Biologie 8.3 Fotosynthese en 8.4 voortgezette assimilatie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:04 PM on 9/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

22 Terms

1
New cards

Bladgroen

Pigment dat energie uit licht kan opnemen en omzetten

2
New cards

Bladgroenkorrels

Bevatten bladgroen en enzymen waardoor fotosynthese kan plaatsvinden

3
New cards

Koolhydraten

Moleculen die zijn opgebouwd uit koolstof, waterstof en zuurstof en in de cel vooral een functie als bouwstof, brandstof en reservestof hebben

4
New cards

Sachariden

Moleculen die zijn opgebouwd uit koolstof, waterstof en zuurstof en in de cel vooral een functie als bouwstof, brandstof en reservestof hebben

5
New cards

Reservestof

Stof die kan dienen als brandstof, warmte-isolator en bouwstof

6
New cards

Monosachariden

Enkelvoudige suikers, bevatten vijf of zes C-atomen, bijvoorbeeld glucose, galactose en fructose

7
New cards

Disacharide

Verbinding van twee monosachariden, bijvoorbeeld maltose, lactose (melksuiker) en sacharose (riet- of bietsuiker)

8
New cards

Polysachariden

Verbindingen van vele monosachariden, bijvoorbeeld zetmeel, glycogeen en cellulose

9
New cards

Zetmeel

Polysacharide die in de bladgroenkorrels en zetmeelkorrels van plantaardige cellen wordt opgebouwd uit ongeveer zesduizend glucosemoleculen; reservestof

10
New cards

Glycogeen

Polysacharide die bij dieren in de lever en in spieren wordt gevormd; bestaat uit meer dan twintigduizend glucosemoleculen en is sterk vertakt; reservestof

11
New cards

Cellulose

Polysacharide die het hoofdbestanddeel is van de celwanden van planten; door de binding tussen de glucosemoleculen vormen enkele tientallen cellulosemoleculen samen een stevige structuur

12
New cards

Eiwitten

Ketens van enkele tientallen tot meer dan duizend aminozuren

13
New cards

Aminozuur

Centraal C-atoom met daaraan gebonden een aminogroep (NH2), een carboxygroep (COOH), een H-atoom en een restgroep (R) die typerend is voor het aminozuur

14
New cards

Primaire structuur

Niveau van ruimtelijke bouw van een eiwitmolecuul dat wordt bepaald door de typen aminozuren die erin voorkomen en de volgorde waarin deze aminozuren voorkomen

15
New cards

Secundaire structuur

De spiraalvorm (helix) van een eiwit die ontstaat doordat de meeste aminozuren bij hun binding een bepaalde hoek ten opzichte van elkaar maken

16
New cards

Tertiaire structuur

De specifieke vorm van een eiwit die ontstaat doordat de spiraalstructuur op een bepaalde manier wordt ‘opgevouwen’ door de vorming van waterstofbruggen en zwavelverbindingen

17
New cards

Quaternaire structuur

De manier waarop meerdere polypeptideketens samen één eiwit vormen; de uiteindelijke vorm is bepalend voor de functie van een eiwit

18
New cards

Vetten

Verbindingen met de elementen C, O en H; veel vetten zijn triglyceriden, die worden gevormd doordat drie vetzuurmoleculen zich binden aan een glycerolmolecuul

19
New cards

Glycerol

Verbinding van drie C-atomen waaraan drie OH-groepen zijn gebonden

20
New cards

Vetzuren

Bestaan uit lange ketens van CH2-groepen met aan het eind daarvan een carboxygroep (COOH)

21
New cards

Fosfolipiden

Bij fosfolipiden is één vetzuur van het triglyceride vervangen door een fosfaatgroep

22
New cards