1/497
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
psychodynamische therapie (PAT)
Een behandelvorm die gebaseerd is op de psychoanalytische theorie, waarbij onbewuste processen, vroegkinderlijke ervaringen en de therapeutische relatie centraal staan.
onbewuste processen
automatisch, impliciet, subliminaal
dynamisch onbewuste
zoals oorspronkelijk geformuleerd door Freud in zijn driftpsychologie
basisassumpties PAT
belang v onbewuste processen
ontwikkelingsperspectief
oog voor complexiteit en het singuliere
gericht op de gehele persoon
overdracht en tegenoverdracht
met oog voor psychische causaliteit en de rol vh intrapsychische conflict
continuïteit tss normaliteit en psychopathologie
nachträglichkeit (deffered action)
Waarbij vroege ervaringen worden geherinterpreteerd en waarbij het mogelijk is dat een bep gebeurtenis traumatisch wordt eenmaal dat de ervaring zijn volle betekenis krijgt
persoonsgericht
PAT gaat om het begrijpen vd gehele persoon, bv talenten en kwetsbaarheden, relationele en introspectieve capaciteiten, creativiteit…
Het gaat om de unieke, subjectieve waarheid of belevingswereld waarbij het ondersteunen v authenticiteit en singulariteit vd patiënt erg belangrijk zijn. Elke patiënt is uniek en moet zo beluisterd worden
overdracht
- Ervaringen en (interne) representaties v vroegere ervaringen en v onze manieren v denken/functioneren, beïnvloeden onze huidige relaties en percepties
- Het verleden (vd patiënt) herhaalt zich (deels) in het hier en nu vd therapie, het wordt maw overgedragen
tegenoverdracht
- Bedoeld worden de bewuste en onbewuste gevoelens en voorstellingen die bij de T worden gewekt in en door het luisterend contact met de patiënt (Corveleyn)
- V hinderpaal (volgens Freud) naar hulpmiddel voor de T (vandaag)
- Belang v afweermechanisme projectieve identificatie
Gaat dus over wat bij de T gebeurt
metafoor van het gebroken kristal
de psychopathologie (meer bepaald de syndromen hysterie, dwangneurose, paranoia en later de melancholie) is de uitvergroting v structuren die in elk v ons aanwezig zijn
technieken PAT
- Focus op affect en het uitdrukken v emoties (ook emoties niet willen/kunnen uitdrukken)
- Onderzoek naar pogingen om bep emoties, ervaringen te vermijden (afweer en weerstand)
- Terugkerende thema’s en patronen beluisteren en herkennen
- Ervaringen uit het verleden bespreken en doorwerken
- Focus op interpersoonlijke relaties, incl de therapeutische relatie, en overdracht
- Onderzoek naar (onbewuste) wensen, dromen, fantasieën
Sigmund Freud
als founding father v ons vakgebied
Zijn werk is vormend en v historisch belang binnen de geschiedenis vd psychologie, psychotherapie en psychiatrie
Het illustreert tevens het samen gaan v klinisch handelen en theoretische reflectie, en vh blijven zoeken
Zijn zoektocht vertrekt vanuit het proberen te begrijpen vd symptomen vd hysterische/neurotische patiënt
vrije associatie
een spreken dat op geen enkele manier belemmerd wordt
· Patiënt gevraagd om alles te vertellen dat opkomt in het hoofd
· Zoals zitten op een trein en alles opsommen dat je ziet of denkt
topisch model (1e topiek)
- Als metafoor voor ons psychisch apparaat
- De droomduiding (1900) v Freud is hierin een belangrijk werk, hier beschouwt hij de droom als koninklijke weg naar de zone vh onbewust psychisch functioneren
- Verschuiving v nadruk op externe factoren naar het belang v driften (driftmodel), nl dat wat de mens drijft in zijn denken en handelen
- 3 lagen vh psychisch functioneren (topos = plaats): OB, BW, voorBW
onbewuste (OB)
werkt volgens het lustprincipe (wensen, impulsen, passies…)
bewuste (BW)
werkt volgens het realiteitsprincipe (logica, redenering)
voorbewuste (voorBW)
is een middelste laag die verboden wensen censureert voor het BW, hier bevindt zich ook het dagdromen
intrapsychisch conflict (topisch model)
De contrasten tss het BW en OB zijn groot en radicaal, het lust- en realiteitsprincipe zijn in voortdurend conflict
drukt zich uit als een conflict tss het BW en OB
verdringing
Dit afweermechanisme is voor Freud kenmerkend voor de neurotische problematiek
bestaat uit een volgehouden poging om bep voorstellingen te ‘vergeten’ of te verdringen door ze uit het bewustzijn te houden (Anna O.), maar deze wensen en voorstellingen zullen onbewust insisteren en het eigen psychisch functioneren v binnenuit (intra) belagen
structureel model (2e toptiek)
- 3 structuren centraal: id/es, ego/ik, superego/boven-ik
- Het ego wordt dus onderscheiden vd agressieve en seksuele driften
id/es
(verboden) wensen
volledig onbewust en wordt zowel door onbewuste aspecten vh ego als door het superego (de gewetensfunctie) beheerst of beteugeld
ego/ik
realiteitswensen
· Moet connectie maken tss buiten- en binnenwereld, maar ook dit filteren → de stukken die gefilterd worden, zijn voor een deel bewust en een deel onbewust
superego/boven-ik
verbod/geweten (is ook niet helemaal bewust, ook onbewuste elementen)
bewuste aspecten ego
oa EF vd geest (besluiten nemen, waarnemingsgegevens verwerken, zaken mentaal inschatten)
onbewuste aspecten ego
zijn oa afweer- of defensiemechanismen
intrapsychisch conflict (structureel model)
De 3 intrapsychische machten/structuren (id, ego en superego) hebben voortdurend een conflict, dat kunnen bv conflicten zijn tss 2 wensen of tss een wens en verbod
drukt zich uit als een conflict tss de structuren
het dynamisch onbewuste
Blijft bij Freud een belangrijk concept in psychotherapie waarbij ons gedrag/psychisch functioneren wordt beïnvloed door wensen, gevoelens, intenties waarvan we ons niet altijd bewust zijn en die tegenstrijdig kunnen zijn
dynamisch gezichtspunt
mentale processen als het resultaat vh samenspel v krachten (gebaseerd op driften) die in conflict zijn met elkaar
symptomen
worden begrepen als een uitdrukking vd intrapsychische conflict, vaak in verband met seksualiteit, agressie en verlangen
the 4 psychologies
driftpsychologie
egopsychologie
objectrelatietheorie/gehechtheid
zelfpsychologie
driftpsychologie (Freud)
o Hierbij staat het driftleven (agressieve en seksuele driften) en het intrapsychisch conflict centraal
o Wat zijn de diepste wensen vd patiënt? In welke mate is hij zich hiervan bewust? Lukt het hem deze wensen te vervullen of is hij geneigd eraan te verzaken?
egopsychologie
o Ook oog voor de adaptieve capaciteiten vh Ego (als structuurelement) en de capaciteiten vh Ego om zich aan te passen aan de eisen vd omgeving en innerlijke veranderingen
o Welke is de overheersende angst en hoe wordt deze afgeweerd? Wat zijn de ontwikkelingstaken en hoe zijn deze doorlopen?
objectrelatietheorie/gehechtheid
o Relaties zijn primair, belang v ontwikkeling in een interpersoonlijke matrix (ouder-kind)
o Kan de patiënt alleen zijn? Hoe gaat hij om met verlating? Is er objectconstantie? Is de gehechtheid (on)veilig (vermijdend, angstig/gepreoccupeerd of gedesorganiseerd)?
zelfpsychologie
o De ontwikkeling vh Zelf en de nood aan empathie voor het zich ontwikkelende zelf staan hier centraal
o Is er voldoende zelfvertrouwen of zoekt de patiënt versteviging ve kwetsbaar zelf bij anderen? Hoe gaat hij om met een narcistische krenking? Hoe houdt hij zijn zelfwaardegevoel op peil?
kader: 4 dimensies
tijd
ruimte
regels en afspraken
werkwijze
tijd
duur, freq en verloop vd afspraken
o Wekelijks/meermaals per week/om de week…
o Afwisselend ouders en kind samen en ouders apart
o Meestal v 50-60min
o Afgebakend in tijd (kortdurend) of open-ended (langerdurend)
ruimte
de plaats vd afspraak/opstelling vd zitplaatsen
o Welke ruimte gebruiken we en hoe gaat die er dan uitzien? Wat staat er in die ruimte/wat hebben we nodig? Hoe gaan we de dingen in de ruimte plaatsen?
o Bank/stoel(en)/spelkamer/speelmat
o Online als specifieke kader
regels en afspraken
omtrent betaling, lichamelijk contact, geschenken…
werkwijze
o Vrije associatie/vrij spel vs afgesproken focus
o Ind/groep/ouder en kind
o Anders naargelang doelgroep waarmee gewerkt
kader
o Frans: cadre
o Engels: gebruikt soms frame (meer afbakenend), maar vaker setting (ruimer)
o Nederlands: neemt soms het Engelse woord setting over, waardoor dit in 2 betekenissen wordt gebruikt
setting
o Verwijst soms naar kader
o Ook naar de institutionele context waarbinnen het therapeutische werk zich afspeelt: privé-praktijk, CGG, residentiële instelling…
het kader rondom het kader
freud
o Wilde de patiënt op een andere manier laten spreken creatief binnen zijn tijd
o Wilde een spreken faciliteren dat een weg opende naar het onbewuste materiaal dat verdrongen was en waartegen de patiënt zich verdedigde
grondregels Freud
De basisregel voor de patiënt: vrije associatie
2 regels voor therapeut: abstinentie en gelijkzwevende aandacht
vrije associatie
vertellen of spelen wat er door je hoofd gaat, zonder censuur op wat moeilijk, pijnlijk, schaamtevol … is
abstinentie
de neutraliteit die de C aan het werk zet om stil te staan bij zichzelf, maar ook frustrerend kan zijn
neutraliteit
gaat niet over mij als T, maar over jou als C → gaat niet over dat ik gelijkaardige ervaringen heb meegemaakt = verschil tss vriendschapsrelaties en therapeutische relatie
gelijkzwevende aandacht
alles wat verteld en gedaan wordt, wordt opgemerkt als mogelijk belangrijk, als iets om te markeren en te bevragen
luisteren zonder memory of desire
het gaat niet om mijn verlangen, ik ga mij niet verdedigen als iemand zegt “ik vind het absurd om 3 weken verlof te nemen”, belangrijk om niet jezelf te verdedigen, maar proberen begrijpen v waar dit komt
without memory
niet terugwerken naar “vorige week zei je iets anders”, we gaan luisteren naar het hier en nu, het gaat niet over historiek
diverse kaders
- Psychoanalyse
- Psychotherapie met volwassenen
- Kinderpsychotherapie
- Gezinstherapie en ouderbegeleiding
- Ouder-kind-psychotherapie
- Groepstherapie
- Klinische therapie
- Online psychotherapie
tijdsdimensie
Vaste afspraak tot ontmoeten creëert ritme en continuïteit
- Continuïteit wordt niet steeds opnieuw in vraag gesteld
- T en C gaan een continu proces aan, bouwen een relatie op die verdiept, ontwikkelt en geschiedenis kent
- Door dit constante aanbod geeft T aan dat de ontmoeting met C belangrijk is en wordt ze belangrijk voor de C
begrenzing in tijd
- Biedt veiligheid: soms kan een thema pas worden aangebracht met het vooruitzicht dat de zitting bijna gedaan is
- Frustreert: de T/het kader bepaalt het einde en dat frustreert/wekt woede op…
- Bevordert het proces: creëert een ritme en een continuïteit waarbinnen gedacht/beleefd/ gesproken/gespeeld kan worden
ruimtelijke dimensie
Kaderen is zowel binnen- als buitensluiten
- T en C ontmoeten elkaar
o Elke keer en uitsluiten dop de afgesproken plek
o Op dezelfde manier (sofa, face to face, spelkamer, online, groepstherapieruimte…) of in een duidelijk afgesloten ritme (afwisselend online en face to face, afwisselend ind en samen met een ouder…)
- Wat er verteld of gespeeld wordt, blijft binnen die ruimte
- De T bewaakt en beschermt de therapeutische ruimte
ruimte K&J
o Speelgoed, creatief materiaal, poëzie en boeken voorhanden (ifv leeftijd en ontwikkeling)
Geschikt voor een diversiteit aan fantasiespel en creatieve activiteit
begrenzing in ruimte
- Beidt veiligheid: een moeilijk thema vergt de garantie dat dit binnen een veilige ruimte blijft en geen invloed heeft op de rest vh leven
- Frustreert: de T gaat niet in op vragen om elkaar op andere plaatsen te ontmoeten, biedt ruimte voor verlangen, verdriet, woede…
- Bevordert het proces: ze wordt door de C geïnvesteerd, daarbinnen kan zich een proces ontvouwen
regels
Samen met een basishouding v tolerantie en aanvaarding, stelt de T enkele noodzakelijke normen en grenzen betreffende bv lich contact (beperkt tot handdruk bij volwassenen, geen seksuele relatie, bij kinderen ifv hun ontwikkeling en leeftijd…)
holding environment
een omgeving die je affectief kan vasthouden, je affectieve wereld gaat verdragen en accepteren en dat nieuwsgierigheid toont
therapeutische regels
- Bieden veiligheid (voor C en T)
- Frustreren: ze begrenzen de verlangens (naar bv een seksuele relatie, aandacht en zorg overheen therapeutische grenzen) en wekken daardoor soms ook woede of verdriet op
- Bevorderen het proces: ze beperken het uitageren, de actie, de directe bevredigingen creëren ruimte voor reflectie en emotionele verwerking.
abstinentieregel
T vertelt niet echt iets over zichzelf, neemt geen cadeaus aan, geen lich contact…
werkwijze
- De opdracht voor de C: v vrije associatie of vrij spel (bij langerdurend en open-ended werken) naar een welbepaalde focus (bij kortdurend of ontwikkelingsondersteunend werken)
- Parallel de gelijkzwevende aandacht vd T: v alles als even belangrijk beschouwen (bij langerdurend en open-ended werken) naar het vasthouden ve focus (bij kortdurend of ontwikkelingsondersteunend werken)
- De abstinentie vd T: v neutraal en abstinent (bij een stevige PH ontwikkeling) naar actiever en meer betrokkenheid tonend (bij grotere kwetsbaarheid waar abstinentie de angst en paranoia voedt)
affect en betekenis
- Het kader krijgt voor de C een eigen subjectieve betekenis in het samenspel tss deze T en C, via onderhandelen, exploreren, aanvallen
- De gestelde grenzen kunnen/mogen aanvallen en ervaren hoe de T eraan vasthoudt zonder in conflictueuze strijd te vervallen verstevigt het vertrouwen vd C
- Vergelijkbaar met hoe specifieke plekken een eigen betekenis krijgen in een levensloop
place attachment
Plekken die voor een ander zonder speciale betekenis zijn (gewoon een rommelige zolder), blijven voor jou verbonden met flarden v herinneringen en ervaringen → maken deel uit v je geschiedenis en kregen voor jou een unieke en persoonlijke betekenis
place attachment in therapie
o Concrete plaatsen in de therapiekamer/elementen vd inrichting of vh spelmateriaal
o Figuur-achtergrond v belangrijke knooppunten
o Bij kinderen is dit heel duidelijk, omdat kinderen zich verplaatsen door de ruimte en meestal met hetzelfde beginnen elke week → er gaan versch plekken betekenis krijgen
belang v historiciteit
- Volgehouden continuïteit biedt een container voor versnipperde ervaringen en uitingen vd C
- Belang v kunnen wachten op wat zicht ontvouwt, niet te snel willen gaan
- Tijd/historiciteit is voor de T een bondgenoot
een eigen plek
Het kind zoekt eigen plekken in de therapiekamer, een verstopplaats, een plek waar ik altijd zit…
In kindertherapie krijgt het kind een persoonlijke lade of doos met een basisset aan spel- en knutselmateriaal en vaak een boek
Tijd en ruimte zijn bondgenoten: gaan het werk niet doen, maar gaan ons helpen om het therapeutische werk te doen
transitionele ruimte
verwijst naar een dimensie vh leven die noch tot de interne realiteit behoort, noch tot de externe
Aspect vh leven dat niet helemaal binnenkant is, maar ook niet helemaal realiteit
winnicott
double statement
psychische processen spelen zich af in de interne realiteit of in interpersoonlijke relaties (binnenkant: voelen en denken, maar ook een extern leven)
triple statement
er is een 3e aspect vh menselijk leven, met name een intermediaire ruimte v ervaren, waar zowel innelijke realiteit als extern leven toe bijdragen
· 3e omgeving is de ervaring vd binnenwereld die zijn oorspronkelijke info uit de buitenwereld haalt, niet dat je aan een herinnnering terugdenkt en iets ervaart, maar werkelijk een externe prikkel in je opneemt
transitional space
o Is nauw verbonden met spel en creativiteit, met culturele ervaring
o Luisteren naar een concert, boek lezen, dansen, voetballen, in psychotherapie zijn
playground
Sanville
- Het kader: installeert de scène waarop de C zijn persoonlijke verhaal kan uitwerken binnen een relatie (Altman)
- Dit verhaal
V deze C, uitgewerkt in relatie tot deze T
Is uniek en verschilt naargelang de aard vd problematiek, de stijl en werkwijzen vd T, het ontwikkelingsniveau (kind) of niveau v PH functioneren (volwassenen)
facetten playground
regievoering
suspension of disbelief
regievoering
de regie ligt bij de C die een ‘spel’ introduceert, een ‘verhaal’ initieert en die de T daarin een rol geeft
o De voorwaarden die dit fenomeen mogelijk maken, gaan niet alleen om de rolverdeling of de plot, onontbeerlijk is de regievoering de, impliciete, afbakening ve speelvlak, een playground (Sanville)
o Je treedt binnen in die ‘speelruimte’ en wordt als het ware een ander, en wordt mogelijk wat buiten dit spelkader, in de realiteit, niet kan of mag
suspension of disbelief
in staat zijn om in de alsof-realiteit te stappen, je ongeloof, je nuchtere kritische blik achterwege laten, het soort gespletenheid dat nodig is om te kunnen opgaan in een spannend boek of film
o Beide spelers beseffen dat ze doen alsof dat ze bv niet echt dief en slachtoffer zijn, dat men niet echt weet waar de ander is… en toch voelt het spel als net echt: voelt het kind alsof je echt hard aan het zoeken bent, je echt bedreigd voelt…
o Het lijkt bloedige ernst en toch verlies je jezelf niet, val je niet volledig samen met je rol: je weet dat je niet echt verdwenen bent, de andere niet echt zal doodschieten…
therapie als alsof-spel
Als een C zich kan bewegen in alsof-sferen, kunnen C en T hier binnen- en buitenstappen, ze kunnen spreken over de rollen, de rolinvulling bevragen, wijzigen, erover reflecteren en bij het speleinde moeiteloos weer in de realiteit v dit kind en deze T stappen
narratieve capaciteiten
o Spelen een essentiële rol in de mentale gezondheid en in de therapeutische verwerking v, ook traumatische, ervaringen (Holmes)
o Het gaat hierbij niet zozeer om wat wij denken of vertellen, maar veeleer om de manier waarop ze al vertellend kunnen denken en verwerken (Ogden)
therapie is verbeeldende activiteit
verwerking is een verbeeldende activiteit, verwerking is pas mogelijk als je je kan voorstellen dat het anders is
boundary crossing
net over kader gaan, bv toch eens iemand een paar min extra geven
Kleine dingen, ervaren als teken v menselijkheid en begrip en erkenning
Therapie bij kinderen is vaak minder strak, dus dit gebeurt vaker → kader is elastischer en flexibeler
kan bevorderend zijn voor therapie
boundary violations
kader helemaal overschrijden
belang neutraal speelgoed
kinderen gaan veel invullen met hun verbeelding (bv dit blokje is de brandweerman)
Je kan niet alles in je spelkamer hebben, geen speelgoedwinkel, zorg dat er voldoende materiaal is dat kinderen de kans geeft om met hun eigen fantasie in te vullen wat zij nodig hebben
veranderen is dubbelzinnig
mensen willen veranderen en tegelijkertijd ook niet (angst)
o Het is niet gemakkelijk om de stap naar PT te zetten en stappen naar veranderingen en hier moet je je bewust v zijn, omdat de beweging vooruit vaak ook tegengehouden gaat worden door de angst
weerstand
functioneert als een beveiliging tegen de angst die verandering oproept, vaak worden daardoor (onbewuste) patronen geactiveerd die eerder in onze ontwikkelingsgeschiedenis gevormd zijn
uitingen v weerstand
- Zwijgen
- Niets te zeggen hebben
- Vergeten te betalen, te weinig/te laat betalen
- Over oppervlakkige zaken praten
- Te laat komen
- Grappen maken (continu) → om weg te gaan v iets anders
omgaan met weerstand
PT nodigt de patiënt uit om hiernaar nieuwsgierig te zijn, om te exploreren wat de therapie belemmert en wat evt onderliggende wensen, conflicten en verlangens kunnen zijn
weerstand
heeft betrekking op weerstand tegen verandering IN de psychotherapie (Frosh)
afweer
kan worden toegepast op het gedrag en belevingswerelden v mensen die een bep waarheid over zichzelf of pijnlijke aspecten niet onder ogen kunnen zien → in therapie en erbuiten
afweermechanismen
- patiënt komen naar boven als weerstand in de interpersoonlijk setting vd therapie en bieden waardevolle info over het functioneren en de singulariteit/uniciteit vd patiënt
- Worden gevormd doorheen de ontwikkeling
- Zijn een verdediging tegen een affect of een onacceptabel idee, maar veranderen ook de relatie tss zelf en object
- Een soort copingmechanismen (bewust), maar dan voornamelijk onbewust
- Parallel met immuunsysteem, maar op lange termijn niet altijd adaptief → komt naar boven om ons te beschermen
kenmerken afweer
- Function ‘outside of awareness’
- Develop in predictable order, as children mature, but they all stay in us
- Are all present in normal personality
- Become increasingly used in times of stress
- Reduce the conscious experience of neg emotions
- Operate via the autonomic nervous system
- When used excessively and in a rigid way, they can be associated with certain forms of psychopathology
primitieve afweermechanismen
op grens tussen binnen en buiten
splitsen
projectie
projectieve identificatie
ontkenning
dissociatie
acting out
splitting/splitsen
o Ervaringen mbt zichzelf en ander zo categoriseren/splijten dat ze niet meer zijn te verenigen (ideaties vs devaluatie) → zwart-wit denken, itt ambivalentietolerantie
o gebeurt constant
o Gaat vaak samen met een gebrek aan object-constantie
o Kan effectief zijn in het verminderen v angst of behouden v zelfwaardegevoel, maar er is altijd een vertekening
o komt heel veel voor bij borderline, maar ook bij iedereen in de bevolking (en steeds meer)
projectie
o Het trachten (onacceptabele) eigenschappen of emoties v zichzelf te ontkennen, verbergen of verdringen door deze toe te schrijven aan iets of iemand anders
o Belangrijk mechanisme in het begrijpen v en werken met overdracht
o 1e stap in empathie (maar uiteraard niet hetzelfde en niet voldoende, vertekening)
projectieve identificatie
o Is zowel een afweermechanisme als een mechanisme bij interpersoonlijke communicatie
o Het gaat om gedrag waarbij subtiele druk op de ander wordt gelegd om eigenschappen (bv gevoelens) aan te nemen vd persoon die projecteert
o De persoon (bv de T) die het doelwit v die projectie is, begint zich vervolgens te gedragen, te denken, te voelen obv wat geprojecteerd wordt
o Vindt vaak plaats tss mensen in een dichte relatie
ontkenning
o Het ontkennen v aspecten vd buitenwereld, waarbij waarnemingsgegevens worden genegeerd
o Duidt op de weigering te accepteren dat iets aan het gebeuren is of heeft plaats gevonden
o Is een universeel menselijk proces, maar meestal is het meer pathologisch en problematisch
wordt geassocieerd met externe zintuiglijke gegevens en dat ontkenning een onmiddellijk, niet-reflectief proces is (‘dat kan niet waar zijn’)
dissociatie
o Het ontwrichten v continuïteit op het gebied v identiteit, geheugen, bewustzijn of waarneming (andere geestestoestand) → de gebeurtenis wordt losgekoppeld vh zelf
o Om zo de illusie v psychische controle in stand te houden wanneer de betrokkene met (extreme) hulpeloosheid en onmacht geconfronteerd wordt
o Normale reactie op trauma (vaak bij extreme trauma waarbij persoon geleerd heeft om controle te hebben over gevoelens v onmacht → manier van splitsen tussen bewust en onbewust)
acting out
o een directe gedragsuiting ve impuls waardoor iemand niet aan een pijnlijke sit hoeft te denken of een pijnlijke emotie hoeft te ervaren
o Putting into action when one lacks the words to express
o Dit mechanisme leidt vaak tot onverantwoorde en roekeloze daden, zoals promiscuïteit en alcohol- en druggebruik
secundaire afweermechanismen
op grens binnen ons psychisch apparaat
verdringing
introjectie
identificatie
verplaatsing
intellectualisering
rationalisering
ongedaan maken
reactieformatie
humor
subliminatie
verdringing
o Betekent onacceptabele ideeën of impulsen uitbannen of de toegang tot het bewustzijn ervoor blokkeren
o lag vaak aan de oorsprong vd hysterische problematiek en had een serieuze impact op het functioneren v deze patiënten
o wordt geassocieerd met de innerlijke toestanden binnen 1 persoon (intrapsychisch, conflictueus binnen 1 persoon), verdringen is het wegduwen v iets wat eerst gevoel/gedacht/gewenst is geweest (‘ik heb het verdrongen, want het is te pijnlijk’)
introjectie
o Aspecten ve belangrijk persoon internaliseren, in zich opnemen, bv als een manier om met het verlies ve persoon om te gaan (bv lievelingseten v persoon wordt ook dat v jou)
o Is in niet-defensieve vorm ook een normaal onderdeel vd ontwikkeling mbt identiteit, bv uitspraken v moeder overnemen, niet bewust
identificatie
o de representatie wordt ervaren als een deel vh zelf
o Het is een fundamenteel proces in de opbouw v PH, die oa tot stand komen via een reeks v elkaar opeenvolgende identificaties (eerst met de ouders, later met opvoeders, lkr’en, vrienden en andere emotioneel belangrijke personen)
identificatie met de agressor
het is een middel om angst te bezweren
· Klinisch belangrijk!
· Degenen die getraumatiseerd worden, kunnen soms een identificatie hebben met hun agressor, zonder dat ze zich hier bewust v zijn
verplaatsing
o Gevoelens, wensen, gedrag … geassocieerd met het ene idee of object verplaatsen naar een ander idee of object dat soms op de een of andere manier op het oorspronkelijke lijkt
intellectualisering
o Excessieve en abstracte ideeënvorming gebruiken om moeilijke gevoelens te vermijden