1/19
Begrippenkaartjes over bewerkingen, rekenvolgorde, ggd, kgv, breuken en negatieve getallen op basis van de lesstof.
Som
Een rekenkundige bewerking met het optel-teken, bijvoorbeeld 8+3.
Termen
De getallen die samen een som vormen (zoals de getallen 8 en 3 in de som 8+3).
Verschil
Een rekenkundige bewerking met het aftrek-teken, bijvoorbeeld 12−5.
Product
Een rekenkundige bewerking met het vermenigvuldigingsteken, bijvoorbeeld 4⋅3.
Factoren
De getallen die met elkaar worden vermenigvuldigd in een product (zoals de getallen 4 en 3 in 4⋅3).
Quotiënt
Een rekenkundige bewerking met het deelteken, bijvoorbeeld 16:4.
Rekenvolgorde
De vaste volgorde voor het uitrekenen van opgaven: 1. Haakjes wegwerken, 2. Vermenigvuldigen en delen, 3. Optellen en aftrekken (bij gelijkwaardige bewerkingen van links naar rechts).
Natuurlijke getallen
De verzameling getallen bestaande uit 0,1,2,3,…
Priemgetal
Een natuurlijk getal dat alleen maar gedeeld kan worden door zichzelf en door 1 (zoals bijvoorbeeld 7).
Deler
Een getal waardoor je een gegeven getal kunt delen zodat de uitkomst een natuurlijk getal is.
Grootst gemeenschappelijke deler (ggd)
De grootste deler die tegelijk in de rijen van delers van twee getallen voorkomt, genoteerd als bijvoorbeeld ggd(12,14)=2.
Veelvoud
De uitkomst van een keersom waarin een bepaald getal voorkomt (bijvoorbeeld 54 voor het getal 6, want 6⋅9=54).
Kleinste gemeenschappelijke veelvoud (kgv)
Het kleinste getal dat tegelijkertijd een veelvoud is van twee verschillende getallen, genoteerd als bijvoorbeeld kgv(3,13)=39.
Teller
Het getal aan de bovenkant van een breuk (bijvoorbeeld de 8 in de breuk 208).
Noemer
Het getal aan de onderkant van een breuk (bijvoorbeeld de 20 in de breuk 208).
Breuken vereenvoudigen
Een breuk zo klein mogelijk maken door zowel de teller als de noemer door hetzelfde getal te delen.
Positieve getallen
Alle getallen die groter zijn dan 0.
Negatieve getallen
Getallen die kleiner zijn dan 0 en aan de linkerkant van de 0 liggen op een getallenlijn.
Deelstreep
Een notatie om twee getallen door elkaar te delen (zoals 824), waarbij de bovenkant en onderkant eerst apart van elkaar moeten worden berekend.
Delen door een breuk
Een rekenkundige bewerking die gelijkstaat aan het vermenigvuldigen met het omgekeerde van die breuk (bijvoorbeeld 74:61=74⋅16).