1/79
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
clasificatie van MO
Bacteria (prokaryoot)
Archaea (prokaryoot)
Eucarya
taxonomische hiërarchie
soort (Species)
geslacht (genus)
familie
orde
klasse
stam (fyla, divisie)
rijk
domein
=> is term voor samenstelling van alle verwanten van wat erboven staat
coherenten
planten
dieren
fungi
(=fylogenetische groep)
naam gwne gist
Saccharomyces cerevisiae
5 rijken
planten
fungi
dieren
protista (1 cellige eukaryoten)
algen
protozoa
monera (prokaryoten)
bacteriën
fungi (groepen)
3 morfologische groepen
gisten
schimmels
paddenstoelen
gram +
dikke peptidoglycaanlaag
kleuren paars
houden de kleurstof vast na wassen
gram -
dunne peptidoglycaanlaag
kleuren roos
ontkleuren en moeten met een 2 de kleurstof terug gekleurd worden
celwand
Campylobacter
fyla: Proteobacteria
klasse: Epsilon Proteobacteria
patogenen van de mens (diaree)
via besmet voedsel en water
spiraalvormig
Clostridium botulinum
fyla: Firmicutes
klasse: Clostridia
familie: Clostridiaceae
anaërobe sporenvormers
in bodem, sedementen, darmkanaal
moedercel G+ (meestal staafjes)
giftig (leid tot spierverlaming)
sporen zijn hittebestendig en kunnen lang overleven
E.coli
fyla: Proteobacteria
klasse: Gamma proteobacteriën
familie: Enterobacteriaceae
in darmen van mens
makkelijk en snel te kweken
sommige zijn patogeen
STEC (patogeen)
G -
staafjes
anaeroob
fermentatie van glucose tot zure eindproducten
STEC
patogene E.coli
maken giftige stoffen aan als deze op verkeerde plaats in het lichaam voorkomt (voedselinfectie, diaree, blaasontsteking)
Listeria monocytogenes (geslacht en species)
fyla: Firmicutes
klasse: Bacilli
familie: Listeriaceae
patogeen
G+
staafjes
in voedsel
vooral gevaarlijk voor zwangere vrouwen, pasgeborenen, verzwakt imuun
kan groeien in de koelkast
(septis en menigitis)
Salmonella (geslacht)
fyla: Proteobacteria
klasse: Gammaproteobacteria
orde: Enterobacterales
patogeen
besmetting via voedsel
G- staafjes
meestal beweeglijk
facultatief anaeroob
Staphylococcus aureus
G+
bolvormig (kokken)
meestal in trosjes (staphylo)
facultatief anaeroob
psychrotroof (kan groeien in de koelkast)
patogeen (veel virulentiefactoren)
deze variant kan op vele plaatsen voorkomen maar vooral neusholte
belangrijkste oorzaak van ziekenhuis verworven infecties
Photoautotroof
groeivoorwaarden:
E bron = licht
C-bron = CO2
(Cyanobacteriën, paarse en groene bacteriën)
fotoheterotroof
groeivoorwaarden:
E-bron = licht
C-bron = organische verbindingen
(sommige paarse en groene bacteriën)
Chemoautotroof
= lithotroof = lithoautotroof
groeivoorwaarden:
E-bron: organische verbindingen, H2, NH3, NO2, H2S
C-bron: CO2
(paar bacteriën en veel archaea)
Chemohetrotroof
groeivoorwaarden:
E-bron: organische verbindingen
C-bron: organische verbindingen
(meeste bacteriën, sommige archaea)
voedingstype
Heterotroof < — > Autotroof
Fototroof < — > Chemotroof
Lithotroof < — > Organotroof
Obligaat (strikt) aeroob
groeivoorwaarden:
groeien enkel in aanwezigheid van O2
nodig voor aerobe ademhaling
groeien niet bij afwezigheid van O2
Microaerofiel
groeivoorwaarden:
groeien aeroob wnr O2 level niet te hoog is
anaerobe toestand geen groei
O2 nodig maar bij 0,2 atm
obligaat (strikt) anaeroob
groeivoorwaarden:
aeroob geen groei
anaeroob wel groei
O2 is toxisch
facultatief (an)aeroob
groeivoorwaarden:
aeroob groeit het beste
kan ook anaeroob groeien
O2 niet nodig om te groeien maar wnr aanwezig dan word het gebruikt
aerotolerant anaeroob
groeivoorwaarden:
groeien aeroob
groeien anaeroob
O2 is niet nodig en word niet gebruikt om te groeien
Psychrofiel
groeivoorwaarden:
kan groeien onder 0°C
optimale groei 10-15°C
kan nog groeien in de koelkast
psychrotroof
groeivoorwaarden:
optimaal rond 15-30°C
kan nog groeien in koelkast
niet onder 0°C
mesofiel
groeivoorwaarden:
optimaal 30-40°C
meeste bacteriën die in associatie leven met warmbloedige dieren
thermofielen
groeivoorwaarden:
optimaal 50-85
kunnen nog groeien boven 100°C
grote variatie in optimale T
Extreem thermofiel
groeivoorwaarden:
optimaal boven de 85°C
wateractiviteit
aW
= hoeveelheid beschikbaar water
0 =< aw =< 1
aw = 0,6 dan is er geen groei/bederf gwn overleving
Osmofiel
groeivoorwaarden:
goed groeien in omgeving met veel opgeloste stoffen
omgeving met hoge osmotische druk
halofiel
groeivoorwaarden:
kunnen groeien bij verhoogde zoutconcentratie
xerofiel
groeivoorwaarden:
groeien in droge omgeving
invloed wateractiviteit
hypertone omgeving = c opgeloste stoffen omgeving is hoger dan binnen de cel
cel verliest water en krimpt
hypotone omgeving = c opgeloste stoffen omgeving is lager dan binnen de cel
cel neemt water op en zwelt

acidofiel
groeivoorwaarden:
groeien bij zure pH
vanaf pH = 4,5
neutrofiel
groeivoorwaarden:
groeien bij neutrale pH
pH = 5,5 - 8,5
alkalifiel
groeivoorwaarden:
groeien in basisch milieu
pH = 7,5 - 11,5
metabolisme
fermentatie: organische e- -donor en organische e- -acceptor
aerobe ademhaling: organische e- -donor, O2 e- -acceptor
anaerobe ademhaling: organische e- -donor NO3, SO42-, CO2, e- -acceptor
chemolithotroof: anorganische e- -donor O2, SO42-, NO3- e- -acceptor

aademhaling
aerobe
anaerobe
fermentatie

nitrificatie
= oxidatie van N-verbindingen
lithotrofie
celstructuur bacteriën
celtype: prokaryoot, 1-cellig
celmembraan: fosfolipiden dubbellaag, eiwitten
celwand: meestal aanwezig, (kapsel)
G+ = dikke peptidoglycaanlaag (PG), lipoteichonzuren
G- = dunne PG-laag, buitenmembraan
beweeglijkheid: vaak wel, maar kan ook onbeweeglijk zijn
voedingswijze: heterotroof / autotroof (foto / chemo)
ribosomen: 70 s (30s + 40s)
celstructuren fungi
celtype: eukaryoot
celmembraan: fosfolipiden met ergosterolen
celwand: chitine
beweeglijkheid: meestal niet, kan bij voortplantingscellen
voedingswijze: heterotroof (saprofiet / parasiet)
ribosomen: 80 s (40 s en 60 s)
celstructuren algen
celtype: eukaryoot
celmembraan: fosfolipide met fytosterolen
celwand: cellulose of silica
beweeglijkheid: meestal wel (flagellen / trilharen)
voedingswijze: autotroof (fotosynthese)
ribosomen: 80 s (40s en 60s)
virussen
zijn geen cellen
geen levend materiaal
bestaat uit DNA/RNA omgeven door eiwitmantel (kapside)
hebben geen eigen metabolisme, gebruiken metabolisme van gastheercel om voort te planten
blauwwieren
= procaryote bacteriën (cianobacteriën) die aan fotosynthese doen
protozoa
1-celligen
eukaryoot
heterotroof (fagocytose / pynocytose)
geen celwand
indeling op basis van beweeglijkheid (sporozoa, flagelaat, ciliaat, amoebe)
groeicurve batch
lag fase
exponentiële fase
stationaire fase
aftervings fase

lag fase
= bacteriën moeten nog wennen aan nieuwe omgeving dus gaan nog niet ect delen, maken stoffen aan die nodig zijn voor groei
exponentiële fase
= groeifase, bacteriën gaan zich snel vemenigvuldigen, elke bacterie deeld zich dus # neemt exponentieel toe, veel voedingsstoffen weinig afvalproducten
stationaire fase
= # bacteriën blijft ongeveer constant, voedingstoffen geraken op, afvalstoffen hopen op, minder ruimte, ongeveer even veel bacteriën ontstaan als dat afsterven
afstervingsfase
= # levende bacteriën neemt af, sterven meer bacteriën dan bijkomen, tekort aan voedingsstoffen en ophoping afvalstoffen
mathematische beschrijving van groei (oef p 22)
N = # cellen
N0 = # oorspronkelijke cellen
n = # generaties
g = generatietijd
=> N = N0 . 2n
=> t = n . g
=> N = N0 . 2t/g
=> log N = log N0 + n log 2 → n = (log N - log N0) / log 2
groeiconstante k = n / t = 1/g
batch cultuur
= een gesloten kweekproces waarbij alle voedingstoffen aan het begin worden toegevoegd en daarna niks meer ondergaat 4 fases (lag, exponentieel, stationair, dood)
continue cultuur
= cultuur waar voortdurend verse voedingsstoffen worden toegevoegd en tegelijkertijd een deel van de cultuur word afgevoerd (V blijft ongeveer cst, zodat MO langdurig kunnen blijven groeien)
Monod-kinetiek
= relatie tussen groeisnelheid van MO en concentratie van beperkende voedingsstoffen

chemostaat
= apparaat om MO continu te kunnen kweken, continu verse voeding toevoegen en cultuur afvoeren zodat V cst blijft

limiterend substraat
= de voedingsstof die als eerste op geraakt en daardoor de groei van de MO beperkt, dit bepaald de groei want hebt alle voedingsstoffen nodig
groei-opbrengst
= yield
= hoeveelheid nieuwe biomassa/ cellen die gevormd worden per hoeveelheid verbruikt substraat

competitie
= wnr verschillende MO dezelfde beperkte voedingsstoffen nodig hebben
vb. bacterie A en B strijden om glucose, dus degene die glucose het snelste verwerkt of efficientste opneemt is in het voordeel

Bederfflora
karakteristiek voor voedingsmiddel
Afhankelijk van de intrinsieke factoren
Afhankelijk van exentrieke factoren
Afhankelijk van impliciete factoren
Intrinsieke factoren
= fysisch-chemische eig en structurele eig van voedingsmiddel bepalen groei van MO
Parameters:
pH
Wateractiviteit
Reductiepottentiaal
Nutriëntsamenstelling
Aanwezigheid van antimicrobiële componenten
Vb. Vlees, wijn, fruitsap,…
Procesfactoren
= beïnvloeden de intrinsieke factoren door de bewerking dat het voedingsmiddel ondergaat
extrinsieke factoren
= de wijze van bewaren van voedingsmiddelen heeft grote invloed op de microbiologische kwaliteit
Parameters:
T
Vochtigheid
Gasatmosfeer
Transport
Impliciete factoren
= wederzijdse beïnvloeding van MO op of in voedingsmiddelen aanwezig
type bederf bij verschillende soorten voedingsmiddelen (tabel)

Nutriëntensamenstelling
= behoefte aan nutriënten voor een MO (heel afhankelijk van soort)
Vb.
Pseudomonas: niet zo kieskeurig
Lactobacillus: rijke voedingsbodem nodig
Wateractiviteit
→ onttrekken van water aan voedingsmiddelen remt de groei van MO
aw onder 0,60 worden MO volledig in hun groei geremd en treed er geen microbiëel bederf meer op
Meeste bacteriesoorten ontwikkelen best bij aw = 0,98 (fysiologische zoutopl)
0,98 - 0,95 worden MO geremd
Onder 0,95 ontwikkelen veel G+
Gisten en schimmels nog lagere aw
(Xero-, osmo-, halofiel)

PH
meestal 2-7
Bederf word veroorzaakt door gisten en schimmels die goed kunnen groeien bij deze pH
Bij pH = 4,5 ontwikkelen de meeste bacteriën zich
Reductiepottentiaal
aerobe bacteriën: graag hoge Reductiepottentiaal
Anaerobe bacteriën: graag lage Reductiepottentiaal
Micro aerofielen: ontwikkelen enkel bij verlaagde O2 spanning
Antimicrobiële bestanddelen
kleine moleculen (Vb. Salicyl-, benzoëzuur, fenolachtige)
Biologische structuur
= natuurlijke barière tegen binnendringen van MO
Vb. Huid, schil,…
→ na slachting/oogst is deze barière nog aanwezich, maar gaat afbreken door microbiële, enzymatische en mechanische aantasting
(Komt vaak door de bewerking)
Intrinsieke snelheid
Parameters die groei bepalen:
duur van de lag fase
Snelheid van logaritmische groei
Celdensiteit in stationaire fase
→ schimmels en gisten groeien trager dan bacteriën, daarom dat meeste levensmiddelen met hoge aw en lage zuurheid, bederf vertonen

Antagonisme
= ene bacteriesoort kan andere remmen
Inhibitie gevolg van:
competitie voor nutriënten (degene die best is aangepast aan lage c en andere factoren zal domineren)
Verandering van groeiomstandigheden (door pH veranderingen zorgen voor fermentaties)
Productie groeiremmende stoffen (antibiotica en bacteriologen)
Bacteriocine
= antimicrobiële stof geproduceerd door een bacterie, die andere soort remmen/doden, zijn taxonomisch nauw verwant met producerende bacteriestam
Synergisme
= positieve interactie tussen verschillende bacteriën, ene soort veranderd de omstandigheden waardoor de andere kan uitgroeien
ene bacterie vormt nutriënten voor de andere (groeifactoren)
Wegwerken van ongunstige omstandigheden
Verandering pH (stijging)
Verandering reductiepott(daling) (aeroob verbruik)
Verandering aw (stijging) (metabolisme produceert water)
Eliminatie van antimicrobiële stoffen (AM) (Bacteriocine)
Afbraak biologische structuren
belang van antagonisme voor voedselveiligheid
Voorkomt bederf
Inhibitie van pathogene
Pasteurisatie
Protectieve culturen
Pasteurisatie
= voedingsmiddelen verhitten voor een bepaalde tijd op bepaalde T, om schadelijke MO te doden/sterk te verminderen zonder totale sterilisatie van het product
protectieve culturen
= MO die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om groei van schadelijke/ongewenste MO te remmen