Part-66 Module 6 Deel 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/108

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Part-66 Module 6 Eigenschappen Hoofdstuk 1 + 2

109 Terms

1
New cards

Fysische Eigenschappen

Smeltpunt/traject en stolpunt/traject

2
New cards

Smelten

Smelten is de overgang van vast(s) → vloeibaar(l)

3
New cards

Smeltpunt

Smeltpunt is de temperatuur waarbij materiaal smelt.

4
New cards

Smelttraject

Smelttraject is het smeltproces tussen twee temperaturen.

5
New cards

Stollen

Stollen is het omgekeerde proces van smelten.

6
New cards

Dichtheid(p)

Dichtheid is de massa per m³ (kg/m³)

7
New cards

Waar kan dichtheid(p) voor worden gebruikt?

p kan worden gebruikt om een stof te identificeren.

8
New cards

Warmtegeleiding

Dit is het vermogen om warmte te geleiden.

9
New cards

Welk voorbeeld wordt er in het boek gegeven over warmtegeleiding?

Cu geleidt warmte goed, terwijl keramiek dit een stuk slechter doet.

10
New cards

Stroomgeleiding

Dit is het vermogen om elektrische stroom te geleiden.

11
New cards

Wat zou volgens het boek een goede isolator(isolatiemateriaal) zijn?

Keramiek heeft een stuk hogere weerstand dan koper en zou dus isolatiemateriaal kunnen zijn.

12
New cards

Mechanische Eigenschappen

Sterkte, Hardheid, Taaiheid en Elasticiteitsmodule

13
New cards

Sterkte

Dit is de weerstand tegen stuktrekken. Treksterkte beschrijft deze weerstand.

14
New cards

Wat defineert een sterk en zwak materiaal?

Een sterk materiaal biedt veel weerstand tegen stuktrekken, een zwak materiaal biedt weinig weerstand.

15
New cards

Hardheid

Dit is de weerstand tegen blijvende vervorming.

16
New cards

Wat defineert een hard en zacht materiaal?

Een hard materiaal biedt veel weerstand tegen blijvende vervorming, een zacht materiaal weinig.

17
New cards

Taaiheid

Taaiheid geeft aan in hoeverre een materiaal kan buigen zonder breken.

18
New cards

Wat is het verschil tussen bros en taai materiaal?

Bros breekt bij geringe buiging. Taai materiaal breekt niet of bij grote buiging.

19
New cards

Welk verband bestaat er tussen taaiheid en treksterkte?

Is de treksterkte hoog, dan is de taaiheid klein.

20
New cards

Elasticiteitsmodule

Dit is een maat voor stijfheid. Ofwel de mate van elastische rek.

21
New cards

Hoe wordt de elasticiteitsmodule toegepast?

Een hoge modules betekent dat een materiaal stijf is, een lage(re) betreft een minder stijf tot slap materiaal.

22
New cards

Chemische Eigenschappen

Corrosievastheid, zuurvastheid en hittevastheid.

23
New cards

Wat voor neiging heeft elk metaal via gecompliceerde chemische reacties?

Elk metaal heeft de neiging terug te keren naar zijn oorspronkelijke natuurlijke toestand.

24
New cards

Corrosievastheid

Dit is de weerstand tegen de neiging van elk metaal om terug te keren naar zijn natuurlijke toestand.

25
New cards

Zuurvastheid

Dit is de weerstand tegen inwerking van sterke zuren en andere bijtende stoffen.

26
New cards

Hittevastheid

Dit is de weerstand het materiaal biedt tegen het indringen van zuurstof bij hoge temperaturen.

27
New cards

Technologische Eigenschappen

Koude/Warme vervormbaarheid, verspaanbaarheid, gietbaarheid en lasbaarheid.

28
New cards

Koude vervormbaarheid

Dit is de mate waarin het materiaal vervormbaar is bij kamertemperatuur.

29
New cards

Warme vervormbaarheid

De mate waarin vevormbaar bij verwarming. Doorgaans hoger dan bij koud.

30
New cards

Verspaanbaarheid

De weerstand tegen snijdende bewerking. Goed verspaanbaar = lage weerstand.

31
New cards

Gietbaarheid

De geschiktheid voor gieten, moet dun-vloeibaar worden zonder scheuren.

32
New cards

Lasbaarheid

Voor een materiaal om goed lasbaar te zijn moet de verbinding sterkte behouden.

33
New cards

Wanneer is iets niet-lasbaar?

Als het zich niet laat hechten.

34
New cards

Wat geeft het 1e cijfer van het SAE-systeem aan?

Dit geeft het basislegeringselement aan.

35
New cards

Wat geeft het 2e cijfer van het SAE-systeem aan?

Dit geeft het percentage basislegeringselement aan.

36
New cards

Wat geven het 3e en 4e cijfer van het SAE-systeem aan?

Percentage Koolstof

37
New cards

1XXX

Koolstofstaal

38
New cards

2XXX

Nikkelstaal

39
New cards

3XXX

Chroom-Nikkel-staal

40
New cards

41XX

Chroom-molybdeenstaal

41
New cards

6XXX

Chroom-vanadiumstaal

42
New cards

Wat geven de SAE-codes 1010-1030 aan en waar worden ze voor gebruikt?

Deze codes geven een laag koolstof percentage van 0,10-0,30% aan en worden gebruikt voor staal dat geen grote sterkte vereist.

43
New cards

Wat geven de SAE-codes 1030-1050 aan en waar worden ze voor gebruikt?

Deze codes geven een gemiddeld koolstof percentage van 0,30-0,50% aan en worden gebruikt voor staal dat voor machinaal bewerkte/gesmede delen.

44
New cards

Wat geven de SAE-codes 1050-1150 aan en waar worden ze voor gebruikt?

Deze codes geven een hoog koolstof percentage van 0,50-1,50% aan en worden gebruikt voor staal dat voor grote hardheid moet zorgen, zoals bij veren.

45
New cards

Wat geven de SAE-codes 2300-2375 aan en waar worden ze voor gebruikt?

Deze codes geven een nikkel percentage van 3,00-3,75% aan en worden gebruikt voor staal dat voor grote hardheid, treksterkte en elasticiteit zonder noemenswaardige afname van vervormbaarheid.

46
New cards

Waar wordt 2330 voornamelijk voor gebruikt?

2330 wordt voornamelijk gebruikt voor vliegtuigbouten, kabelterminals en pennen.

47
New cards

Wat zijn de functies van SAE 3130 en 3250?

Chroom geeft hardheid aan het staal en nikkel geeft taaiheid. Gebruikt voor onderdelen waar grote sterkte, vervormbaarheid, taaiheid en een weerstand tegen stotende belasting nodig is.

48
New cards

Wat is de meest populaire variant van 41XX in vliegtuigen?

SAE 4130

49
New cards

Wat is de functie van SAE 41XX?

Het combineert taaiheid, grote sterkte met lasbaarheid en verspaanbaarheid. Vooral gebruikt in motorcilinders en andere hoogbelaste onderdelen.

50
New cards

Waar wordt SAE 6XXX vooral gebruikt?

Veel in gereedschap waar grote taaiheid en sterkte vereist is.

51
New cards

Wat is het verschil tussen corrosievast(CV) staal 200- en 300-serie.

300-serie bevat 18% Cr en 8% Ni en 200-serie bevat een beetje Mg.

52
New cards

Hoe komen CV-staal 200- en 300-serie overeen?

Beide legeringen worden niet door een magneet aangetrokken en kunnen niet worden gehard d.m.v. een warmtebehandeling.

53
New cards

Waar wordt de 300 serie voornamelijk gebruikt volgens het boek?

Vooral in vliegtuigbrandbeveiligingswanden van minstens 0,015 inch dik.

54
New cards

Wat en waar wordt de CV-staal 400 serie voor gebruikt?

Wordt vooral gebruikt in scheermessen, messen en is wel magnetisch en hardbaar d.m.v. warmtebehandeling.

55
New cards

Hoe worden de eigenschappen van ongelegeerd staal bepaald?

Deze worden bepaald door het koolstofgehalte.

56
New cards

Waar komt C in staal voornamelijk in voor?

In chemisch gebonden vorm van ijzer-carbide of cementiet.

57
New cards

Wat is Fe3C?

Cementiet

58
New cards

Wat is staal?

Staal bestaat uit een mengsel van ijzer en cementiet. Cementiet is zeer hard en slijtvast en ijzer is zacht en taai.

59
New cards

Wat is cementiet?

Dit is een verbinding tussen Fe en C.

60
New cards

Wat zijn carbiden?

Een beperkt aantal vormt een zogenaamde carbiden, welke naam gereserveerd is voor verbindingen van C met metalen zoals Cr-carbiden, V-carbiden etc.

61
New cards

De vijf groepen ongelegeerd staal zijn…

Constructiestaal (0,0-0,3%), machinestaal (0,3-0,6%), staal voor slag en stootgereedschap (0,6-0,9%), staal voor snijmateriaal (0,9-1,2%), staal voor meetgereedschap (1,2-1,5%)

62
New cards

Op grond van mechanische eigenschappen, wat betekent Fe 360?

Minimale trekstrerkte van 360 N/mm²

63
New cards

Op grond van koolstofgehalte, wat betekent C 20

Het koolstofgehalte bedraagt 0,2%

64
New cards

Wat betreft laaggelegeerd staal?

<5% legeringselement (Cr, Ni, Mo) (verbetert doorharding)

65
New cards

Wat betreft hooggelegeerd staal?

= of >5% van één legeringselement (om één of meer eigenschappen te veranderen)

66
New cards

Wanneer spreekt van HSLA?

Als de treksterkte >1400 N/mm² bedraagt en de maximale treksterkte die men heeft bereikt, bedraagt thans circa 2150 N/mm².

67
New cards

Wat doet Cr voornamelijk in laaggelegeerd staal?

Verbetert de corrosievastheid

68
New cards

Wat doet Ni voornamelijk in laaggelegeerd staal?

Verbetert de taaiheid en hittebestendigheid

69
New cards

Wat doet Mo voornamelijk in laaggelegeerd staal?

Verbetert het ontlaten

70
New cards

In de aanduiding is C% altijd vermenigvuldigd met 100.

Waar

71
New cards

De % van Cr, Ni, Mn, W, Co, Si zijn in de aanduiding vermenigvuldigd met…

Vier

72
New cards

De % van andere elementen zijn vermenigvuldigd met…

Tien

73
New cards

12 Cr Mo 8 10 bevat….

C 0,12%,
Cr 2% en
Mo 1%

74
New cards

20 Cr Ni 16 bevat…

C 0,20% en
Cr 4%

75
New cards

SAE 4100 Cr-Mo-stalen bestaan uit…

0,95% Cr en 0,2% Mo

76
New cards

SAE 4300 Ni-Cr-Mo-stalen bestaan uit..

1,8% Ni, 0,8% Cr en 0,25% Mo

77
New cards

Conditieaanduiding A:

Zacht gegloeide plaat

78
New cards

Conditieaanduiding C:

Zachtgegloeide staf

79
New cards

Conditieaanduiding D:

Normaal gegloeide staf

80
New cards

Conditieaanduiding E:

Normaal gegloeide en ontlaten staf

81
New cards

Conditieaanduiding F:

Gehard en ontlaten staf (treksterkte 850-1000 N/mm²)

82
New cards

Conditieaanduiding N:

Normaal gegloeide plaat en buis

83
New cards

4340 Modified is..

Zeer zuiver staal voor extreme sterkte

84
New cards

Wat zijn de factoren van een warmtebehandeling?

Het nauwkeurig aanhouden van de voorgeschreven temperaturen/gloeitijden, de juiste snelheid van verhitten en afkoelen, het gebruik van het juiste afkoelmiddel, het op de juiste wijze in de oven plaatsen, het in de juiste stand snel afkoelen(afschrikken).

85
New cards

Wat zijn de variabelen bij warmtebehandelingen?

De materiaalsamenstelling; de verhittingstemperatuur; de tijdsduur van verhitting en de afkoelsnelheid

86
New cards

Harden

Verhitten tot austenitische structuur (>723*C/910*C) dan afschrikken. C-atomen raken gevangen in het rooster → spanning. Het resultaat is martensiet, hard en sterk maar bros.

87
New cards

Ontlaten

Noodzakelijk na harden: Verhitten 180*C-200*C → langzaam afkoelen. Krimp- en structuurspanning en brosheid wegnemen/verminderen.

88
New cards

Veredelen

Combinatie van harden en ontlaten (300*C-650*C) om hoge taaiheid te combineren met sterkte wat de elasticiteits- en vloeigrens verhoogd.

89
New cards

Zachtgloeien

Verhitten (680*C-720*C) en langzaam afkoelen. Zet cementietranden/lamellen om in bolvormigcementiet (globulair). Zacht maken voor verspanen.

90
New cards

Normaal Gloeien

Verhitten tot austenitisch, afkoelen in de lucht. Kristalverfijning en structuur gelijk maken, vaak op gietstaal of na smeden.

91
New cards

Spanningsarm gloeien

Verhitten tot 600*C om spanning door lassen of bewerking te ontnemen zonder structuurverandering, voorkomt kromtrekken.

92
New cards

Oppervlakteharden methoden:

Inductieharden: Elektrische spoel + afschrikken
Carboneren: C toevoegen aan oppervlak (voor staal <0,3%)(850*C)
Nitreren: Toevoegen N (zeer hard, geen nabehandeling nodig)

93
New cards

Schades Ferro:

Corrosie, slijtage, en vermoeiingsscheuren

94
New cards

Ferro NDO

Magnetisch deeltjesonderzoek, zaklamp, spiegel, boroscoop

95
New cards

Reparatie Ferro

Wegschuren (binnen limiet)
Nabehandeling: Shot Peening (oppervlakte harden) en corrosiebescherming (cadmeren/verven).
Lassen (indien toegestaan)

96
New cards
<p>Ferriet</p>

Ferriet

Zuiver Fe, zacht en taai

97
New cards
<p>Cementiet</p>

Cementiet

C chemisch gebonden aan Fe, zeer hard en slijtvast.

98
New cards
<p>Perliet</p>

Perliet

Fijne lamellen Fe en Fe3C om en om aan elkaar, sterk.

99
New cards
<p>C-gehalte &lt;0,8% </p>

C-gehalte <0,8%

Minder C = meer Fe = minder perliet

100
New cards
<p>C-gehalte 0,8%</p>

C-gehalte 0,8%

Geheel perliet