THEMA 1: CONCEPTUEEL REFERENTIEKADER

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/26

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:59 AM on 10/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

27 Terms

1
New cards

Wat is Developmental Psychopathology?

Developmental psychopathology is een interdisciplinair wetenschapsgebied dat onderzoekt:

  • hoe normale (typische) en abnormale (atypische) ontwikkeling ontstaan

  • hoe biologische, psychologische en sociale/contextuele factoren elkaar beïnvloeden

  • welke factoren het risico op psychopathologie verhogen of juist beschermen

  • hoe ontwikkeling verloopt gedurende de hele levensloop


2
New cards

Kenmerken ontwikkelingspsychopathologie

  • Brede focus

    • typische én atypische ontwikkeling

  • Multidisciplinair

    • combineert inzichten uit verschillende wetenschappen

  • Macroparadigma

    • geen afzonderlijke theorie, maar een overkoepelend denkkader

  • Focus op:

    • risicofactoren

    • beschermende factoren

    • ontwikkelingsprocessen


3
New cards

Ontstaan van het vakgebied ontwikkelingspsychopathologie

Belangrijke figuren:

  • Thomas Achenbach

  • Dante Cicchetti

  • Michael Rutter [Thema1 | PowerPoint]

Belangrijke mijlpalen:

Jaar

Gebeurtenis

1974

Boek Developmental Psychopathology

1983

Hoofdstuk in Handbook of Child Psychology

1984

Special issue in Child Development

1989

Tijdschrift Development and Psychopathology

1995

1e editie Developmental Psychopathology

2006

2e editie

2016

3e editie


4
New cards

Typische en atypische ontwikkeling liggen in elkaars verlengde

Belangrijk uitgangspunt:

  • Psychopathologie is meestal dimensioneel

  • Er bestaat geen strikte scheiding tussen "normaal" en "abnormaal"

  • Problemen bevinden zich vaak op een continuüm:

    • normale aanpassing

    • aanpassingsproblemen

    • subklinische problemen

    • psychiatrische stoornissen

Gevolg

Psychische problemen worden niet gezien als volledig losstaande categorieën, maar als extremen van normale ontwikkelingsprocessen

5
New cards

Absolute continuïteit (mean-level continuity)

= gemiddelde niveau van een groep blijft gelijk doorheen de tijd.

Kenmerken:

  • focus op groepsgemiddelden

  • er kunnen normatieve veranderingen optreden tijdens ontwikkeling

  • verschillen tussen subgroepen zijn mogelijk


6
New cards

Relatieve continuïteit (rangordecontinuïteit)

= individuen behouden hun positie binnen een groep.

Voorbeeld:

  • een kind dat relatief angstiger is dan leeftijdsgenoten blijft vaak relatief angstiger op latere leeftijd.


7
New cards

Homotypische continuïteit

  • positie blijft gelijk

  • uitingsvorm blijft gelijk

Voorbeeld:

  • sociale angst → sociale angst later


8
New cards

Heterotypische continuïteit

  • positie blijft gelijk

  • symptomen veranderen van vorm

Voorbeeld:

  • vroege verlatingsangst → depressieve klachten tijdens adolescentie


9
New cards

Belangrijke onderzoeksbevinding (homotypische vs heterotypische continuïteit)

Bij een cohortstudie van meer dan 6000 kinderen:

  • voor alle symptomen werd homotypische continuïteit gevonden

  • voor verschillende symptoomcombinaties werd ook heterotypische continuïteit gevonden

  • dit gebeurde zowel binnen als tussen hogere-ordedimensies van psychopathologie


10
New cards

Ontwikkeling op meerdere niveaus van analyse

Uitgangspunt

  • Ontwikkeling vindt altijd plaats in een context.

  • Belangrijke ideeën:

    • context bestaat uit verschillende niveaus

    • niveaus beïnvloeden elkaar voortdurend

    • invloeden gebeuren zowel op een bepaald moment als over tijd heen.

Bio-ecologisch model van Bronfenbrenner

  • Ontwikkeling wordt beïnvloed door verschillende systemen:

    • Microsysteem

    • Mesosysteem

    • Exosysteem

    • Macrosysteem

    • Chronosysteem

Ook binnen het individu bestaan meerdere niveaus

  • Bijvoorbeeld:

    • genetica

    • hersenen

    • fysiologie

    • cognities

    • gedrag


11
New cards

Microsysteem

  • Bio-ecologisch model van Bronfenbrenner

  • Directe omgeving:

    • gezin

    • vrienden

    • school


12
New cards

Mesosysteem

  • Bio-ecologisch model van Bronfenbrenner

  • Interacties tussen microsystemen:

    • relatie ouders-school

    • relatie gezin-vriendengroep


13
New cards

Exosysteem

  • Bio-ecologisch model van Bronfenbrenner

  • Indirecte invloed:

    • werk van ouders

    • buurtvoorzieningen


14
New cards

Macrosysteem

  • Bio-ecologisch model van Bronfenbrenner

  • Brede maatschappelijke context:

    • cultuur

    • normen en waarden

    • wetgeving


15
New cards

Chronosysteem

  • Bio-ecologisch model van Bronfenbrenner

  • Invloed van tijd:

    • levensgebeurtenissen

    • maatschappelijke veranderingen.


16
New cards

Risicofactor

Een factor die een ongunstige ontwikkelingsuitkomst voorspelt

  • Voorbeelden:

    • mishandeling

    • armoede

    • moeilijke temperamentkenmerken

Belangrijke kanttekening bij …

  • Wanneer onderzoek een verband vindt tussen een factor en een uitkomst:

    • gaat het meestal om een statistische associatie

    • conclusies gelden op groepsniveau

    • causaliteit kan meestal niet bewezen worden

    • wanneer variabelen tegelijk gemeten zijn, kan ook de tijdsvolgorde niet worden vastgesteld


17
New cards

Bevorderende factor

Een factor die een gunstige ontwikkelingsuitkomst voorspelt

Voorbeelden:

  • goede opvoeding

  • cognitieve vaardigheden

  • sociale steun


18
New cards

Ontwikkelingsuitkomst

De uiteindelijke ontwikkeling van een persoon:

  • positief

  • negatief

  • adaptief

  • maladaptief


19
New cards

Risicoproces

Een mechanisme dat verklaart hoe een risicofactor leidt tot een bepaalde ontwikkelingsuitkomst.

Schema: Risicofactor → Risicoproces → Ontwikkelingsuitkomst

20
New cards

Kwetsbaarheidsfactor

Factor die de impact van een risicofactor vergroot.

Voorbeeld:

  • genetische aanleg voor angst


21
New cards

Potentiërende factor

Factor die het verband tussen risicofactor en uitkomst versterkt

22
New cards

Protectieve factor

Factor die de negatieve impact van een risicofactor vermindert.

Voorbeelden:

  • steunende ouder

  • goede vrienden

  • sterke copingvaardigheden


23
New cards

Transacties

Ontwikkeling ontstaat door voortdurende wisselwerking tussen:

  • individu

  • omgeving

Deze beïnvloeden elkaar voortdurend

24
New cards

Dynamische transacties

Belangrijke gedachte:

  • Factoren tellen niet gewoon op.

  • Hun effecten versterken elkaar vaak.

Additief model

  • 1 + 1 + 1 = gewone optelsom

Multiplicatief model

  • Factoren versterken elkaar onderling waardoor het effect veel groter wordt


25
New cards

Impact van factoren hangt af van

Timing

  • hoe vroeger een factor optreedt

  • hoe groter vaak de impact

Ontwikkelingsfase

  • bepaalde factoren zijn belangrijker tijdens specifieke levensfasen

Ontwikkelingstaken

  • afhankelijk van wat iemand op dat moment moet leren

Sensitieve periodes

  • periodes waarin iemand extra gevoelig is voor invloeden

Dosis

  • duur van blootstelling

  • intensiteit van blootstelling

Interactie met andere factoren

  • factoren beïnvloeden elkaar voortdurend


26
New cards

Multifinaliteit

Definitie

  • Eenzelfde risicofactor kan leiden tot verschillende uitkomsten.

Voorbeeld:

Kindermishandeling kan leiden tot:

  • depressie

  • angst

  • agressie

  • relatief normale ontwikkeling


27
New cards

Equifinaliteit

Definitie

  • Verschillende risicofactoren kunnen tot dezelfde uitkomst leiden.

Voorbeeld:

Depressie kan ontstaan door:

  • genetische kwetsbaarheid

  • pesten

  • verlieservaring

  • gezinsproblemen