RIB locked tf in !!!

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/96

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:03 AM on 9/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

97 Terms

1
New cards

Wat is het verschil tussen een juridische dienst en een dienst met juridisch aspect?

Juridische dienst kan alleen worden uitgevoerd door een jurist, dienst met juridisch aspect door niet-juristen (APK).

2
New cards

Een APK-keurmeester keurt een auto goed, is dit een juridische dienst?

Nee, want hij heeft geen juridische expertise nodig.

3
New cards

Wat is een T-shaped juridische professional?

Een juridisch professional met inhoudelijke juridische kennis in combinatie met kennis en vaardigheden van andere relevante gebieden.

4
New cards

Wat is het verschil tussen responsieve -en bureaucratische overheid?

Responsief focust op het burgerperspectief en bureaucratisch op uitvoering van de wet.

5
New cards

Wat is het verschil tussen een bedrijf en een onderneming?

Een bedrijf werkt volgens maatschappelijke behoefte zonder winstoogmerk, een onderneming heeft wel een winstoogmerk.

6
New cards

Wat is een semi-overheidsorganisatie?

Een organisatie die een publiek belang dienst, zoals onderwijsinstellingen en publiek gefinancierd onderzoek.

7
New cards

Wat is legal management?

Organisatiekunde toegepast op functioneren van juridische profs en organisaties

8
New cards

Waarom is organisatiekunde van belang voor een jurist?

Juridische advisering heeft ook te maken met werkprocessen, implementatie, organisatiebelangen en praktische naleving.

9
New cards

Wat zijn de twee hoofdgroepen van INK-model?

Organisatie (wat doen we) en resultaat (wat levert het op).

10
New cards

Welke 5 aandachtsgebieden staan centraal bij de organisatiekant van het INK-model?

Leiderschap, strategie en beleid, management van medewerkers, management van middelen, management van processen.

11
New cards

Welke 4 aandachtsgebieden staan centraal bij de resultatenkant van het INK-model?

Resultaten voor medewerkers, klanten en partners, de maatschappij, bestuur en financiers.

12
New cards

Wat zijn de 7 S’s van het 7S Model?

Strategy, Structure, Shared Values, Systems, Skills, Style en Staff.

13
New cards

Waar staat Strategy voor in het 7S model?

Doelstellingen en hoe te bereiken

14
New cards

Waar staat de missie van de organisatie voor?

Bestaansreden, waar doen we dit voor

15
New cards

Waar staat visie voor bij een organisatie?

Toekomstperspectief, waar willen we heen

16
New cards

Wat zijn organisatiewaarden?

Waarden die altijd gehanteerd moeten worden bij uitoefening van activiteiten.

17
New cards

Hoe hangen strategie, missie, visie en waarden samen?

Missie visie en waarden zijn de basis voor de keuzes, strategie is de basis voor de keuzes en de keuzes lijden tot inzet van mensen en middelen.

18
New cards

Wat betekent alignment?

Zaken liggen op één lijn.

19
New cards

Wat is een trade-off?

1 keuze ten gunste van het ene gaat ten koste van een ander.

20
New cards

Waarom zorgt strategie voor keuzes?

Niet alles kan tegelijk, de keuzes die gemaakt worden richten activiteiten en middelen.

21
New cards

Wat zijn KPI’s?

Meetbare uitwerking van een strategisch doel, resultaten.

22
New cards

Wat is het gevaar van KPI’s?

Medewerkers focussen zich teveel op zichtbaar resultaat en minder op kwaliteit.

23
New cards

Wat is draagvlak?

De mate waarin medewerkers beleid aanvaarden of ondersteunen.

24
New cards

Wat is een strategisch dialoog?

Een gesprek tussen management en medewerkers over strategie, waarin meningen, ideeën en bezwaren worden geïnventariseerd.

25
New cards

Kan een strategisch dialoog het draagvlak verminderen?

Ja, er kan weerstand ontstaan doordat medewerkers zich niet serieus genomen voelen.

26
New cards

Wat is implementatie?

Het invoeren van een nieuw systeem, plan, idee, model, ontwerp, standaard of beleid.

27
New cards

Wat zijn de 5 krachten van concurrentiemodel Porter?

Nieuwe toetreders, macht leveranciers, macht afnemers, bestaande concurrentie, beschikbaarheid van substituten.

28
New cards

Wat gebeurt er als de markt makkelijk te betreden is?

De dreiging van nieuwe toetreders stijgt en daarmee meestal de concurrentiedruk.

29
New cards

Waarom vergroot meer substituut (zelfde product/dienst) de concurrentie?

Afnemers kunnen makkelijk overstappen.

30
New cards

Welke SWOT-elementen zijn intern en welke extern?

Strengths en Weaknesses zijn intern; Opportunities en Threats zijn extern.

31
New cards

Wat zijn de twee vormen van innovatie?

Productinnovatie en diensteninnovatie.

32
New cards

Wat zijn de twee kanten van een organisatie?

De harde/formele kant: structuur. De zachte/informele kant: cultuur.

33
New cards

Wat is horizontale arbeidsverdeling?

Verschillende functies met gelijke inhoud op hetzelfde niveau; weinig hiërarchie past bij een platte organisatie.

34
New cards

Wat is verticale arbeidsverdeling?

Hiërarchisch, steile organisatie.

35
New cards

Wat laat een organogram zien?

De onderlinge verhoudingen, hiërarchische niveaus en relaties tussen afdelingen en functies.

36
New cards

Wat zijn lijnafdelingen?

Draagt direct bij aan de kentaken.

37
New cards

Wat zijn stafafdelingen?

Ondersteunende afdeling van de kerntaken(lijnafdeling).

38
New cards

Wat is een span of control/omspanningsvermogen?

Het aantal medewerkers aan wie een leidinggevende effectief leiding kan geven

39
New cards

Hoe beïnvloeden structuur en cultuur elkaar?

Structuur beïnvloedt gedrag en daarmee cultuur; cultuur en structuur hangen dus samen en beïnvloeden elkaar.

40
New cards

Wat is informatie-assymetrie?

De dienstverlener heeft doorgaans veel meer kennis dan de cliënt, waardoor de cliënt de inhoudelijke kwaliteit moeilijk kan beoordelen.

41
New cards

Wat is een credence service?

Een dienst waarvan de gemiddelde afnemer de kwaliteit moeilijk kan beoordelen en dus moet vertrouwen op de deskundigheid van de dienstverlener.

42
New cards

Wat is simultaneity?

Productie en consumptie van een dienst vinden gelijktijdig plaats.

43
New cards

Wat is coproductie?

De cliënt levert informatie en werkt mee aan de totstandkoming van de op maat gemaakte juridische dienst.

44
New cards

Wat zijn de 4 taken van management?

Plannen, organiseren, leidinggeven en beheersen.

45
New cards

Wat valt onder plannen (management)?

Doelstellingen, inzet van mensen en middelen en werkwijze bepalen om de strategie te realiseren.

46
New cards

Wat valt onder organiseren (management)?

Taken verdelen, duidelijk maken wie wat doet en rapporteren/inrichten van werkzaamheden.

47
New cards

Wat houdt leidinggeven in?

Aansturen, bijsturen, inspireren, motiveren en delegeren.

48
New cards

Wat houdt beheersen in (management)?

Controleren of de afgesproken resultaten worden behaald.

49
New cards

Wat is een selffulfilling prophecy bij theory X?

Een negatieve verwachting van medewerkers kan ertoe leiden dat medewerkers zich juist negatiever gaan gedragen, waardoor de verwachting zichzelf bevestigt.

50
New cards

Wat is het verschil tussen theory x en y?

x = mensen willen niet werken, y = mensen willen werken.

51
New cards

Welke 2 assen gebruikt de managerial grid van Blake & Mouton?

Taakgerichtheid en relatiegerichtheid.

52
New cards

Welke leiderschapsstijlen noemt Blake & Mounton?

Autoritair leider (taakgericht), deserteur, compromissenzoeker, doelmatig leider en countryclubleider (mensgericht).

53
New cards

Wat is een primair proces?

Een proces van een lijnafdeling dat direct bijdraagt aan het product/de dienst.

54
New cards

Wat is een secundair proces?

Een proces van de stafafdeling dat direct bijdraagt aan het product/de dienst.

55
New cards

Wat zijn verbetermogelijkheden van de rechtspraak?

Afnemer centraal, redundantie voorkomen, wachttijden verminderen, dejuridiseren/deformaliseren en digitaliseren/ondersteunen.

56
New cards

Wat is een begroting?

Verwachte inkomsten en uitgaven

57
New cards

Welke externe partijen beïnvloeden organisaties?

Afnemers, leveranciers, concurrenten, vermogensverschaffers, werknemers, belangenorganisaties, overheid en media.

58
New cards

Welke omgevingsfactoren zijn van belang?

Milieu, technologie, demografie, economie, politiek en maatschappij.

59
New cards

Wat is detachering?

Een detacheringsbedrijf heeft werknemers in dienst en leent hen tijdelijk uit aan een andere organisatie.

60
New cards

Wat zijn contractuele vennootschappen?

VOF, maatschap, CV

61
New cards

Betekent rechtspersoonlijkheid dat de bestuurders/aandeelhouders nooit persoonlijk aansprakelijk kunnen zijn?

Nee. In beginsel is het vermogen van de rechtspersoon aansprakelijk, maar de wet en uitzonderingen kunnen persoonlijke aansprakelijkheid meebrengen.

62
New cards

Welke privaatrechtelijke rechtspersonen noemt art. 2:3 BW?

Verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, NV’s, BV’s en stichtingen.

63
New cards

Kan een maatschap vormvrij worden opgericht?

Ja. Inschrijving in het handelsregister is wel vereist, maar is geen voorwaarde voor oprichting volgens de samenvatting.

64
New cards

Wat is affectio societatis?

Samenwerking op basis van gelijkwaardigheid binnen de maatschap.

65
New cards

Hoe wordt de winst in een maatschap verdeeld?

Evenredig aan de inbreng. Formule: eigen inbreng / totale inbreng × winst.

66
New cards

Wat is een vereniging?

Een rechtspersoon met leden; in de samenvatting geen winstuitkering als kenmerk, wel kan een vereniging een bedrijf uitvoeren.

67
New cards

Waar gaan interne processen over?

Wie doet wat; arbeidsverdeling.

68
New cards

Wat zijn de harde S’en van het 7S model?

Strategy, Structure, Systems.

69
New cards

Wat zijn de zachte S’en van het 7S model?

Skills, Style, Staff, Shared Values

70
New cards

Wanneer ontstaat er vaak meer draagvlak bij medewerkers?

Wanneer medewerkers betrokken worden bij het bepalen van doelen

71
New cards

Welke innovatievormen zijn er?


  • Informatiebeheer

  • Betere beschikbaarheid van informatie

  • Werkzaamheden verleggen naar cliënt/burger

  • Beslissingsondersteunende hulpmiddelen

  • Transparantie over kosten

  • Deformaliseren en dejuridiseren


72
New cards

Bij commerciële juridische diensten heb je niet 4 P’s, maar 3 P’s en 1 D, waar staan deze voor?

Dienst, Prijs, Plaats, Promotie

73
New cards

Welke leiderschapsstijl gebruik je bij crisissituaties?

Autoritair leidinggevende, want die is taakgericht.

74
New cards

Welke leiderschapsstijl gebruik je bij conflicten?

Countryclubleider, want die is mensgericht.

75
New cards

Hoe onderscheid je arbeidsovereenkomst, arbeidsinhoud, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden?

Arbeidsovereenkomst → de juridische afspraak tussen werkgever en werknemer.
Arbeidsinhoud → welke werkzaamheden/taken iemand doet.
Arbeidsvoorwaarden → wat je krijgt/afspreekt, zoals salaris en verlof.
Arbeidsomstandigheden → de omstandigheden waarin je werkt, zoals veiligheid en temperatuur.

76
New cards

Wat is eigen vermogen en vreemdvermogen?

Eigen vermogen: geld/vermogen van de onderneming/eigenaren zelf.
Vreemd vermogen: geld dat van anderen is geleend.

77
New cards

Waar houdt de belastingdienst toezicht op?

Alles

78
New cards

Waar houdt het AFM toezicht op?

Bedrijven met aandelen

79
New cards

Waar houdt de DNB toezicht op?

financiële instellingen; banken en verzekeringen

80
New cards

Wie is er vertegenwoordigingsbevoegd en wie is er aansprakelijk bij een VOF?

In beginsel zijn alle vennoten vertegenwoordigingsbevoegd en alle vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk

81
New cards

Wat gebeurt er als een geldschieter bij een CV beherende taken gaat uitvoeren?

Wordt hoofdelijk aansprakelijk.

82
New cards

Box 2 moet je gebruiken bij aanmerkelijk belang, hoe veel % is dat?

In beginsel bij minimaal 5% van de aandelen.

83
New cards

Hoe bereken je het vervreemdingsvoordeel (je verkoopt een aandeel) in box 2?

Overdrachtsprijs − verkrijgingsprijs = voordeel

84
New cards

Wat is preconstitutief handelen?

Handelen voordat de onderneming officieel is opgericht.

85
New cards

Wie is er aansprakelijk bij preconstitutief handelen?

Omdat de rechtspersoon nog niet bestaat, is degene die handelt in beginsel persoonlijk aansprakelijk totdat de BV/NV de handeling bekrachtigt en de rechtspersoon officieel is opgericht dmv van het handelsregister, daarna is de rechtspersoon aansprakelijk.

86
New cards

Wat is het maatschappelijk kapitaal?

Max. bedrag aan aandelen wat volgens de statuten mag worden uitgegeven.

87
New cards

Wat is het geplaatst kapitaal?

Waarde van de aandelen die daadwerkelijk zijn uitgegeven.

88
New cards

Wat is het gestort kapitaal?

Bedrag dat aandeelhouders daadwerkelijk hebben betaald.

89
New cards

Wanneer kan iemand failliet worden verklaard?

Meer dan één schuldeiser en één opeisbare vordering.

90
New cards

Wat gebeurt er met het vermogen van de schuldenaar na faillissement?

Faillissementbeslag: de schuldenaar verliest het beheer en de beschikking over zijn vermogen en de curator neemt het beheer over.

91
New cards

Wat is het verschil tussen executoriaal beslag en conservatoir beslag?

Conservatoir: voorlopig beslag om vermogen veilig te stellen.

Executoriaal: beslag waarmee daadwerkelijk kan worden geëxecuteerd/verkocht nadat er een executoriale titel is (rechter heeft uitgesproken).

92
New cards

Bestaan de schulden nog steeds na het WSNP traject?

Ja, maar ze zijn niet meer opeisbaar door schuldeisers.

93
New cards

Hoe bereken je de inkomstenbelasting (wet IB)?

Box 1: Eerste stuk × tarief 1, alleen het meerdere × tarief 2, dan optellen.


94
New cards

Wat is decharge door de AVA?

Bestuurders zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor feiten die uit de jaarrekening blijken of achteraf aan de aandeelhouders bekend zijn gemaakt. Dit heeft alleen interne werking.

95
New cards

Wat betekent innovatie voor dit tentamen?

informatie makkelijker vinden → beschikbaarheid informatie

informatie beter opslaan → informatiebeheer

cliënt doet zelf meer → werkzaamheden naar cliënt

hulpmiddel helpt kiezen → beslissingsondersteuning

kosten duidelijker → transparantie kosten

minder formeel/minder juridisch → deformaliseren/dejuridiseren


96
New cards

Hoe bereken je de belastbare winst?

winst − ondernemersaftrek − overige aftrekbare posten

97
New cards

Hoe bereken je het belastbaar inkomen?

inkomsten − aftrekposten