Woordenlijst thema 5

call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/34

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:03 PM on 5/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Add student to class section state
Add studentsNo students in these sections. Invite them to track progress!

35 Terms

1
New cards

doorvoer

Vervoer van goederen door een land, waarbij tussen in- en uitvoer geen inklaring door de douane ligt.

2
New cards

export

Verkoop van goederen en diensten aan landen buiten de EU.

3
New cards

extracommunautaire handel

Internationale handel buiten de EU.

4
New cards

import

De aankoop van goederen en diensten bij landen buiten de EU.

5
New cards

internationale handel

De handel tussen verschillende landen; ook wel wereldhandel genoemd.

6
New cards

intracommunautaire handel

Internationale handel binnen de EU.

7
New cards

intracommunautaire levering

Vindt plaats wanneer een onderneming uit de EU goederen verkoopt aan een onderneming van een ander EU-land.

8
New cards

intracommunautaire verwerving

Vindt plaats wanneer een onderneming uit de EU goederen aankoopt bij een onderneming van een ander EU-land.

9
New cards

schaalvoordeel

Het economische voordeel dat gerealiseerd wordt door op grotere schaal te produceren, waarbij de gemiddelde kosten per eenheid dalen.

10
New cards

douane declarant

Tussenpersoon die adviseert over en de volledige afhandeling verzorgt van alle douanedocumenten en -formaliteiten voor invoer-, doorvoer- en uitvoeractiviteiten.

11
New cards

expediteur

Organisator van de verzending van goederen die naast het vervoer ook administratieve formaliteiten zoals vergunningen en prijsaanvragen afhandelt.

12
New cards

lineaire economie

Systeem waarin grondstoffen worden omgezet in producten die na verbruik worden vernietigd.

13
New cards

maximumvoorraad

De maximale voorraad op grond van de beschikbare ruimte of het beschikbaar budget.

14
New cards

minimumvoorraad

De minimale voorraad die aanwezig moet zijn opdat een onderneming goed kan functioneren.

15
New cards

mobiele voorraad

De uitstaande bestellingen bij leveranciers minus dat gedeelte dat al verkocht maar nog niet geleverd is.

16
New cards

neen-verkopen

De onmogelijkheid om te verkopen omdat er geen voorraad is.

17
New cards

productielogistiek

Komt voor in ondernemingen die producten vervaardigen; omvat het bepalen van benodigde grondstoffen en het zoeken naar toeleveranciers.

18
New cards

public warehouse

Een magazijn waar opslagruimte verhuurd wordt aan andere bedrijven die tegen betaling hun goederen daar opslaan en van daaruit laten leveren.

19
New cards

retourlogistiek

Logistiek systeem voor het efficiënt terugsturen van goederen voor herstel, hergebruik, recyclage of verwijdering, bij voorkeur in een circulair proces.

20
New cards

technische voorraad

De voorraad die effectief fysiek aanwezig is in het magazijn van de onderneming.

21
New cards

transportbedrijf

Onderneming die voornamelijk zorgt voor het transport van de leverancier naar de klant.

22
New cards

distributiecentrum

Centraal magazijn dat producten aankoopt en opslaat om vervolgens winkels van dezelfde winkelketen te bevoorraden.

23
New cards

distributielogistiek

De besturing en beheersing van het traject van een afgewerkt product vanaf het eind van het productieproces tot aan de eindafnemer.

24
New cards

economische voorraad

De voorraad die effectief in het magazijn is plus de voorraad die besteld is bij leveranciers maar nog niet is geleverd.

25
New cards

groepagecentrum

Onderneming die producten van meerdere leveranciers groepeert om goederen voor dezelfde klant gezamenlijk op één vrachtwagen te laden.

26
New cards

groothandel

Onderneming die producten aankoopt bij meerdere leveranciers, deze opslaat en vervolgens levert aan kleinhandelaars.

27
New cards

inkooplogistiek

De inkoop van grondstoffen, halffabricaten of afgewerkte producten en het transport van die goederen.

28
New cards

keteneconomie met recycling

Systeem waarbij een product na gebruik gedeeltelijk wordt gerecycleerd voor nieuwe verwerking, hoewel er nog restafval overblijft.

29
New cards

just in time

Precies op tijd leveren wat de klant of ketenpartner nodig heeft.

30
New cards

logistiek

Handelingen om goederen van grondstof tot eindproduct te verwerken en af te leveren: de juiste goederen, op de juiste plaats, in de juiste hoeveelheid, tegen minimale kosten.

31
New cards

supply chain

Alle schakels vanaf inkoop van grondstoffen tot aflevering bij de klant, inclusief opslag en inpakactiviteiten. (Engels)

32
New cards

scheepsagent

Vertegenwoordiger van een rederij in een vreemde haven die alle formaliteiten voor het schip en de lading afhandelt met diverse instanties.

33
New cards

value added logistics

Het scheppen van een hogere toegevoegde waarde in de logistieke keten, bijvoorbeeld door goederen om te pakken of te etiketteren.

34
New cards

buffervoorraad

Voorraad die dient om onverwachte omstandigheden te kunnen opvangen.

35
New cards

circulaire economie

Economie gericht op een gesloten cirkel waarbij restafval wordt vermeden door herstel, upgrades en transformatie tot nieuwe producten.