sensatie, perceptie etc

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/28

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:43 PM on 9/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

29 Terms

1
New cards

Het omzetting van stimulusinformatie in een zenuwimpuls. Dit proces begint op het moment dat een sensorisch neuron een fysische stimulus opvangt.

transductie, 2e stap

2
New cards

receptoren zetten een stimulus om in een patroon van zenuwimpulsen. Deze signalen worden vervolgens voor verdere bewerking naar de hersenen gestuurd.

sensatie, 3e stap

3
New cards

een proces waarbij aan het patroon van sensorische zenuwimpulsen een gedetailleerd betekenis wordt teogevoegd. De boodschappen krijgen een persoonlijke boodschap. Het wordt beinvloed door herinnering, motivatie, emotie en cultuur. 

perceptie, 4e stap

4
New cards

het kleinst waarneembare verschil tussen 2 stimuli dat iemand (50% van het aantal keren) als verschil kan opmerken. JWZ

verschildrempel

5
New cards

Hoeveelheid stimulatie die nodig is voordat de stimulus wordt opgemerkt. Het kleinst waarneembare prikkel. Het varieert per persoon.

absolute drempel

6
New cards

theorie dat stelt dat JWZ in proportionee verhouding staat tot de intensiteit van de stimulus. Grote stimulus → grote verschil nodig om het op te merken. Kleine stimulus → kleine verschil nodig op het op te merken

wet van weber

7
New cards

proces waardoor receptorcellen minder gevoelig worden als de stimulus een bepaalde tijd op hetzelfde niveau aangeboden wordt. Na een langere tijd merk je de prikkel minder/niet.

sensorische adaptatie

8
New cards

theorie die stelt dat sesatie afhankelijk is van de kenmerken van de stimulus, de achtergrondstimulus en de detector. Bijvoorbeeld als je alleen bent in de klas en iemand op de gang wordt gebeld, dan hoor je dat beter dan als je in een drukke klas bent. 

signaaldetectie theorie

9
New cards

neurale route die visuele informatie vanuit de primaire cortex projecteert op de temporale kwab, die over de identificatie van voorwerpen gaat.

wat-route

10
New cards

neurale route die de visuele informatie projecteert op de parietaalkwab: verantwoordelijk voor de lokalisatie van voorwerpen in de ruimte. 

waar-route

11
New cards

vermogen op voorwerpen te lokaliseren ondanks schade aan de visuele systeem, waardoor iemand voorwerpen die hij niet kan zien, toch kan identificeren. Onderzoekers denken dat er sprake is van onbewuste visuele verwerking in de waar-route. Wat-route doet het niet maar de waar-route is intact.

blindzicht

12
New cards

heeft bertrekking op het proces dat de hersenen gebruiken om resultaten van veel sensorische processen te combineren (of binden) tot een enkel percept. Er worden dus verschillende prikkels gecombineerd. Bijvoorbeeld een percept van gezicht of dat donderdag een kleur is. Of yanny en laurel ding → je hoort de naam aan de hand van wat je ziet.

binding problem

13
New cards

je hebt al een principe in je hoofd en je weet hoe iets eruitziet. Je vult dus snel iets in. Onze doelen, vroegere ervaringen, kennis, verwachtingen, herinneringen, motivaties of culturele achtergrond spelen een rol bij de perceptie van objecten of ervaringen. 

top-down verwerking

14
New cards

echt kritisch naar iets kijken (dus kijken naar vorm, kleur, geur, grootte etc) om erachter te komen wat het kan zijn. De nadruk ligt op de kenmerken van de stimulus, niet onze kennis, ervaring, doelen etc. 

bottom-up verwerking

15
New cards

vermogen om hetzelfde voorwerp in verschillende omstandigheden te herkennen.

  • vorm: een deur blijft rechthoekig omdat we weten dat het rechthoekig is, ookal die open staat en eigenlijk er anders uit ziet. 

  • grootte: mensen op straat lijken heel klein, maar je weet dat ze normale grootte zijn en niet mini mensen zijn

  • kleur of licht: je weet dat een kleur hetzelfde blijft in verschillende lichten.


perceptuele constantie

16
New cards

je verwacht niet dat er er verandering zou komen, dus je merkt die verandeing niet op. Bijvoorbeeld iemand heeft zijn haren genknipt en je merkt het niet op totdat ze het zeggen. 

vernaderingblindheid

17
New cards

waarnemingsfout die plaatsvindt omdat je aandacht ergens anders ligt, dus je merkt die verschil niet op. Bijvoorbeeld filmpje waar een gorilla door basketballers loopt, maar je het niet merkt omdat je moet tellen hoevaak de bal wordt overgespeeld.

perceptuele blindheid

18
New cards

een waarneming kan op meerdere manieren worden geinterpreteerd worden, omdat de prikkel die je ontvangt niet eenduidig is. Je zintuigen geven je hersenen meerdere mogelijkheden en je hersenen kiezen welke het meest logisch is. Bijvoorbeeld die afbeelding waar je 2 gezichten of een vaas kan zien. 

perceptuele ambiguiteit

19
New cards

gereedheid om een specifieke stimulus op de merken en betekenis te geven in een gegeven context. Bijvoorbeeld als het gaat om broodbeleg, denk je dat k..s = kaas, maar als je het over namen hebt dan kan het kees zijn. Ook als je net moeder bent, ben je bereid om gehuil van een baby op te merken.

perceptuele predispositie

20
New cards

gestaltpsychologen menen dat een groot deel van onze perceptie wordt gevormd door aangeboren en in de hersenen verankerde factoren

gestaltpsychologie

21
New cards

de principes van gelijkheid, nabijheid, continuering, sluiting en gemeenschappelijke bestemming op grond waarvan de elementen van een stimulus perceptueel geordend worden

gestaltwetten (wetten van perceptuele ordening)

22
New cards
<p>stelt dat we geneigd zijn om gelijke voorwerpen in onze perceptie in een groep onder te brengen</p>

stelt dat we geneigd zijn om gelijke voorwerpen in onze perceptie in een groep onder te brengen

wet van gelijkenis

23
New cards
<p>stelt dat we geneigd zijn om voorwerpen die dicht bij elkaar staan in een groep onder te brengen</p>

stelt dat we geneigd zijn om voorwerpen die dicht bij elkaar staan in een groep onder te brengen

wet van nabijheid

24
New cards
<p>stelt dat we percepties van onondergebroken figuren boven die van losse en onsamenhangende figuren.&nbsp;</p>

stelt dat we percepties van onondergebroken figuren boven die van losse en onsamenhangende figuren. 

wet van continuering

25
New cards

de neiging om lege plekken in te vullen zodat incomplete figuren als geheel worden waargenomen

principe van sluiting

26
New cards

dat deel van de patroon dat de aandacht trekt. Het steekt af tegen de (achtergrond)

figuur

27
New cards

de deel van de patroon dat geen aandacht trekt; de achtergrond

grond

28
New cards

stelt dat we geneigd zijn gelijkvormige objecten samen te voegen als ze een gelijke beweging of bestemming hebben (bijv een groep ganzen die vliegen (bewegen hetzelfde, zien er hetzelfde uit) zie je als een enkele gestalt).

wet van gemeenschappelijke bestemming

29
New cards

stelt dat onze perceptie kiest voor de figuur met de eenvoudigste ordening, die de minste cognitieve inspanning vereist. Dit is ook de wet die nauwkeurig lezen moeilijk maakt (dus als er een spelfoutje in de tekst is, dan lees je er zo overheen)

wet van pragnanz (pregnantie)