1/120
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
le constructeur automobile
de autofabrikant
une voiture
een auto
une voiture de location
een huurauto
une voiture d’occasion
een tweedehandswagen
une voiture de remplacement
een vervangwagen
une voiture d’occasion
een tweedehandswagen
une voiture remplacement
een vervangwagen
un véhicule utilitaire
een bedrijfsvoertuig
une voiture de fonction
een bedrijfswagen
une voiture autonome
een zelfrijdende auto
consommer
verbruiken
la consommation
het verbruik
une voiture électrique
een elektrische auto
une voiture hybride
een hybride auto
une voiture à essence
een benzineauto
une voiture diesel
een dieselauto
la zone à faibles émissions (LEZ)
de lage emissiezone
une traction avant/arriére
een voorwiel/achterwielaandrijving
une 4×4
een terreinwagen, een 4WD
un suv
een suv
un chauffeur
een bestuurder
la plaque d’immatriculation
de nummerplaat
le permis (de conduire)
het rijbewijs
une assurance auto
een autoverzekering
la carte gris
het kentekenbewijs
la carte verte
de groene (verzekerings) kaart
un concessionnaire
een concessiehouder, een erkende autodealer
un/une garagiste
een garagehouder (ster)
passer
langskomen
amener sa voiture
zijn auto brengen
récupérer sa voiture
zijn auto ophalen
l’entretien d’une voiture
een auto-onderhoudsbeurt
faire ‘entretien d’une voiture
een auto een onderhoudsbeurt geven
faire réviser sa voiture
een auto een chek-up laten geven
une révision
een controlebeurt
vérifier
controleren
réparer
herstellen
remplacer
vervangen
un centre de contrôle technique
een auto keuringsstation
mettre en marche
starten, aanzetten
démarrer
starten, wegrijden
la clé (de contact)
de contactsleutel
une clé de voiture à télécommande
een autosleutel met afstandbediening
couper le contact
het contact afzetten
arrêter?couper le moteur
de motor afzetten
la boîte de vitesse, la boîte de vitesse automatique
de (automatische) versnellingsbak
embrauer
koppelen
débrayer
ontkoppelen
l’embrayage
de koppeling
une vitesse
een versnelling
passer en quatrième vitesse
in de vierde versnelling gaan
changer de vitesse
schakelen
passer la marche arrière
in z’n achteruit schakelen
une voiture (à transmission) automatique
Een auto met een automatische versnellingsbak
rouler
rijden
avancer
vooruitrijden
reculer
achteruitrijden
ralentir
vertragen
s’arrêter
stoppen
accélérer
optrekken, gas geven
freiner
remmen
le frein
de rem
le frein à main
de handrem
l’ABS
het ABS (antiblokkeersysteem)
le volant
het stuur
être auvolant
achter het stuur zitten
conduire en voiture
rijden met een auto
conduire qqn quelque part
iemand ergens heen brengen/rijden
monter en voiture
in de auto instappen
tourner
afslaan
à gauche
links
à droite
rechts
tout droit
rechtdoor
un virage
een bocht
rater un virage
uit de bocht vliegen
tenir sa droite
rechts houden
serrer à droite
rechts aanhouden, voorsorteren
la voie
de rijstrook
dépasser
inhalen
faire demi-tour
omkeren
faire un détour
een omweg maken
une déviation
een omleiding
une chaussée déformée
een slecht wegdek
se garer
parkeren
stationner
stilstaan
garger un véhicule
een voertuig parkeren
un capteur
een sensor
le stationnement
het parkeren
stationnement interdit
verboden te parkeren
un bouchon/ embouteillage
een verkeersophoping / een file
la bande d’arrêt d’urgence
de pechstrook
tomber en panne
pech krijgen/ hebben
la panne
de pech
dépanner, le service de dépannage
pech verhelpen, de pechdienst
remorquer
slepen
une roue
een wiel
la roue de secours
het reservewiel
un pneu
een band
monter les pneus d’hiver/ d’été
de winter/ zomerbanden monteren
un phare
een koplamp