Hardware Begrippenlijst

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/37

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een complete set woordenschatflitskaarten gebaseerd op de hardware begrippenlijst.

Last updated 11:09 AM on 9/29/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

38 Terms

1
New cards
<p>Hardware</p>

Hardware

Alle onderdelen van een computer die je kunt zien en aanraken.

2
New cards
<p>Computerkast (systeemkast)</p>

Computerkast (systeemkast)

De behuizing waarin belangrijke onderdelen van de computer zitten.

3
New cards
<p>Moederbord</p>

Moederbord

De grote printplaat waarop alle onderdelen van de computer zijn aangesloten.

4
New cards
<p>Processor (CPU)</p>

Processor (CPU)

Het "brein" van de computer. Voert opdrachten en berekeningen uit.

5
New cards
<p>Videokaart</p>

Videokaart

Verwerkt beelden voor het scherm.

6
New cards
<p>Voeding</p>

Voeding

Levert stroom aan alle onderdelen van de computer.

7
New cards

Geheugen (Memory)

De plaats waar gegevens en programma's worden opgeslagen.

8
New cards
<p>RAM-geheugen (werkgeheugen)</p>

RAM-geheugen (werkgeheugen)

Tijdelijk geheugen waarin gegevens worden opgeslagen terwijl de computer werkt. Als de computer uitgaat, verdwijnt deze informatie.

9
New cards
<p>ROM-geheugen</p>

ROM-geheugen

Geheugen met vaste informatie die nodig is om de computer op te starten.

10
New cards

Opslaggeheugen

Geheugen waarin bestanden langdurig worden bewaard.

11
New cards
<p>Harde schijf (HDD)</p>

Harde schijf (HDD)

Opslagapparaat dat gegevens bewaart op draaiende schijven.

12
New cards
<p>SSD (Solid State Drive)</p>

SSD (Solid State Drive)

Snelle opslag zonder bewegende onderdelen.

13
New cards

USB-stick

Draagbaar opslagapparaat voor bestanden.

14
New cards
<p>Geheugenkaart</p>

Geheugenkaart

Kleine opslagkaart die bijvoorbeeld in een telefoon of camera wordt gebruikt.

15
New cards

Bit (b)

De kleinste hoeveelheid informatie: een 0 of een 1.

16
New cards

Byte (B)

Bestaat uit 8 bits.

17
New cards

Kilobyte (KB)

Ongeveer 1.000 bytes.

18
New cards

Megabyte (MB)

Ongeveer 1 miljoen bytes.

19
New cards

Gigabyte (GB)

Ongeveer 1 miljard bytes.

20
New cards

Terabyte (TB)

Ongeveer 1.000 gigabytes.

21
New cards

Smartphone

Mobiele telefoon met veel functies, zoals internet en apps.

22
New cards

Tablet

Draagbare computer met een touchscreen.

23
New cards

Touchscreen

Scherm dat reageert op aanraking.

24
New cards

Accu/Batterij

Levert stroom aan het apparaat.

25
New cards

Oplader

Apparaat waarmee je de accu oplaadt.

26
New cards

Powerbank

Draagbare accu waarmee je een mobiel apparaat kunt opladen.

27
New cards

Simkaart

Kaartje waarmee een telefoon verbinding maakt met een mobiel netwerk.

28
New cards

Camera (voor- en achterkant)

Onderdeel waarmee foto's en video's gemaakt worden.

29
New cards

Microfoon

Neemt geluid op.

30
New cards

Luidspreker

Speelt geluid af.

31
New cards

Schermresolutie

Aantal pixels op het scherm; bepaalt de scherpte van het beeld.

32
New cards
<p>Sensor</p>

Sensor

Onderdeel dat gegevens meet, zoals beweging of licht.

33
New cards

GPS-chip

Bepaalt de locatie van het apparaat.

34
New cards
<p>Wifi-antenne</p>

Wifi-antenne

Zorgt voor draadloze verbinding met internet.

35
New cards

Bluetooth

Draadloze verbinding tussen apparaten op korte afstand.

36
New cards

Gezichtsherkenning

Ontgrendelen van een apparaat met een gezichtsscan.

37
New cards

Vingerafdruksensor

Ontgrendelen met een vingerafdruk.

38
New cards
<p>USB-C-poort</p>

USB-C-poort

Aansluiting voor opladen en gegevensoverdracht.