1/67
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
aan sport doen, sporten
faire du sport
aan/bieden
offrir
aanvaarden
accepter
afgestudeerd zijn
avoir terminé ses études
afscheid nemen van
prendre congé de
antwoorden op
répondre à
op een vraag antwoorden
répondre à une question
iets beantwoorden
répondre à qqch
een vraag beantwoorden
répondre à une question
beloven
promettre
iets beluisteren, muziek beluisteren
écouter quelque chose écouter de la musique
besluiten
décider
iets bespreken, spreken over
discuter de qqch
bezig zijn
être occupé
binnen/gaan
entrer
binnen/komen
entrer
contact op/nemen met
prendre contact
danken
remercier
dansen
danser
doen
faire
een glaasje drinken
boire un verre
een vraag stellen
poser une question
fietsen
faire du vélo
gaan
aller
Hoe gaat het met u ?
Comment allez-vous ?
geboren zijn
être né
geld wisselen
changer de l'argent
groeten
saluer
het druk hebben
être très affairé, occupé
heten
s'appeler
iets nodig hebben
avoir besoin de qqch
in het eerste jaar zitten
être en première année
joggen
faire du jogging
kaarten
jouer aux cartes
kennis/maken met
faire connaissance avec
ik maak met mijn buurvrouw kennis
je fais connaissance avec ma voisine
knutselen
bricoler
komen uit
venir (de)
les geven aan iemand
donner cours à qqun
lezen
lire
luisteren naar, naar muziek luisteren
écouter, écouter de la musique
maken
faire, fabriquer
muziek maken
faire de la musique
nota nemen van
prendre note de
ontmoeten
rencontrer qqun
ontvangen
recevoir
iemand op/bellen, telefoneren naar iemand
téléphoner à quelqu'un
reageren op
réagir à
reizen
voyager
rennen
courir
spelen
jouer
spellen
épeler
Hoe spelt u dit woord ?
Comment épelez-vous ce mot ?
Kunt u even spellen ?
Pouvez-vous épeler ?
studeren
étudier
tekenen
dessiner
tennissen, tennis spelen
jouer au tennis
thuis/blijven
rester à la maison
tv-kijken
regarder la télé
ik kijk tv
je regarde la TV
voetbal spelen
jouer au football
voor/stellen
présenter ou proposer
wandelen
se promener
weigeren
refuser
wonen
habiter
zich voor/stellen
se présenter
ik stel me voor
je me présente
zin hebben in
avoir envie de