1/292
Een volledige verzameling van 293 woordenschatkaarten met werkwoorden uit het Nederlands naar het Duits, gebaseerd op The Loom of Language (boekpagina's 575–582).
huwen; trouwen met
heiraten; sich verheiraten mit
paren
paaren
meten
messen
ontmoeten
begegnen; treffen
smelten
schmelzen
repareren
reparieren
melken
melken
mengen
mischen
betreuren
beklagen
verschuiven
rücken; verschieben
verhuizen
umziehen
zich bewegen
sich bewegen
vermenigvuldigen
multiplizieren
nodig hebben
brauchen; nötig haben
veronachtzamen
vernachlässigen
verplegen
pflegen
gehoorzamen
gehorchen
beleedigen
beleidigen
aanbieden
anbieten
weglaten
auslassen
opendoen
öffnen; aufmachen
weerstaan
sich widersetzen
onderdrukken
unterdrücken
bestellen
bestellen
organiseeren
organisieren
schuldig zijn
schulden
pakken
packen
schilderen
malen
betalen
bezahlen
pellen
schälen
uitvoeren
ausführen
vervolgen
verfolgen
overreden
überreden
oprapen
auflesen
medelijden hebben met
bemitleiden; Mitleid haben mit
plannen
planen
planten
pflanzen
spelen
spielen
spelen
spielen
behagen
gefallen
ploegen
pflügen
plunderen
plündern
vergiftigen
vergiften
bezitten
besitzen
uitstellen
verschieben
gieten
giessen
oefenen
üben; sich üben
roemen
loben; rühmen
bidden
beten
voorafgaan
vorangehen
verkiezen
vorziehen
voorbereiden
vorbereiten
drukken
drücken
voorgeven
vorgeben
verhinderen
verhindern
drukken
profiteeren (van)
profitieren (von)
beloven
versprechen
uitspreken
aussprechen
voorstellen
vorschlagen
beschermen
beschützen
protesteeren
protestieren
bewijzen
beweisen
uitgeven
herausgeben; verlegen
trekken
ziehen
pompen
pumpen
oppompen
aufpumpen
straffen
(be)strafen
stooten
stossen
zetten
setzen
stellen
stellen
leggen
legen
twisten
zanken
zwijgen
schweigen
citeeren
zitieren
regenen
regnen
reageeren
reagieren
lezen
lesen
ontvangen
empfangen; erhalten
reciteeren
rezitieren; vorlesen
erkennen
erkennen
aanbevelen
empfehlen
herstellen
sich erholen
reflecteeren
zurückwerfen; reflektieren
weigeren te
sich weigern zu
spijten
bedauern
verwerpen
zurückweisen
zich verheugen
sich freuen
loslaten
loslassen
vertrouwen op
sich verlassen auf
blijven
bleiben
zich herinneren
sich erinnern
herinneren
erinnern
vernieuwen
erneuern
herhalen
wiederholen
berichten
berichten; melden
voorstellen
vorstellen
gelijken
gleichen
reserveeren
reservieren
achten
achten