1/27
Deze flashcards behandelen de belangrijkste concepten uit de economie lecture notes over marktvormen, prijs- en inkomenselasticiteit, marktfalen, mededingingsbeleid en de Europese Unie integratie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat zijn de kenmerken van een perfect competitieve markt (PC)?
Veel ondernemingen, veel concurrentie, beslissingen van één ondernemer hebben geen invloed op de marktprijs en een onderneming heeft een klein deel van de totale marktverkoop.
Wat betekent het dat een ondernemer in een perfecte competitie een 'prijsnemer' is?
De ondernemer neemt de marktprijs als gegeven en kan deze niet beïnvloeden; bij een hogere prijs stappen consumenten direct over naar de concurrentie.
Wat zijn homogene producten?
Producten die (bijna) identiek zijn en voor de consument perfecte substituten zijn, zoals graan, olie, brandstof of katoen.
Hoe wordt de collectieve marktvraagcurve bepaald?
Door de som van alle individuele vraagcurven (gevraagde hoeveelheden) bij elkaar op te tellen.
Wanneer is er sprake van een aanbodoverschot?
Wanneer de aangeboden hoeveelheid groter is dan de gevraagde hoeveelheid (Aangeboden>Gevraagde).
Wat is marginale productie (MP)?
De hoeveelheid die één extra arbeider produceert.
Wat is het verband tussen gemiddelde productie en gemiddelde kost?
Als de gemiddelde productie per arbeider stijgt, daalt de gemiddelde kost per eenheid product.
Wat is de formule voor de marginale kosten (MK)?
MK=ΔqΔTK
Bij welk punt vindt winstmaximalisatie (optimale productiegrootte) plaats?
Op het snijpunt waar de marginale opbrengst gelijk is aan de marginale kosten (MO=MK).
Wanneer zetten producenten hun productie stop in een competitieve markt?
Als de variabele kosten niet meer gedekt worden door de opbrengst.
Wat is de formule voor de prijselasticiteitscoëfficiënt (∣Ep∣)?
∣Ep∣=pgemp1−p0qgemq1−q0 waarbij qgem=2q1+q0 en pgem=2p1+p0.
Wat typeert een inelastische vraagcurve?
De coëfficiënt ligt tussen 0 en 1; een prijswijziging veroorzaakt een procentueel kleinere hoeveelheidswijziging (steile curve).
Welke factor is het belangrijkst voor de prijselasticiteit van een product?
De substitueerbaarheid van een product; hoe minder vervangbaar een product is, hoe inelastischer de vraag.
Wat is de definitie van een inferieur goed bij inkomenselasticiteit?
Een goed waarvan de consument minder koopt als het inkomen stijgt (Ey<0), zoals huismerken.
Wat betekent een positieve kruiselingse prijselasticiteit?
Dat het gaat om substitutiegoederen: een prijsstijging van product 1 zorgt voor een toename in de vraag naar het substitutiegoed.
Wat zijn de kenmerken van een monopolie?
Eén aanbieder, veel vragers, geen directe substituten, toetredingsdrempels en de monopolist is een prijszetter.
Welke drie soorten toetredingsdrempels bestaan er?
Wanneer wordt een markt geclassificeerd als een oligopolie op basis van de concentratieratio?
Wanneer de top-5 ondernemingen meer dan 60% van het marktaandeel in handen hebben.
Wat is monopolistische concurrentie?
Een marktvorm met een groot aantal concurrenten die gedifferentieerde producten maken, waardoor zij beperkte marktmacht hebben om de prijs te beïnvloeden.
Wat is marktfalen?
Een inefficiënte verdeling van goederen en diensten op een vrije markt.
Wat is de formule voor Marginale Sociale Kosten (MSK)?
MSK=MK+MEK (waarbij MEK de marginale externe kosten zijn).
Wat zijn Pigouviaanse belastingen?
Heffingen bedoeld om negatieve externe effecten te corrigeren door de prijs van schadelijke producten te verhogen.
Wat zijn de drie algemene regels van het mededingingsbeleid?
Verbod op anti-concurrentiële afspraken, verbod op misbruik van een machtspositie door dominante spelers, en verbod op de vorming van dominante machtsposities door concentraties.
Wat is een clementieprogramma in de context van kartelvorming?
Een programma waarbij een onderneming die informatie geeft over een kartel wordt beschermd of gedeeltelijk vrijgesteld van boetes.
Wat zijn de 4 vrijheden van het vrij verkeer binnen de EU?
Vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal.
Wat is het verschil tussen intracommunautaire en extracommunautaire handel?
Intracommunautaire handel vindt plaats tussen EU-lidstaten; extracommunautaire handel vindt plaats met landen buiten de EU (import/export).
Wat zijn de vijf vormen van economische integratie van los naar hecht?
Vrijhandelszone, Douane-unie, Gemeenschappelijke markt, Economische unie, en Economische en monetaire unie.
Wat is een Douane-unie?
Een vrijhandelszone met een gemeenschappelijk douanetarief voor landen buiten de unie (derde landen).