eigen zorgverleners kan selecteren via een budgetplan.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015)
Een decentrale sociale voorziening uitgevoerd door de gemeente gericht op zelfredzaamheid en participatie.
Keukentafelgesprek
Een gesprek tussen de gemeente en een hulpvrager om de noodzaak voor een Wmo-voorziening te onderzoeken.
Wet arbeid en zorg (Wazo)
Wet die werknemers in staat stelt werk en zorg te combineren, bijvoorbeeld tijdens zwangerschap of bevallingsverlof (16 weken).
Ziektewet (ZW)
Een werknemersverzekering voor werknemers zonder werkgever (of bij uitzondering) die door ziekte niet kunnen werken, met een uitkering van 70% van het dagloon.
Eerstejaars ziektewetbeoordeling (EZWb)
Een beoordeling met als doel het vergroten van arbeidsmogelijkheden voor zieken zonder werkgever na één jaar.
Wet WIA
De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, die van kracht wordt na een wachttijd van 104 weken ziekte.
Maatmaninkomen
Het loon dat een gezonde persoon, vergelijkbaar met de verzekerde voor diens ziekte, verdient; dient als referentie voor de WIA-schatting.
IVA (Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten)
Onderdeel van de WIA voor mensen die 80−100% duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
WGA (Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten)
Onderdeel van de WIA voor mensen die minimaal 35% arbeidsongeschikt zijn.
Wajong
Een sociale voorziening voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.
Werkloosheidswet (WW)
Werknemersverzekering die inkomensverlies opvangt voor wie ten minste 5 arbeidsuren per week verliest en voldoet aan de referte-eis (26 van de 36 weken).
Participatiewet (PW)
Een sociale voorziening die bijstand verleent aan mensen met onvoldoende bestaansmiddelen en ondersteunt bij het vinden van werk.
Toeslagenwet (TW)
Een sociale voorziening die loondervingsuitkeringen aanvult tot het wettelijk minimumloon.
Breed offensief
Een programma dat tot doel heeft mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden.
Arbeidsbemiddeling
Het proces van het helpen van een werkzoekende bij het vinden van een baan.
Re-integratiebemiddeling
Activiteiten gericht op het weer aan het werk helpen van een zieke, arbeidsongeschikte of werkloze persoon.
Beschut werk
Een aangepaste werkplek voor mensen die door een beperking extra begeleiding of aanpassing nodig hebben.