RS 3: general overview research methods

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/25

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:47 AM on 10/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

26 Terms

1
New cards

Variabele

Eigenschap of kenmerk dat verschillende waarden of niveaus kan aannemen (bijv. reactietijd, sekse).

2
New cards

Waarde / Niveau (Level)

De specifieke opties of categorieën die een variabele kan hebben (bijv. man/vrouw of 0.0‰ / 0.5‰).

3
New cards

Constante

Eigenschap die in een specifiek onderzoek slechts één vaste waarde heeft voor iedereen (bijv. nationaliteit als iedereen Nederlander is).

4
New cards

Gemeten variabele

Variabele die wordt vastgesteld door observatie, vragenlijsten of apparatuur zonder dat de onderzoeker ingrijpt (bijv. IQ, hartslag).

5
New cards

Gemanipuleerde variabele

Variabele die de onderzoeker bewust controleert en aanpast/toewijst aan proefpersonen (bijv. dosis medicijn vs. placebo).

6
New cards

Construct (Conceptuele variabele)

Een niet rechtstreeks observeerbaar theoretisch begrip (bijv. intelligentie, stress, agressie).

7
New cards

Operationele definitie (Operationalisatie)

De specifieke meet of manipulatieprocedure waarmee een onzichtbaar construct meetbaar/observeerbaar wordt gemaakt.

8
New cards

Claim

Een bewering of argument dat een onderzoeker of journalist maakt op basis van data of theorie.

9
New cards

Frequentieclaim

Bewering over de frequentie, het percentage of het niveau van één enkele gemeten variabele (bijv. "13.2% rijdt onder invloed").

10
New cards

Associatieclaim

Bewering dat twee gemeten variabelen met elkaar samenhangen/correlereen, zonder te stellen dat de een de ander veroorzaakt (bijv. "koffie drinken hangt samen met minder depressie").

11
New cards

Causale claim

Bewering dat verandering in de ene variabele rechtstreeks de verandering in de andere variabele veroorzaakt (bijv. "alcohol vermindert de rijprestatie").

12
New cards

Correlatiecoëfficiënt (r)

Een getal tussen 1.0 en +1.0 van Pearson dat de richting en sterkte van een lineair verband tussen twee variabelen uitdrukt.

13
New cards

Scatterplot (Puntenwolk)

Een grafiek waarin elk puntje de scores van één proefpersoon op twee variabelen tegelijk weergeeft.

14
New cards

Positieve associatie

Verband waarbij hoge scores op X samengaan met hoge scores op Y, en lage scores met lage scores (r tussen 0 en +1).

15
New cards

Negatieve associatie (Omgekeerd verband)

Verband waarbij hoge scores op X samengaan met lage scores op Y, en andersom (r tussen _1 en 0).

16
New cards

Nulcorrelatie

Het afwezig zijn van een lineair verband tussen twee variabelen (r ≈ 0).

17
New cards

Covariantie (Criteria voor causaliteit 1)

De twee variabelen moeten aantoonbaar met elkaar samenhangen.

18
New cards

Temporele precedentie (Criteria voor causaliteit 2)

De oorzaak (variabele A) moet in de tijd aantoonbaar voorafgaan aan het gevolg (variabele B).

19
New cards

Uitsluiting van derde variabelen (Criteria voor causaliteit 3)

Er mogen geen alternatieve verklaringen (variabele C) zijn voor het verband tussen A en B.

20
New cards

Richtingsprobleem (Directionality problem)

Het onvermogen om bij een correlatie te bepalen welke variabele eerst kwam (veroorzaakt X nou Y, of Y nou X?).

21
New cards

Derde variabeleprobleem (Third variable problem)

Het gevaar dat een niet gemeten variabele (Z) de werkelijke oorzaak is van het verband tussen X en Y.

22
New cards

Spurieuze correlatie (Schijnverband)

Een statistische samenhang tussen twee variabelen die volledig wordt veroorzaakt door een externe derde variabele.

23
New cards

Onafhankelijke variabele (IV)

De gemanipuleerde variabele in een experiment (de veronderstelde oorzaak).

24
New cards

Afhankelijke variabele (DV)

De gemeten uitkomstvariabele in een experiment (het veronderstelde effect).

25
New cards

Storende variabele (Extraneous variable)

Elke variabele buiten de IV die invloed zou kunnen hebben op de afhankelijke variabele.

26
New cards

Confounding (Confounder)

Een storende variabele die ongewenst meevarieert met de onafhankelijke variabele, waardoor het experiment niet meer valide is