FEV begrippen H1+2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/23

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

24 Terms

1
New cards

Koopcontract

Een overeenkomst waarbij een persoon of bedrijf een product of dienst levert en een andere partij daarvoor betaalt.

2
New cards

Verkoper

De persoon of onderneming die een product of dienst aanbiedt en verkoopt.

3
New cards

koper

de persoon die een product of dienst aankoopt en ervoor betaalt.

4
New cards

verkoop op afbetaling

Een systeem waarbij een product onmiddellijk wordt ontvangen, maar het bedrag in verschillende delen wordt betaald.

5
New cards

Aflossingen

De afzonderlijke bedragen die regelmatig worden betaald om een schuld of aankoop terug te betalen.

6
New cards

Consumentenkrediet

Een lening die een particulier afsluit om goederen of diensten te financieren.

7
New cards

interest

De vergoeding die wordt betaald voor het lenen van geld.

8
New cards

jaarlijks kostenpercentage (JKP)

Een percentage dat de totale jaarlijkse kost van een lening weergeeft, inclusief rente en andere verplichte kosten.

9
New cards

eenmalige kosten

Kosten die slechts één keer betaald moeten worden.

10
New cards

terugkerende kosten

Kosten die op regelmatige tijdstippen opnieuw moeten worden betaald, bijvoorbeeld maandelijks of jaarlijks

11
New cards

budgetbeheer

Het plannen en opvolgen van je geld zodat je voldoende hebt voor je uitgaven en geen financiële problemen krijgt.

12
New cards

Duurzaam

Iets is duurzaam wanneer het zo gebeurt dat het milieu, de mensen en toekomstige generaties niet worden geschaad.

13
New cards

Inkomsten

Al het geld dat je ontvangt, bijvoorbeeld loon, zakgeld, een studiebeurs of een uitkering.

14
New cards

Uitgaven

Al het geld dat je uitgeeft aan bijvoorbeeld voeding, kleding, vervoer, huur of ontspanning.

15
New cards

Terugbetalingscapaciteit

Het vermogen om een lening of schuld terug te betalen met het geld dat je verdient of ontvangt.

16
New cards

Sparen

Een deel van je geld opzijzetten om later te gebruiken voor een doel of voor onverwachte kosten.

17
New cards

Spaarvormen

Verschillende manieren waarop je geld kunt sparen, bijvoorbeeld op een spaarrekening, termijnrekening of via beleggingen.

18
New cards

Zichtrekening

Een bankrekening die je gebruikt voor dagelijkse verrichtingen zoals betalen, geld ontvangen en geld afhalen.

19
New cards

Spaarrekening

Een bankrekening waarop je geld bewaart om te sparen. Je ontvangt meestal een kleine rente op het bedrag dat erop staat.

20
New cards

termijnrekening

Een rekening waarop je geld voor een afgesproken periode vastzet. In ruil daarvoor krijg je meestal een hogere rente dan op een gewone spaarrekening.

21
New cards

Garantie

Een belofte dat een product of dienst aan bepaalde voorwaarden voldoet. Als er binnen de garantieperiode een probleem ontstaat, wordt dit meestal hersteld of vervangen zonder extra kosten.

22
New cards
23
New cards
24
New cards