Thema 2: Hoe nemen mensen en andere dieren lichtprikkels waar?

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/24

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Woordenschat-flashcards over de anatomie van het menselijk oog, lichtbreking, de pupilreflex en de accommodatie van de ooglens.

25 Terms

1
New cards

Prikkel-reactieketen

De keten van informatieverwerking in het lichaam: prikkel →\rightarrow receptor →\rightarrow conductor →\rightarrow effector →\rightarrow reactie.

2
New cards

Traanvocht

Vocht afgescheiden door de traanklier dat het oog beschermt tegen uitdroging en vuil, en door knipperen gelijkmatig over het oogoppervlak verspreid wordt.

3
New cards

Ooglidopheffer

Een spier die het bovenooglid omhoog beweegt en die nadrukkelijk géén oogspier is die de stand van de oogbol bestuurt.

4
New cards

Oogspieren

De zes spieren rond de oogbol (vier rechte oogspieren en twee schuine oogspieren) die zorgen voor de gecoördineerde bewegingen van het oog.

<p>De zes spieren rond de oogbol (vier rechte oogspieren en twee schuine oogspieren) die zorgen voor de gecoördineerde bewegingen van het oog.</p>
5
New cards

Harde oogvlies

Het stevige, witte buitenste beschermvlies van het oog dat de oogbol beschermt en zijn vorm behoudt.

6
New cards

Hoornvlies

Het doorzichtige voorste deel van de buitenste oogrok waar het licht het oog binnenkomt en waar de sterkste lichtbreking plaatsvindt.

7
New cards

Vaatvlies

De middelste laag van de oogwand die rijk is aan bloedvaten en zorgt voor de voeding en zuurstofvoorziening van het oog.

8
New cards

Netvlies

De binnenste laag van de oogwand waarin de zintuigcellen (fotoreceptoren) liggen die lichtprikkels registreren en omzetten in signalen naar de hersenen.

9
New cards

Gele vlek

De centrale plaats op het netvlies die recht tegenover de pupil ligt en waarmee je het allerscherpst ziet.

10
New cards

Blinde vlek

De plek op het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat; hier bevinden zich geen zintuigcellen waardoor hier geen beeld waargenomen wordt.

11
New cards

Glasachtig lichaam

De doorzichtige, geleiachtige vloeistof die het grootste deel van de oogbol vult en druk uitoefent om het oog bolvormig en stevig te houden.

12
New cards

Iris (regenboogvlies)

Het gekleurde vlies aan de voorkant van het oog dat het binnenvallende licht reguleert door de grootte van de pupil aan te passen.

13
New cards

Pupilreflex

Een onbewuste reactie waarbij de pupil verkleint bij veel licht en vergroot bij weinig licht om de lichtinval in het oog te regelen.

14
New cards

Iriskringspieren

Kringvormig lopende spieren in de iris die samentrekken bij fel licht, waardoor de pupil kleiner wordt en er minder licht binnenkomt.

15
New cards

Irisstraalspieren

Straalsgewijs lopende spieren in de iris die samentrekken bij minder licht, waardoor de pupil vergroot wordt om meer licht binnen te laten.

<p>Straalsgewijs lopende spieren in de iris die samentrekken bij minder licht, waardoor de pupil vergroot wordt om meer licht binnen te laten.</p>
16
New cards

Lichtbreking

Het verschijnsel waarbij een lichtstraal van richting verandert op de overgang tussen twee verschillende doorzichtige middenstoffen.

17
New cards

Bolle lens

Een positieve lens die naar buiten toe gewelfd is, dikker is in het midden dan aan de randen en evenwijdige lichtstralen bundelt in een brandpunt.

18
New cards

Holle lens

Een negatieve lens die in het midden dunner is dan aan de randen en evenwijdige lichtstralen laat divergeren (uit elkaar doet lopen).

<p>Een negatieve lens die in het midden dunner is dan aan de randen en evenwijdige lichtstralen laat divergeren (uit elkaar doet lopen).</p>
19
New cards

Brandpunt (FF)

Het punt op de hoofdas waar evenwijdige lichtstralen samenkomen nadat ze door een bolle lens zijn gebroken.

20
New cards

Beeld op het netvlies

Het reële beeld dat door de lichtbrekende delen van het oog op het netvlies geprojecteerd wordt: het is altijd verkleind en omgekeerd.

21
New cards

Lichtbrekende delen van het oog

De vier doorzichtige onderdelen van het oog die zorgen voor de breking van lichtstralen: het hoornvlies, de voorste oogkamer, de ooglens en het glasachtig lichaam.

22
New cards

Accommodatie

Het vermogen van het oog om de kromming van de ooglens aan te passen via de accommodatiespier en lensbandjes om beelden op verschillende afstanden scherp te stellen.

<p>Het vermogen van het oog om de kromming van de ooglens aan te passen via de accommodatiespier en lensbandjes om beelden op verschillende afstanden scherp te stellen.</p>
23
New cards

Accommodatie voor veraf

Toestand waarbij de accommodatiespier ontspannen is, de lensbandjes strak staan aangespannen en de ooglens afgeplat is.

24
New cards

Accommodatie voor dichtbij

Toestand waarbij de accommodatiespier samentrekt (in actie is), de lensbandjes ontspannen/doorhangen en de ooglens door haar eigen elasticiteit boller wordt.

25
New cards

Nabijheidspunt

De minimale afstand tot het oog waarop een voorwerp nog net scherp kan worden waargenomen (waarbij de ooglens maximaal bol is); ligt bij jongeren op ongeveer 10 cm10\,\text{cm}.