1/14
Deze flashcards behandelen de belangrijkste economische begrippen met betrekking tot internationale handel, wisselkoersen en protectiemaatregelen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Arbeidsproductiviteit
Productie per werknemer per tijdseenheid.
Betalingsbalans
Een overzicht van alle betalingen van een land met het buitenland.
Concurrentiepositie
Hoe goed een land kan concurreren met het buitenland.
Export (uitvoer)
Een land verkoopt goederen of diensten aan het buitenland.
Import (invoer)
Een land koopt goederen en diensten van het buitenland.
Internationale handel
Handel tussen landen.
Open economie
Een land dat veel doet aan internationale handel.
Handelsoorlog
Landen gaan de handel met elkaars land blokkeren of moeilijker maken, bijvoorbeeld door het instellen van invoerrechten of het verbieden van import.
Protectie
Een land neemt maatregelen om bedrijven te beschermen tegen internationale concurrentie.
Protectiemaatregelen
Maatregelen die een land neemt om de eigen productie te beschermen, zoals invoerrechten, exportsubsidies, importquota en importverboden.
Vrijhandel
Twee of meer landen spreken af om alle handelsbelemmeringen af te schaffen.
Vrijhandelszone
Groep van landen die afspreekt dat er binnen hun gebied zonder handelsbelemmeringen, zoals importheffingen, mag worden gehandeld.
Vraag en aanbod van/naar een valuta
Alle consumenten, bedrijven en andere partijen die een munt vragen of aanbieden.
Vreemde valuta
De verschillende muntsoorten (zoals euro, dollar of pond) van landen.
Wisselkoers
De waarde van een munt uitgedrukt in een andere munt.