Hoofdstuk 1: Introductie tot de Celbiologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/30

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Woordenlijst-flitskaarten op basis van Hoofdstuk 1: Introductie tot de Celbiologie, met de belangrijkste begrippen, wetenschappers, microscopische technieken en modelorganismen.

31 Terms

1
New cards

Robert Hooke (1665)

Engelse wetenschapper die in 1665 met een vergroting van 30x voor het eerst celstructuren in kurk beschreef en de term 'cellula' (kamertje) introduceerde.

2
New cards

Antonie van Leeuwenhoek

Nederlandse wetenschapper die aan het eind van de 17e eeuw met een vergroting van 300x voor het eerst levende cellen waarnam.

3
New cards

Matthias Schleiden

Duitse botanicus die in 1838 concludeerde dat alle planten uit cellen bestaan.

4
New cards

Theodor Schwann

Duitse zoöloog die in 1839 concludeerde dat alle dieren uit cellen bestaan en de celtheorie formuleerde.

5
New cards

Celtheorie

Theorie geformuleerd door Schwann (1839) met drie principes: 1. Alle organismen bestaan uit één of meerdere cellen. 2. De cel is de basiseenheid van het leven. 3. Alle cellen ontstaan uit bestaande cellen (omnis cellula e cellula, Virchow 1855).

6
New cards

Cytologie

De pijler van de celbiologie die gericht is op de beschrijving van celstructuur en organellen met behulp van optische technieken (microscopie).

7
New cards

Biochemie

De pijler van de celbiologie die de chemische processen van de cel bestudeert, waaronder macromoleculen, bouwstenen, metabolisme en signaaltransductie.

8
New cards

Genetica

De pijler van de celbiologie die gericht is op de studie van erfelijke informatie (DNA).

9
New cards

Scheidend vermogen

De minimale afstand tussen twee objecten om ze nog afzonderlijk te kunnen waarnemen. Het is beter naarmate de golflengte van de gebruikte licht- of stralingsbron kleiner is.

10
New cards

Helderveld microscopie

Vorm van lichtmicroscopie die weinig contrast biedt omdat de meeste cellen kleurloos zijn; vereist vaak fixatie en kleuring, wat de cel doodt.

11
New cards

Fase-contrast microscopie

Lichtmicroscopische techniek die contrast verhoogt door verschillen in dikte en brekingsindex in levende, ongekleurde cellen te benutten.

12
New cards

Fluorescentie microscopie

Microscopietechniek waarbij licht van een specifieke golflengte wordt geabsorbeerd door een fluorescent molecuul (probe) en licht met een langere golflengte wordt geëmitteerd.

13
New cards

Confocale microscopie

Microscopietechniek waarbij een laser telkens één specifiek vlak van een fluorescent gemerkt specimen verlicht, waardoor onscherpe achtergrondruis wordt onderdrukt.

14
New cards

Green Fluorescent Protein (GFP)

Van nature fluorescent eiwit afkomstig uit Aequorea victoria, dat via recombinant DNA-technologie als moleculaire merker aan andere eiwitten gekoppeld kan worden in levende cellen.

15
New cards

Primaire immunofluorescentie

Techniek waarbij een specifiek primair antilichaam tegen een antigeen direct fluorescent gemerkt is om een eiwit te detecteren.

16
New cards

Secundaire immunofluorescentie

Techniek waarbij een ongemerkt primair antilichaam bindt aan een antigeen, waarna een fluorescent gemerkt secundair antilichaam aan het primaire antilichaam bindt, wat zorgt voor signaalsamplificatie.

17
New cards

Transmissie elektronenmicroscopie (TEM)

Elektronenmicroscopietechniek waarbij een elektronenbundel doorheen een specimen gaat om gedetailleerde interne celstructuren af te beelden.

18
New cards

Scanning elektronenmicroscopie (SEM)

Elektronenmicroscopietechniek waarbij het oppervlak van een specimen gescand wordt door de detectie van terugkaatsende elektronen.

19
New cards

Friedrich Wöhler (1828)

Chemicus die in 1828 aantoonde dat het biologische molecuul ureum in vitro gesynthetiseerd kon worden uit anorganisch ammoniumcyanaat.

20
New cards

Louis Pasteur (1860)

Wetenschapper die in 1860 aantoonde dat enkel levende gistcellen in staat zijn om glucose om te zetten in ethanol.

21
New cards

Gebroeders Buchner (1897)

Bacteriologen die in 1897 aantoonden dat celvrije gistextracten glucose kunnen omzetten in ethanol, wat leidde tot de ontdekking van enzymen.

22
New cards

Friedrich Miescher (1869)

Zwitserse wetenschapper die in 1869 voor het eerst DNA (nucleïne) isoleerde.

23
New cards

Watson en Crick (1953)

Wetenschappers die in 1953 de dubbele-helixstructuur van DNA ophelderden.

24
New cards

HeLa cellen

Eén van de eerste onsterfelijke humane cellijnen, in 1951 geïsoleerd uit baarmoederhalskankercellen van Henrietta Lacks.

25
New cards

Organoïden

Driedimensionale (3D) weefselstructuren die in vitro worden gekweekt uit geïnduceerde pluripotente stamcellen (iPSC's) om orgaanfuncties na te bootsen.

26
New cards

Escherichia coli (E. coli)

Prokaryoot modelorganisme met ca. 4 000 genen, veel gebruikt voor genetische manipulatie, genklonering en de studie van DNA-replicatie en eiwitsynthese.

27
New cards

Saccharomyces cerevisiae

Eéncellige eukaryoot (bakkersgist) met ca. 6 000 genen, veel gebruikt voor de studie van de celcyclus, celdeling en organellen.

28
New cards

Drosophila melanogaster

Ongewerveld modelorganisme (fruitvlieg) met ca. 13 000 genen, op grote schaal gebruikt in de genetica.

29
New cards

Caenorhabditis elegans

Ongewerveld modelorganisme (rondworm) met ca. 19 000 genen, gebruikt voor ontwikkelings- en celbiologisch onderzoek.

30
New cards

Danio rerio

Gewerveld modelorganisme (zebravis) met ca. 26 000 genen; transparant in vroege ontwikkelingsstadia en veel gebruikt voor toxicologie en ontwikkelingsziekten.

31
New cards

Mus musculus

Zoogdier-modelorganisme (muis) met ca. 25 000 genen, gebruikt voor het uittesten van therapieën, toxicologie en gedragstesten.