1/108
Part-66 Module 6 Eigenschappen Hoofdstuk 1 + 2
Fysische Eigenschappen
Smeltpunt/traject en stolpunt/traject
Smelten
Smelten is de overgang van vast(s) → vloeibaar(l)
Smeltpunt
Smeltpunt is de temperatuur waarbij materiaal smelt.
Smelttraject
Smelttraject is het smeltproces tussen twee temperaturen.
Stollen
Stollen is het omgekeerde proces van smelten.
Dichtheid(p)
Dichtheid is de massa per m³ (kg/m³)
Waar kan dichtheid(p) voor worden gebruikt?
p kan worden gebruikt om een stof te identificeren.
Warmtegeleiding
Dit is het vermogen om warmte te geleiden.
Welk voorbeeld wordt er in het boek gegeven over warmtegeleiding?
Cu geleidt warmte goed, terwijl keramiek dit een stuk slechter doet.
Stroomgeleiding
Dit is het vermogen om elektrische stroom te geleiden.
Wat zou volgens het boek een goede isolator(isolatiemateriaal) zijn?
Keramiek heeft een stuk hogere weerstand dan koper en zou dus isolatiemateriaal kunnen zijn.
Mechanische Eigenschappen
Sterkte, Hardheid, Taaiheid en Elasticiteitsmodule
Sterkte
Dit is de weerstand tegen stuktrekken. Treksterkte beschrijft deze weerstand.
Wat defineert een sterk en zwak materiaal?
Een sterk materiaal biedt veel weerstand tegen stuktrekken, een zwak materiaal biedt weinig weerstand.
Hardheid
Dit is de weerstand tegen blijvende vervorming.
Wat defineert een hard en zacht materiaal?
Een hard materiaal biedt veel weerstand tegen blijvende vervorming, een zacht materiaal weinig.
Taaiheid
Taaiheid geeft aan in hoeverre een materiaal kan buigen zonder breken.
Wat is het verschil tussen bros en taai materiaal?
Bros breekt bij geringe buiging. Taai materiaal breekt niet of bij grote buiging.
Welk verband bestaat er tussen taaiheid en treksterkte?
Is de treksterkte hoog, dan is de taaiheid klein.
Elasticiteitsmodule
Dit is een maat voor stijfheid. Ofwel de mate van elastische rek.
Hoe wordt de elasticiteitsmodule toegepast?
Een hoge modules betekent dat een materiaal stijf is, een lage(re) betreft een minder stijf tot slap materiaal.
Chemische Eigenschappen
Corrosievastheid, zuurvastheid en hittevastheid.
Wat voor neiging heeft elk metaal via gecompliceerde chemische reacties?
Elk metaal heeft de neiging terug te keren naar zijn oorspronkelijke natuurlijke toestand.
Corrosievastheid
Dit is de weerstand tegen de neiging van elk metaal om terug te keren naar zijn natuurlijke toestand.
Zuurvastheid
Dit is de weerstand tegen inwerking van sterke zuren en andere bijtende stoffen.
Hittevastheid
Dit is de weerstand het materiaal biedt tegen het indringen van zuurstof bij hoge temperaturen.
Technologische Eigenschappen
Koude/Warme vervormbaarheid, verspaanbaarheid, gietbaarheid en lasbaarheid.
Koude vervormbaarheid
Dit is de mate waarin het materiaal vervormbaar is bij kamertemperatuur.
Warme vervormbaarheid
De mate waarin vevormbaar bij verwarming. Doorgaans hoger dan bij koud.
Verspaanbaarheid
De weerstand tegen snijdende bewerking. Goed verspaanbaar = lage weerstand.
Gietbaarheid
De geschiktheid voor gieten, moet dun-vloeibaar worden zonder scheuren.
Lasbaarheid
Voor een materiaal om goed lasbaar te zijn moet de verbinding sterkte behouden.
Wanneer is iets niet-lasbaar?
Als het zich niet laat hechten.
Wat geeft het 1e cijfer van het SAE-systeem aan?
Dit geeft het basislegeringselement aan.
Wat geeft het 2e cijfer van het SAE-systeem aan?
Dit geeft het percentage basislegeringselement aan.
Wat geven het 3e en 4e cijfer van het SAE-systeem aan?
Percentage Koolstof
1XXX
Koolstofstaal
2XXX
Nikkelstaal
3XXX
Chroom-Nikkel-staal
41XX
Chroom-molybdeenstaal
6XXX
Chroom-vanadiumstaal
Wat geven de SAE-codes 1010-1030 aan en waar worden ze voor gebruikt?
Deze codes geven een laag koolstof percentage van 0,10-0,30% aan en worden gebruikt voor staal dat geen grote sterkte vereist.
Wat geven de SAE-codes 1030-1050 aan en waar worden ze voor gebruikt?
Deze codes geven een gemiddeld koolstof percentage van 0,30-0,50% aan en worden gebruikt voor staal dat voor machinaal bewerkte/gesmede delen.
Wat geven de SAE-codes 1050-1150 aan en waar worden ze voor gebruikt?
Deze codes geven een hoog koolstof percentage van 0,50-1,50% aan en worden gebruikt voor staal dat voor grote hardheid moet zorgen, zoals bij veren.
Wat geven de SAE-codes 2300-2375 aan en waar worden ze voor gebruikt?
Deze codes geven een nikkel percentage van 3,00-3,75% aan en worden gebruikt voor staal dat voor grote hardheid, treksterkte en elasticiteit zonder noemenswaardige afname van vervormbaarheid.
Waar wordt 2330 voornamelijk voor gebruikt?
2330 wordt voornamelijk gebruikt voor vliegtuigbouten, kabelterminals en pennen.
Wat zijn de functies van SAE 3130 en 3250?
Chroom geeft hardheid aan het staal en nikkel geeft taaiheid. Gebruikt voor onderdelen waar grote sterkte, vervormbaarheid, taaiheid en een weerstand tegen stotende belasting nodig is.
Wat is de meest populaire variant van 41XX in vliegtuigen?
SAE 4130
Wat is de functie van SAE 41XX?
Het combineert taaiheid, grote sterkte met lasbaarheid en verspaanbaarheid. Vooral gebruikt in motorcilinders en andere hoogbelaste onderdelen.
Waar wordt SAE 6XXX vooral gebruikt?
Veel in gereedschap waar grote taaiheid en sterkte vereist is.
Wat is het verschil tussen corrosievast(CV) staal 200- en 300-serie.
300-serie bevat 18% Cr en 8% Ni en 200-serie bevat een beetje Mg.
Hoe komen CV-staal 200- en 300-serie overeen?
Beide legeringen worden niet door een magneet aangetrokken en kunnen niet worden gehard d.m.v. een warmtebehandeling.
Waar wordt de 300 serie voornamelijk gebruikt volgens het boek?
Vooral in vliegtuigbrandbeveiligingswanden van minstens 0,015 inch dik.
Wat en waar wordt de CV-staal 400 serie voor gebruikt?
Wordt vooral gebruikt in scheermessen, messen en is wel magnetisch en hardbaar d.m.v. warmtebehandeling.
Hoe worden de eigenschappen van ongelegeerd staal bepaald?
Deze worden bepaald door het koolstofgehalte.
Waar komt C in staal voornamelijk in voor?
In chemisch gebonden vorm van ijzer-carbide of cementiet.
Wat is Fe3C?
Cementiet
Wat is staal?
Staal bestaat uit een mengsel van ijzer en cementiet. Cementiet is zeer hard en slijtvast en ijzer is zacht en taai.
Wat is cementiet?
Dit is een verbinding tussen Fe en C.
Wat zijn carbiden?
Een beperkt aantal vormt een zogenaamde carbiden, welke naam gereserveerd is voor verbindingen van C met metalen zoals Cr-carbiden, V-carbiden etc.
De vijf groepen ongelegeerd staal zijn…
Constructiestaal (0,0-0,3%), machinestaal (0,3-0,6%), staal voor slag en stootgereedschap (0,6-0,9%), staal voor snijmateriaal (0,9-1,2%), staal voor meetgereedschap (1,2-1,5%)
Op grond van mechanische eigenschappen, wat betekent Fe 360?
Minimale trekstrerkte van 360 N/mm²
Op grond van koolstofgehalte, wat betekent C 20
Het koolstofgehalte bedraagt 0,2%
Wat betreft laaggelegeerd staal?
<5% legeringselement (Cr, Ni, Mo) (verbetert doorharding)
Wat betreft hooggelegeerd staal?
= of >5% van één legeringselement (om één of meer eigenschappen te veranderen)
Wanneer spreekt van HSLA?
Als de treksterkte >1400 N/mm² bedraagt en de maximale treksterkte die men heeft bereikt, bedraagt thans circa 2150 N/mm².
Wat doet Cr voornamelijk in laaggelegeerd staal?
Verbetert de corrosievastheid
Wat doet Ni voornamelijk in laaggelegeerd staal?
Verbetert de taaiheid en hittebestendigheid
Wat doet Mo voornamelijk in laaggelegeerd staal?
Verbetert het ontlaten
In de aanduiding is C% altijd vermenigvuldigd met 100.
Waar
De % van Cr, Ni, Mn, W, Co, Si zijn in de aanduiding vermenigvuldigd met…
Vier
De % van andere elementen zijn vermenigvuldigd met…
Tien
12 Cr Mo 8 10 bevat….
C 0,12%,
Cr 2% en
Mo 1%
20 Cr Ni 16 bevat…
C 0,20% en
Cr 4%
SAE 4100 Cr-Mo-stalen bestaan uit…
0,95% Cr en 0,2% Mo
SAE 4300 Ni-Cr-Mo-stalen bestaan uit..
1,8% Ni, 0,8% Cr en 0,25% Mo
Conditieaanduiding A:
Zacht gegloeide plaat
Conditieaanduiding C:
Zachtgegloeide staf
Conditieaanduiding D:
Normaal gegloeide staf
Conditieaanduiding E:
Normaal gegloeide en ontlaten staf
Conditieaanduiding F:
Gehard en ontlaten staf (treksterkte 850-1000 N/mm²)
Conditieaanduiding N:
Normaal gegloeide plaat en buis
4340 Modified is..
Zeer zuiver staal voor extreme sterkte
Wat zijn de factoren van een warmtebehandeling?
Het nauwkeurig aanhouden van de voorgeschreven temperaturen/gloeitijden, de juiste snelheid van verhitten en afkoelen, het gebruik van het juiste afkoelmiddel, het op de juiste wijze in de oven plaatsen, het in de juiste stand snel afkoelen(afschrikken).
Wat zijn de variabelen bij warmtebehandelingen?
De materiaalsamenstelling; de verhittingstemperatuur; de tijdsduur van verhitting en de afkoelsnelheid
Harden
Verhitten tot austenitische structuur (>723*C/910*C) dan afschrikken. C-atomen raken gevangen in het rooster → spanning. Het resultaat is martensiet, hard en sterk maar bros.
Ontlaten
Noodzakelijk na harden: Verhitten 180*C-200*C → langzaam afkoelen. Krimp- en structuurspanning en brosheid wegnemen/verminderen.
Veredelen
Combinatie van harden en ontlaten (300*C-650*C) om hoge taaiheid te combineren met sterkte wat de elasticiteits- en vloeigrens verhoogd.
Zachtgloeien
Verhitten (680*C-720*C) en langzaam afkoelen. Zet cementietranden/lamellen om in bolvormigcementiet (globulair). Zacht maken voor verspanen.
Normaal Gloeien
Verhitten tot austenitisch, afkoelen in de lucht. Kristalverfijning en structuur gelijk maken, vaak op gietstaal of na smeden.
Spanningsarm gloeien
Verhitten tot 600*C om spanning door lassen of bewerking te ontnemen zonder structuurverandering, voorkomt kromtrekken.
Oppervlakteharden methoden:
Inductieharden: Elektrische spoel + afschrikken
Carboneren: C toevoegen aan oppervlak (voor staal <0,3%)(850*C)
Nitreren: Toevoegen N (zeer hard, geen nabehandeling nodig)
Schades Ferro:
Corrosie, slijtage, en vermoeiingsscheuren
Ferro NDO
Magnetisch deeltjesonderzoek, zaklamp, spiegel, boroscoop
Reparatie Ferro
Wegschuren (binnen limiet)
Nabehandeling: Shot Peening (oppervlakte harden) en corrosiebescherming (cadmeren/verven).
Lassen (indien toegestaan)

Ferriet
Zuiver Fe, zacht en taai

Cementiet
C chemisch gebonden aan Fe, zeer hard en slijtvast.

Perliet
Fijne lamellen Fe en Fe3C om en om aan elkaar, sterk.

C-gehalte <0,8%
Minder C = meer Fe = minder perliet

C-gehalte 0,8%
Geheel perliet