1/37
Een complete set woordenschatflitskaarten gebaseerd op de hardware begrippenlijst.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress

Hardware
Alle onderdelen van een computer die je kunt zien en aanraken.

Computerkast (systeemkast)
De behuizing waarin belangrijke onderdelen van de computer zitten.

Moederbord
De grote printplaat waarop alle onderdelen van de computer zijn aangesloten.

Processor (CPU)
Het "brein" van de computer. Voert opdrachten en berekeningen uit.

Videokaart
Verwerkt beelden voor het scherm.

Voeding
Levert stroom aan alle onderdelen van de computer.
Geheugen (Memory)
De plaats waar gegevens en programma's worden opgeslagen.

RAM-geheugen (werkgeheugen)
Tijdelijk geheugen waarin gegevens worden opgeslagen terwijl de computer werkt. Als de computer uitgaat, verdwijnt deze informatie.

ROM-geheugen
Geheugen met vaste informatie die nodig is om de computer op te starten.
Opslaggeheugen
Geheugen waarin bestanden langdurig worden bewaard.

Harde schijf (HDD)
Opslagapparaat dat gegevens bewaart op draaiende schijven.

SSD (Solid State Drive)
Snelle opslag zonder bewegende onderdelen.
USB-stick
Draagbaar opslagapparaat voor bestanden.

Geheugenkaart
Kleine opslagkaart die bijvoorbeeld in een telefoon of camera wordt gebruikt.
Bit (b)
De kleinste hoeveelheid informatie: een 0 of een 1.
Byte (B)
Bestaat uit 8 bits.
Kilobyte (KB)
Ongeveer 1.000 bytes.
Megabyte (MB)
Ongeveer 1 miljoen bytes.
Gigabyte (GB)
Ongeveer 1 miljard bytes.
Terabyte (TB)
Ongeveer 1.000 gigabytes.
Smartphone
Mobiele telefoon met veel functies, zoals internet en apps.
Tablet
Draagbare computer met een touchscreen.
Touchscreen
Scherm dat reageert op aanraking.
Accu/Batterij
Levert stroom aan het apparaat.
Oplader
Apparaat waarmee je de accu oplaadt.
Powerbank
Draagbare accu waarmee je een mobiel apparaat kunt opladen.
Simkaart
Kaartje waarmee een telefoon verbinding maakt met een mobiel netwerk.
Camera (voor- en achterkant)
Onderdeel waarmee foto's en video's gemaakt worden.
Microfoon
Neemt geluid op.
Luidspreker
Speelt geluid af.
Schermresolutie
Aantal pixels op het scherm; bepaalt de scherpte van het beeld.

Sensor
Onderdeel dat gegevens meet, zoals beweging of licht.
GPS-chip
Bepaalt de locatie van het apparaat.

Wifi-antenne
Zorgt voor draadloze verbinding met internet.
Bluetooth
Draadloze verbinding tussen apparaten op korte afstand.
Gezichtsherkenning
Ontgrendelen van een apparaat met een gezichtsscan.
Vingerafdruksensor
Ontgrendelen met een vingerafdruk.

USB-C-poort
Aansluiting voor opladen en gegevensoverdracht.