Wonen en verplaatsing in een landelijk gebied

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/25

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de vocabulaire over wonen, landbouwbedrijven, woningtypen door de jaren heen, verstedelijking van het platteland, hydrografie en de verschillende soorten valleien op basis van de lesnotities.

Last updated 4:43 PM on 6/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

26 Terms

1
New cards

Landelijk gebied (platteland)

Een gebied waar de natuurlijke elementen primeren.

2
New cards

Tweedelige boerderij

Een boerderij die bestaat uit twee delen: de woning en de stal.

3
New cards

Driedelige boerderij

Een boerderij die bestaat uit drie delen: de woning, de stal en de schuur.

4
New cards

Vierkante boerderij

Een boerderij waarbij de woning, stallen en schuren rond een vierkant binnenplein zijn gebouwd, vaak voorkomend in graanregio's.

5
New cards

Traditionele woning (voor 1850)

Woning gebouwd met lokale materialen en artisanale architectuur, vaak met een bescheiden volume en kleine, verticale ramen.

6
New cards

Industriële woning (1850-1950)

Woning gebouwd met industriële materialen zoals uniforme bakstenen, gekenmerkt door grotere volumes en grotere vensteropeningen.

7
New cards

Postindustriële woning (na 1950)

Woning gekenmerkt door een grote diversiteit in stijlen en materialen (hout, metaal), veel vensteropeningen, Velux-ramen en een garage of parking.

8
New cards

Verstedelijking (Urbanisation)

Het fenomeen waarbij een landschap elementen van zowel een dorp als een stad vertoont.

9
New cards

Rurbanisatie

De urbanisatie van het landelijk gebied door een verstedelijkingsontwikkeling.

10
New cards

Stadsvlucht

Het fenomeen waarbij mensen de stad verlaten voor een rustige, groene omgeving op het platteland, vaak vanwege vervuiling in de stad.

11
New cards

Gesloten landschap

Een landelijk milieu waarbij de velden begrensd zijn door hagen of bomen.

12
New cards

Openfield

Een landelijk milieu waarbij de velden niet begrensd zijn door hagen of bomen.

13
New cards

Verstedelijkt landschap

Een landelijk milieu met nieuwe gebouwen langs de wegen.

14
New cards

Bron

De plaats waar het water vanzelf uit de grond vloeit.

15
New cards

Monding

De plaats waar de rivier in de zee uitmondt.

16
New cards

Stroom

Een rivier die in de zee uitmondt en waarvan de bron in een andere land ligt (bijv. de Maas, IJzer of Schelde).

17
New cards

Bijrivier

Een kleine rivier die in een andere, grotere rivier uitmondt.

18
New cards

Samenvloeiing

De plaats waar twee rivieren samenkomen.

19
New cards

Bovenloop

Het smalle deel van de rivier nabij de bron met een sterke stroming.

20
New cards

Benedenloop

Het breedste deel van de rivier nabij de monding, waar het water traag vloeit en meanders vormt.

21
New cards

Dalwand

De helling of de zijde van een vallei.

22
New cards

Dalbodem

De bodem of de vloer van een vallei.

23
New cards

V-dal

Een dalvorm waarbij de dalwanden steil zijn en samenkomen in de dalbodem; komt veel voor in de Ardennen.

24
New cards

Boogdal

Een dalvorm waarbij de wanden van boven steil zijn maar naar de dalbodem toe zachter worden; veelvoorkomend in Midden-België.

25
New cards

Vlakbodemdal

Een dal met een duidelijk vlakke dalbodem; de Maas en de Schelde hebben deze vorm in Midden-België.

26
New cards

Vlakdal

Een bijzondere vorm van een vlakbodemdal met zeer zachte dalwanden, zoals de vallei van de IJzer.