1/18
Een overzicht van alle historische begrippen uit de hoofdstukken over de Franse Revolutie en de Bataafse Republiek.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
standensamenleving
Een samenleving die verdeeld is in standen. Dat zijn groepen met eigen taken en verschillende rechten.
voorrecht
Een recht dat niet iedereen heeft.
vrijheid
De situatie waarin alle burgers mogen denken, doen en laten wat ze willen.
gelijkheid
Een situatie waarin alle burgers dezelfde rechten hebben.
scheiding der machten
Idee van Charles de Montesquieu om machtsmisbruik door het bestuur te voorkomen door de macht te verdelen over drie groepen mensen die elkaar controleren.
Verlichting
De periode vanaf 1680, waarin burgers kritisch gingen nadenken over allerlei zaken in de samenleving, het bestuur en het geloof.
volksvertegenwoordiging
Groep mensen die gekozen wordt door burgers met kiesrecht en die namens de burgers besluiten neemt.
Franse Revolutie
Grote, plotselinge verandering in de Franse samenleving en het bestuur tussen 1789 en 1799.
grondrecht
Een basisrecht van elke burger, bijvoorbeeld vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting.
grondwet
Document waarin staat hoe een land wordt bestuurd en wat de grondrechten van burgers zijn.
kiesrecht
Het recht om bij verkiezingen leden van de volksvertegenwoordiging te kiezen. Ook wel: stemrecht.
radicalen
Groep mensen die grote veranderingen wil.
Terreur
De periode van 1793-1794 tijdens de Franse Revolutie waarin een kleine groep de macht had en die met geweld verdedigde.
staatsgreep
Een plotselinge overname van de macht, vaak met hulp van het leger.
dictatuur
Een vorm van bestuur waarin één persoon de macht heeft.
burgerlijke stand
Een lijst waarin het bestuur vastlegt wanneer alle burgers zijn geboren, zijn getrouwd en zijn overleden.
patriot
Iemand die zei op te komen voor alle burgers en zich verzette tegen het bestuur van stadhouder en regenten.
Bataafse Republiek
Naam voor Nederland tussen 1795 en 1806.
eenheidsstaat
Een staat met een bestuur vanuit één plaats, waarbij overal in het land dezelfde wetten en belastingen gelden.