Onderzoek dat probeert te begrijpen hoe mensen ervaringen, betekenissen en sociale processen ervaren en interpreteren.
2
New cards
Wat is ontologie?
De filosofische aanname over wat de werkelijkheid is en hoe die bestaat.
3
New cards
Wat is epistemologie?
De filosofische aanname over wat kennis is en hoe we kennis kunnen verkrijgen.
4
New cards
Wat is axiologie?
De rol van waarden en normen in onderzoek.
5
New cards
Wat is methodologie?
De algemene benadering en logica waarmee onderzoek wordt uitgevoerd.
6
New cards
Wat is positionality?
De positie en achtergrond van de onderzoeker en hoe deze het onderzoek kunnen beïnvloeden.
7
New cards
Wat is reflexiviteit?
Kritisch nadenken over de invloed van de eigen positie, aannames en keuzes op het onderzoek.
8
New cards
Wat is inductief redeneren?
Vanuit specifieke waarnemingen patronen herkennen en mogelijke theorieën ontwikkelen.
9
New cards
Wat is deductief redeneren?
Vanuit een bestaande theorie verwachtingen afleiden en onderzoeken hoe de gegevens zich daartoe verhouden.
10
New cards
Wat is een interpretive framework?
Een filosofisch of theoretisch kader dat richting geeft aan de onderzoeksvraag, dataverzameling, analyse en interpretatie.
11
New cards
Wat is postpositivisme?
Een benadering waarin een werkelijkheid buiten ons bestaat, maar we die nooit volledig of zonder vertekening kunnen kennen.
12
New cards
Wat is sociaal constructivisme?
Een benadering waarin betekenissen en kennis ontstaan door sociale interactie en interpretatie.
13
New cards
Wat is het transformative of critical framework?
Een benadering die macht, ongelijkheid en onderdrukking onderzoekt en vaak sociale verandering nastreeft.
14
New cards
Wat is postmodernisme?
Een benadering die vaste waarheden en dominante verhalen kritisch bevraagt en aandacht heeft voor verschillende perspectieven.
15
New cards
Wat is pragmatisme?
Een benadering die kijkt welke kennis en methoden bruikbaar zijn om een probleem te begrijpen of op te lossen.
16
New cards
Wat onderzoeken kritische theorieën?
Hoe macht en ongelijkheid samenhangen met bijvoorbeeld klasse, ras en gender.
17
New cards
Wat is intersectionaliteit?
Het idee dat verschillende sociale posities en vormen van ongelijkheid elkaar beïnvloeden.
18
New cards
Wanneer kies je voor kwalitatief onderzoek?
Wanneer je ervaringen, betekenissen, perspectieven, interacties of sociale processen diepgaand wilt begrijpen.
19
New cards
Waarom zijn filosofische aannames belangrijk?
Ze beïnvloeden hoe je de werkelijkheid en kennis ziet en welke onderzoeksmethoden je passend vindt.
20
New cards
Wat is methodological congruence?
Dat de onderzoeksvraag, onderzoeksbenadering, dataverzameling en analyse logisch bij elkaar passen.
21
New cards
Wat is narratief onderzoek?
Onderzoek naar de verhalen en ervaringen van individuen, vaak met aandacht voor tijd, context en keerpunten.
22
New cards
Wat is het doel van narratief onderzoek?
Begrijpen hoe mensen gebeurtenissen ervaren en daar betekenis aan geven in hun levensverhaal.
23
New cards
Wat is fenomenologisch onderzoek?
Onderzoek naar hoe mensen een bepaalde ervaring beleven en welke betekenis die voor hen heeft.
24
New cards
Wat is het doel van fenomenologie?
De betekenis of essentie van een gedeelde ervaring begrijpen.
25
New cards
Wat is grounded theory?
Een onderzoeksbenadering waarin theorie systematisch vanuit verzamelde gegevens wordt ontwikkeld.
26
New cards
Wat is het doel van grounded theory?
Een theorie ontwikkelen die een sociaal proces of verschijnsel verklaart.
27
New cards
Wat is etnografie?
Onderzoek naar de cultuur, gedeelde praktijken en betekenissen van een groep in haar natuurlijke context.
28
New cards
Wat is het doel van etnografie?
Begrijpen hoe een groep leeft, handelt en betekenis geeft aan haar wereld.
29
New cards
Wat is een casestudie?
Diepgaand onderzoek naar één of meerdere afgebakende cases in hun reële context.
30
New cards
Wat betekent bounded case?
Een case die is afgebakend, bijvoorbeeld door tijd, plaats of betrokken personen.
31
New cards
Wat is een intrinsic case study?
Een casestudie waarbij de case zelf centraal staat omdat deze op zichzelf interessant of bijzonder is.
32
New cards
Wat is een instrumental case study?
Een casestudie waarbij de case wordt onderzocht om een breder probleem of verschijnsel te begrijpen.
33
New cards
Wat is het verschil tussen een single-case en multiple-case study?
Een single-case study onderzoekt één case; een multiple-case study onderzoekt meerdere cases.
34
New cards
Wanneer past narratief onderzoek het best?
Wanneer je wilt begrijpen hoe iemand gebeurtenissen en ervaringen in een verhaal plaatst, bijvoorbeeld in de loop van een levensverandering.
35
New cards
Wanneer past fenomenologie het best?
Wanneer je wilt begrijpen hoe mensen een bepaalde ervaring beleven en welke betekenis die ervaring voor hen heeft.
36
New cards
Wanneer past grounded theory het best?
Wanneer je een theorie wilt ontwikkelen over een sociaal proces op basis van verzamelde gegevens.
37
New cards
Wanneer past etnografie het best?
Wanneer je de cultuur en gedeelde praktijken van een groep in haar natuurlijke context wilt begrijpen.
38
New cards
Wanneer past een casestudie het best?
Wanneer je één of meerdere afgebakende cases diepgaand wilt onderzoeken in hun werkelijke context.
39
New cards
Welke gegevens passen vaak bij narratief onderzoek?
Verhalen uit interviews, autobiografieën, dagboeken, brieven, foto's en andere documenten.
40
New cards
Welke gegevens passen vaak bij fenomenologie?
Diepgaande interviews over de ervaringen van deelnemers.
41
New cards
Welke gegevens passen vaak bij grounded theory?
Vooral interviews, eventueel aangevuld met observaties, focusgroepen, dagboeken en memo's.
42
New cards
Welke gegevens passen vaak bij etnografie?
Observaties, interviews, documenten en artefacten uit de leefwereld van een groep.
43
New cards
Welke gegevens passen vaak bij een casestudie?
Meerdere bronnen, zoals interviews, observaties, documenten, archiefmateriaal en fysieke artefacten.
44
New cards
Wat is een interview?
Een gesprek waarin interviewer en deelnemer samen informatie en inzichten over een onderwerp ontwikkelen.
45
New cards
Wat is een gestructureerd interview?
Een interview waarin vooraf vastgelegde vragen op een vaste manier worden gesteld.
46
New cards
Wat is een semi-gestructureerd interview?
Een interview met vooraf bedachte vragen of onderwerpen, maar met ruimte om door te vragen.
47
New cards
Wat is een ongestructureerd interview?
Een flexibel gesprek waarin de deelnemer en het onderwerp de richting grotendeels bepalen.
48
New cards
Wat is een sterk punt van interviews?
Ze geven toegang tot persoonlijke ervaringen, betekenissen en gedetailleerde uitleg.
49
New cards
Wat is een zwak punt van interviews?
Antwoorden kunnen worden beïnvloed door de interviewer, herinneringen of de wens om sociaal aanvaardbaar over te komen.
50
New cards
Wat is een focusgroep?
Een groepsgesprek waarin deelnemers over een onderwerp praten en op elkaar reageren.
51
New cards
Wat is een sterk punt van focusgroepen?
Je verzamelt in korte tijd veel informatie en kunt zien hoe deelnemers op elkaar reageren.
52
New cards
Wat is een zwak punt van focusgroepen?
Groepsdruk, dominante deelnemers en zorgen over vertrouwelijkheid kunnen beïnvloeden wat mensen zeggen.
53
New cards
Wat is een interviewprobe?
Een vervolgprompt waarmee je een antwoord verduidelijkt of verdiept.
54
New cards
Wat is een open vraag en waarom is die nuttig?
Een vraag die ruimte laat voor antwoorden in eigen woorden en onverwachte informatie.
55
New cards
Wat is een leidende vraag?
Een vraag die een bepaald antwoord suggereert en daardoor de reactie kan beïnvloeden.
56
New cards
Welke stappen zijn belangrijk bij het voorbereiden en uitvoeren van een interview?
Bepaal de onderzoeksvraag, selecteer deelnemers, kies een interviewvorm, maak en test een protocol, regel een geschikte plek en toestemming, neem zorgvuldig af en spreek transcriptie vooraf af.
57
New cards
Wat is observatie in kwalitatief onderzoek?
Het waarnemen en vastleggen van gedrag, interacties en gebeurtenissen in hun context.
58
New cards
Wat is een sterk punt van observaties?
Je kunt gedrag en interacties in de natuurlijke omgeving bestuderen, ook wanneer mensen hun gedrag niet goed kunnen uitleggen.
59
New cards
Wat is een zwak punt van observaties?
De aanwezigheid en interpretatie van de onderzoeker kunnen het gedrag of de bevindingen beïnvloeden.
60
New cards
Wat zijn de vier rollen van de onderzoeker bij observatie?
Complete participant, participant as observer, nonparticipant observer en complete observer.
61
New cards
Wat is documentanalyse?
Het systematisch onderzoeken van documenten om sociale verschijnselen en hun context te begrijpen.
62
New cards
Wat is een sterk punt van documentanalyse?
Documenten kunnen informatie geven over het verleden en kunnen worden bestudeerd zonder deelnemers rechtstreeks te ondervragen.
63
New cards
Wat is een zwak punt van documentanalyse?
Documenten zijn mogelijk onvolledig, niet representatief of geschreven vanuit een bepaald belang of perspectief.
64
New cards
Wat is photo elicitation?
Een methode waarbij foto's worden gebruikt om herinneringen, ervaringen of gesprekken uit te lokken.
65
New cards
Wat is photovoice?
Een methode waarbij deelnemers zelf beelden maken om hun ervaringen en leefwereld zichtbaar te maken en te bespreken.
66
New cards
Wat is een sterk punt van visuele methoden?
Beelden kunnen ervaringen en betekenissen zichtbaar maken die moeilijk in woorden uit te drukken zijn.
67
New cards
Wat is semiotiek?
De studie van tekens en hoe ze betekenis krijgen.
68
New cards
Wat is denotatie?
De directe of letterlijke betekenis van een teken of beeld.
69
New cards
Wat is connotatie?
De aanvullende, cultureel gevormde associaties die een teken of beeld oproept.
70
New cards
Wat is een signifier bij Saussure?
De waarneembare vorm van een teken, zoals een woord, geluid of beeld.
71
New cards
Wat is een signified bij Saussure?
Het begrip of de betekenis waarnaar een teken verwijst.
72
New cards
Wat zijn de drie metafuncties van Kress en van Leeuwen?
Representatief, interactief en compositorisch.
73
New cards
Wat zijn de vier belangrijkste soorten gegevens in kwalitatief onderzoek?
Interviews, observaties, documenten en artefacten; ook audiovisueel materiaal en sociale media kunnen worden gebruikt.
74
New cards
Wat betekent het dat kwalitatief onderzoek iteratief is?
De onderzoeker kan tijdens het onderzoek teruggaan naar eerdere stappen en keuzes aanpassen.
75
New cards
Wat betekent het dat een kwalitatief onderzoeksontwerp emergent is?
Het onderzoeksontwerp kan zich ontwikkelen en aanpassen naarmate de onderzoeker meer leert.
76
New cards
Wat zijn de acht fasen van het kwalitatieve onderzoeksproces?
1. Aannames en interpretatiekader bepalen. 2. Literatuur en onderwerp verkennen. 3. Open onderzoeksvragen formuleren. 4. Gegevens verzamelen. 5. Gegevens analyseren. 6. Bevindingen weergeven. 7. Bevindingen valideren. 8. Resultaten bespreken in relatie tot bestaande kennis.
77
New cards
Wat zijn preliminary considerations bij een onderzoeksontwerp?
De eerste overwegingen over het onderwerp, de onderzoeksvraag, de filosofische aannames, de theorie, de literatuur en de positie van de onderzoeker.
78
New cards
Hoe formuleer je een passend onderzoeksprobleem?
Bepaal welk verschijnsel je wilt begrijpen, waarom het relevant is en welke kennis nog ontbreekt.
79
New cards
Wat kenmerkt een goede kwalitatieve onderzoeksvraag?
Ze is open geformuleerd en gericht op ervaringen, betekenissen, perspectieven of processen.
80
New cards
Welke steekproefgroottes worden als richtlijn genoemd voor de vijf benaderingen?
Narratief: vaak 1 tot 2 personen; fenomenologie: vaak 3 tot 10; grounded theory: vaak 20 tot 30; etnografie: één duidelijk afgebakende culturele groep; casestudie: vaak 4 tot 5 cases als richtlijn. Dit zijn geen vaste regels.
81
New cards
Waar moet je bij steekproeftrekking in kwalitatief onderzoek op letten?
Selecteer deelnemers of cases die relevante en diepgaande informatie over de onderzoeksvraag kunnen geven.
82
New cards
Waarom zijn ethiek en toestemming belangrijk bij dataverzameling?
Deelnemers moeten weten waaraan ze meedoen en hun privacy, veiligheid en rechten moeten worden beschermd.
83
New cards
Welke rol speelt de onderzoeker in het onderzoeksontwerp?
De onderzoeker maakt keuzes over de vraag, deelnemers, methoden, analyse en interpretatie en moet de eigen invloed daarop onderzoeken.
84
New cards
Wat is kwalitatieve data-analyse?
Het systematisch organiseren, interpreteren en begrijpen van kwalitatieve gegevens.
85
New cards
Wat is coderen?
Labels toekennen aan gegevensfragmenten om belangrijke ideeën, betekenissen en patronen te herkennen.
86
New cards
Wat is open coderen?
Gegevens opdelen en eerste codes toekennen aan relevante ideeën of betekenissen.
87
New cards
Wat is axiaal coderen?
Codes met elkaar verbinden en onderzoeken hoe categorieën en subcategorieën samenhangen.
88
New cards
Wat is selectief coderen?
Belangrijke categorieën integreren rond een centrale categorie of verklaring.
89
New cards
Wat is een memo tijdens de analyse?
Een notitie waarin de onderzoeker ideeën, vragen, verbanden en mogelijke interpretaties vastlegt.
90
New cards
Wat is een thema in kwalitatieve analyse?
Een breder patroon van betekenis dat in verschillende gegevensfragmenten terugkomt.
91
New cards
Waarom is kwalitatieve data-analyse iteratief?
Omdat de onderzoeker afwisselend gegevens kan verzamelen, analyseren, codes aanpassen en interpretaties verder ontwikkelen.
92
New cards
Waarom is zorgvuldig databeheer belangrijk?
Georganiseerde en veilige opslag helpt gegevens terug te vinden, analyseren en beschermen.
93
New cards
Waarom moet de analysemethode passen bij de onderzoeksbenadering?
Omdat verschillende benaderingen andere doelen hebben en daarom andere soorten interpretaties en analyses vereisen.
94
New cards
Wat is kwalitatieve validiteit?
De mate waarin de onderzoeker de nauwkeurigheid van bevindingen controleert met passende procedures.
95
New cards
Wat is kwalitatieve betrouwbaarheid?
De mate waarin de onderzoeksaanpak consistent en zorgvuldig wordt uitgevoerd en beschreven.
96
New cards
Wat is credibility?
De mate waarin bevindingen geloofwaardig zijn en aansluiten bij de onderzochte ervaringen of situatie.
97
New cards
Wat is transferability?
De mate waarin lezers kunnen beoordelen of bevindingen bruikbaar zijn in een andere context.
98
New cards
Wat is dependability?
De mate waarin het onderzoeksproces zorgvuldig en navolgbaar is.
99
New cards
Wat is confirmability?
De mate waarin bevindingen door de gegevens worden ondersteund en niet alleen door de voorkeuren van de onderzoeker.
100
New cards
Wat is triangulatie?
Meerdere methoden, databronnen, onderzoekers of perspectieven gebruiken om een verschijnsel te onderzoeken.