Assessment H7 - deel 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/88

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:52 PM on 4/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

89 Terms

1
New cards

Wat is de tweede grote bron van variabiliteit naast genetica volgens assessmenttheorie H7

de omgeving

2
New cards

Waarom spreken auteurs liever over ervaringen in plaats van omgeving

omgeving is een parapluterm (heel breed) en suggereert dat mensen passief zijn

3
New cards

Op welke historische discussie gaat het idee van passieve omgeving terug

het behaviorisme

4
New cards

Wat stelt het behaviorisme over psychologie

psychologie moet zich beperken tot objectieve stimulus en respons en niet tot mentale toestanden

5
New cards

Wat betekent het S-R model

stimulus leidt op uniforme manier tot respons

6
New cards

Wie stelde dat mensen actief omgaan met hun omgeving

Thurstone

7
New cards

Wat is het O-S-R model van Thurstone

organisme beoordeelt stimulus en bepaalt op basis daarvan de respons

8
New cards

Wat bepaalt of een stimulus relevant is volgens Thurstone

de persoon zelf

9
New cards

Waarom volgt respons niet automatisch uit stimulus

respons hangt af van omgeving, verwachtingen en motieven

10
New cards

Waarvan is het effect van omgeving afhankelijk

van de beleving en niet van de objectieve stimulus

11
New cards

Wie bracht het O-S-R model opnieuw onder de aandacht

Plomin

12
New cards

Wat staat centraal in het O-S-R model van Plomin

het organisme

13
New cards

Wat doen mensen volgens Plomin met hun omgeving

ze selecteren, veranderen en creëren actief hun omgeving

14
New cards

Waarom moeten we volgens Plomin kijken naar ervaringen en niet naar omgeving

ervaringen tonen hoe mensen omgaan met wat ze tegenkomen

15
New cards

Waarom is het O-S-R model niet volledig

sommige stimuli hebben een directe fysieke impact ongeacht beleving

16
New cards

Geef een voorbeeld van een stimulus met directe fysieke impact

loodvervuiling

17
New cards

Wat is de mening van Johnny over omgeving en ervaring

ervaring moet binnen het begrip omgeving blijven omdat ervaring onderdeel is van intelligentie

→ hoe we met dingen omgaan hangt samen met intelligentie dus ervaring is onderdeel v intelligentiebegrip

18
New cards

Wat is een fysieke ervaring

een directe fysieke actie zoals luchtvervuiling of voeding

19
New cards

Wat is een sociale ervaring

sociale contexten die opportuniteiten bieden voor cognitieve en persoonlijke ontwikkeling

20
New cards

Hoe verhouden fysieke en sociale ervaringen zich tot elkaar

ze zijn sterk verweven en werken samen met genetische factoren

21
New cards

Wat is Brunswickiaanse symmetrie

verklaringen moeten aansluiten bij het niveau van de vraagstelling → moeten juiste analyseniveau kiezen

22
New cards

Waarom is het belangrijk het juiste analyseniveau te kiezen

om relevante verklaringen te geven

23
New cards

Geef een voorbeeld van Brunswickiaanse symmetrie

leerkracht is meer geïnteresseerd in taalgebruik van leerlingen dan hersenactiviteit

24
New cards

Wat is de eerste methodologische uitdaging

reactiebereik

25
New cards

Wat betekent reactiebereik

omgeving bepaalt hoe een genetische trek tot uiting komt

→ omgeving bepaalt hoe persoon zal functioneren binnen het genetisch bepaalde reactiebereik

26
New cards

Hoe werken genen en omgeving samen bij reactiebereik

genen bepalen bandbreedte en omgeving bepaalt positie binnen die bandbreedte

27
New cards

Waarom ontwikkelen mensen niet op dezelfde manier in gelijke omgeving

door genetisch bepaald reactiebereik

28
New cards

Geef een voorbeeld van een kenmerk met klein reactiebereik

oogkleur

29
New cards

Geef een voorbeeld van een kenmerk met groot reactiebereik

intelligentie

30
New cards

Waarom moeten genetische factoren constant gehouden worden bij onderzoek naar omgeving

anders kunnen we omgevingsvariabiliteit niet correct meten

31
New cards

Sluit evidentie voor omgevingsinvloeden genetische invloeden uit

nee beide kunnen tegelijk werken

32
New cards

Hoe wordt impact van omgeving vaak bestudeerd

via vergelijking van extreme condities

bv bewegingssnelheid v iemand zonder benen en iemand met 1 been en iemand met 2 benen

33
New cards

Waarom zijn extreme condities onvoldoende

ze zeggen weinig over normale variabiliteit in de populatie

bv zegt niets over vss tss mensen met 2 benen id normale populatie

34
New cards

Wat is nodig om omgevingsinvloeden goed te meten

meting van omgevingskwaliteit binnen normale variabiliteit

35
New cards

Wat is de tweede methodologische uitdaging

distale genetische en proximale omgevingsoorzaken

36
New cards

Wat zijn distale oorzaken

genetische oorzaken

37
New cards

Wat zijn proximale oorzaken

omgevingsinvloeden

38
New cards

Geef een voorbeeld van distale en proximale oorzaken bij opvoeding

intelligente ouders geven genen door en bieden betere omgeving

39
New cards

Wat was het resultaat v de studie v Raine et al?

Het was een studie waar ze keken nr de link tussen kinderen die op zoek gaan naar stimulatie en IQ

kinderen die meer stimulatie zoeken hebben 12 IQ-punten meer en betere schoolprestaties

40
New cards

Hoeveel procent is “nood aan stimulatie” genetisch bepaald

63 procent

41
New cards

Wat is de derde methodologische uitdaging

collineariteit

42
New cards

Wat betekent collineariteit

omgevingskenmerken hangen samen met elkaar en met genetische verschillen

beïnvloedt de omgeving de genen of omgekeerd?

43
New cards

Geef een voorbeeld van een feedbackloop bij collineariteit

hoge sociale ladder leidt tot betere school en hogere intelligentie en betere job en zo nog hoger klimmen op de sociale ladder

44
New cards

Waarom is experimenteel onderzoek vaak onmogelijk en wat is het gevolg hiervan

ethische kwesties

hierdoor enkel uitspraken op KT mogelijk

45
New cards

Als experimenteel oz niet mogelijk is, wat is dan wel mogelijk?

statistische controle

46
New cards

Wat is het probleem bij statistische controle

we weten niet wat oorzaak en gevolg is

47
New cards

Wat is het kip-of-ei-probleem

onduidelijk of omgeving intelligentie beïnvloedt of omgekeerd

48
New cards

Waarom is babyperiode belangrijk

grote fysieke kwetsbaarheid

49
New cards

Vanaf welke leeftijd voorspellen intelligentietesten IQ goed

vanaf 4 tot 5 jaar

50
New cards

Wat zijn Bayley schalen

testen voor ontwikkeling van geboorte tot 36 maanden die de mijlpalen in ontwikkeling meten

51
New cards

Wat is de relatie tussen Bayley schalen en later IQ

geen correlatie: voorspelt geen intelligentie in kindertijd of latere leeftijd

52
New cards

Wat betekent dit voor trage babyontwikkeling

geen reden tot zorgen als je baby er bv langer over doet om eerste woord te zeggen

53
New cards

Wat is de correlatie tussen habituatie op 6-12 maanden en IQ op 21 jaar

.32 = significant

54
New cards

Wat is habituatie

vermogen om onderscheid te maken tussen nieuwe en herhaalde stimuli

55
New cards

Waar hangt habituatie mee samen

werkgeheugen

56
New cards

Wat doen baby’s met beter werkgeheugen (goed in habituatie)

sneller representaties maken en minder aandacht voor herhaalde stimuli

57
New cards

Wat kunnen we concluderen obv de significante corr tss habituatie en IQ op latere leeftijd?

dat babyleeftijd wel predictief kan zijn vr intelligentie

58
New cards

Wat onderzocht Teglas et al en hoe zat het onderzoek in elkara

redeneerprocessen bij baby’s

  • namen kijktijd als meeteenheid

    • grotere kijktijd = schending van verwachting of verhoogde aandacht

  • experiment: baby’s keken film van 4 objecten in 2 categorieën (vorm en kleur) die rondbewegen in een container met een opening aan de onderkant

59
New cards

Wat waren de resultaten van de studie van Teglas ivm redeneerprocessen bij baby’s?

baby’s zijn in staat om spatiotemporele en logische kenmerken v bewegende objecten te herkennen

→ knn deze info integreren met contextuele factoren en zo rationele verwachtingen vormen over wat er zal gebeuren

60
New cards

Wat is de correlatie tussen woordenschat op 3 jaar en IQ later

.50 tot .70

61
New cards

Wat is de relatie tussen geboortegewicht en IQ

0.3 tot 0.5 IQ-punten per 100 gram boven 2.5 kg

MAAR is een correlatie, niet causaal

62
New cards

Wat is ambigue bevinding mbt geboortegewicht en IQ (2)

  • collineariteit met IQ moeder → is gecorreleerd met gewicht v kind

    • vb: intelligentie moeder weet beter hoe tijdens zwangerschap gedragen

  • collineariteit met SES

63
New cards

Wat toont onderzoek met eeneiige tweelingen over geboortegewicht

zwaardere tweeling heeft hogere IQ-score

64
New cards

Wat zegt evolutionaire psychologie over geboortegewicht

ouders investeren meer in zwaardere kinderen → meer overlevingskans

(impliciet effect)

65
New cards

Wat is het IQ-verschil bij prematuren

1 SD lager

66
New cards

Waar hebben prematuren vooral problemen

abstract redeneren

67
New cards

Wat zijn voorspellers van geboortegewicht

leeftijd moeder en stress zoals verhuizen

→ te oud = vroeggeboorte

→ stress = vroeggeboorte

68
New cards

Waar hangt effect van hersentrauma van af

gebied van schade

69
New cards

Wat veroorzaakt schade aan fronto-pariëtaal systeem

problemen met werkgeheugen

70
New cards

Wat veroorzaakt schade aan hippocampus

verstoort opslaan v visuele info en vaardigheid om nieuwe herinneringen aan te maken

71
New cards

Wat veroorzaakt schade aan Broca gebied

spraakproblemen

72
New cards

Wat veroorzaakt schade aan Wernicke gebied

begripsproblemen

73
New cards

Heeft hersenschade altijd effect op IQ en wanneer wel/niet?

nee

  • bv bij anterograde amnesie bij schade aan hippocampus

    • IQ-testen meten niet alle aspecten v intelligentie

    • maar vergogen om info op te slaan is fundamenteel onderdeel v intelligentie ook al wordt het niet gemeten met iq tesetn

74
New cards

Wat is effect van hersenschudding

kleine effecten na 1 jaar

  • effect op vloeiende intelligentie (dus abstract, nonverbaal redeneren)

  • effect op werk- en geheugenfuncties

  • verhoogde kans op parkinson (als je hersenschudding krijgt in late volwassenheid)

75
New cards

Wat is omgekeerde causaliteit bij hersentrauma

intelligentie beïnvloedt kans op ongeluk

76
New cards

Waarom is kwik neurotoxisch

het tast hersenen aan

77
New cards

Waarom zegt men as mad as a hatter

hoedenmakers gebruikten kwik en kregen mentale problemen

78
New cards

Waarom is loodconcentratie gedaald

verbod op loodhoudende benzine

79
New cards

Wat waren de resultaten van Needleman die onderzoek deed naar het verband tss lood in melktanden en IQ? (2)

  • vond corr met IQ en klachten v leerkrachten over impulsief gedrag

  • hogere lood concentratie → lager IQ met 6-7 iq punten

80
New cards

Wat is het probleem met loodonderzoek

collineariteit met SES

→ hogere loodwaarden = vaker in arbeiderswijken of geïndustrialiseerde gebieden

dus zorgt lood voor een lagere IQ-score of het arm-zijn?

81
New cards

Wat toont studie in Kosovo

lood verlaagt IQ ook na controle voor SES

82
New cards

Wat toont recente meta-analyse over lood

niet-lineair effect

dus bij een lage concentratie is het effect het sterkste

83
New cards

Waarom is het effect van lood het sterkste bij een lage concentratie?

kleine hoeveelheden lood hebben al een heel sterk effect (ongv 7 iq punten verlies als kind 30mg/dl lood heeft)

als je naar een hoger niveau v lood gaat → niet veel bijkomende symptomen

dus de sterkte v het effect neemt af

<p>kleine hoeveelheden lood hebben al een heel sterk effect (ongv 7 iq punten verlies als kind 30mg/dl lood heeft)</p><p>als je naar een hoger niveau v lood gaat → niet veel bijkomende symptomen</p><p>dus de sterkte v het effect neemt af</p>
84
New cards

Wat is effect van 7 IQ-punten verlies individueel

relatief klein

85
New cards

Wat is effect van 7 IQ-punten verlies op populatieniveau

grote verschuiving in verdeling

→ meer mensen met lage intelligentie, minder met hoge

→ vooral effect aan uiteinde v verdeling

86
New cards

Wat gebeurt er bij daling van IQ van 100 naar 95 (gemiddeld iq van de populatie, niet van 1 individu)

meer speciaal onderwijs en minder hoogbegaafden

blauw = iq 100

rood = iq 95

→ verdubbelt kinderen in speciaal onderwijs

→ halveert aantal in hoogbegaafdenprogramma

=> maatschappelijke gevolgen

<p>meer speciaal onderwijs en minder hoogbegaafden</p><p>blauw = iq 100</p><p>rood = iq 95</p><p>→ verdubbelt kinderen in speciaal onderwijs</p><p>→ halveert aantal in hoogbegaafdenprogramma</p><p>=&gt; maatschappelijke gevolgen</p>
87
New cards

Waarom is lood vooral een populatieprobleem

grote maatschappelijke gevolgen

88
New cards

Speelt lood nog een grote rol in Vlaanderen

nee nauwelijks

89
New cards

Waar hangen huidige intelligentieverschillen in Vlaanderen minder mee samen

loodvervuiling