Deel 1: hoofdstuk 2: algemene organisatie van het onderwijs

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/34

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:50 PM on 6/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

35 Terms

1
New cards

vrijheid van onderwijs

actieve vrijheid: elke persoon heeft het recht om onderwijs te organiseren en hiervoor instellingen op te richten

passieve vrijheid: leerlingen en ouders hebben het recht op vrije schoolkeuze en inschrijving in de school

2
New cards

actieve vrijheid omvat

  • recht van oprichting: iedereen heeft het recht om een school op te richten en onderwijs te verstrekken

    • recht om vorm en inhoud te bepalen

    • recht om studiebewijzen en getuigschriften uit te reiken (maar moet voldoen aan voorwaarden)

  • recht van richting: recht zelf bepalen welke grondslagen hun aangeboden onderwijs steunt

  • recht van inrichting: de inrichtende machten kunnen, zonder inmenging van de overheid, de organisatie en de werking van de school bepalen

3
New cards

pedagogische vrijheid

inrichtende machten zijn in grote mate autonoom inzake pedagogisch project, leerplannen, onderwijsmethoden, beoordeling van leerlingen

4
New cards

passieve vrijheid omvat

  • vrijheid van schoolkeuze: recht om zich in de school naar keuze in te schrijven op een redelijke afstand van de woonplaats

  • inschrijvingsrecht: leerlingen die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden en wiens ouders akkoord gaan met het schoolreglement en pedagogisch project worden chronologisch ingeschreven

5
New cards

dubbele contingentering

schoolbestuur legt op voorhand vast hoeveel indicator en niet - indicator leerlingen scholen mogen bedragen, dus 2 contingenten:

  • contingent indicatorleerlingen (waarbij moeder geen secundair diploma heeft en ontving in één van de 2 voorgaande schooljaren minstens 1 studietoelage)

  • contingent niet - indactorleerlingen: leerlingen zonder een sociale of financieel criteria

6
New cards

aanvaardingsplicht

elke leerling die voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden (leeftijd en bekwaamheid) heeft recht op inschrijving in de door de ouders gekozen school

7
New cards

LOP (lokaal overlegplatform)

overlegorgaan in het Vlaams onderwijs waar verschillende onderwijsfactoren samenkomen om afspraken te maken over gelijke kansen en de organisatie van inschrijvingen in bepaalde regio

kerntaak: het bevorderen van gelijke onderwijskansen en zorgen voor eerlijke inschrijvingen

8
New cards

erkenning van basisschool in 2 fases

  • de voorlopige erkenning: de onderwijsinspectie gaat na of het onderwijsaanbod voldoet aan een beperkte set van erkenningsvoorwaarden

  • de erkenning: onderwijsinspectie gaat na of de onderwijsinstelling voldoet aan alle erkenningsvoorwaarden

9
New cards

verschil gemeenschapsonderwijs en officieel onderwijs

  • gemeenschapsonderwijs wordt georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, en deze zorgt voor financiering

  • officieel onderwijs wordt georganiseerd door steden, gemeenten of provincies, en krijgen subsidies van de overheid

10
New cards

erkenningsvoorwaarden

  • open karakter hebben door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen

  • leerplannen volgen van het gemeenschapsonderwijs, OVSG, POV

  • een schoolwerkplan, schoolregelement en schoolboeken gebruiken in overeenstemming met het open karakter

  • begeleid worden door de begeleidingsdienst van het gemeenschapsonderwijs, OVSG en POV

  • het godsdienstonderwijs of zedenleer moet worden gegeven door een leermeester

11
New cards

ontwikkelingsdoelen (OD)

minimumdoelen die de onderwijsoverheid wenselijk acht voor bepaalde leerlingenpopulatie

12
New cards

eindtermen (ET)

minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie

13
New cards

ODET: onderwijsdoelen en eindtermen

omschreven welke kennis, vaardigheden, inzicht en attitudes de samenleving noodzakelijk of wenselijk acht voor leerlingen op verscheiden onderwijsniveaus

decretaal vastgelegd en als middel om aan kwaliteitsbewaking te doen

14
New cards

vakgebonden eindtermen (leergebidsgebonden)

zijn minimumdoelen die leerlingen gedurende het leerproces moeten bereiken

met uitzondering van de attitudinale eindtermen

15
New cards

vakoverschrijdende eindtermen (leergebiedoverschrijdende)

minimumdoelen die niet specifiek tot een leergebied behoren

16
New cards

leerplan

een document dat essentiële gegevens bevat voor de concrete onderwijsaanpak

  • algemene en specifieke doelstellingen

  • doelstellingen die er voor zorgen dat de eindtermen worden bereikt

  • moeten goedgekeurd worden door de onderwijsinspectie

  • elke inrichtende macht kiest vrij haar leerplannen

17
New cards

duaal leren

leerlingen leren op 2 plaatsen tegelijk: op school en op een werkplek

18
New cards

problematische afwezigheden bij

  • meer dan 30 halve dagen (voltijds secundair onderwijs)

  • meer dan 20 halve dagen (deeltijds secundair onderwijs)

19
New cards

soorten schoolverzuim:

  • geoorloofd:

    • geldige reden zoals een ziekte

  • ongeoorloofd:

    • luxeverzuim: lln neemt extra vakantie, met medeweten van ouders

    • incidenteel spijbelen: lln die een keer brost

    • berekend spijbelen: lln slaat automatisch theorievakken over, steeds bij dezelfde leraar afwezig, tijdens hetzelfde uur

    • periodiek spijbelen: lln die gedurende een periode spijbelt, dan even niet meer en dan weer wel

    • permanent spijbelen; lln die helemaal niet naar school gaat, hoewel hij of zij is ingeschreven

20
New cards

Vlaamse Kwalificatiestructuur

een systeem dat gebruikt wordt in Vlaanderen om alle studiebewijzen en beroepskwalificaties op een duidelijke en vergelijkbare manier te ordenen (obv het algemeen geldend Europees raamwerk)

structuur bestaat uit 8 niveaus

21
New cards

beroepskwalificaties

afgeronde en ingeschaalde gehelen van competenties waarmee een beroep kan worden uitgeoefend

22
New cards

onderwijskwalificaties

afgeronde en ingeschaalde competenties die noodzakelijk zijn om maatschappelijk te functioneren en te participeren

23
New cards

de 8 niveaus van kwalificatiestructuur

  1. de eindtermen voor lager onderwijs

  2. basiseducatie, secundair onderwijs, buitengewoons secundair onderwijs, leren werken/ duaal leren

  3. secundair onderwijs, buitengewoon secundair onderwijs, leren en werken/duaal leren

  4. secundair onderwijs, buitengewoon secundair onderwijs, leren en werken/duaal leren, secundair volwassen onderwijs

  5. hogeschool - gegradueerde

  6. universiteit/ hoge school - Bachelor

  7. universiteit/ hoge school - Master

  8. universiteit - Doctor

24
New cards

maximumfactuur

een maximaal bedrag dat de scholen jaarlijks aan de ouders kunnen doorrekenen per leerling

25
New cards

bijdrageregeling

een lijst waar alle onkosten opgesomd worden die de ouders in de loop van het schooljaar moeten betalen voor het onderwijs van hun kinderen

26
New cards

digisprong

initiatief waarbij scholen (buiten-) gewoon kleuter, lager, secundair onderwijs en HBO5 opleiding verpleegkunde, vanaf 1 januari 2021 ICT middelen toegewezen kregen voor de uitbouw van het digitaal onderwijs

27
New cards

4 autonome organisaties van de administratie

  1. Departement Onderwijs en Vorming

    1. beleidsondersteunende taken

    2. aan de leiding staat een secretaris-generaal

  2. Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI)

  3. Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs, kwalificaties en studietoelagen (AHOVOKS)

  4. Agentschap voor infrastructuur in het onderwijs (AGION)

28
New cards

onderwijsnetten

groepering van inrichtende machten obv wettelijk statuurt en de aard van financiële middelen die ze ontvangen van de gemeenschap

→ verzameling van scholen die op dezelfde manier georganiseerd worden

EEN NET BESTAAT UIT MEERDERE KOEPELS

29
New cards

onderscheid wettelijk statuut

  • officiële scholen: georganiseerd door publieke overheden zoals Vlaamse gemeenschap, steden en gemeenten

  • vrije scholen: georganiseerd door private instanties zoals individuen, vrije verenigingen en VZW’s

30
New cards

aard van financiële middelen

  • gefinancierde scholen: scholen die rechtstreeks worden gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap → het GO! onderwijs

  • gesubsidieerde scholen: scholen die subsidies ontvangen van de Vlaamse Gemeenschap, mits het voldoet aan programmatie en rationalisatienormen en bepaalde erkenningsvoorwaarden

31
New cards

3 onderwijsnetten in Vlaanderen

  1. het Go! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap: officieel en gefinancierd

  2. het gesubsidieerd officieel onderwijs OGO: officieel en gesubsidieerd

  3. het gesubsidieerd vrij onderwijs: VGO: vrij en gesubsidieerd

32
New cards

onderwijskoepels

binnen elk net bestaan er verschillende onderwijskoepels

= verenigen en representeren verschillende groepen van inrichtende machten en staan in voor de ondersteuning, belanghartiging, en representatie in advies en beleidsorganen van de aangesloten scholen

→ opstellen leerplannen en lessenroosters die aangesloten schoolbesturen kunnen overnemen

→ organiseren pedagogische begeleiding, naschoolse activiteiten voor aangesloten instellingen

scholen van het vrij gesubsidieerd onderwijs zijn rij om al dan niet aan te sluiten bij een koepel

33
New cards

onderwijskoepels voor officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)

  • OVSG: onderwijssecretariaat van de steden en gemeenten van de Vlaamse gemeenschap

    • vertegenwoordiging onderwijs van steden en gemeenten

  • POV: provinciaal onderwijs Vlaanderen: vertegenwoordiging provinciaal onderwijs

34
New cards

onderwijskoepels voor vrij gesubsidieerd onderwijs

  • katholiek onderwijs Vlaanderen

  • FOPEM: federatie van onafhankelijke pluralistische emancipatorische methodescholen → groepering van verschillende methodescholen, bestaande uit freinetscholen, ervaringsgerichte scholen en projectscholen

  • federatie Steiner scholen

  • VOOP: Vlaams onderwijs overlegplatform → vertegenwoordiging niet-confessionele scholen

  • IPCO: inrichtende machten van vrije-protestants-christelijke onderwijsinstellingen → vertegenwoordiging vrije protestants-christelijke scholen

  • OKO: overleg kleine onderwijsvertrekkers

35
New cards

VGO: 3 categorieën

  • confessionele scholen: meeste katholieke scholen, ook nog protestantse en joodse scholen

  • niet-confessionele scholen: scholen die gebaseerd zijn op rationalistische/humanistische opvattingen

  • onafhankelijke scholen: scholen die specifieke onderwijskundige methoden toepassen (Freinet, steiner)