1/28
Looks like no tags are added yet.
aan/melden
annoncer
bereiken
atteindre
bestellen
commander
door/verbinden met
mettre en communication, passer la communication à
een afspraak maken
prendre rendez-vous
een boodschap door/geven
transmettre un message
een boodschap laten
laisser un message
een naam spellen
épeler un nom
een telefoontje krijgen
recevoir un coup de fil
herhalen
répéter
iemand aan de telefoon krijgen
avoir qqun en ligne
met verlof zijn
être en congé
de telefoon neer/leggen,op/hangen
raccrocher le téléphone
op de hoogte brengen van
mettre au courant de
op zakenreis zijn
être en voyage d'affaires
iemand op/bellen, naar iemand bellen,telefoneren naar iemand
téléphoner à quelqu'un
de telefoon op/nemen
décrocher le téléphone
terug/bellen
retéléphoner
verkiezen
préférer
vrezen
craindre
zich bekend/maken
se faire connaître
de telefoon gaat
le téléphone sonne
de telefoon rinkelt
le téléphone sonne
defect zijn
être en panne
het spijt me
je regrette
naar huis gaan
aller à la maison
thuis zijn
être à la maison
u bent verkeerd verbonden
vous êtes au mauvais numéro
u hebt een verkeerd nummer gekozen
vous avez formé un mauvais numéro