1/29
Flashcards gebaseerd op de colleges over het lymfestelsel, de werking van het immuunsysteem, DNA-structuur, celdeling (mitose/meiose) en de aerobe en anaerobe celademhaling.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Lymfe
Het overschot aan weefselvocht dat wordt opgenomen door lymfecapillairen.
Lymfekenopen
Organen die de lymfe filteren en zuiveren door lichaamsvreemde antigenen te verwijderen.
Thymus (Zwezerik)
De plek waar T-lymfocyten rijpen en waar wordt gezorgd dat er geen lymfocyten worden gevormd tegen eigen antigenen.
Pathogeen
Een verzamelnaam voor organismen die schade toebrengen of ziekte veroorzaken, zoals meercellige parasieten, protozoa, schimmels, prokaryoten en virussen.
Antigenen
Organische moleculen (zoals eiwitten) aan de buitenkant van een celmembraan die dienen als herkenningsteken voor het immuunsysteem.
Homeostase
De toestand waarin de omstandigheden in het lichaam constant blijven.
Erytrocyten
Rode bloedcellen die hemoglobine bevatten om O2 te binden voor transport naar de cellen.
Fagocytose
Het proces waarbij witte bloedcellen schijnvoetjes vormen rond een pathogeen om het op te nemen en te verteren.
Trombocyten
Bloedplaatjes; kleine celfragmenten zonder kern die essentieel zijn voor de bloedstolling.
Lysozymen
Enzymen in zweet, traanvocht en speeksel die de celwand van bacteriën kapotmaken als onderdeel van de eerste afweerlinie.
NK-cellen (Natural Killer cellen)
Cellen in de tweede afweerlinie die afwijkende cellen herkennen en perforines afgeven om gaten in het celmembraan te maken.
Antigeenpresenterende cel (APC)
Een cel, zoals een macrofaag, die een pathogeen vernietigt en de antigenen ervan in zijn eigen celmembraan inbouwt om T-helperlymfocyten te activeren.
Cytotoxische T-lymfocyten
Lymfocyten die geïnfecteerde cellen of tumorcellen opsporen en uitschakelen door middel van celperforatie.
Agglutinatie
Het samenklonteren van pathogenen of cellen door de binding met antilichamen.
Resusfactor (D-antigeen)
Een specifiek antigeen op de rode bloedcel; personen zijn Resuspositief (Rh+) als het aanwezig is of Resusnegatief (Rh−) als het afwezig is.
Nucleotide
De bouwsteen van DNA, bestaande uit een suikermolecuul (desoxyribose), een fosfaatgroep en een organische stikstofbase.
Histonen
Eiwitten die werken als een spoel waar het DNA omheen gewonden is om het compact op te rollen.
Nucleosoom
Een pakketje van acht histonen met het daaromheen gewikkelde DNA.
DNA-helicase
Het enzym dat de waterstofbruggen tussen de basenparen verbreekt om de dubbele helix te ontwinden tijdens replicatie.
Okazaki-fragmenten
Kleine stukjes DNA die ontstaan tijdens de replicatie op de trage (volgende) streng omdat DNA-polymerase alleen in de 5′→3′ richting kan werken.
Karyogram
Een chromosomenkaart waarop de chromosomen van een cel zijn gerangschikt per homoloog paar van groot naar klein.
Mitose
Gewone celdeling waarbij één diploïde moedercel twee genetisch identieke diploïde dochtercellen vormt voor groei en herstel.
Meiose
Reductiedeling waarbij uit één diploïde moedercel vier genetisch verschillende haploïde dochtercellen (gameten) ontstaan.
Crossing-over
Het proces tijdens de profase I waarbij homologe chromosomen stukjes DNA uitwisselen via een chiasma.
Aerobe celademhaling
Het metabolische proces waarbij glucose volledig wordt geoxideerd tot CO2 en H2O met behulp van zuurstof, resulterend in 38 moleculen ATP per glucosemolecuul.
Glycolyse
De eerste stap van de celademhaling in het cytosol, waarbij glucose wordt gesplitst in twee moleculen pyruvaat met een nettowinst van 2 ATP.
Krebscyclus (Citroenzuurcyclus)
Een proces in de matrix van mitochondriën waarbij acetyl-CoA wordt afgebroken tot CO2 en waterstofdragers (NADH en FADH2) worden gevormd.
Oxidatieve fosforylering
De laatste stap van de aerobe ademhaling waarbij de energie van elektronen wordt gebruikt om een concentratiegradiënt van H+-ionen te maken voor de productie van ATP via ATP-synthase.
Melkzuurgisting
Een anaerobe vorm van celademhaling waarbij pyruvaat wordt omgezet in lactaat om NAD+ te regenereren voor de glycolyse.
Centromeer
De plaats waar twee zusterchromatiden in een delingschromosoom aan elkaar vastzitten.