GIS - Hoofdstuk 3: Representing Geography

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/35

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Woordenlijst-flitskaarten over GIS Hoofdstuk 3: Representing Geography, met begrippen rond ruimtelijke datamodellen (raster en vector), hoogtemodellen, schaal en cartografische generalisatietechnieken.

36 Terms

1
New cards

Representation (weergave)

De manier waarop we bepalen welke informatie uit de ingewikkelde echte wereld belangrijk is en hoe we die digitaal vereenvoudigd weergeven in een kaart of GIS-model.

2
New cards

Discrete objects (discrete objecten)

Losse verschijnselen met een herkenbare grens of plaats, behorend bij een benadering die de vraag stelt: "Welke objecten zijn er?"

3
New cards

Continuous field (continu veld)

Een eigenschap die op elke locatie een waarde heeft, ook tussen meetstations in, behorend bij een benadering die de vraag stelt: "Welke waarde heeft deze plek?"

4
New cards

Lakeness-schaal

Een schaal van 'altijd droog' tot 'altijd diep water' waarmee een moeilijk af te bakenen landschapselement (zoals een meer of moeras) als continu veld behandeld kan worden.

5
New cards

Granularity (detailniveau)

Hoe fijn of grof informatie ingedeeld wordt, waarbij een fijner niveau inhoudt dat er meer kleine details worden getoond.

6
New cards

Spatial resolution (ruimtelijke resolutie)

De afmeting van de kleinste te onderscheiden rastercel of de mate van detail die ruimtelijke gegevens kunnen tonen.

7
New cards

Raster

Een gegevensstructuur opgebouwd uit een rooster van cellen (pixels), waarbij iedere individuele cel een eigen waarde bevat.

8
New cards

Vector

Een gegevensstructuur opgebouwd uit geometrische elementen zoals punten, lijnen en vlakken (polygonen).

9
New cards

Point (punt)

Een geometrisch vectorelement dat één specifieke locatie representeert, zoals een winkel op een overzichtskaart.

10
New cards

Line / polyline (lijn)

Een geometrisch vectorelement dat bestaat uit een reeks verbonden punten die gezamenlijk een traject vormen.

11
New cards

Polygon (vlak)

Een geometrisch vectorelement bestaande uit een gesloten grens die een bepaald gebied omsluit.

12
New cards

Vertices

Hoek- of knooppunten in vectorgegevens die mede bepalen hoeveel detail een lijn of vlak bevat.

13
New cards

Largest-share rule

Een beslisregel in raster-GIS waarbij de categorie die het grootste oppervlak van de rastercel beslaat de uiteindelijke waarde van die cel bepaalt.

14
New cards

Central-point rule

Een beslisregel in raster-GIS waarbij de categorie die exact op het middelpunt van de rastercel ligt de waarde van de cel bepaalt.

15
New cards

DEM (Digital Elevation Model)

Een digitaal hoogtemodel van een terrein, veelal gerepresenteerd als een raster waarin elke cel één hoogtewaarde heeft.

16
New cards

2.5D (twee-en-een-halve dimensie)

Een weergavevorm waarin aan elke X- en Y-positie slechts één hoogte (ZZ) kan worden gekoppeld, waardoor objecten recht boven elkaar niet kunnen worden opgeslagen.

17
New cards

TIN (Triangulated Irregular Network)

Een digitaal hoogtemodel samengesteld uit onregelmatige driehoeken die gevormd worden tussen meetpunten met bekende hoogtes.

18
New cards

Contour lines / isolines (hoogtelijnen)

Lijnen op een kaart die punten met een identieke hoogte of waarde met elkaar verbinden.

19
New cards

Regularly spaced sample points

Een methode om een continu veld vast te leggen door middel van meetpunten die op gelijke afstanden van elkaar liggen.

20
New cards

Irregularly spaced sample points

Een methode om een continu veld vast te leggen door middel van meetpunten die op ongelijke afstanden van elkaar liggen (zoals weerstations).

21
New cards

Analog representation

Een fysieke weergave van de werkelijkheid op een tastbaar medium, zoals een gedrukte papieren topografische kaart.

22
New cards

Map scale (kaartschaal)

De wiskundige verhouding tussen een afstand gemeten op de kaart en de overeenkomstige afstand in de werkelijkheid (bijv. 1:24.0001:24.000).

23
New cards

Generalization (generalisatie)

Het doelbewust vereenvoudigen van kaartkenmerken bij bijvoorbeeld uitzoomen om de kaart leesbaar en geschikt voor het doel te houden.

24
New cards

Selection (selectie)

Een vorm van generalisatie waarbij bewust wordt gekozen welke objecten wel en welke niet worden getoond op de kaart.

25
New cards

Simplification (vereenvoudiging)

Een vorm van generalisatie waarbij een object behouden blijft, maar met minder details of bochten wordt getekend.

26
New cards

Smoothing (gladmaken)

Een vorm van generalisatie waarbij hoekige of grillige contouren vloeiender en ronder worden getekend.

27
New cards

Collapse

Een generalisatietechniek waarbij een vlakobject (zoals een smal meer) op kleinere schaal wordt gereduceerd tot een lijn of punt.

28
New cards

Aggregation (groepering)

Een generalisatietechniek waarbij een groot aantal individuele objecten wordt vervangen door een kleiner aantal symbolen.

29
New cards

Amalgamation (samenvoegen van vlakken)

Een generalisatietechniek waarbij verschillende aan elkaar grenzende vlakken worden samengevoegd tot één groter vlak.

30
New cards

Merging (samenvoegen van lijnen)

Een generalisatietechniek waarbij meerdere dicht bij elkaar gelegen lijnen worden samengevoegd tot een kleiner aantal lijnen.

31
New cards

Refinement (uitdunnen)

Het vereenvoudigen van een complex patroon (zoals takken van een rivierennetwerk) met behoud van de herkenbare hoofdvorm.

32
New cards

Exaggeration (overdrijving)

Het opzettelijk groter intekenen van een object zodat dit ondanks de schaalverkleining herkenbaar en zichtbaar blijft.

33
New cards

Enhancement (versterking)

Het aanpassen van de vorm of de afmeting van een symbool zodat een belangrijk element extra opvalt op de kaart.

34
New cards

Displacement (verplaatsing)

Het minimaal verschuiven van naast elkaar gelegen objecten op de kaart om visuele overlap te vermijden.

35
New cards

Weeding

Het verminderen van het totale aantal coördinaten of punten waaruit een lijn of vlak is opgebouwd.

36
New cards

Douglas-Peucker algorithm

Een wiskundig algoritme dat binnen een bepaalde tolerantie minder relevante punten verwijdert om lijnen te vereenvoudigen met behoud van de hoofdvorm.