Rekenen met getallen - Begrippen en Definities

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/40

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards met wiskundige begrippen, definities en notaties uit het hoofdstuk 'Rekenen met getallen' (rationale getallen, kommagetallen, reële getallen, machten en wortels).

41 Terms

1
New cards

Rationaal getal (Q\mathbb{Q})

Elk getal dat te noteren is als een breuk met gehele teller en noemer verschillend van 00.

2
New cards

Gelijknamige breuken

Breuken met eenzelfde noemer.

3
New cards

Ongelijknamige breuken

Breuken met een verschillende noemer.

4
New cards

Decimale breuk

Een breuk waarbij de noemer een natuurlijke macht van 1010 is.

5
New cards

Echte breuk

Een breuk waarbij de absolute waarde van de teller kleiner is dan de absolute waarde van de noemer.

6
New cards

Onechte breuk

Een breuk waarbij de absolute waarde van de teller groter is dan de absolute waarde van de noemer.

7
New cards

Hoofdeigenschap bij breuken

Een breuk verandert niet van waarde als je de teller en de noemer vermenigvuldigt met of deelt door eenzelfde getal, verschillend van nul.

8
New cards

Onvereenvoudigbare breuk (of basisbreuk)

Een breuk waarbij teller en noemer enkel 11 en −1-1 als gemeenschappelijke delers hebben.

9
New cards

Vereenvoudigbare breuk

Een breuk waarbij teller en noemer naast 11 en −1-1 nog andere gemeenschappelijke delers hebben.

10
New cards

Absolute waarde van een getal

Dat getal zonder toestandsteken, aangeduid door het getal tussen twee verticale streepjes te noteren (zoals ∣−12∣=12|-12| = 12).

11
New cards

Tegengestelde breuken

Twee breuken die eenzelfde absolute waarde hebben, maar een verschillend toestandsteken; hun som is gelijk aan 00.

12
New cards

Omgekeerde breuk

De breuk die ontstaat door teller en noemer van plaats te verwisselen; het product van twee elkaars omgekeerde getallen is gelijk aan 11.

13
New cards

Begrensd kommagetal (decimaal getal)

Een kommagetal met een eindig aantal decimalen.

14
New cards

Onbegrensd kommagetal (decimale vorm)

Een kommagetal met een oneindig aantal decimalen, aangeduid met drie puntjes (…\dots) achteraan.

15
New cards

Afronden

Het aantal decimalen verminderen volgens vaste regels op basis van het eerstvolgende cijfer.

16
New cards

Schatten

Een idee krijgen van een bepaalde omvang of grootte zonder berekeningen uit te voeren.

17
New cards

Benaderen

Een idee krijgen van een bepaalde omvang of grootte door eerst een berekening uit te voeren, al dan niet met afgeronde waarden.

18
New cards

Repeterend kommagetal

Een kommagetal waarbij ergens na de komma een groep van decimalen zich voortdurend herhaalt.

19
New cards

Periode

De kleinste groep decimalen die zich in een repeterend kommagetal voortdurend herhaalt.

20
New cards

Zuiver repeterend kommagetal

Een repeterend kommagetal waarvan de periode meteen na de komma start.

21
New cards

Gemengd repeterend kommagetal

Een repeterend kommagetal waarvan de periode niet meteen na de komma start.

22
New cards

Irrationaal getal

Een onbegrensd niet-repeterend kommagetal; een getal dat niet als breuk met gehele teller en noemer genoteerd kan worden.

23
New cards

Reëel getal (R\mathbb{R})

Een getal dat ofwel rationaal ofwel irrationaal is (R=Q∪{irrationale getallen}\mathbb{R} = \mathbb{Q} \cup \{\text{irrationale getallen}\}).

24
New cards

Getallenas

Een rechte waarop een ijk is aangebracht en waarvan de positieve zin met een pijlpunt wordt aangeduid.

25
New cards

Abscis

Het reële getal dat bij een bepaald punt op de getallenas hoort, genoteerd als ab(A)ab(A).

26
New cards

Interval

De verzameling van alle reële getallen begrepen tussen twee gegeven grenswaarden.

27
New cards

Min oneindig (−∞-\infty)

Een onbereikbare ondergrens kleiner dan elk reëel getal.

28
New cards

Plus oneindig (+∞+\infty)

Een onbereikbare bovengrens groter dan elk reëel getal.

29
New cards

Neutraal element voor de optelling in R\mathbb{R}

Het getal 00, want voor elk reëel getal aa geldt: a+0=a=0+aa + 0 = a = 0 + a.

30
New cards

Neutraal element voor de vermenigvuldiging in R\mathbb{R}

Het getal 11, want voor elk reëel getal aa geldt: a⋅1=a=1⋅aa \cdot 1 = a = 1 \cdot a.

31
New cards

Opslorpend element voor de vermenigvuldiging in R\mathbb{R}

Het getal 00, want voor elk reëel getal aa geldt: a⋅0=0=0⋅aa \cdot 0 = 0 = 0 \cdot a.

32
New cards

Wetenschappelijke schrijfwijze

Een schrijfwijze als product van twee factoren (a×10na \times 10^n), waarbij de eerste factor een getal is met één cijfer vóór de komma verschillend van 00, en de tweede factor een gehele macht van 1010.

33
New cards

Grondtal (van een macht)

De factor die bij machtsverheffing herhaaldelijk met zichzelf vermenigvuldigd wordt.

34
New cards

Exponent (van een macht)

Het getal dat aanduidt uit hoeveel gelijke factoren het product van de macht bestaat.

35
New cards

Vierkantswortel (tweedemachtswortel) in R\mathbb{R}

Een getal waarvan het kwadraat gelijk is aan het gegeven getal (∀a,b∈R:b is een vierkantswortel uit a  ⟺  b2=a\forall a, b \in \mathbb{R}: b \text{ is een vierkantswortel uit } a \iff b^2 = a).

36
New cards

Derdemachtswortel

Een getal waarvan de derde macht gelijk is aan het gegeven getal (∀a,b∈R:b is een derdemachtswortel uit a  ⟺  b3=a\forall a, b \in \mathbb{R}: b \text{ is een derdemachtswortel uit } a \iff b^3 = a).

37
New cards

Vereenvoudigen van een wortelvorm

Het noteren van een gelijkwaardige wortelvorm met een zo klein mogelijk grondtal.

38
New cards

Gelijksoortige vierkantswortels

Vierkantswortels die te herleiden zijn naar vierkantswortels met eenzelfde grondtal.

39
New cards

Ongelijksoortige vierkantswortels

Vierkantswortels die niet te herleiden zijn naar vierkantswortels met eenzelfde grondtal.

40
New cards

Wortelvrij maken van de noemer

Het omvormen van een breuk zodat er in de noemer geen wortelvorm meer voorkomt.

41
New cards

Toegevoegde tweeterm

De tweeterm met een tegengesteld toestandsteken tussen de termen (zoals a−ba - \sqrt{b} bij a+ba + \sqrt{b}), gebruikt om de noemer wortelvrij te maken via (a+b)(a−b)=a2−b2(a+b)(a-b) = a^2 - b^2.