1/11
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Doelstelling anesthesie
Bewustzijnsverlies
Pijnstilling (analgesie)
Spierrelaxatie
Geheugenverlies (amnesie)
Voorwaarden anesthesie
Goede voorbereiding (materiaal + patiënt)
Juiste dosering medicatie
Continue monitoring (ademhaling, hart, temp.)
Werkende anesthesieapparaat
Infuus aanwezig
Verloop (stadia) anesthesie
Premedicatie (sedatie)
Dier wordt rustig/suf + pijnstilling
Inductie
Dier wordt in slaap gebracht
Onderhoud
Anesthesie op peil houden (pas of injectie)
Uitleiding (recovery)
Stoppen anesthesie → dier wordt wakker
Risico’s anesthesie
Ademhalingsdepressie/apneu
Hypotensie (lage bloeddruk)
Bradycardie (trage hartslag)
Onderkoeling
Overdosering → overlijden
Onrustige recovery
Verschil rebreathing vs non-rebreathing
Non-rebreathing (half-open systeem)
Dier ademt geen uitgeademd gas opnieuw in
Hoge gasflow nodig
Flow; 2-3x ademminuutvolume
Voordelen
Simpel systeem
Weinig weerstand (geschikt voor kleine dieren)
Rebreathing (half-gesloten systeem)
Dier ademt gedeeltelijk uitgeademde gas opnieuw in (CO2 verwijderd via sodalime)
Flow;
Eerst 10-15 min: 100 mL/kg/min
Daarna: 10 mL/kg/min (min. 1 mL/min)
Voordelen
Minder gasverbruik
Minder warmteverlies
Nadelen
Complexer systeem
Meer weerstand (minder geschikt voor kleine dieren)
Voordelen + nadelen inhalatie anesthesie (gas, bv. isofluraam)
Voordelen
Goed regelbaar
Snelle recovery
Stabiel
Nadelen
Duur (apparatuur + gas)
Technisch complex
Voordelen + nadelen Injectie-anesthesie
Voordelen
Snel toe te dienen
Geen apparatuur nodig
Nadelen
Minder goed regelbaar
langere recovery mogelijk
Kans op overdosering
Voordelen + nadelen lokale anesthesie (oppervlakte, infiltratie, geleiding)
Oppervlakte (op huid/slijmvlies);
Voordeel; Eenvoudig
Nadeel; Oppervlakkig effect
Infiltratie (injectie in weefsel);
Voordeel; Gericht
Nadeel; Meerdere injecties nodig
Geleiding (zenuwblokkade);
Voordeel; Sterk en gericht
Nadeel; Technisch moeilijker
Hoe bereken je de flow?
Stap 1; Ademteugvolume
= 10-15mL/kg
Stap 2; Ademminuutvolume
= ademteugvolume x ademfrequentie
Non-rebreathing
→ Flow = 2-3 x ademminuutvolume
Rebreathing
→ Eerste fase; 100 mL/kg/min
→ daarna 10 mL/Kg/min (min. 1mL/min)
Wat geven de volgende bewakingsapparatuur aan?
Pulsoxymeter
Capnograaf
Bloeddrukmeter
ECG
Thermometer
Pulsoxymeter;
Meet; SpO1 + pols
Plaats; Tong
Normaal: >95%
Capnograaf;
Meet: CO2 (4-6%) + ademhaling
Plaats: Tussen tube en slang
Bloeddrukmeter;
Meet: Systole/diastole/MAP
Plaats: Poot of staart
ECG;
Meet: Elektrische hartactiviteit
Plaats: Elektroden op huid
Thermometer;
Meet: lichaamstemperatuur
Plaats: Rectaal of slokdarm
Waar let je op bij monitoring anesthesie?
Ademhaling (frequentie/diepte)
Pols (kracht/regelmaat)
Slijmvliezen (kleur + CRT)
Temperatuur
Waar let je op tijdens recovery?
Regelmatig controleren
Let op; ademhaling, pols, temperatuur
Infuus laten zitten
Warm houden (warmtemat/lamp)
Afwijkingen → direct melden