1/66
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
psychologie
de wetenschappelijke studie van gedrag en mentale processen
methodologische eisen
systematisch empirisme, verifieerbare kennis, falsifieerbare kennis
gevalstudie
gedetailleerde studie van 1 persoon
naturalistische observatie
observatie van personen of situaties in een natuurlijke situatie buiten het lab
survey
verzamelen van meningen, attitudes via een bevraging
archiefonderzoek
analyse van grote hoeveelheid bestaande data
fysiologische respons
biologische reactie, niet gek
psychologische stimulus
erbij nadenken (na de conditionering)
appetitieve conditionering
onvoorwaardelijke stimulus wordt al prettig ervaren
aversieve conditionering
onvoorwaardelijke stimulus wordt als onprettig ervaren
hogere orde conditionering
uitbreiding van GS door associatie met een nieuwe NS
uitdoving/extinctie bij klassieke conditionering
afleren van associatie tussen OS en GS door GS aan te bieden zonder OS waardoor GR deels verdwijnt
spontaan herstel klassieke conditionering
onverwacht optreden van GR na rustperiode zonder aanbod van GS --> volgend op uitdoving
prikkelveralgemening/generalisatie
GR wordt veralgemeend naar stimuli die lijken op GS
prikkeldiscriminatie
GR wordt beperkt tot GS
positieve bekrachtiging
gedrag versterken door iets bij te voegen
negatieve bekrachtiging
gedrag versterken door iets weg te nemen
positieve bestraffing
gedrag afzwakken door iets bij te voegen
negatieve bestraffing
gedrag afzwakken door iets weg te nemen
uitdoving/extinctie operante conditionering
aangeleerd gedrag krijgt geen gevolg meer
bekrachtigingsschema's
continue bekrachtiging = heel consistent zijn in belonen
intermittende bekrachtiging = af en toe belonen en af en toe niet
shaping (boedseren)
gewenst gedrag aanleren door kleine verbeteringen te belonen
chaining
complex gewenst gedrag aanleren door het gewenst gedrag op te splitsen in een serie van eenvoudige gedragingen
voordeel van belonen
extrinsieke motivatie kan versterkt worden, verlangen om actie uit te voeren owv ee externe consequentie
gevaar van belonen
intrinsieke motivatie kan verzwakken, verlangen om actie uit te voeren owv het beloningsgevoel
latent leren
verborgen leren dat tot pas uiting komt wanneer er motivatie is
inzichtelijk leren
leren door plots inzicht = aha moment
observationeel leren
leren door observeren van gedrag en gevolgen
diffusie van verantwoordelijkheid
hoe meer omstaanders of potentiele hulpverleners aanwezig er aanwezig zijn, hoe kleiner de kans dat het slachtoffer wordt geholpen
bekendheid van de medegetuigen
met een bekende ga je sneller helpen omdat we bij een onbekende onszelf niet voor schut willen zetten of belachelijk willen maken
competentie van de omstaanders
als je weet dat de andere persoon die aanwezig is niet in staat om te helpen grijp je sneller in
kosten en bate analyse
je gaat een afweging maken van de kosten die het eventuele helpen misschien met zich meebrengt en de baten die we erbij ondervinden
inschatten van de ernst van de situatie
eigen ervaringen, empathie, gezond verstand bepalen of je het gaat zien als ernstig of niet
kenmerken van de hulpverlener
persoonlijkheid, normen, gemoedstoestand beinvloeden of je gaat helpen of niet
kenmerken van het slachtoffer
als het slachtoffer mooi gekleed en verzorgd is zullen mensen sneller helpen dan bij een slachtoffer dat er niet verzorgd uitziet
fysieke nabijheid tussen proefpersoon en pseudoproefpersoon
hoe groter de afstand hoe meer gehoorzaamheid
morele tegendruk
morele tegendruk heeft weinig effect op gehoorzaamheid
fysieke nabijheid proefleider
fysieke nabijheid van proefleider verhoogt gehoorzaamheid
vertrouwen in expertise proefleider
vertrouwen in expertise verhoogt gehoorzaamheid
groepsdruk vs difussie van verantwoordelijkheid
groepsdruk beinvloed gehoorzaamheid
self fuflfilling prophecy
je gaat op een bepaalde manier attribueren op iemands gedrag, waardoor je (on)bewust het gedrag dat jij verwacht uitlokt
hardnekkigheidseffect
wanneer we een bepaald beeld van iemand hebben, gaat het heel moeilijk zijn om dar oorspronkelijke idee nog te veranderen of uit je hoofd te zetten
fundamentele attributiefout
gedrag van andere toeschrijven aan interne attributie (persoon zelf)
de actor - observator attributiefout
eigen gedrag verklaren door externe attributie (situatie) en andermans gedrag verklaren door interne attributie (persoon)
zwaarwichtigheid van de gevolgen
hoe ernstiger de gevolgen, hoe meer de reflex om dat met interne attributie te verklaren
primacy effect
aan info die je in het begin krijgt schenk je meer aandacht
recency effect
info die je aan het einde krijgt ga je beter onthouden
halo effect
treedt op wanneer de eerste indruk die iemand maakt positief is, alle volgende indrukken zullen hierdoor ook eerder positief zijn
horn effect
treedt op wanneer de eerste indruk die iemand mijn negatief is, alle volgende indrukken zullen hierdoor ook eerder negatief zijn
tendens tot zelfconsistentie
we hebben de neiging om ons zelfconcept zo stabiel mogelijk te houden, we houden er niet van als dat veranderd
tendens tot zelfverheffing
neiging om onszelf altijd in positief daglicht te bekijken of te zetten
social loafing, sociaal parafraseren, sociaal lanterfanten
neiging van individuen binnen een groep om minder inspanning te leveren naarmate de grootte van de groep toeneemt
sociaal compenseren
neiging van individu binnen een groep om extra inspanning te leveren om sociaal parafraseren van anderen op te vangen
centrale route
je laat je leiden door rationele, inhoudelijke afwegingen waar je grondig over nadenkt en die je helpen een verstandige keuze te maken
perifere route
maakt gebruik van meer oppervlakkige impulsen en van uiterlijke kenmerken en prikkels, verloopt sneller en vergt minder tijd en energie
Dunning-krugereffect
mensen die weinig kennis of vaardigheden hebben, die hebben de neiging om heel zelfzeker te zijn en zichzelf te overschatten
opwaartse sociale vergelijking
je vergelijkt jezelf met iemand die beter is dan jou, dit kan motiverend zijn maar je kan je ook slechter of onzekerder voelen
neerwaartse sociale vergelijking
je vergelijkt je met iemand die slechter is dan jij, dit kan je vertrouwen verhogen
conformisme
volledig aanpassen aan de groep, eigen norm niet weg maar verstoppen bv. experiment van Ash
sociale normering
je gaat je normen vanzelf meer en meer aanpassen, je gaat ze niet verstoppen maar ze echt veranderen
cognitieve dissonantie
ambivalent gevoel dat ontstaat wanneer attitudes, gedachtes en gevoelens in strijd staan met elkaar
Habituatie
je gaat minder sterk reageren op een prikkel omdat je er herhaaldelijk wordt aan blootgesteld, er vindt gewenning plaats
filterbubbel
bubbel waarin je zit waar beelden of materiaal wordt gefilterd naar dingen die we leuk vinden
Aanbiedingseffect
hoe vaker we iets gaan zien, hoe vaker iets wordt aangeboden, hoe positiever de attitude er tegenover wordt
confirmatiebias
eens een attitude gevormd vindt er bevestiging plaats, we gaan zelf bepaalde zaken selecteren als die overeenkomen met onze bestaande attitude
ingroup vs outgroup
verschil tussen groepen vergroten, verschil in groepen verkleinen
Nog leren (2)
Je hebt een begin gemaakt met het leren van deze termen. Hou vol!