Franse Woordenschat - Etapes 1 & 2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/33

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards voor Franse woordenschat uit Etape 1 en Etape 2 met Nederlandse vertalingen.

Last updated 4:36 PM on 10/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

34 Terms

1
New cards

un avenir

een toekomst

2
New cards

le bénévolat

het vrijwilligerswerk

3
New cards

un bénévole, une bénévole

een vrijwilliger, vrijwilligster

4
New cards

une (bonne) cause

een (goede) zaak, oorzaak

5
New cards

un changement

een verandering

6
New cards

un chef, une cheffe

een leider, leidster

7
New cards

la diversité

de diversiteit

8
New cards

un engagement

een engagement, iets waar je je voor inzet

9
New cards

l'environnement (m.)

het milieu

10
New cards

une génération

een generatie

11
New cards

une marque

een merk

12
New cards

un membre

een lid

13
New cards

un mouvement de jeunesse

een jeugdbeweging

14
New cards

une raison

een reden

15
New cards

une tendance

een tendens, trend

16
New cards

un volontaire, une volontaire

een vrijwilliger, vrijwilligster

17
New cards

utile

nuttig

18
New cards

agir

handelen

19
New cards

(se) considérer (comme)

(zich) beschouwen (als)

20
New cards

construire

bouwen, opbouwen

21
New cards

s'engager

zich engageren, inzetten

22
New cards

pousser (à)

duwen, drijven tot

23
New cards

se sentir

zich voelen

24
New cards

avoir envie (de)

zin hebben (in/om)

25
New cards

bref

kortom

26
New cards

de seconde main

tweedehands

27
New cards

une inégalité

een ongelijkheid

28
New cards

la justice

de gerechtigheid

29
New cards

le volontariat

het vrijwilligerswerk

30
New cards

animé, animée par

bewogen door

31
New cards

immédiat, immédiate

onmiddellijk, snel

32
New cards

(se) confirmer

bevestigen, bevestigd worden

33
New cards

engager (à)

bewegen, aansporen (om/tot)

34
New cards

engager quelqu'un

iemand aanwerven