1/173
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
abandonar
achterlaten
acabar de
net gedaan hebben
acercarse a
naderen
aceptar
accepteren
acompañar
vergezellen
aconsejar
adviseren
acostarse
gaan liggen
adjuntar
bijvoegen
agradar
behagen
agrandar
vergroten
alegrarse
blij zijn
aparcar
parkeren
aprender
leren
aprobar
slagen
apuntar
noteren
asegurarse de
ervoor zorgen
atacar
aanvallen
atraer
aantrekken
avisar
waarschuwen/laten weten
ayudar
helpen
bajar
naar beneden gaan
borrar
verwijderen/wissen
buscar
zoeken
caer
vallen
caerse
vallen (ongeluk)
caminar
lopen
cancelar
annuleren
cazar
jagen
cenar
dineren
cerrar
sluiten
coger
pakken (Spanje)
colocar
plaatsen
comer
eten
comprar
kopen
conducir
rijden (auto)
conformar
vormen
conocer
kennen
conseguir
krijgen/behalen
construir
bouwen
contar
vertellen/tellen/rekenen op
continuar
doorgaan
corregir
corrigeren
cortar
snijden
costar
moeite kosten
crear
creëren
creer
geloven/denken
cruzar
oversteken
cuidar
zorgen voor
dar
geven
decir
zeggen
dejar
laten
depender
afhangen
desarrollar
ontwikkelen
desayunar
ontbijten
destacar
opvallen
devolver
terugbrengen
dormir
slapen
ducharse
douchen
echar de menos
missen
elegir
kiezen
empezar
beginnen
encontrar
vinden
enseñar
leren/onderwijzen
entender
begrijpen
entrar
binnenkomen
entrenar
trainen
enviar
sturen
escanear
scannen
escribir
schrijven
escuchar
luisteren
esperar
wachten/hopen
estar
zijn (toestand)
estimar
schatten
estudiar
studeren
explicar
uitleggen
explotar
exploderen
facturar
inchecken
fiar
op de pof verkopen
freír
bakken
ganar
winnen
haber
hebben (hulpwerkwoord)
hablar
spreken
hacer
doen/maken
hervir
koken (vloeistof)
incluir
opnemen
intentar
proberen
inventar
verzinnen
invitar
uitnodigen/trakteren
ir
gaan
jugar
spelen (spel)
ladrar
blaffen
lavar
wassen
leer
lezen
levantarse
opstaan
limpiar
schoonmaken
llamar
bellen
llamarse
heten
llegar
aankomen
llevar
dragen/duren
llevar a cabo
uitvoeren