1/45
Looks like no tags are added yet.
foetor ex ore
stank uit de bek
hallitose
slechte adem
ginigivites
tandvleesontsteking
paradontites
kaakbot, paradontaaligament, tandvlees,
plaveiselcelcarcinoom
kwaadaardige tumor
resortielaesies
tanden lossen op
caries
gaatje
corona dentis
tandkroon
collum dentis
tandhals
radix dentis
tandwortel
glazuurlaag
dentine
tandbeen
pulpa dentis
tand pulpa
Gebitsformules
Gebitsformules | |||
Hond | Melkgebit | Blijvend gebit | |
|---|---|---|---|
Gebitsformule | 3 1 3 | 3 1 4 2 | |
Aantal elementen | 28 elementen | 42 elementen | |
Kat | Melkgebit | Blijvend gebit | |
Gebitsformule | 3 1 3 | 3 1 3 1 | |
Aantal elementen | 26 elementen | 30 elementen | |
Knaagdier | Blijvend gebit | ||
Gebitsformule | 1 0 1 3 | ||
Aantal elementen | 20 gebitselementen | ||
Konijn | Blijvend gebit | ||
Gebitsformule | 2 0 3 3 | ||
Aantal elementen | 28 gebitselementen | ||
Het gebit van de hond

Het gebit van de kat

Doorkomen en wisselen van de gebitselementen hond
Tand | Doorbraaktijdstip melkgebit | Wisseltijdstip blijvend gebit | |
|---|---|---|---|
Hond | Snijtanden | 3 – 4 weken | 3 – 5 maanden |
Hoektanden | 3 – 5 weken | 5 – 7 maanden | |
Premolaren | 4 – 12 weken | 4 – 6 maanden | |
Molaren | 4 – 7 maanden |
Doorkomen en wisselen van de gebitselementen kat
Doorkomen en wisselen van de gebitselementen | |||
Tand | Doorbraaktijdstip melkgebit | Wisseltijdstip blijvend gebit | |
|---|---|---|---|
Kat | Snijtanden | 2 - 3 weken | 3 – 4 maanden |
Hoektanden | 3 – 4 weken | 5 – 6 maanden | |
Premolaren | 3 - 6 weken | 4 – 6 maanden | |
Molaren | 5 - 6 maanden | ||
De normale beet van een hond of een kat is een schaargebit. Er zijn zes criteria waar een scharend gebit aan moet voldoen:
De snijtanden zijn scharend. Dit wil zeggen dat de snijtanden van de bovenkaak vóór de snijtanden van de onderkaak staan (rostraal).
2
De kroon van de hoektand in de onderkaak past in ruimte tussen de buitenste snijtand en de hoektand van de bovenkaak.
3
De premolaren staan om en om geplaatst (alternerend verloop).
4
De vierde premolaar in de bovenkaak heeft de eerste molaar in de onderkaak als antagonist (tegenoverliggende tand).
5
De kroonpunten van de tweede premolaar boven en onder zitten op dezelfde hoogte.
6
De beet heeft een horizontaal verloop.
overbeet
Wanneer de onderkaak korter is dan de bovenkaak is sprake van overbeet. Dit komt vaker voor bij dieren met een dolichocefale schedel. Een overbeet wordt ook wel brachygnathisme van de mandibula genoemd.
onderbeet
Wanneer de onderkaak langer is dan de bovenkaak is sprake van onderbeet. Bij dieren met een brachycefale schedel komt dit vaker voor. Een onderbeet wordt ook wel prognathisme van de mandibula genoemd.
Tandplaque en tandsteen
Tandplaque en tandsteen zijn de meest voorkomende gebitsproblemen in de dierenartsenpraktijk. Tandplaque bestaat uit bacteriën, voedselresten en speeksel die zich hechten aan het tandglazuur. Bacteriën in de bek zetten suikers uit het opgenomen voedsel om in zuren. Deze zuren tasten het glazuur aan waardoor gaatjes (cariës) kunnen ontstaan. Doordat honden- en kattenvoer relatief weinig suiker bevat, vormt cariës bij honden en katten een minder groot probleem dan bij de mens. Door de aanwezigheid van bacteriën ontstaat er uiteindelijk wel tandvleesontsteking. Als tandplaque niet tijdig verwijderd wordt, zal deze verharden. Dit proces leidt tot de vorming van tandsteen, een harde afzetting die zich stevig aan het tandoppervlak hecht.
Tandplaque is een witgele, vlokkerige laag op de tanden. Deze laag is met een nagel of een tandenborstel te verwijderen. Tandplaque ontstaat op de tandhals, dus op de overgang tussen de tandkroon en tandwortel. Wanneer tandplaque lang niet verwijderd wordt, verhardt de tandplaque tot tandsteen. Dit komt door de afzetting van mineralen uit speeksel. Tandsteen is een geelbruine, harde laag op de tanden die niet met een nagel of met een tandenborstel te verwijderen is. Tandsteen ontstaat voornamelijk bij de uitgangen van de speekselklieren. Deze bevinden zich aan de linguale zijde (tongzijde) bij de onderste snijtanden en aan de buccale zijde (wangzijde) van de kiezen aan de bovenkaak.
Predisponerende factoren tandplaque en tandsteen
Er is een groot aantal factoren dat het ontstaan van tandplaque en tandsteen bevordert. Enkele predisponerende factoren zijn: persisterende melktanden, malocclusie, te veel of gedraaide tanden, afgebroken tanden, tumoren in de mondholte en systemische ziekten. Ook het voeren van zachte voeding draagt bij aan het ontstaan van tandplaque op de tanden. Voor een betere mondgezondheid is het daarom aan te raden om droge brokken te voeren.
Gevolgen van tandplaque en tandsteen
Zoals eerder beschreven kan de aanwezigheid van tandplaque en tandsteen leiden tot een tandvleesontsteking (gingivitis). Wanneer gingivitis niet wordt behandeld kan dit leiden tot ontsteking van het parodontium. Dit wordt ook wel parodontitis genoemd.
Als eerste ontstaat er gingivitis marginalis. Wanneer een dier last heeft van gingivitis marginalis is het tandvlees rood gekleurd. Daarnaast is er een verhoogde bloedingsneiging, maar meestal heeft het dier verder geen klinische klachten. Gingivitis marginalis is te behandelen met tandenpoetsen of overige preventieve maatregelen, zoals kauwmaterialen.
Wanneer gingivitis marginalis niet behandeld wordt, kan het zich verder ontwikkelen tot gestabiliseerde gingivitis. Het tandvlees is gezwollen en heeft een donkerrode tot paarse kleur. Daarnaast is de bloedingsneiging verhoogd. Het dier stinkt uit de bek en zal regelmatig met de poten langs zijn bek wrijven of zelfs moeite hebben met eten. Om gestabiliseerde gingivitis te behandelen is een professionele gebitsreiniging nodig.
Wanneer gestabiliseerde gingivitis niet wordt behandeld kan dit leiden tot parodontitis. Bij parodontitis wordt de pocket langs de tand dieper als gevolg van de bacteriële ontsteking, waardoor het gebitselement beweeglijker wordt. Uiteindelijk trekt het tandvlees zich zo ver terug dat de wortels bloot komen te liggen. Dit wordt furcatie genoemd.
Symptomen tandplak en tandsteen
De verschijnselen zijn: foetor ex ore (stank uit de bek), pijnlijkheid tijdens eten en verlies van elementen
diagnose tandplak en tandsteen
De diagnose wordt gesteld door inspectie van de bek. Hierbij worden de pockets gesondeerd met een pocketsonde.
Behandeling en advies tandplak tandsteen
De behandeling bestaat uit een grondige reiniging van het gebit. Hierbij wordt niet alleen de kroon schoongemaakt, maar wordt ook de wortel (voor zover bereikbaar) ontdaan van alle debris (loszittend vuil of weefsel), plaque en tandsteen. Wanneer de gebitselementen beweeglijk zijn of wanneer er furcatie is opgetreden is het trekken van het element de enige behandeling. Nazorg door de eigenaar is essentieel om terugkerende problemen te voorkomen. Bij patiënten met parodontitis is dagelijkse mechanische reiniging van het gebit met een tandenborstel de gouden standaard.
Persisterende melktanden
Een persisterende melktand is een melktand die nog aanwezig is als het blijvende gebitselement doorkomt. Wanneer er een dubbel gebitselement in het gebit staat (zowel melktand als blijvend element zijn aanwezig), is er een verhoogd risico op tandplaque en tandsteen tussen de twee elementen.
Een persisterende melktand kan ervoor zorgen dat het blijvende gebitselement scheef of verkeerd doorkomt. Een afwijkende stand van het blijvende gebitselement kan leiden tot een malocclusie.
Het is belangrijk om bij jonge dieren regelmatig het gebit te controleren op persisterende melktanden. De enige behandeling voor een persisterende melktand is extractie van de betreffende melktand.
Doorbraakstoornis
Een ander gebitsprobleem bij jonge dieren is een doorbraakstoornis. Dit betekent dat het gebitselement niet goed door de gingiva heen kan komen. Voordat dit behandeld kan worden, moet er eerst gecontroleerd worden of het gebitselement wel is aangelegd. Dit gebeurt met een röntgenfoto. Als op de röntgenfoto te zien is dat het gebitselement aanwezig is, maar niet kan doorbreken, moet het slijmvlies rondom de tand of kies worden verwijderd.
Cariës bij de hond
Cariës is een andere benaming voor gaatjes in het gebit. Gaatjes in het gebit ontstaan door oplossing van de mineralen in de glazuurlaag van gebitselementen. De bacteriën in de bek zetten suikers uit het opgenomen voedsel om in zuren. Deze zuren tasten het glazuur aan waardoor gaatjes kunnen ontstaan. Gaatjes komen bij honden veel minder vaak voor dan bij mensen omdat het dieet van honden veel minder suiker bevat. De behandeling van cariës bestaat uit het vullen van het gaatje of extractie van het aangetaste gebitselement.
Slijtage van elementen
Slijtage van gebitselementen is vaak te zien bij oudere honden, maar kan ook voorkomen bij jongere honden die veel kauwen. Slijtage ontstaat door het kauwen op bijvoorbeeld stokken, stenen en tennisballen. In gebruikte tennisballen zit vaak zand, wat het slijtageproces versnelt. Als er veel slijtage is maakt het lichaam extra dentine aan. Dit beschermt de pulpaholte. Wanneer de slijtage van dentine sneller gaat dan de aanmaak, ervaart de hond klachten. Slijtage is niet te behandelen, maar wel te voorkomen!

Tandfracturen
Een tandfractuur is een breuk van een gebitselement. Tandfracturen ontstaan vaak als gevolg van trauma (bijvoorbeeld aanrijding of val van grote hoogte (bij katten)) of het kauwen op harde voorwerpen. Verzwakte elementen, zoals elementen met tandhalslaesies, hebben een grotere kans op een tandfractuur.
Wanneer een deel van de tand of kies afbreekt, komt de pulpaholte bloot te liggen. Hierdoor kunnen bacteriën binnendringen, wat kan leiden tot een ontsteking aan de wortelpunt (wortelpuntabces).
Afhankelijk van de ernst van de fractuur, kan de breuk worden behandeld met verschillende technieken. In sommige gevallen is het nodig om het aangedane gebitselement te verwijderen (extractie).
FORL (resorptielaesies) bij de kat
Feline Odontoclastic Resorptive Lesions (FORL) worden vaak gezien bij katten. Het is een voortschrijdend proces, waarbij de harde delen van de wortels en de kroon worden aangetast.
De resorptieletsels zijn klinisch het eerst zichtbaar op de overgang van glazuur naar wortelcement. FORL ontstaan doordat odontoclasten (cellen die tandweefsel afbreken) de tand resorberen (afbreken). Door deze resorptie ontstaan er gaatjes in de tand.
Het proces begint aan de buitenzijde van de wortel (het wortelcement) en breidt zich geleidelijk uit. Tandbeen (dentine) wordt aangetast en de resorptie gaat verder richting de kroon (het glazuur) en het wortelkanaal (pulpa). Pas in het laatste stadium wordt het tandbeen rondom het wortelkanaal aangetast.
De exacte oorzaak van deze resorptie door odontoclasten is onbekend. Mogelijke oorzakelijke factoren zijn beschadigingen aan het glazuur en ontstekingen van het tandvlees. Aangezien de aanwezigheid van tandplaque en tandsteen kan leiden tot ontstekingen, vergroot de aanwezigheid van tandplaque en tandsteen de kans op ontwikkeling van FORL.
Symptomen FORL
Katten met FORL vertonen vaak geen symptomen. Mogelijke aanwijzingen zijn: pijn met eten, aan één kant in de bek eten, brokjes uit de bek laten vallen.
Diagnose FORL
FORL zijn te diagnosticeren door inspectie van het gebit en controle van het gebit met een sonde. Soms is een resorptielaesie zichtbaar op de overgang van wortel naar kroon. Het tandvlees rondom de aangedane tanden en kiezen is rood en bloedt snel bij aanraking. Bij het aanraken van de tand of kies zal de kat pijnlijk reageren en soms klapperen met de kaak.
Met behulp van een dentaal röntgenonderzoek kunnen resorptielaesies worden vastgesteld die bij visuele inspectie nog niet zichtbaar zijn
Behandeling en advies FORL
Als er sprake is van FORL, is de enige mogelijke behandeling het trekken van de aangedane tand of kies (extractie).
Prognose FORL
Als er eenmaal sprake is van FORL is het zeer goed mogelijk meerdere tanden volgen. Het advies is om de patiënt regelmatig te controleren
Feline Chronic Gingivostomatitis
Feline Chronic Gingivostomatitis is een terugkerende slijmvliesontsteking in de bek bij de kat. De oorzaak van deze aandoening is onbekend. Voor de kat is de aandoening zeer pijnlijk. De enige langdurig effectieve behandeling van deze aandoening is het verwijderen van de omliggende gebitselementen.
virale papillomen
Dit zijn goedaardige wratjes in de bek bij jonge honden die veroorzaakt worden door een canine papillomavirus. De wratjes geven meestal geen problemen en stoppen vanzelf met groeien. Alleen in ernstige gevallen waarbij grote delen van de bek bedekt worden is chirurgisch ingrijpen nodig.
tandvleeswoekeringen
Goedaardige woekeringen van het tandvlees worden ook wel epuliden genoemd. Hoewel epuliden goedaardig zijn, bestaat het risico dat zich onder de woekeringen ontstekingen ontwikkelen. Om dit te voorkomen is het belangrijk de epuliden te verwijderen. Daarnaast is een goede gebitsverzorging essentieel. Regelmatig tandenpoetsen helpt tandplaque onder controle te houden en verdere problemen te voorkomen.
plaveiselcelcarcinoom
Een plaveiselcelcarcinoom is bij katten de meest voorkomende tumor in de bek (60-70% van de orale tumoren bij de kat is een plaveiselcelcarcinoom). Het is een kwaadaardige tumor die overal op het bekslijmvlies kan voorkomen, maar vaak gezien wordt onder de tong van de kat.