Microbio theorie II doelstellingen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/79

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:04 AM on 10/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

80 Terms

1
New cards

clasificatie van MO

  • Bacteria (prokaryoot)

  • Archaea (prokaryoot)

  • Eucarya



2
New cards

taxonomische hiërarchie

  • soort (Species)

  • geslacht (genus)

  • familie

  • orde

  • klasse

  • stam (fyla, divisie)

  • rijk

  • domein

=> is term voor samenstelling van alle verwanten van wat erboven staat



3
New cards

coherenten

  • planten

  • dieren

  • fungi

  • (=fylogenetische groep)


4
New cards

naam gwne gist

Saccharomyces cerevisiae

5
New cards

5 rijken

  • planten

  • fungi

  • dieren

  • protista (1 cellige eukaryoten)

    • algen

    • protozoa

  • monera (prokaryoten)

    • bacteriën


6
New cards

fungi (groepen)

  • 3 morfologische groepen

  • gisten

  • schimmels

  • paddenstoelen


7
New cards

gram +

  • dikke peptidoglycaanlaag

  • kleuren paars

  • houden de kleurstof vast na wassen


8
New cards

gram -

  • dunne peptidoglycaanlaag

  • kleuren roos

  • ontkleuren en moeten met een 2 de kleurstof terug gekleurd worden

  • celwand


9
New cards

Campylobacter

  • fyla: Proteobacteria

  • klasse: Epsilon Proteobacteria

  • patogenen van de mens (diaree)

  • via besmet voedsel en water

  • spiraalvormig


10
New cards

Clostridium botulinum

  • fyla: Firmicutes

  • klasse: Clostridia

  • familie: Clostridiaceae

  • anaërobe sporenvormers

  • in bodem, sedementen, darmkanaal

  • moedercel G+ (meestal staafjes)

  • giftig (leid tot spierverlaming)

  • sporen zijn hittebestendig en kunnen lang overleven


11
New cards

E.coli

  • fyla: Proteobacteria

  • klasse: Gamma proteobacteriën

  • familie: Enterobacteriaceae

  • in darmen van mens

  • makkelijk en snel te kweken

  • sommige zijn patogeen

  • STEC (patogeen)

  • G -

  • staafjes

  • anaeroob

  • fermentatie van glucose tot zure eindproducten


12
New cards

STEC

  • patogene E.coli

  • maken giftige stoffen aan als deze op verkeerde plaats in het lichaam voorkomt (voedselinfectie, diaree, blaasontsteking)


13
New cards

Listeria monocytogenes (geslacht en species)

  • fyla: Firmicutes

  • klasse: Bacilli

  • familie: Listeriaceae

  • patogeen

  • G+

  • staafjes

  • in voedsel

  • vooral gevaarlijk voor zwangere vrouwen, pasgeborenen, verzwakt imuun

  • kan groeien in de koelkast

  • (septis en menigitis)


14
New cards

Salmonella (geslacht)

  • fyla: Proteobacteria

  • klasse: Gammaproteobacteria

  • orde: Enterobacterales

  • patogeen

  • besmetting via voedsel

  • G- staafjes

  • meestal beweeglijk

  • facultatief anaeroob


15
New cards

Staphylococcus aureus

  • G+

  • bolvormig (kokken)

  • meestal in trosjes (staphylo)

  • facultatief anaeroob

  • psychrotroof (kan groeien in de koelkast)

  • patogeen (veel virulentiefactoren)

  • deze variant kan op vele plaatsen voorkomen maar vooral neusholte

  • belangrijkste oorzaak van ziekenhuis verworven infecties


16
New cards

Photoautotroof

groeivoorwaarden:

  • E bron = licht

  • C-bron = CO2

  • (Cyanobacteriën, paarse en groene bacteriën)


17
New cards

fotoheterotroof

groeivoorwaarden:

  • E-bron = licht

  • C-bron = organische verbindingen

  • (sommige paarse en groene bacteriën)


18
New cards

Chemoautotroof

= lithotroof = lithoautotroof

groeivoorwaarden:

  • E-bron: organische verbindingen, H2, NH3, NO2, H2S

  • C-bron: CO2

  • (paar bacteriën en veel archaea)


19
New cards

Chemohetrotroof

groeivoorwaarden:

  • E-bron: organische verbindingen

  • C-bron: organische verbindingen

  • (meeste bacteriën, sommige archaea)


20
New cards

voedingstype

  • Heterotroof < — > Autotroof

  • Fototroof < — > Chemotroof

  • Lithotroof < — > Organotroof


21
New cards

Obligaat (strikt) aeroob

groeivoorwaarden:

  • groeien enkel in aanwezigheid van O2

  • nodig voor aerobe ademhaling

  • groeien niet bij afwezigheid van O2


22
New cards

Microaerofiel

groeivoorwaarden:

  • groeien aeroob wnr O2 level niet te hoog is

  • anaerobe toestand geen groei

  • O2 nodig maar bij 0,2 atm


23
New cards

obligaat (strikt) anaeroob

groeivoorwaarden:

  • aeroob geen groei

  • anaeroob wel groei

  • O2 is toxisch


24
New cards

facultatief (an)aeroob

groeivoorwaarden:

  • aeroob groeit het beste

  • kan ook anaeroob groeien

  • O2 niet nodig om te groeien maar wnr aanwezig dan word het gebruikt


25
New cards

aerotolerant anaeroob

groeivoorwaarden:

  • groeien aeroob

  • groeien anaeroob

  • O2 is niet nodig en word niet gebruikt om te groeien


26
New cards

Psychrofiel

groeivoorwaarden:

  • kan groeien onder 0°C

  • optimale groei 10-15°C

  • kan nog groeien in de koelkast


27
New cards

psychrotroof

groeivoorwaarden:

  • optimaal rond 15-30°C

  • kan nog groeien in koelkast

  • niet onder 0°C


28
New cards

mesofiel

groeivoorwaarden:

  • optimaal 30-40°C

  • meeste bacteriën die in associatie leven met warmbloedige dieren


29
New cards

thermofielen

groeivoorwaarden:

  • optimaal 50-85

  • kunnen nog groeien boven 100°C

  • grote variatie in optimale T


30
New cards

Extreem thermofiel

groeivoorwaarden:

  • optimaal boven de 85°C


31
New cards

wateractiviteit

  • aW

  • = hoeveelheid beschikbaar water

  • 0 =< aw =< 1

  • aw = 0,6 dan is er geen groei/bederf gwn overleving


32
New cards

Osmofiel

groeivoorwaarden:

  • goed groeien in omgeving met veel opgeloste stoffen

  • omgeving met hoge osmotische druk


33
New cards

halofiel

groeivoorwaarden:

  • kunnen groeien bij verhoogde zoutconcentratie


34
New cards

xerofiel

groeivoorwaarden:

  • groeien in droge omgeving


35
New cards

invloed wateractiviteit

  • hypertone omgeving = c opgeloste stoffen omgeving is hoger dan binnen de cel

    • cel verliest water en krimpt

  • hypotone omgeving = c opgeloste stoffen omgeving is lager dan binnen de cel

    • cel neemt water op en zwelt


<ul><li><p><strong>hypertone omgeving</strong> = c opgeloste stoffen omgeving is hoger dan binnen de cel</p><ul><li><p>cel verliest water en krimpt</p></li></ul></li><li><p><strong>hypotone omgeving</strong> = c opgeloste stoffen omgeving is lager dan binnen de cel</p><ul><li><p>cel neemt water op en zwelt</p></li></ul></li></ul><p></p>
36
New cards

acidofiel

groeivoorwaarden:

  • groeien bij zure pH

  • vanaf pH = 4,5


37
New cards

neutrofiel

groeivoorwaarden:

  • groeien bij neutrale pH

  • pH = 5,5 - 8,5


38
New cards

alkalifiel

groeivoorwaarden:

  • groeien in basisch milieu

  • pH = 7,5 - 11,5


39
New cards

metabolisme

  • fermentatie: organische e- -donor en organische e- -acceptor

  • aerobe ademhaling: organische e- -donor, O2 e- -acceptor

  • anaerobe ademhaling: organische e- -donor NO3, SO42-, CO2, e- -acceptor

  • chemolithotroof: anorganische e- -donor O2, SO42-, NO3- e- -acceptor


<ul><li><p><strong>fermentatie</strong>: organische e<sup>-</sup> -donor en organische e<sup>-</sup> -acceptor</p></li><li><p><strong>aerobe ademhaling</strong>: organische e<sup>-</sup> -donor, O<sub>2</sub> e<sup>-</sup> -acceptor</p></li><li><p><strong>anaerobe ademhaling:</strong> organische e<sup>- </sup>-donor NO<sub>3, </sub>SO<sub>4</sub><sup>2-</sup>, CO<sub>2</sub>, e<sup>-</sup> -acceptor</p></li><li><p><strong>chemolithotroof:</strong> anorganische e<sup>-</sup> -donor O<sub>2</sub>, SO<sub>4</sub><sup>2-</sup>, NO<sub>3</sub><sup>- </sup>e<sup>-</sup> -acceptor</p></li></ul><p></p>
40
New cards

aademhaling

  • aerobe

  • anaerobe

  • fermentatie


<ul><li><p>aerobe</p></li><li><p>anaerobe</p></li><li><p>fermentatie</p></li></ul><p></p>
41
New cards

nitrificatie

= oxidatie van N-verbindingen

  • lithotrofie


42
New cards

celstructuur bacteriën

  • celtype: prokaryoot, 1-cellig

  • celmembraan: fosfolipiden dubbellaag, eiwitten

  • celwand: meestal aanwezig, (kapsel)

    • G+ = dikke peptidoglycaanlaag (PG), lipoteichonzuren

    • G- = dunne PG-laag, buitenmembraan

  • beweeglijkheid: vaak wel, maar kan ook onbeweeglijk zijn

  • voedingswijze: heterotroof / autotroof (foto / chemo)

  • ribosomen: 70 s (30s + 40s)


43
New cards

celstructuren fungi

  • celtype: eukaryoot

  • celmembraan: fosfolipiden met ergosterolen

  • celwand: chitine

  • beweeglijkheid: meestal niet, kan bij voortplantingscellen

  • voedingswijze: heterotroof (saprofiet / parasiet)

  • ribosomen: 80 s (40 s en 60 s)


44
New cards

celstructuren algen

  • celtype: eukaryoot

  • celmembraan: fosfolipide met fytosterolen

  • celwand: cellulose of silica

  • beweeglijkheid: meestal wel (flagellen / trilharen)

  • voedingswijze: autotroof (fotosynthese)

  • ribosomen: 80 s (40s en 60s)


45
New cards

virussen

  • zijn geen cellen

  • geen levend materiaal

  • bestaat uit DNA/RNA omgeven door eiwitmantel (kapside)

  • hebben geen eigen metabolisme, gebruiken metabolisme van gastheercel om voort te planten


46
New cards

blauwwieren

= procaryote bacteriën (cianobacteriën) die aan fotosynthese doen

47
New cards

protozoa

  • 1-celligen

  • eukaryoot

  • heterotroof (fagocytose / pynocytose)

  • geen celwand

  • indeling op basis van beweeglijkheid (sporozoa, flagelaat, ciliaat, amoebe)


48
New cards

groeicurve batch

  • lag fase

  • exponentiële fase

  • stationaire fase

  • aftervings fase


<ul><li><p>lag fase</p></li><li><p>exponentiële fase</p></li><li><p>stationaire fase</p></li><li><p>aftervings fase</p></li></ul><p></p>
49
New cards

lag fase

= bacteriën moeten nog wennen aan nieuwe omgeving dus gaan nog niet ect delen, maken stoffen aan die nodig zijn voor groei

50
New cards

exponentiële fase

= groeifase, bacteriën gaan zich snel vemenigvuldigen, elke bacterie deeld zich dus # neemt exponentieel toe, veel voedingsstoffen weinig afvalproducten

51
New cards

stationaire fase

= # bacteriën blijft ongeveer constant, voedingstoffen geraken op, afvalstoffen hopen op, minder ruimte, ongeveer even veel bacteriën ontstaan als dat afsterven

52
New cards

afstervingsfase

= # levende bacteriën neemt af, sterven meer bacteriën dan bijkomen, tekort aan voedingsstoffen en ophoping afvalstoffen

53
New cards

mathematische beschrijving van groei (oef p 22)

  • N = # cellen

  • N0 = # oorspronkelijke cellen

  • n = # generaties

  • g = generatietijd

=> N = N0 . 2n

=> t = n . g

=> N = N0 . 2t/g

=> log N = log N0 + n log 2 → n = (log N - log N0) / log 2

groeiconstante k = n / t = 1/g


54
New cards

batch cultuur

= een gesloten kweekproces waarbij alle voedingstoffen aan het begin worden toegevoegd en daarna niks meer ondergaat 4 fases (lag, exponentieel, stationair, dood)

55
New cards

continue cultuur

= cultuur waar voortdurend verse voedingsstoffen worden toegevoegd en tegelijkertijd een deel van de cultuur word afgevoerd (V blijft ongeveer cst, zodat MO langdurig kunnen blijven groeien)

56
New cards

Monod-kinetiek

= relatie tussen groeisnelheid van MO en concentratie van beperkende voedingsstoffen

<p>= relatie tussen groeisnelheid van MO en concentratie van beperkende voedingsstoffen</p>
57
New cards

chemostaat

= apparaat om MO continu te kunnen kweken, continu verse voeding toevoegen en cultuur afvoeren zodat V cst blijft

<p>= apparaat om MO continu te kunnen kweken, continu verse voeding toevoegen en cultuur afvoeren zodat V cst blijft</p>
58
New cards

limiterend substraat

= de voedingsstof die als eerste op geraakt en daardoor de groei van de MO beperkt, dit bepaald de groei want hebt alle voedingsstoffen nodig

59
New cards

groei-opbrengst

= yield

= hoeveelheid nieuwe biomassa/ cellen die gevormd worden per hoeveelheid verbruikt substraat

<p>= yield</p><p>= hoeveelheid nieuwe biomassa/ cellen die gevormd worden per hoeveelheid verbruikt substraat</p>
60
New cards

competitie

= wnr verschillende MO dezelfde beperkte voedingsstoffen nodig hebben

vb. bacterie A en B strijden om glucose, dus degene die glucose het snelste verwerkt of efficientste opneemt is in het voordeel

<p>= wnr verschillende MO dezelfde beperkte voedingsstoffen nodig hebben</p><p>vb. bacterie A en B strijden om glucose, dus degene die glucose het snelste verwerkt of efficientste opneemt is in het voordeel</p>
61
New cards

Bederfflora

  • karakteristiek voor voedingsmiddel

  • Afhankelijk van de intrinsieke factoren

  • Afhankelijk van exentrieke factoren

  • Afhankelijk van impliciete factoren


62
New cards

Intrinsieke factoren

= fysisch-chemische eig en structurele eig van voedingsmiddel bepalen groei van MO

Parameters:

  • pH

  • Wateractiviteit

  • Reductiepottentiaal

  • Nutriëntsamenstelling

  • Aanwezigheid van antimicrobiële componenten

Vb. Vlees, wijn, fruitsap,…


63
New cards

Procesfactoren

= beïnvloeden de intrinsieke factoren door de bewerking dat het voedingsmiddel ondergaat

64
New cards

extrinsieke factoren

= de wijze van bewaren van voedingsmiddelen heeft grote invloed op de microbiologische kwaliteit

Parameters:

  • T

  • Vochtigheid

  • Gasatmosfeer

  • Transport


65
New cards

Impliciete factoren

= wederzijdse beïnvloeding van MO op of in voedingsmiddelen aanwezig

66
New cards

type bederf bij verschillende soorten voedingsmiddelen (tabel)


<p></p>
67
New cards

Nutriëntensamenstelling

= behoefte aan nutriënten voor een MO (heel afhankelijk van soort)

Vb.

  • Pseudomonas: niet zo kieskeurig

  • Lactobacillus: rijke voedingsbodem nodig


68
New cards

Wateractiviteit

→ onttrekken van water aan voedingsmiddelen remt de groei van MO

  • aw onder 0,60 worden MO volledig in hun groei geremd en treed er geen microbiëel bederf meer op

  • Meeste bacteriesoorten ontwikkelen best bij aw = 0,98 (fysiologische zoutopl)

  • 0,98 - 0,95 worden MO geremd

  • Onder 0,95 ontwikkelen veel G+

  • Gisten en schimmels nog lagere aw

  • (Xero-, osmo-, halofiel)


<p>→ onttrekken van water aan voedingsmiddelen remt de groei van MO</p><ul><li><p>a<sub>w</sub> onder 0,60 worden MO volledig in hun groei geremd en treed er geen microbiëel bederf meer op</p></li><li><p>Meeste bacteriesoorten ontwikkelen best bij a<sub>w</sub> = 0,98 (fysiologische zoutopl)</p></li><li><p> 0,98 - 0,95 worden MO geremd </p></li><li><p>Onder 0,95 ontwikkelen veel G+</p></li><li><p>Gisten en schimmels nog lagere a<sub>w</sub></p></li><li><p>(Xero-, osmo-, halofiel)</p></li></ul><p></p>
69
New cards

PH

  • meestal 2-7

  • Bederf word veroorzaakt door gisten en schimmels die goed kunnen groeien bij deze pH

  • Bij pH = 4,5 ontwikkelen de meeste bacteriën zich


70
New cards

Reductiepottentiaal

  • aerobe bacteriën: graag hoge Reductiepottentiaal

  • Anaerobe bacteriën: graag lage Reductiepottentiaal

  • Micro aerofielen: ontwikkelen enkel bij verlaagde O2 spanning


71
New cards

Antimicrobiële bestanddelen

  • kleine moleculen (Vb. Salicyl-, benzoëzuur, fenolachtige)


72
New cards

Biologische structuur

= natuurlijke barière tegen binnendringen van MO

Vb. Huid, schil,…

→ na slachting/oogst is deze barière nog aanwezich, maar gaat afbreken door microbiële, enzymatische en mechanische aantasting

(Komt vaak door de bewerking)

73
New cards

Intrinsieke snelheid

Parameters die groei bepalen:

  • duur van de lag fase

  • Snelheid van logaritmische groei

  • Celdensiteit in stationaire fase

→ schimmels en gisten groeien trager dan bacteriën, daarom dat meeste levensmiddelen met hoge aw en lage zuurheid, bederf vertonen


<p>Parameters die groei bepalen:</p><ul><li><p>duur van de lag fase</p></li><li><p>Snelheid van logaritmische groei</p></li><li><p>Celdensiteit in stationaire fase</p></li></ul><p>→ schimmels en gisten groeien trager dan bacteriën, daarom dat meeste levensmiddelen met hoge a<sub>w</sub> en lage zuurheid, bederf vertonen</p><p></p>
74
New cards

Antagonisme

= ene bacteriesoort kan andere remmen

Inhibitie gevolg van:

  • competitie voor nutriënten (degene die best is aangepast aan lage c en andere factoren zal domineren)

  • Verandering van groeiomstandigheden (door pH veranderingen zorgen voor fermentaties)

  • Productie groeiremmende stoffen (antibiotica en bacteriologen)


75
New cards

Bacteriocine

= antimicrobiële stof geproduceerd door een bacterie, die andere soort remmen/doden, zijn taxonomisch nauw verwant met producerende bacteriestam

76
New cards

Synergisme

= positieve interactie tussen verschillende bacteriën, ene soort veranderd de omstandigheden waardoor de andere kan uitgroeien

  • ene bacterie vormt nutriënten voor de andere (groeifactoren)

  • Wegwerken van ongunstige omstandigheden

  • Verandering pH (stijging)

  • Verandering reductiepott(daling) (aeroob verbruik)

  • Verandering aw (stijging) (metabolisme produceert water)

  • Eliminatie van antimicrobiële stoffen (AM) (Bacteriocine)

  • Afbraak biologische structuren


77
New cards

belang van antagonisme voor voedselveiligheid

  • Voorkomt bederf

  • Inhibitie van pathogene

  • Pasteurisatie

  • Protectieve culturen


78
New cards

Pasteurisatie

= voedingsmiddelen verhitten voor een bepaalde tijd op bepaalde T, om schadelijke MO te doden/sterk te verminderen zonder totale sterilisatie van het product

79
New cards

protectieve culturen

= MO die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om groei van schadelijke/ongewenste MO te remmen

80
New cards