1/105
Looks like no tags are added yet.
Frankrijk
la France
de vakantie
les vacances (v mv)
het zwembad
la piscine
een beetje
un peu
pas op
attention
ik ben
je suis
jij spreekt
tu parles
Frans
français
hoi
salut
hallo, goedendag
bonjour
klein
petit(e)
groot
grand(e)
oke
d'accord
maar
mais
voor
pour
en
et
goed
bien
ik vind (het) leuk
j'aime
wij spelen
on joue
ik woon
j'habite
de familie, het gezin
la famille
de broer
le frère
de zus
la sœur
de hond
le chien
de kat
le chat
de vis
le poisson
de dag
le jour
het meisje
la fille
de jongen
le garçon
de vriend
le copain
de tent
la tente
er is, er zijn
il y a
hier
ici
ook
aussi
waarom
pourquoi
dus
donc
wij blijven
on reste
het is
c'est
eet smakelijk
bon appétit
en jij?
et toi?
Hoe heet jij?
Comment tu t'appelles?
Ik heet Roos.
Je m'appelle Roos.
Waar woon jij?
Tu habites où?
Ik woon in Zwolle.
J'habite à Zwolle.
Hallo, hoe gaat het?
Bonjour, ça va?
Het gaat goed, en met jou?
Ça va bien, et toi?
Wat is dat?
C'est quoi?
Dat is een hond.
Cést un chien.
het strand
la plage
de zee
la mer
het probleem
le problème
het bericht
le message
het ding
le truc
kijk
regarde
helpen
aider
wij zijn gek op
on adore
bedankt
merci
niets te danken
de rien
vandaag
aujourd'hui
morgen
demain
hier is, hier zijn
voilà
dan
alors
misschien
peut-être
veel
beaucoup
in
dans
mooi
beau
iets
quelque chose
super
super
Wat is jouw telefoon nummer?
Quel est ton numéro de téléphone?
Mijn nummer is 06-28781555
Mon numéro, c'est le 06-28781555
En jij, hoe oud ben jij?
Et toi, tu as quel âge?
Ik ben 12 jaar.
Moi, j'ai 12 ans.
de vader
le père
de moeder
la mère
de neef
le cousin
de nicht
la cousine
de oom
l'oncle (m)
de tante
la tante
de grootvader
le grand-père
de grootmoeder
la grand-mère
de tuin
le jardin
de foto
la photo
de muziek
la musique
de tekening
le dessin
de prijs
le prix
grappig
drôle
gek
fou
wij lachen
on rigole
vaak
souvent
altijd
toujours
met
avec
echt
vraiment
Heb je een broer?
Tu as un frère?
Ja, ik heb een broer Stijn
Oui, j'ai un frère, Stijn.
Hoe oud is hij?
Il a quel âge?
Hij is 13 jaar.
Il a treize ans.
Tot ziens.
Au revoir.
Tot later.
À plus.
hebben
avoir
ik heb
j'ai